ze heten garajniki

In hun garages vind je geen auto’s maar alles wat met de term ‘economische activiteit’ aangeduid kan worden, van grafzerken tot vis- en vleesrokerijen.

Garages doen over het algemeen dienst als reparatiewerkplaats of als wasstraat. Of er wordt in oud metaal gehandeld of in andere recyclebare materialen. Maar dat is lang niet alles. Sommige zijn omgetoverd tot stallen – waar varkens of paarden gefokt worden – in dierenklinieken of in crèches voor huisdieren. In weer andere zit een timmeratelier of bonthandel.

Messen slijpen

Soms verbergen er zich heuse fabriekjes in: van meubels, van schoenen en kleding, van PVC-deuren en – ramen en van allerlei andere constructiematerialen. Bij garajniki kun je je messen laten slijpen, maar ook een tractor laten bouwen. Er bestaan garagekantoren, garagewinkels en garagecafés. Ook de dienstensector is van de partij: er zitten kapperszaken, sauna’s en stomerijen in…. Hetzelfde geldt voor de levensmiddelensector, met bakkerijen, vis- en vleesrokerijen. De garajniki voldoen werkelijk aan alle behoeften van de consument. De een verkoopt grafstenen en -zerken, de ander organiseert uiterst populaire escapegames.

‘In sommige garages wordt zelfs micro-elektronica gemaakt, al is een technologische doorbraak niet snel te verwachten. Hier huizen geen Russische Steve Jobs: de garajniki zijn in de eerste plaats bezig genoeg geld te verdienen om hun gezin te eten te geven en hun kinderen groot te brengen,’ zegt Aleksandr Pavlov, die een onderzoek naar de garage-economie publiceerde bij de sociaalwetenschappelijke uitgeverij Khamovniki. Dit belangrijke veldonderzoek analyseert het fenomeen aan de hand van zestig plaatsen in negen regio’s: Mordovië, Tatarstan, Krasnodar, Perm, Oeljanovsk, Penza, Saratov, Samara en Nizjni Novgorod. Er werden bijna 130.000 garajniki en ruim 17.000 verschillende soorten activiteiten voor bekeken.

Een garagewinkel in Moskou. – © Aleksandr Utkin / Hollandse Hoogte
Een garagewinkel in Moskou. – © Aleksandr Utkin / Hollandse Hoogte

Maar hoe functioneert deze economie nu eigenlijk precies? Op zich is de regelgeving rondom privégarages in Rusland vrij streng: er gaan vier wetsartikelen over, nog afgezien van een woud aan lokale verordeningen. Maar in de praktijk blijken deze nauwelijks te worden gehandhaafd, zodat de corporaties die garages bouwen deze precies kunnen inrichten zoals het hun goeddunkt.

Veel van deze bedrijfjes zitten dan ook in sterk verbouwde garages. Sommige hebben drie verdiepingen, andere een zolder of kelder, er bestaan garageappartementen en zelfs garageflatgebouwen. In Kazan bouwde een bestaande coöperatie bijvoorbeeld zes garageboxen om tot meubelfabriek.

De aansluiting op het elektriciteitsnet is doorgaans het grootste probleem. De garajniki bedingen bulkprijzen bij elektriciteitsbedrijven, betrekken elektriciteit van tussenpersonen of tappen het simpelweg illegaal af. En dit is nog lang niet hun grootste zonde: in hun garages verbergen ze gestolen auto’s, verpakken ze smokkelwaar en verkopen die door, of hebben ze wietplantages.

De sector hoort bij de schaduweconomie hoort: zelfs de meest respectabele garajniki betalen geen belasting

Het onderzoek van Pavlov en zijn collega’s kijkt niet expliciet naar zulke criminele activiteiten, maar toont wel duidelijk aan dat de sector bij de schaduweconomie hoort: zelfs de meest respectabele garajniki betalen geen belasting. Veel van hen zijn voormalig ondernemers, sommigen hebben zelfs nog steeds de status van ondernemer, al ligt hun bedrijf officieel stil. Anderen nemen onbetaald verlof om bij hun vroegere werkgever verzekerd te kunnen blijven.

De verdiensten van de garages zijn wisselend: op sommige dagen zijn er volop klanten, op andere blijft het doodstil. Veel activiteiten, zoals het verwisselen van banden, zijn seizoensgebonden. Maar degenen die via mond-op-mondreclame een stabiele klantenkring hebben weten op te bouwen, zijn non-stop in hun garage te vinden. De klanten zijn altijd een belangrijke factor. Coöperaties van garages die auto’s repareren gaan graag dicht bij een uitvalsbasis van de wegenpolitie zitten. In Naberezjnye Tsjelny fabriceren garages mechanische onderdelen voor de lokale Kamaz-fabriek. In het zuiden van Rusland (Anapa, Sotsji, Novorossiejsk) zitten in de garages toeristenpensions. Ook in Moskou en in Chanty-Mansiejsk zijn veel garages omgetoverd tot pension. Volgens coauteur van het onderzoek Seleev kan de prijs van een privégaragepaleis oplopen tot 2,5 miljoen roebel (33.300 euro).

Onafhankelijkheid

De garajniki zijn meestal mannen. De zeldzame vrouwen hebben doorgaans een ondergeschikte functie, zoals die van naaister of verkoopster. Garajniki zijn over het algemeen tussen de dertig en vijfenvijftig jaar oud. Het merendeel van hen werkt in familieverband: een vader met zijn zoon of een schoonvader met schoonzoon. Kinderen worden ter plekke opgeleid en ontvangen in de meeste gevallen gewoon salaris.

De garajniki zijn hun bedrijfje lang niet altijd puur uit noodzaak begonnen. Ze houden van onafhankelijkheid en willen er graag op eigen houtje komen. In de garage-economie wordt noodzakelijkerwijs veel geïmproviseerd, omdat de apparatuur vaak te wensen overlaat. Zo ontstaan nieuwe technieken: kogellagers worden met plasticine en een bout uit elkaar gehaald, een carrosserie wordt rechtgebogen met een stuk touw aan een paal…

De garajniki doen alles zelf of anders schakelen ze hun netwerk in; van de staat verwachten ze niets. Uiteraard weten de lokale autoriteiten heel goed wat er gaande is. ‘De autoriteiten laten de garajniki met rust en vragen alleen een bijdrage, bijvoorbeeld voor woningbouw of de aanschaf van materieel,’ vertelt Alexandr Pavlov. ‘Echte problemen ontstaan pas als sommige van deze kleine ondernemers rijk worden. Dan moeten ze algauw tien procent van hun inkomsten afstaan, worden ze gedwongen om hun onderneming te regulariseren of zien ze hem zelfs gewoon afgepakt worden.’

Toch zijn er maar zelden openlijke conflicten. In de meeste situaties weet een directeur van een garagecoöperatief een compromis te vinden. Dat geldt ook voor interne onenigheid. In een coöperatie in Togliatti moeten wanbetalers verplicht naar een slechtere locatie verhuizen; in Kazan wordt hun garagedeur dichtgelast. ‘Garajniki hebben hun eigen levensregels, of liever gezegd, overlevingsregels…’ aldus Pavlov.

Auteurs: Kirill Joerenkov en Maria Portniaguina
Vertaler: Valentijn van Dijck

Ogonjok
Rusland | weekblad | oplage 67.000

‘Kleine vlam’, opgericht op 21 december 1899, is een van de oudste weekbladen van Rusland. Tijdens Gorbatsjovs perestrojka weerspiegelde het blad het literaire en artistieke leven in de Sovjet-Unie en voerde hoofdredacteur Vitaly Korotich een pro-Amerikaans en prokapitalistisch beleid. Over deze hoogtijdagen werd een boek samengesteld, met een selectie van brieven aan de krant die een beeld geven van de mondige Sovjetsamenleving in de jaren na 1985, ingeleid door Korotich zelf (Letters From the Soviet People to Ogonyok Magazine 1987-1990). Vanaf de vroege jaren negentig nam de populariteit van Ogonjok af en beleefde het blad moeilijker tijden, maar na enkele doorstarts staat het weer op de kaart als luxueus tijdschrift. Het brengt vooral lange portretten van schrijvers, sporters, acteurs en politici, mooie reisrapportages en achtergrondartikelen over sociale kwesties, altijd voorzien van opmerkelijke fotografie. Sinds 2009 wordt het uitgegeven door Kommersant Publishing Group, dat ook de wat zakelijkere Kommersant onder zijn hoede heeft. Op de honderdtiende verjaardag van Ogonjok ontving de redactie een felicitatietelegram van Vladimir Poetin himself.


Deel dit artikel


Recent verschenen