2 jurken zijn niet alleen voor meisjes


Wil de samenleving een weg vinden naar een post-#MeToo-toekomst, dan 
moeten we zorgen voor een cultuur waarin empathie, communicatie, zorgzaamheid en samenwerking genderneutraal zijn. Een cultuur waarin er nooit meer een punt van wordt gemaakt als een jongentje liever een jurk aantrekt.

Achteraf gezien was onze zoon zich al een tijdje bezig voor te bereiden om in een jurk naar school te gaan. In het weekend en na schooltijd liep hij al maandenlang in een jurk rond 
of in zijn paars-met-groene zeemeerminnenpakje. Daarna ging hij ook slapen met in plaats van een pyjama een jurkje aan, dat hij dan na het ontbijt weer uitdeed. Uiteindelijk keek hij me op een ochtend aan toen ik hem een schone broek en T-shirt bracht en zei: ‘Ik ben al aangekleed.’

Hij zat op de bank in een grijs katoenen zomerjurkje waarop eenhoorns met grote ogen en regenboogkleurige manen stonden. Hij had erin geslapen en 
ik stel me voor dat hij in zijn dromen op een podium had gestaan en inspirerende toespraken had gehouden voor een publiek dat alleen uit hemzelf bestond. Toen hij wakker was geworden, was hij zover.

Hij liep het stukje over straat naar school met verende tred, zijn borst trots vooruit. ‘Mijn vrienden zullen wel zeggen dat jongens geen jurk horen te dragen,’ zei hij achteloos over zijn schouder tegen me. ‘Misschien wel,’ stemde ik in. ‘Dan zeg je maar gewoon dat jij je lekker voelt zo, en dat is het enige wat telt.’

Toen hij zijn klas binnenging, was er natuurlijk een kind dat onmiddellijk riep: ‘Waarom heb je een jurk aan? Jurken zijn voor meisjes.’ Een leerkracht snoerde het kind snel en vriendelijk de mond en gaf mijn zoon een stevige knuffel. Hij zag er niet onzeker uit, keek niet om naar mij, dus ging ik de klas uit en propte voor de zekerheid een T-shirt in zijn kastje, voor het geval zijn zelfvertrouwen het liet afweten.

© Getty
© Getty

Hiermee was het hek van de dam. Sindsdien trekt hij bijna elke dag een jurk uit zijn kleine garderobe aan, al draagt hij ook graag een lichtblauwe guayabera– het klassieke overhemd van mannen en jongens in Cuba en de Filippijnen. Sommige klasgenoten 
bleven wel zeggen dat ze het raar vonden, maar minder vaak en minder overtuigd. Toen mijn man hem op een keer naar school bracht, hoorde hij een meisje in het geweer komen tegen iemand die er negatief over deed: ‘Jongens mogen ook van mooie dingen houden, hoor!’

Maar dat mogen ze niet. Niet zonder dat iemand afkeurend kijkt. Als je iets vrouwelijks omarmt, 
terwijl je niet biologisch vrouwelijk bent, zorg je voor ongemak en verwarring, want vrijwel vanaf het begin der tijden en bijna overal ter wereld, is het altijd een nadeel geweest om vrouw te zijn. Wat heeft een jongen die geboren is met alle voordelen van het man-zijn, buiten zijn bevoorrechte wereld te zoeken? Dat klopt gewoon niet.

Hoe hard het feminisme ook heeft gestreefd naar 
een evenwichtiger verdeling van macht en privileges tussen de seksen, de manier die meestal wordt gehanteerd om jonge vrouwen op posities te krijgen waar ze meer respect, een hogere status en een beter salaris kunnen verwachten, houdt nog steeds de associaties in stand tussen die verworvenheden en mannelijke eigenschappen. Jonge vrouwen worden getraind in assertiviteit, kracht en moed – eigenschappen die ze nodig hebben in een wereld die nog steeds voor het leeuwendeel gericht is op mannen.

Maar terwijl de maatschappij meisjes zo stapje voor stapje meer toegang geeft tot de mogelijkheden van het leven, krijgen jongens geen volledig palet aan mogelijkheden om in de wereld te staan aangeboden. Voor het uitbeitelen van een mannelijke identiteit wordt alles wat buiten de normen van het jongen-zijn valt, weggehakt. Op jonge leeftijd gaat het 
over uiterlijke kenmerken, zoals lievelingskleuren, tv-programma’s en kleren. Maar later hakt de beitel intieme vriendschappen weg, emotioneel bereik en open 
communicatie.

Er zijn onderzoeken die een verband leggen tussen dit weghakproces en 
het feit dat sommige jongens in de puberteit depressie, angst en gevoelens van isolement ontwikkelen. In haar documentaire The Mask You Live In uit 2014 laat filmmaakster Jennifer Siebel Newsom tientallen tienerjongens 
vertellen hoe ze vanuit een kindertijd vol vriendschappen terechtkwamen in tienerjaren die werden bepaald door stoer doen en de druk om hun mannelijkheid te bewijzen. Sommige van deze jongens geven toe dat ze zelfmoord-gedachten koesteren, ook al tonen ze een harde buitenkant. In de film komen flitsen voorbij van de bekendste massaschietpartijen uit die tijd – Virginia Tech, Aurora, Sandy Hook – allemaal begaan door een jonge man.

‘Zou het fijn zijn als er een boek was met een jongen in een jurk die geen problemen kreeg? Ja. Zijn we al zover? Volgens mij niet’

Er zijn zo weinig positieve voorbeelden van een ‘echte man’ dat wanneer de jongste generaties tekenen vertonen dat ze masculiniteit een andere vorm willen geven, het enige woord dat voor hen bestaat ‘niet-conformerend’ is. 
Die term benadrukt dat niemand weet hoe je deze variaties op mannelijkheid moet noemen. In plaats van in te zien dat kinderen zich kunnen verzetten tegen de traditionele opvatting van masculiniteit of die binnen de grenzen van het jongen-zijn willen onderzoeken, neemt men aan dat ze in een 
fase zitten, dat ze een leidende hand nodig hebben of dat ze geen jongen willen zijn.

Volgens socioloog Elizabeth Sweet van San Jose State University, die onderzoek doet naar gender en kinderspeelgoed 
in de twintigste eeuw, is het gender-onderscheid op het gebied van consumentencultuur in Amerika nu sterker dan ooit tevoren. In theorie is er misschien meer besef dat gender een spectrum beslaat, maar voor jonge kinderen (en hun ouders) hebben consumentenproducten een grote invloed op genderontwikkeling en -voorstelling.

‘Speelgoedmakers denken: we kunnen aan elk gezin één stuk speelgoed 
verkopen, maar als we voor elke sekse een eigen versie maken, kunnen we datzelfde gezin meer speelgoed verkopen,’ zegt Sweet. Hetzelfde geldt voor kleding, babyspullen, schoolspullen, zelfs voor snoep. En ouders gaan de wereld van hun kinderen al naar geslacht inrichten voordat die kinderen zelfs maar geboren zijn, soms te beginnen met een gender reveal party, een soort nieuwe versie van de babyshower, waarin aanstaande ouders het geslacht 
van hun baby in het bijzijn van familie en vrienden onthullen (en soms zelf ook uitvinden) via een 
dramatische vertoning die draait om kleuren.

Er zijn zo veel dingen die ouders niet kunnen weten voordat een baby is geboren – welke kleur haar of ogen het kind krijgt, of het veel last van krampjes zal hebben of juist rustig zal doorslapen, of het gezond of ziek is. Maar de anatomie van hun kind kunnen ze wel te weten komen en met die informatie valt een heel lijstje op te stellen vol dingen die ze kunnen doen om de onrust van al dat niet-weten te sussen: een kinderkamer schilderen, rompertjes kopen, een naam kiezen. De sekse van een baby vormt een 
startpunt op een culturele routekaart waarmee de familie en de samenleving het kind de weg wijzen naar wie het is en wie het niet is.

Gendercreatief

‘De meeste non-conformerende volwassen mannen zeggen dat hun eerste kwelgeest hun vader was,’ 
vertelt Matt Duron, wiens vrouw Lori Duron het boek Raising My Rainbow schreef over hun gendercreatieve zoon. Matt werkte twintig jaar als politieman in Orange County, Californië, en heeft zijn zoon altijd openlijk gesteund, al kreeg hij daarvoor in hun conservatieve omgeving wel stevige kritiek te verduren. De zoon van de Durons is nu 11 jaar en heeft de jurken al jaren geleden opgegeven, maar gebruikt nog steeds graag make-up en heeft lang haar. Er bestaan nu redelijk wat kinderboeken met in de hoofdrol een jongen die graag een jurk draagt, maar deze verhalen verlopen meestal volgens een vaste formule: jongen draagt jurk in het bijzijn van zijn vrienden, jongen wordt uitgelachen en gepest; jongen wordt bang en komt het huis niet meer uit; dan, op het laatst, keert jongen terug naar vriendengroep, ze zien zijn waarde en hij mag er weer bij-horen (meestal na één laatste poging om hem te 
veranderen door hem vreselijk voor schut te zetten). Elke keer als ik zo’n boek aan mijn zoon voorlees, merk ik dat ik de neiging heb om het verhaal te 
veranderen of de stukken over te slaan waarin wordt gedaan alsof afwijzing en lijden onvermijdelijk zijn.

‘Maar kleine kinderen leven in de echte wereld,’ betoogt Ian Hoffman als ik mijn twijfels uit over deze weergave. Hoffman heeft samen met zijn vrouw Sarah het kinderboek Jacob’s New Dress geschreven. ‘Zou het fijn zijn als er een boek was met een jongen in een jurk die geen problemen kreeg? Ja. Zijn we al zover? Volgens mij niet,’ zegt Hoffman. Hij vertelt 
dat toen het boek in 2014 verscheen, Sarah en hij droomden dat het op een dag raar zou lijken dat er zo’n punt werd gemaakt van een jongen in een jurk. Toen, nog maar een jaar geleden, werd hun boek op een keten van openbare scholen in North Carolina 
in de ban gedaan; het werd verwijderd uit een les-programma voor jongerejaars over pesten en intimidatie. ‘De oorspronkelijke keuze van boeken die gericht zijn op het waarderen van uniciteit en 
verschil is vervangen, omdat er zorgen waren over dat boek,’ zei de inspecteur die verantwoordelijk is voor deze grote keten van Charlotte-Mecklenburgscholen tegen The New York Times. Stel je eens voor 
dat het boek was gegaan over een meisje dat zich 
als brandweerman kleedde, dan zou zo’n extreme maatregel waarschijnlijk niet zijn genomen.

Er is een woord voor wat hier aan de hand is: 
misogynie. Wanneer onderwijsinspecties en ouders aan kinderen de boodschap overbrengen dat 
‘jongensachtige’ meisjes stoer zijn, maar ‘meisjesachtige’ jongens gênant, vertellen ze kinderen dat de maatschappij masculiniteit waardeert en beloont, maar feminiteit niet. Zo ontnemen ze niet alleen individuele jongens de mogelijkheid om 
zich vrijelijk uit te drukken, maar houden ze ook vrouwen eronder.

© Getty
© Getty

Het is scheef om alleen naar gendergelijkheid te 
streven via het empoweren van meisjes. Wil de samenleving een weg vinden naar een post-#MeToo-toekomst, dan moeten ouders, leerkrachten en vooraanstaande figuren in de gemeenschap zorgen voor een cultuur waarin het jongen-zijn ook empathie, communicatie, zorgzaamheid en samenwerking inhoudt. Maar hoe? Kan er een plek of een organisatie voor jongens bestaan waar zij worden aangemoedigd om vraagtekens te plaatsen bij wat er sociaal, emotioneel en fysiek van hen wordt verwacht? 
Hoe zouden de activiteiten er dan uitzien? Bij het 
stimuleren van meisjes horen woorden als ‘dapper’ en ‘sterk’, wat kunnen de woorden voor deze jongens dan zijn, anders dan ‘laf’ en ‘zwak’?

Onze zoon gaat dit najaar voor het eerst naar de kleuterschool en daar hoort een schooluniform bij. Dat betekent voor alle kinderen een lichtblauw 
overhemd, en daarbij een marineblauwe broek, of een truitje en rok. Op dit moment is er kennelijk niet één jongen op de school die voor het truitje en de rok heeft gekozen en het is afwachten of onze zoon vast zal houden aan zijn voorliefde voor jurken wanneer de tweedeling in kleding zichtbaarder wordt – en de jurken saaier.

Wat hij ook besluit, wij vinden het prima. Ik hoop alleen maar dat als hij ervoor kiest om geen jurken meer te dragen, het niet komt door het idee dat er voor hem geen ruimte meer is om zichzelf ten volle uit te drukken. Wat ik voor hem, en voor alle jongens, wil is dat het proces van het man-worden méér mogelijkheden biedt, niet minder. Ik weet dat ik niet de enige ben. Meer dan een eeuw geleden, in het oktobernummer uit 1902 van het Londense Cornhill Magazine, stond een stuk van schrijver en dichter 
May Byron onder de titel ‘The Little Boy’, waarin 
ze onder andere beschreef hoe de manier waarop jongens zich kleedden zich door hun kindertijd heen ontwikkelde. Zij schreef dit, net als ik nu, toe aan een enigszins treurig einde van de rijkste relatie die een jongen met zichzelf heeft:
‘Met petticoat of kilt, in matrozenpakjes en linnen kieltjes, en fluwelen jasjes en miniatuur-joppertjes, marcheert hij blind naar zijn bestemming,’ schreef Byron. ‘Binnenkort zal hij zijn lieve hoofdje stoten tegen die lege muur van vaststaande oordelen die sprookjesland scheidt van een alledaagse wereld.’

Auteur: Sarah Rich

The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | 462.000

Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw 
opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Nu een alom gerespecteerd literair en cultureel magazine met een mild politiek 
wereldbeeld. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.


Deel dit artikel


Recent verschenen