Ze droomden van voetbalcarrières, maar werden slachtoffers van mensenhandel

© Xinhua News Agency / eyevine

New Lines Magazine

| Washington | Alija Alex Čizmić | 28 februari 2025

Duizenden West-Afrikaanse voetballers worden opgelicht en uitgebuit door nepscouts die hun een plek beloven bij professionele voetbalteams in het buitenland. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde.’

Op een drukke avond in januari rijdt de 31-jarige Serge’s witte Suzuki van het ene deel van Abidjan, de bruisende hoofdstad van Ivoorkust, naar het andere. Terwijl hij de Charles de Gaulle-brug oversteekt, die de arbeiderswijk Treichville met de welvarende Plateau-buurt verbindt, kijkt hij naar een wolkenkrabber niet ver van het Félix Houphouët-Boigny Stadion, een van de arena’s waar het Africa Cup of Nations (AFCON) voetbaltoernooi wordt gehouden, versierd met de vlaggen van de deelnemende landen. 

De zon gaat onder en het verkeer neemt af, waardoor Serge iets ontspant. Langzaam maar zeker begint hij New Lines over zijn diepgaande en voortdurende passie voor het voetbal te vertellen. De wedstrijd tussen Congo en Zambia staat op het punt te beginnen; hij zal ernaar luisteren op zijn radio. Zo heeft hij veel wedstrijden weten te volgen, waaronder de tweede helft van de openingswedstrijd tussen Ivoorkust en Guinee-Bissau. Hoewel hij zelf een kaartje had gekocht en juichend op de tribune zat, lokte de werkgelegenheid – meer dan één miljoen voetbalfans waren voor het toernooi naar Ivoorkust gekomen – hem tijdens de rust terug naar zijn taxi. Met verdriet verliet Serge toen het stadion. Niet alleen had hij deze en andere wedstrijden graag willen bezichtigen vanaf de tribune, maar tot een paar jaar geleden was het zelfs zijn droom om op het veld te staan.

‘Ik hield van voetballen. Ik droomde van voetbal, at voetbal en ademde voetbal. Ik ben zelfs van school gegaan vanwege het voetbal. Het was mijn hele leven,’ vertelt Serge. Hij groeide op in de Abidjaanse gemeente Yopougon, beter bekend als Yop City: een mix van woonwijken en industrieel terrein waar meer dan 1,5 miljoen mensen dicht op elkaar leven in dikwijls chaotische, armoedige omstandigheden. In tegenstelling tot andere delen van Abidjan, die veel immigranten uit andere West-Afrikaanse landen aantrekken, bestaat de bevolking van Yop City voornamelijk uit geboren en getogen Ivorianen. De culturele obsessie met voetbal hangt hier in de lucht. Abidjan is dan ook de geboorteplaats van een uitzonderlijk aantal voetbaltalenten die hun weg naar de top vonden via lokale clubs en grasveldjes.

Onmisbaar

Een van deze talenten is de tweevoudige winnaar van de Afrikaanse Ballon d’Or, Didier Drogba. De voormalige sterspeler van het wereldberoemde Chelsea-team in Engeland was eveneens aanvoerder van het nationale team van Ivoorkust toen het land zich in 2006 voor het eerst kwalificeerde voor het WK. Drogba verliet de sport in 2018, maar blijft nog altijd een idool voor ambitieuze West-Afrikaanse spelers die dromen over Europa, waar zo’n 60% van de spelers die werden opgeroepen voor de laatste Afrika Cup speelden en trainden. Onder hen bevonden zich Mohamed Salah, de oogverblindende Egyptische spits van Liverpool in de Engelse Premier League, en de Nigeriaanse spits Victor Osimhen, die in 2023 topscorer was in de Italiaanse Serie A met Napoli en in december door de Afrikaanse voetbalbond werd uitgeroepen tot Afrikaans voetballer van het jaar.

De rol van Afrikaanse spelers in Europees voetbal is de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Inmiddels spelen zo’n 500 Afrikanen bij Europese topclubs, en nog eens honderden in competities in het Midden-Oosten en Azië. Ze zijn inmiddels een onmisbaar onderdeel geworden van een van de grootste sportindustrieën ter wereld: alleen al de Europese voetbalmarkt had in 2023 een waarde van 31,8 miljard dollar. Terwijl deze industrie zoekt naar nieuwe supersterren, proberen tienduizenden jonge Afrikaanse spelers wanhopig gescout te worden en daarmee de armoede, werkloosheid en politieke instabiliteit van hun thuislanden achterwege te laten. Deze combinatie van hoop en wanhoop is helaas niet alleen een vruchtbare voedingsbodem voor voetbaltalent, maar ook voor vormen van uitbuiting zoals mensenhandel, waarbij oplichters zich voordoen als scouts en geld aannemen van de hoopvolle spelers en hun families.

Op 13-jarige leeftijd werd Serge door zo’n nepscout overgehaald om naar Burkina Faso te reizen voor een proefwedstrijd in de stad Ouagadougou, waar Europese recruiters aanwezig zouden zijn. Vol enthousiasme verzamelden Serge en zijn familie het vereiste bedrag: ongeveer $165, een enorme som in een land waar het gemiddelde maandsalaris rond de $550 ligt en waar, volgens de Wereldbank, zo’n 40% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Andere jonge spelers vielen ook voor het trucje en maakten samen met Serge de lange, bloedhete busreis naar Ouagadougou, waar bij aankomst geen recruiter te bekennen was.

‘Ik weet niet of het om mensenhandel ging. Ik weet alleen dat er niemand was,’ zegt Serge. ‘We speelden uiteindelijk tegen kleine clubs en gingen weer naar huis.‘

Naar schatting vallen elk jaar zo’n 15.000 jonge spelers ten prooi van mensenhandel – en niet alleen amateurs zoals Serge. Tijdens een euforische persconferentie na de finale waarin Ivoorkust de Afrika Cup-titel veroverde, onthulde de 23-jarige Simon Adingra – een van de beste jonge spelers van het hele toernooi – dat ook hij in het verleden slachtoffer was geworden.

De harde realiteit drong tot Adingra door: er was niet alleen geen academie

Nadat een zogenaamde coach hem had zien spelen bij een lokale club, betaalde de ouders van Adingra de man ongeveer $300 om hun getalenteerde zoon naar een voetbalacademie in Benin te sturen. Toen de ‘coach’ daar eenmaal met het geld verdween, drong de harde realiteit tot Adingra door: er was niet alleen geen academie, maar ook geen onderdak. Samen met negen andere voetballers was Adingra aan zijn lot overgelaten. 

De jongens bleven bij elkaar en deden klusjes in ruil voor voedsel of geld. Ondanks hun omstandigheden, hoopten ze nog altijd op een kans: een echte kans. Hulp arriveerde enkele maanden later in de vorm van een in Ivoorkust opgeleide Beninese man die Adingra en de anderen zowel fatsoenlijk onderdak gaf als de mogelijkheid om te voetballen. Uiteindelijk wist Adingra de aandacht te trekken van de Right to Dream-voetbalacademie in Accra, Ghana, waar hij trainde voordat hij – dit keer op legitieme wijze – werd gerekruteerd om in Europa te spelen bij de Deense club Nordsjaelland, die de academie sponsort.

De internationale voetbalorganisatie FIFA hanteert een strikt reglement voor het rekruteren van spelers over landsgrenzen, zowel op amateur- als professioneel niveau. Spelers krijgen een elektronische ID-kaart die bij de voetbalbond is geregistreerd. Daarnaast moeten ze ook een uitnodigingsbrief ontvangen van de geïnteresseerde club, die via de lokale federatie moet worden verstuurd, zegt Alexandre Kouakou, een gerespecteerde scout in het Ivoriaanse voetbalmilieu die spelers helpt om nepbrieven te identificeren.

De regels zijn nóg strenger voor minderjarigen die het tot prof willen schoppen. Hoewel jonge spelers al voor hun 18e verjaardag gescout kunnen worden in het land waar ze wonen – een veelvoorkomende zaak in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar kinderen en tieners regelmatig contracten sluiten met binnenlandse teams – zijn internationale transfers voor spelers onder de 18 alleen enkel in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Zo mogen minderjarigen alleen een proefperiode meelopen bij een club. Daarnaast moet de club schriftelijke toestemming ontvangen van ouders, zorgen voor geschikte huisvestingen en levensomstandigheden, alle kosten dekken en een persoonlijke begeleider inschakelen. Bovenal is het vragen naar of innen van vergoedingen voor een proefperiode ten strengste verboden. ‘Het spreekt voor zich dat elke operatie die buiten de officiële kanalen van de voetbalwereld staat op zijn minst verdacht is, zo niet volledig illegaal,’ zegt Kouakou.

Bedrog

Hoewel de meeste jonge voetbaltalenten de statistieken van hun favoriete clubs en spelers moeiteloos opdreunen en de spelregels door en door kennen, weten maar weinigen iets over de statuten van het officiële rekruteringsproces. Wanneer een vermeende coach of scout opduikt met grote interesse en een verleidelijk aanbod, wagen velen daarom de sprong.

Het bedrog begint meestal in het thuisland van de speler wanneer een coach of scout opduikt met de kans van zijn leven: een proefperiode bij een grote club in het buitenland. Er zit echter een addertje onder het gras; de nepscout heeft eerst een bemiddelings- of transportvergoeding nodig, of geld om een visum of accommodatie te regelen.

In zijn studies beschrijft de onderzoeker James Easson wat er vervolgens gebeurt: veel families verkopen hun bezittingen, halen jongere kinderen van school of lenen geld om de benodigde fondsen bij elkaar te sprokkelen. Bij aankomst in het nieuwe land – meestal op een kortlopend toeristenvisum – biedt de nepscout aan hun paspoorten en geld ergens veilig op te bergen. Voor sommigen eindigt het avontuur daar: de oplichter verdwijnt met hun kostbaarheden zonder hen naar de beloofde club of wedstrijd te brengen. Anderen krijgen wel een kans om te spelen, en sommigen worden zelfs een contract aangeboden. Maar deze contracten zijn vaak net zo uitbuitend, met gigantische commissies voor de scout en weinig bescherming voor de speler. Als een speler weigert te tekenen, verdwijnt de scout met zijn resterende geld en documenten.

Soms gaat het niet alleen om geld. Begin jaren 2000 werd de toekomstige Premier League-speler Alhassan Bangura vanuit Sierra Leone naar het Verenigd Koninkrijk gehaald door een Fransman die hem een proefperiode beloofde. Kort na aankomst werd de 16-jarige Bangura seksueel misbruikt door twee mannen in de accommodatie die de Fransman voor hem had geregeld. Andere spelers raken verzeild in dwangarbeid. Zo werd een voormalige Nigeriaanse voetballer die wij spraken, gelokt met de belofte van een proefperiode in Europa maar belandde hij uiteindelijk in Kaapverdië, waar hij als onderbetaalde ober moest werken in een restaurant.

Sommige oplichters weten zelfs de meest waakzame spelers om de tuin te leiden.

‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij’

Toen David Kevin Kouassi, een 22-jarige speler uit Yopougon, een uitnodigingsbrief van een Filipijnse club ontving van een Marokkaanse man die beweerde een FIFA-scout te zijn, was hij aanvankelijk achterdochtig; hij had immers genoeg verhalen gehoord van mensen die waren opgelicht met valse brieven. Maar zijn twijfels verdwenen toen de scout videogesprekken regelde met een man die zich voordeed als een clubvertegenwoordiger, en een snelle internetzoektocht naar de naam van de scout een pagina op de FIFA-website opleverde. Overtuigd van het aanbod betaalde Kouassi de man $270 en vertrok naar Manilla.

Na een zenuwslopend gesprek bij de grenscontrole op de luchthaven van Manilla legden de lokale autoriteiten Kouassi uit dat hij was opgelicht. De oplichter had de naam en gegevens van een echte scout gebruikt om zijn vertrouwen te winnen en was er vervolgens met zijn geld vandoor gegaan. Kouassi wist alsnog het land binnen te komen op een toeristenvisum en probeerde zelf contacten te leggen in het Filippijnse voetbal, maar de salarissen die hem door clubs uit de eerste en tweede divisie werden aangeboden, waren nauwelijks genoeg om zijn huur te dekken. ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij,‘ zegt hij terwijl hij uit een tuk-tuk stapt, een paar meter van het appartement dat hij deelt met zijn zus in Songon, een buitenwijk ten oosten van Abidjan, waar half afgebouwde betonnen huizen tussen het wildgroei uitsteken. Toen zijn economische situatie in Manilla onverdraagbaar werd, verzamelde Kouassi de moed om zijn vader de waarheid te vertellen en wist hij genoeg geld bij elkaar te krijgen voor een terugvlucht.

Vrijwel alle (naar schatting) 15.000 jaarlijkse slachtoffers van voetbalhandel komen uit West-Afrika, een regio waar instabiliteit en een ongeremde passie voor voetbal een vruchtbare voedingsbodem vormen voor mensenhandelnetwerken.

‘Elke keer als we bijeenkomsten hebben over voetbalhandel,‘ zegt Lerina Bright, voorzitter van Mission 89, een Zwitserse voetbalorganisatie die zich bezighoudt met mensenhandel, ‘steken minstens drie mensen hun hand op. Of ze zijn zelf slachtoffer geweest, of ze kennen een slachtoffer.’

Financiering

Zelfs als een voetballer op professioneel niveau speelt in West-Afrika is het verschil tussen zijn salaris – de gemiddelde profvoetballer in Ivoorkust verdient ongeveer $500 per maand – en de potentiële verdiensten van een Europese carrière groot genoeg om hem ertoe te drijven risico’s te nemen. Dit kan betekenen dat ze hun vertrouwen in een oplichter leggen of proberen op een klein bootje richting Europa te stappen. Als het niet lukt om Europa te bereiken, bieden veel teams in Noord-Afrika, waar de infrastructuur en competities verder ontwikkeld zijn, salarissen tussen de vier en zes cijfers per maand. 

‘Wat ontbreekt in Ivoorkust is financiering,‘ zegt Lakoun Ouattara, een activist uit Abidjan die bewustzijn creëert over voetbalhandel met de niet-gouvernementele organisatie Mousso Foot. ‘We hebben de staat en de clubvoorzitters nodig om te investeren in infrastructuur en het lokale voetbalmilieu te verbeteren. Tot dit gebeurt, zullen mensen naar meer ontwikkelde landen blijven reizen.’

Wanneer Ivoriaanse spelers op legitieme wijze naar het buitenland worden gehaald, legt Ouattara uit, kan dat het lokale voetbal helpen zich te ontwikkelen. Zo kan geld dat met hun verkoop wordt verdiend, bijdragen aan de groei van binnenlandse teams. Bovendien kunnen de naar het buitenland gehaalde spelers tijdens internationale kampioenschappen hun ervaring gebruiken om het nationale team van Ivoorkust te versterken. 

Daniele Canepa, een expert op het gebied van voetbalhandel en auteur van het boek ‘In welke mate? Internationale Handel in Jonge Atleten,’ voegt toe dat mensen die denken dat het mensenhandelprobleem begint en eindigt bij nepscouts, net zo kortzichtig zijn als mensen die drugsdealers de volledige schuld geven van drugsverslaving.

‘Het is een systemisch probleem,’ benadrukt Canepa. ‘De onderliggende vraag is hoe de mens wordt beschouwd als sportman. Aan de ene kant hebben we de neiging om atleten als machines te zien die moeten presteren. Aan de andere kant is er de commodificatie van de speler, die in deze sector meer wordt geaccepteerd dan in andere sectoren, waar het gegarandeerd verontwaardiging zou veroorzaken.’

‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien’

De website van de Fédération Internationale des Associations de Footballeurs Professionnels (FIFPRO) heeft een sectie gewijd aan — en voert regelmatig bewustwordingscampagnes over — voetbalhandel.

‘Toch doen we niet genoeg,’ zegt Bright, de voorzitter van Mission 89. ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien. Op dit moment is ons grootste project dan ook het pleiten voor de erkenning van de misdaad van sporthandel en het doorvoeren van beleid op Europees niveau. Echte politieke wilskracht is nodig, niet alleen verklaringen.’

Simon Adingra is niet het enige Ivoriaanse slachtoffer van mensenhandel die het uiteindelijk toch tot profvoetballer wist te schoppen. In 2017 werden de toenmalige tieners Amad Diallo en Hamed Junior Traore, inmiddels middenvelders van Manchester United en Napoli, door een groep mensen die zich als familieleden voordeden naar Italië gesmokkeld. Toen de Italiaanse overheid hier enkele jaren later achter kwam, kregen beide voetballers $52.000 boete voor het vervalsen van reisdocumenten.

Over hun ‘familie’ wilden Diallo en Junior Traore lange tijd niet praten, wat best logisch is. ‘In sommige gevallen beschouwen de slachtoffers de schimmige figuren die hen hebben opgelicht toch als een soort verlosser, omdat ze hen per slot van rekening naar Europa brachten,’ zegt Canepa. ‘En zodra spelers zich realiseren dat ze zijn verhandeld, waarom zouden ze aan de politie bekennen hoe ze het land zijn binnengekomen?’

In afwachting op een kans

In tegenstelling tot velen wil Armel Djaoum, 27, wel over zijn ervaring praten. ‘Ik denk dat God me deze ervaring heeft laten beleven zodat ik er getuige van kon zijn en heb daar dan ook beslist geen spijt van,’ zegt hij terwijl hij over een voetbalveld in Gravier, Songon loopt: een klein stuk grond met zandbodem gelegen tussen een bananenboomgaard en een bescheiden herberg waar een paar oude mannen kletsen en cola drinken. De doelen zijn gemaakt van roestige, met stukken net aan elkaar gebonden ijzeren buizen. Ongeknipt gras definieert de grenzen van het speelveld. 

‘Op dit veld scoorde ik mijn eerste goal. Het was mijn hele wereld.’

Djaoum vertelt dat hij op 19-jarige leeftijd werd benaderd door een Kameroense scout die spelers uit West-Afrikaanse landen rekruteerde en hen naar Marokko stuurde voor proefperiodes bij een club in de derde divisie. Djaoum betaalde de man $2.100, maar de training vond nooit plaats. Zonder geld om naar huis te komen, en nog altijd in afwachting op een kans om te kunnen spelen, bleef Djaoum illegaal in Marokko voor een paar jaar totdat zijn vader, die hem financieel had ondersteund, ziek werd. Djaoum deed een beroep op de Internationale Organisatie voor Migratie voor vrijwillige repatriëring, zodat hij aan zijn vaders zij kon staan voor hij stierf.

Niet iedereen was even blij met Djaoums terugkomst. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde,’ herinnert hij zich terwijl hij in het bankstelsel van zijn spartaans ingerichte woning zakt. ‘Ze namen me niet langer serieus. Toen ik weer ging trainen, maakten ze zelfs grapjes. Dat deed me pijn: ze wisten niet wat ik had meegemaakt.’

‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen’

Schaamte en angst voor vergelding achtervolgen de slachtoffers van mensenhandel en dragen volgens Bright mogelijk bij aan ondergerapporteerde gevallen. Zo had Serge, die niet één maar twee keer slachtoffer werd van mensenhandel, zijn verhaal tot nu toe nooit eerder publiekelijk gedeeld.

Het tweede misdrijf gebeurde toen hij 16 was en voor een amateurclub speelde in Noord-Abidjan. Af en toe verscheen er een Italiaanse man op het trainingsveld, die ballen, shirts en andere voetbalspullen met zich meebracht. Niemand wist wie hij was of waar hij vandaan kwam, tot hij Serge en zijn teamgenoten een voorstel deed om in Italië een proefwedstrijd te spelen in het bijzijn van recruiters. De kosten waren astronomisch, bijna $5.000 per persoon, maar de families van de spelers waren door het dolle en gingen snel op zoek naar financiering. Serge’s moeder vroeg verschillende familieleden om leningen, maar kon het gevraagde bedrag niet bij elkaar krijgen. Gelukkig had de Italiaan nóg een aanbod: een wedstrijd in Ghana voor een lagere prijs.

Serge ging naar Ghana, maar de wedstrijden bleken niets meer dan vriendschappelijke wedstrijden tegen lokale teams te zijn. Ook waren er geen scouts aanwezig om de spelers te observeren. Serge’s familie slaagde er nooit in om hem naar Italië te sturen, en dus keerde hij wederom met lege handen terug.

‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen,’ zegt Serge terwijl zijn ogen afdwalen naar twee teams van jonge jongens die strijden op een modderig veld in Yopougon waar soms scouts komen kijken.

Zittend in een café legt hij uit dat zijn moeder hem vroeger naar training bracht voor ze naar haar werk ging en hem na afloop weer ophaalde, waarbij ze veel van haar geringe salaris aan vervoer uitgaf. ‘Voor ze overleed, zei ze dat ik naar Ghana moest gaan om vervolgens naar een ander land met betere kansen te reizen. Helaas kon ik haar droom niet waarmaken.’

Steun

De mensenhandel heeft een zware tol geëist, zowel financieel als emotioneel. En niet alleen van Serge, maar ook van zijn familie. Toen hij zijn eigen gezin startte, besloot hij met voetbal te stoppen en ging hij op zoek naar een veiligere, betrouwbaardere manier om zijn kinderen te ondersteunen.  

Na zijn ontberingen in de Filippijnen keerde ook Kouassi met lege handen terug naar huis. Tot zijn verbazing werd hij echter niet belachelijk gemaakt, maar verwelkomd. De onafgebroken steun van zijn familie gaf hem de kracht zijn droom om professioneel voetballer te worden na te streven. Ondanks zijn jonge leeftijd gaat Kouassi zelden op stap en volgt hij een gezonde levensstijl. Hij is onlangs lid geworden van Yopougon F.C., een derde divisieclub waar hij speelt voor een kleine beurs die zelfs het vervoer naar training en wedstrijden niet dekt. Maar de intentie om op te geven, heeft hij niet. Zijn doel is en blijft Europa te bereiken.

‘Elke dag probeer ik mezelf op te vrolijken,’ zegt hij terwijl hij zich voorbereidt om te gaan hardlopen. Hij pakt zijn voetbalschoenen en wijst naar een op een rommelige plank geplaatste trofee die hij won toen hij een tiener was. Hij benadrukt dat, zolang zijn lichaam functioneert, hij op het veld zal staan.

‘Cristiano Ronaldo is 39 jaar oud en blijft ook spelen. Waarom zou ik hetzelfde niet kunnen doen? Ik wil blijven spelen totdat ik me zwak voel, totdat ik de bal niet meer kan schieten.’

Recent verschenen