yes we khan


Sadiq Khan is vorige week gekozen tot burgemeester van Londen Het is voor het eerst sinds 2008 dat Labour in plaats van de Conservatieven de stad leidt.

Wie is hij? En, belangrijker nog, wat wil hij?

Onlangs stapte Sadiq Khan de ring binnen op de Earlsfield Amateur Boxing Club in Wandsworth in Zuid-Londen. Hij begon te sparren met een van de vaste bezoekers: duiken, ontwijken, stoten uitdelen. Als jongetje leerde Khan boksen, ook uit zelfverdediging; twee van zijn broers zijn coach op de door vrijwilligers gerunde academie bij Tooting, het kiesdistrict dat hij sinds 2005 vertegenwoordigt. ‘Boksen is niet hetzelfde als vechten,’ legde Khan uit toen ik hem twee dagen daarvoor interviewde. ‘Dat is een klassieke vergissing – boksen is een sport. De vaardigheden die je leert zijn levensvaardigheden: grootmoedigheid, wat je moet eten, hoe je in conditie blijft, hoe je voor elkaar moet zorgen. Het eerste wat je bij boksen leert is de verdediging – je moet jezelf verdedigen… In mijn familie hebben we allemaal gebokst en dat geeft je zelfvertrouwen als je op straat in de problemen komt.’

Een winnaar

Khan beweegt zich met een soepelheid die je zelden aantreft bij parlementsleden. Als gelovig moslim drinkt hij niet en in 2014 deed hij mee aan de marathon van Londen. Tijdens onze coolingdown komen we langs een weg waar zijn vader met bus 44 reed. Niet ver hiervandaan is de sociale huurwoning waar Khan opgroeide. Hij betwijfelt of buschauffeurs tegenwoordig in die wijk kunnen wonen en vindt het triest dat de veryupping het gemeenschapsgevoel in Londen heeft verstoord.

Geen enkele Europese politicus heeft een groter persoonlijk mandaat dan de burgemeester van Londen. De leider van de stad gaat over een begroting van 16 miljard pond en het beleid wat betreft huisvesting, stadsplanning en vervoer. Khan is, zoals collega’s vaak zeggen, een ‘winnaar’.

Bij de algemene verkiezingen van 2010 verdedigde hij zijn Tooting-zetel tegen een agressieve en ruim gefinancierde tegencampagne van zijn conservatieve uitdager. In datzelfde jaar leidde hij de campagne van Ed Miliband om partijleider van Labour te worden en was hij de strateeg achter de overwinning op David, de oudere broer van Ed Miliband. Toen deze hem bij de lokale verkiezingen van 2014 de post van schaduwminister voor Londen had toebedeeld, behaalde Khan voor Labour het beste resultaat sinds 1972. Bij de algemene verkiezingen van vorig jaar won de Labourpartij op een in andere opzichten sombere avond zeven zetels in Londen, het beste resultaat sinds 2001.


Toen Khan in mei vorig jaar aankondigde dat hij de Labourkandidaat wilde worden voor het burgemeesterschap van Londen, verwachtten velen dat hij dat niet zou halen. Daar was Khan het absoluut niet mee eens. De linksere koers die de partij was ingeslagen, was gunstig voor hem. Khan was tegen de oorlog in Irak geweest, een heikel punt voor actievoerders, en had er hard voor gewerkt om de steun van de vakbonden te krijgen. Zijn voordracht – steun zelfs – van Jeremy Corbyn als leider van Labour en zijn verzet tegen de hervor- mingen op het gebied van de uitkeringen vergrootten zijn kansen bij het ‘selecto- raat’ van de partij. Toen op 11 september 2015 de uitslag van de selectieprocedure bekend werd gemaakt, waren velen verbijsterd door zijn verpletterende overwinning. ‘Ik heb nooit gedacht dat het een nek-aan-nekrace zou worden,’ vertelde hij vlak na die bekendmaking. Niemand die ik heb gesproken betwij- felde Khans politieke kwaliteiten, maar sommigen zetten wel vraagtekens bij zijn integriteit. Nadat hij Corbyn had voorgedragen als partijleider, werd Khan beschimpt vanwege zijn harde verwijten aan het adres van de nieuwe leider in een interview in de Mail on Sunday. Khan waarschuwde dat Corbyns ontmoetingen met leden van Hamas en Hezbollah het anti-joodse imago van Labour versterkten, verweet hem dat hij niet meezong bij het volkslied (‘Dat was heel dom van hem. Je probeert immers premier te worden.’) en verklaarde dat hij ‘nauw zou samenwerken met een Tory-regering als dat in het belang van Londen zou zijn’.

Een dergelijke kritiek, suggereren tegenstanders, zou nooit geuit zijn tijdens de selectieprocedure voor de burgemeesterkandidatuur.

De Tory’s hebben onlangs veel zwaarder geschut in stelling gebracht: dat Khan een vriend is van islamitische extremisten. In februari meldde de S_unday Times_ dat Khan vier bijeenkomsten van de groepering Stop Political Terror had bijgewoond, die werd gesteund door Anwar al-Awlaki, de omgekomen geestelijke van Al-Qaida. De London Evening Standard merkte op dat Khans ex-zwager, Makbool Javaid, bijeenkomsten had bijgewoond die in de jaren negentig waren georganiseerd door de extremistische groepering Al-Muhajiroun (de twee hebben al tien jaar geen contact meer met elkaar). Daarna meldde MailOnline dat Khan in 2008 een toespraak had gehouden op het Global Peace and Unity-festival waar de ‘zwarte jihad-vlag wapperde’.

‘Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden’

Khans verklaring was: ‘Vaak heb je geen idee wie er voor jou spreekt en wie er na jou spreekt. Niemand zou toch in alle ernst kunnen denken dat ik instem met de ideeën die werden geuit door andere mensen die op diezelfde bijeenkomst spraken: zo werkte dat niet. Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden.’ Khan is door extremisten met de dood bedreigd vanwege zijn betrokkenheid bij democratische politiek en omdat hij onlangs voor het homohuwelijk had gestemd.

Vrienden zeggen dat hij ondanks de politieke en fysieke risico’s die het uiten van zijn mening met zich meebrengt, nooit heeft overwogen zijn mond te houden. Als voormalig mensenrechtenadvocaat en voorvechter van de burgerrechten, was dat een automatische keuze.

In een toespraak voor de parlementaire pers in november, een week na de aanslagen in Parijs, verweet Khan opeenvolgende regeringen dat ze de segregatie in de Britse samenleving hadden toegestaan en de omstandigheden waarin extremisme kon gedijen ongemoeid hadden gelaten. Hij waarschuwde: ‘We hebben het recht van mensen om te leven volgens hun eigen cultuur beschermd, maar hebben dat ten koste laten gaan van het kweken van het gevoel dat ze deel uitmaken van een grotere gemeenschap. Te veel Britse moslims groeien op zonder iemand te kennen met een andere achtergrond.’

Arbeidsethos

Sadiq Aman Khan werd geboren op 8 oktober 1970 in het St George’s Hospital in Tooting. Zijn ouders waren kort daarvoor geëmigreerd van Pakistan naar Londen. Khan was het vijfde van acht kinderen. Zijn nu overleden vader, Amanullah, was meer dan vijfentwintig jaar buschauffeur; zijn moeder, Sehrun, naaister. Khan schrijft zijn arbeidsethos toe aan zijn opvoeding. ‘Mijn vader zat alle uren die God hem toestond op de bus. Mijn moeder bracht niet alleen acht kinderen groot, maar naaide thuis ook nog kleren terwijl ze ons opvoedde, kookte. Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk, dus ook ik ging zo snel mogelijk werken. Ik had een krantenwijk, een baantje op zaterdag – enkele zomers heb ik als bouwvakker gewerkt.’

De kinderen groeiden op in het Henry Prince-complex van sociale huurwoningen, waar Khan en zijn zeven broertjes en zusjes bij elkaar gepropt zaten in een vierkamerwoning. Pas op zijn drieëntwintigste reisde hij naar het buitenland en tot zijn vierentwintigste sliep hij in een stapelbed. Het gezin werd dagelijks geconfronteerd met racisme. Buspassagiers scholden zijn bebaarde vader uit voor ‘Paki Santa’ en vielen hem lastig. Dergelijke beledigingen dwongen Khan soms zijn bokstechnieken te gebruiken. ‘We rolden vechtend over de grond,’ vertelde hij Mail on Sunday over zo’n confrontatie. ‘Daarna heeft hij nooit meer “Paki” tegen me gezegd.’

Khan en zijn broers kregen ook met racisme te maken op de voetbaltribune. ‘Ik bij Wimbledon, mijn broers bij Chelsea,’ vertelde hij me. Maar nu was het wel beter geworden in Londen. ‘Mijn dochters zijn zestien en veertien en zijn eigenlijk in dezelfde buurt opgegroeid als ik. Tegen hen is nooit “Paki” gezegd, zij zijn nooit het slachtoffer geworden van openlijke racistische beledigingen. Dat laat zien dat het beter is geworden.’

Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images
Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images

Op school zei een docent tegen Khan, die een zwaar B-pakket had met biologie, scheikunde en wiskunde: ‘Jij gaat altijd de discussie aan. Waarom word je geen advocaat in plaats van tandarts?’ Die opmerking, en de tv-serie LA LAW, inspireerden hem om de advocatuur in te gaan. In 1994 werd hij advocaat-stagiaire bij Christian Fisher onder de hoede van de bekende mensenrechtenadvocate Louise Christian. Drie jaar later werd hij partner op dat kantoor – uitzonderlijk snel voor iemand van zijn leeftijd en achtergrond.

Als mensenrechtenadvocaat trad hij op voor wat hij onlangs beschreef als ‘onverkwikkelijke types’, zoals Louis Farrakhan, de leider van de Nation of Islam, en Babar Ahmad, die in 2013 in de VS bekende schuldig te zijn aan ‘het verschaffen van materiële ondersteuning aan het terrorisme’. Ahmad, tegen wiens uitzetting Khan en andere parlementariërs zich hadden verzet, was een jeugdvriend. Khans tegenstanders hebben geprobeerd dat uit te buiten. ‘We kwamen nooit bij elkaar over de vloer – we ontmoetten elkaar in de moskee,’ vertelde Khan me. ‘Als je mensen spreekt in de moskee, praat je niet over politiek en zo. Wel weet ik dat er veel ophef was rondom zijn arrestatie, want hij was het slachtoffer van wangedrag van de politie. Hij diende een schadeclaim in en kreeg een vergoeding toegewezen – hem was ernstig letsel toegebracht.’

Dwars

In 2005 werd Khan gekozen als parlementslid voor Tooting, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Zes maanden na zijn intrede in het parlement lag hij dwars bij Tony Blairs poging om het wettelijk mogelijk te maken dat iemand die van terrorisme werd verdacht negentig dagen kon worden vastgehouden zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Dat was de eerste botsing van vele met de toenmalige premier.

In 2006 ondertekende hij een open brief waarin ervoor werd gewaarschuwd dat de buitenlandse politiek van de regering ‘munitie leverde voor extremisten’. Op de tiende herdenkingsdag van de bomaanslag die op 7 juli 2005 in Londen plaatsvond, vertelde hij dat Blair ‘de vier islamitische parlementsleden had opgeroepen om naar Downingstreet 10 te komen en ons daar vertelde dat het onze verantwoordelijkheid was. “Dat is het niet,” zei ik. “Waarom hebt u ons opgeroepen? Ik geef u toch ook niet de schuld van de Ku Klux Klan? Waarom doet u dat dan wel bij ons voor de vier daders van de bomaanslagen van 7/7?”’

In 2008 werd Khan benoemd tot minister van Binnenlands Bestuur, en werd de tweede moslim als bewindsman. Het jaar daarop werd hij minister van Transport: de eerste moslim die deel uitmaakte van het kernkabinet en lid werd van de Privy Council (de geheime adviesraad van de koningin). ‘Het paleis belde me op en vroeg: “Op wat voor Bijbel wilt u de eed afleggen?” Ik antwoordde: “De Koran”, waarop zij zeiden: “Die hebben we niet.” Toen heb ik er zelf maar een meegenomen.’

De verkiezing van een Britse moslim als burgemeester zou een gebeurtenis van internationaal belang zijn, en symbool staan voor het kosmopolitisme van Londen. ‘Ik ben het zat om te verliezen. Ik geloof niet in heldhaftig falen,’ zei hij. ‘Ik heb de juiste politiek, ik heb de juiste principes. Nu hebben we alleen nog de macht nodig om Londen te verbeteren.’

Auteur: George Eaton
Vertaler: Paul Bruijn

New Statesman
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.


Deel dit artikel


Recent verschenen