Wat betekent het om in ‘the greatest nation on earth’ te wonen als alle grote toonaangevende bedrijven in handen zijn van buitenlandse – vooral Chinese – ondernemingen?
Nostalgische gevoelens kunnen een krachtige en bedwelmende uitwerking hebben. Wanneer men door een roze bril naar het verleden kijkt, kunnen er onwerkelijke werelden opgeroepen worden, waarbij alleen de allerbeste momenten in beeld komen en de slechtste en meer alledaagse aspecten uit het zicht blijven. Teruggrijpen op een vroegere ‘gouden eeuw’ brengt vaak aangename herinneringen aan zogenaamd betere tijden naar boven, maar het is een procedé dat misleidend kan zijn en verkeerd kan uitpakken. De huidige wereld is namelijk in bijna alle opzichten beter dan de ‘wereld van gisteren’.
Een kind dat nu geboren wordt, heeft statistisch gezien niet alleen meer kans langer te leven dan zijn ouders maar ook langer dan elk van zijn voorouders. Er zijn nu meer opgroeiende kinderen die kunnen lezen en schrijven dan ooit eerder het geval is geweest – zowel in absolute aantallen (doordat de wereldbevolking nog nooit zo omvangrijk is geweest) als in percentages. Schoon (drink)water, medische zorg, betaalbaar en snel vervoer, energie- en communicatienetwerken zijn niet alleen in hoge mate beschikbaar, maar worden ook nog steeds toegankelijker. Er is veel waarover men zich, met het oog op de toekomst, kan verheugen.
Toekomsttwijfels
Dat maakt het er overigens niet eenvoudiger op je aan veranderingen aan te passen. Het is niet altijd gemakkelijk optimistisch te blijven wanneer je je in de verkeerde periode op de verkeerde plek lijkt te bevinden. Dat is het geval in de Verenigde Staten, waar de opkomst van China kennelijk niet alleen aanleiding geeft tot systeemgebonden twijfels ten aanzien van Amerika’s toekomst, maar ook een schaduw over het land werpt, waardoor begrijpelijk wordt dat men terugverlangt naar de zogenaamde gouden tijden van de twintigste eeuw.
Het is moeilijk wennen aan het feit dat het ene na het andere concern wordt verkocht, van hotels tot vliegtuigmaatschappijen, van biotech-bedrijven tot de General Electrics witgoeddivisie – ooit een parel in de kroon van GE, dat zelf ook een ‘instituut’ binnen het Amerikaanse bedrijfsleven is.
Dat bekende merken in handen vallen van kopers van buitenaf, doet het ‘systeem’ op zijn grondvesten schudden, vooral wanneer die kopers – afkomstig van plekken in de wereld waarover maar weinig bekend was en waaraan niet veel aandacht was besteed – zich maar zelden hadden beziggehouden met toekomstverwachtingen. Dat geldt niet alleen voor de Verenigde Staten, maar ook voor Europa, waar een aantal zeer tot de verbeelding sprekende bedrijven en merknamen – van Volvo tot de taxi’s in Londen, van Warner Music tot bouwgigant Strabag – in handen van buitenlanders is die voornamelijk afkomstig zijn uit de landen aan de zijderoutes.

Een mooi voorbeeld van die nieuwe en vaak vreemde wereld wordt gevormd door de verkoop van het meerderheidsbelang in de firma die in Italië het Carrara-marmer delft dat onder andere gebruikt werd in het Pantheon in Rome, de Duomo in Siena, de Marble Arch in Londen en het Vredesmonument op het terrein van het Capitool in Washington. De voornaamste aandeelhouder is de familie Bin Laden – wat vervolgens weer inhoudt dat het marmer dat in de Freedom Tower in New York City werd verwerkt, afkomstig is uit marmergroeven die nu in het bezit zijn van de familie van de man die het brein was achter de vernietiging van de Twin Towers die eerder op dezelfde plek stonden.
Dat soort acquisities heeft geleid tot een hoop gewetensonderzoek en tot een beroep op de overheid om dergelijke verkooptransacties tegen te houden. Een typerend voorbeeld hiervan is te vinden in een artikel dat verscheen in het invloedrijke Industry Week, een van de oudste zakenbladen in de Verenigde Staten. De beginzin van een artikel getiteld ‘Moeten we toestaan dat de Chinezen maar elk bedrijf opkopen?’ luidt: ‘Alsof er niets aan de hand is negeren wij Amerikanen de gevolgen op de lange termijn die ontstaan doordat we buitenlandse ondernemingen de meest waardevolle onderdelen van ons land maar laten opkopen – in de vorm van bedrijven, land en hulpbronnen. We verkopen ons vermogen om zelf voor welvaart te zorgen door toe te staan dat veel Amerikaanse ondernemingen worden opgekocht door buitenlandse ondernermingen.’
‘Prostitueren’
Sommigen gaan nog een stap verder. ‘Een hoop Amerikanen begrijpen niet wat er in China aan de hand is en hoe goed hun tech-bedrijven zijn geworden,’ zei senator Mark Warner, lid van de Inlichtingencommissie van de Senaat. Dat Chinese hi-tech-bedrijven in de hele wereld concurrerend zijn, is al beroerd genoeg.
Maar wat in de ogen van Warner echt onvergeeflijk was, was het feit dat Amerikaanse bedrijven ‘zich zo hebben verlaagd dat ze de Chinese markt zijn opgegaan’. In feite, zei hij, waren Amerikaanse ondernemingen zelfs zo ver gegaan dat ze ‘zich prostitueerden’. Zoals vervolgens bleek, ging het daarbij ook om Facebook, dat met het oog op gegevensuitwisseling met ten minste vier grote Chinese elektronicafirma’s – die alle nauwe banden met de regering in Beijing onderhielden – samenwerkingsovereenkomsten had gesloten.
Het feit dat dit niet boven water kwam tijdens geruchtmakende hoorzittingen in Washington, zegt veel over de stappen die bedrijven bereid zijn te zetten zodra ze kansen ruiken – zoals bleek uit een pittige verklaring van de uit beide politieke partijen bestaande Commissie Energie en Handel van het Huis van Afgevaardigden. Die werd opgesteld voordat duidelijk werd dat Facebook gebruikersgegevens had gedeeld met vier ondernemingen – Huawei, Lenovo, Oppo en TCL – die door de Amerikaanse inlichtingendiensten waren aangemerkt als ‘een bedreiging voor de nationale veiligheid’.
Meedogenloos winstbejag blijkt ook uit de beslissing van Google om een zoekmachine – codenaam Libel – te bouwen die websites en zoekopdrachten blokkeert waarin informatie staat over mensenrechten, religieuze onderwerpen en andere bij de Chinese autoriteiten gevoelig liggende onderwerpen; daardoor zou het bedrijf toegang krijgen tot een enorme markt. Het heeft overigens tot nogal wat gewetensonderzoek bij Google zelf geleid, wat misschien niet zo verrassend is, aangezien het bedrijf als gedragscode het motto ‘wees niet slecht’ hanteerde. Het laten vallen van die slogan aan het begin van de zomer van 2018 zegt niet alleen veel over de tijdgeest, maar geeft ook aan dat de realiteit gebiedt dat aan de belangen van de aandeelhouders prioriteit wordt verleend boven die van anderen.
Handelsoorlog
Het op tal van manieren demoniseren van China speelde een belangrijke rol in de campagne van de presidentsverkiezingen. De Chinezen ‘willen je de nek omdraaien; ze willen je in mootjes hakken’, zei Donald Trump in een interview. De Chinezen ‘voeren een economische oorlog tegen ons’, zei hij in een speech op Staten Island in april 2016. ‘Ze zetten ons overal af,’ vervolgde hij. De Chinezen ‘maken op een ongelooflijke manier misbruik van ons’, zei hij en hij sloot af met de bewering dat ‘wat China ons heeft aangedaan de grootste diefstal uit de geschiedenis is – ooit door iemand of enig land begaan’.
Daarmee ging hij nog een stap verder dan de zes maanden daarvoor gedane beweringen, waarin hij had gesteld dat ‘het geld [dat China] in de Verenigde Staten had ontvreemd de grootste diefstal uit de geschiedenis van ons land [is]’. Dergelijke uitspraken doen het echter wel goed bij de harde kern van zijn electoraat: de econoom Branko Milanovic merkte op dat ‘de grote winnaars’ van de herverdeling van de welvaart in de wereld ‘de arme groepen en middenklassen in Azië zijn geweest; de grote verliezers waren de lagere middenklassen van de rijke wereld’. Uitleggen waarom het zwaartepunt in de wereld verschuift – met de belofte daar iets aan te doen – levert stemmen op.
Gelet op Trumps retoriek – en ook op benoemingen op belangrijke regeringsposten, zoals die van Peter Navarro (wiens opvattingen al zijn af te lezen aan de titels van recent verschenen boeken van zijn hand: Death by China en The Coming China Wars) – was het enige verrassende nog dat het lang heeft geduurd voordat er een hele reeks invoertarieven op Chinese goederen werd aangekondigd, waaronder die op staal en aluminium. Een – gedeeltelijke – verklaring voor het uitstel was de bezorgdheid ten aanzien van het Noord-Koreaanse raket- en kernprogramma en verder de noodzaak Beijing niet tegen de haren in te strijken nu er druk werd uitgeoefend om Kim Jong-un aan de onderhandelingstafel te krijgen.
Dit was een van de redenen waarom president Trump erop stond dat alle verwijzingen naar China werden verwijderd uit een speech waarin hij een jaar durend onderzoek naar schendingen van intellectueel eigendom aankondigde – ondanks het feit dat zijn adviseurs hadden bevestigd dat China het voornaamste doelwit van het onderzoek zou zijn. ‘We gaan hun hulp nodig hebben voor Noord-Korea,’ legde hij ze uit.
Importheffingen
Hoe dan ook, er was sinds zijn benoeming tot president al meer dan een jaar verstreken toen Trump invoertarieven op meer dan duizend artikelen bekendmaakte; die zouden van invloed zijn op de importen ter waarde van 50 à 60 miljard dollar. Die maatregel, aldus Trump, zou de ‘eerste van vele’ zijn. Het op de korrel nemen van China had al ‘vele, vele jaren’ eerder moeten gebeuren. Bovendien, zo voegde hij eraan toe, was het besluit hiertoe ‘vermoedelijk een van de redenen waarom ik ben gekozen – vermoedelijk de belangrijkste reden’.
Een paar dagen later gaf de president opdracht tot een volgende ronde importheffingen ter waarde van 100 miljard dollar. Dat deed hij ondanks waarschuwingen van machtige retailers die erop wezen dat de consumentenprijzen in de Verenigde Staten als gevolg daarvan zouden stijgen. Die heffingen zouden dus niet in het voordeel van de Amerikaanse gezinnen zijn, zo luidde het advies van de CEO’s van bedrijven als Walmart, Costco, Gap en Ikea, maar hen juist ‘benadelen en straffen’ doordat het zou resulteren in ‘hogere prijzen van gewone huishoudelijke artikelen als kleding, schoenen, electronica en spullen voor in huis’. Jammer dan, vond Peter Navarro. ‘Dit is een historische gebeurtenis en president Trump zou lof toegezwaaid moeten krijgen voor zijn visie en moed in deze kwestie.’
President Trump stond erop dat alle verwijzingen naar China werden verwijderd uit zijn speech
Sommige waarnemers menen dat Trumps acties onderhandelingstechnieken zijn waarmee hij uiteindelijk niet de in de wereld geldende handelsakkoorden wil opblazen, maar wel be- tere akkoorden voor de Verenigde Staten wil bereiken. ‘Wij beschouwen de Amerikaanse, tegen China gerichte handelsacties eerder als een openingszet tot nieuwe onderhandelingen dan als het begin van een handelsoorlog,’ aldus Richard Turnill, hoofd Strategie van vermogensbeheerder BlackRock. Tenslotte heeft de president openlijk gezinspeeld op het opnieuw onderschrijven van de Trans-Pacific Partnership handelsovereenkomst (TPP) die in 2016 werd ondertekend en die de tariefmuren tussen Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore, Vietnam en de Verenigde Staten moest verlagen.
Dit soort riskante manoeuvres heeft echter wel consequenties, vooral wanneer ze met luid klaroengeschal worden aangekondigd. Enkele dagen nadat de president een tweede ronde importheffingen had bekendgemaakt, meldde Peter Navarro dat China’s reactie op ‘Mister Trumps gerechtvaardigde verdediging van het Amerikaanse thuisland uit een Grote Muur van ontkenning bestond’. Dat klopte niet helemaal, aangezien de Chinese regering helemaal niet had gereageerd met ontkenning of stilzwijgen, maar terugsloeg met een meteen daarop gepubliceerde lijst met importtarieven op Amerikaanse exportartikelen, waarvan er vele worden geproduceerd in staten waar Trump in 2016 de verkiezingen had gewonnen; het bleken ook districten te zijn die door vooraanstaande Republikeinse politici worden vertegenwoordigd.
Prijsverhogingen
De oplegging van ingrijpende invoerheffingen van meer dan 200 miljard dollar die per september 2018 in werking traden zullen hoe dan ook van invloed zijn op ‘onze ondernemingen, onze klanten, onze leveranciers en de Amerikaanse economie in haar geheel’, schreef Walmart, de grootste retailer in het land, in een brief aan de Amerikaanse handelsafgevaardigde, met een waarschuwing dat het tot prijsverhogingen zou leiden. De introductie van invoerheffingen op Chinese goederen is geworteld in het idee dat handelstekorten schadelijk zijn.
De regering-Trump probeert het feit dat de VS 375 miljard dollar meer goederen vanuit China importeren dan ze exporteren in balans te brengen en Chinese markten te dwingen zich open te stellen voor Amerikaanse corporaties en ondernemingen. Maar zoals Gary Cohn, een van de hoogste officials van de president, meerdere keren heeft proberen uit te leggen in het Witte Huis: handelstekorten zijn irrelevant en kunnen zelfs positief worden bekeken, aangezien ze Amerikaanse consumenten op een effectieve manier in staat stellen om hun gewenste goederen zo goedkoop mogelijk te kopen.
Het probleem is volgens sommigen dat hoewel bijna alle economen het hiermee eens zijn, Peter Navarro dat niet was. Cohn, een voormalige bankier van Goldman Sachs, probeerde door middel van rede en bewijs aan te tonen dat invoerrechten producten duurder in plaats van goedkoper maken en averechts werken. ‘If you just shut the fuck up,’ zou hij tegen de president en Navarro gezegd hebben, ‘you might learn something.’ Ze hadden geen interesse. In plaats daarvan is er een beleid ingevoerd dat stelt dat de beste manier om China aan te pakken is om zijn economie onder druk te zetten – ongeacht welk effect dit heeft op Amerikaanse consumenten, belastingbetalers en stemmers.
Auteur: Peter Frankopan
Peter Frankopan is hoogleraar Global History aan Oxford. Sinds 2017 is Frankopan gasthoogleraar in Leiden.
Literary Hub
Verenigde Staten | website | lithub.com
Literary Hub is een literair webplatform dat in 2015 werd opgericht door mensen uit het Amerikaanse boekenvak. Door de samenwerking met een groot aantal uitgeverijen plaatsen ze regelmatig voorpublicaties van bekende en onbekende auteurs.

