De Braziliaanse stad Florianópolis blinkt uit in een doordacht afvalbeleid. Een kwestie van burgers erbij betrekken en kinderen er al op school over leren. Er is zelfs een afvalmuseum.
Florianópolis, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Santa Catarina, is vooral bekend om haar stranden en hoge levenskwaliteit, maar maakt de laatste jaren ook naam vanwege een vernieuwend afvalbeleid. In maart riep de VN de stad uit tot een van de twintig ‘zero waste-steden’ ter wereld. In heel Noord- en Zuid-Amerika staan slechts twee andere steden op de lijst: Zapopan in Mexico en San Francisco in de Verenigde Staten. Die uitverkiezing is het resultaat van het gestage werk dat Florianópolis al sinds de jaren tachtig verricht, toen de stad de eerste maatregelen invoerde om recycling te stimuleren.
In Florianópolis scheiden inwoners hun afval zorgvuldig. Op de vaste inzameldagen zetten ze zakken met karton of plastic buiten, glazen verpakkingen worden naar speciale containers gebracht. In een gemiddelde Europese stad mag dit gebruikelijk zijn, maar in de meeste Braziliaanse en Latijns-Amerikaanse steden is dat zeker niet het geval.
‘Elke week krijgen we wel een burgemeester op bezoek die wil weten hoe wij het aanpakken’, vertelt de burgemeester van Florianópolis, Topázio Neto, telefonisch aan El País. Hij staat inmiddels vier jaar aan het hoofd van de stad. In 2018 stelde ‘Floripa’, zoals de stad liefkozend wordt genoemd, zich officieel ten doel om vóór 2030 zestig procent van het droge afval te recyclen en negentig procent van het organische afval te verwerken. De percentages stijgen elk jaar. Om de doelstellingen te blijven halen zal de stad echter een tandje moeten bijzetten. Op dit moment liggen de percentages op respectievelijk twintig en vijftien procent.
Sterk verbonden
Florianópolis telt bijna 600.000 inwoners en kenmerkt zich door haar ligging op een eiland dat via één brug met het vasteland is verbonden. De stad bestaat uit wijken die van elkaar worden gescheiden door heuvels, lagunes en ongerepte stranden. Inwoners voelen zich daardoor sterk verbonden met hun natuurlijke omgeving. Dat Florianópolis op een eiland ligt, heeft bovendien het besef vergroot dat de beschikbare ruimte beperkt is en dat er goed moet worden nagedacht over de verwerking van afval. Tot in de jaren tachtig belandde dat standaard op een open stortplaats. Daarna ging de stad gebruikmaken van een stortplaats op dertig kilometer afstand, waar het afval wordt samengeperst en onder de grond wordt opgeslagen.
‘We zijn jaren geleden begonnen op de scholen. Inmiddels hebben alle 123 gemeentelijke scholen in de stad een programma voor afvalscheiding en beschikt de helft over een eigen moestuin en compostsysteem voor organisch afval. Het idee is simpel: kinderen leren op school hoe ze afval moeten scheiden en nemen die kennis vervolgens mee naar huis. We moeten blijven investeren in voorlichting en de betrokkenheid van inwoners vergroten,’ zegt de burgemeester.
De betrokkenheid van de inwoners is vanaf het begin cruciaal geweest. Nicole Pimont groeide op in Itacorubi, de wijk waar in 1986 als eerste het afval gescheiden werd ingezameld. Toen ze haar stad verliet om te gaan studeren, ontdekte ze dat er in andere delen van Brazilië nauwelijks werd gerecycled. ‘Ik denk dat dit echt bij ons hoort. Misschien komt het doordat we op een eiland wonen en ons sterk bewust zijn van de beperkte ruimte,’ zegt ze.
Compost
Waar veel steden beginnen met het recyclen van plastic, glas of papier, koos Florianópolis ervoor om juist met de grootste uitdaging te beginnen: het verwerken van organisch afval tot compost. Volgens Pimont stuitte die aanpak in het begin op veel weerstand. ‘Mensen vonden het vies. Maar organisch afval is helemaal niet vies; voedsel is juist de basis van het leven,’ zegt ze. Inmiddels staat in de pionierswijk Itacorubi het centrum voor organisch afval, waar organisch afval wordt verwerkt tot compost voor meer dan 150 gemeenschappelijke moestuinen.
Na verloop van tijd besefte Pimont dat recyclen alleen niet voldoende was. Doordat haar afvalbak in de keuken steeds sneller vol raakte en allerlei onderzoeken waarschuwden dat er tegen 2050 meer plastic dan vissen in de oceaan zou kunnen zijn, besloot ze tien jaar geleden de beweging Casa Lixo Zero (Afvalvrij Huis) op te richten. Ze was een van de eersten in Brazilië die zich inzette voor bewust consumeren en een afvalarme levensstijl.
In 2016 kocht ze haar eerste wormencompostbak, at destijds nog ongebruikelijk was. Inmiddels moedigt de gemeente thuiscompostering actief aan. Er zijn al meer dan 2800 gratis compostkits uitgedeeld, waarmee huishoudens maandelijks gemiddeld zo’n 32 kilo organisch afval verwerken – goed voor ongeveer 1100 ton per jaar.
Florianópolis heeft zelfs een Afvalmuseum, waar dagelijks schoolklassen op bezoek komen om afval met andere ogen te leren bekijken. De collectie bestaat uit 40.000 voorwerpen die een nieuw leven hebben gekregen. Ze laten zien hoeveel materialen opnieuw kunnen worden gebruikt. Een van de pijlers van het afvalbeleid is namelijk het besef dat afval waarde heeft. Ongeveer tweehonderd gezinnen verdienen hun inkomen met de verwerking van recyclebare materialen.
Glas speelt daarin de grootste rol. Dankzij een speciaal netwerk van inzamelpunten op strategische locaties, zoals uitgaansgebieden met veel cafés en restaurants, wordt maandelijks meer dan 436 ton glas gerecycled. ‘Kinderen moeten leren dat afval waarde heeft. Wat we niet meer gebruiken, kan nog altijd nuttig zijn en vormt voor veel mensen een bron van inkomsten. Als we dat besef op school blijven stimuleren, duurt het misschien nog twintig jaar, maar dan komt het systeem uiteindelijk echt op gang,’ aldus de burgemeester.
Voorbeeld
Florianópolis is uitgegroeid tot een voorbeeld voor veel lokale bestuurders die niet weten waar ze moeten beginnen; in een groot deel van de Braziliaanse steden klinkt recycling nog als sciencefiction. Veel wijken beschikken zelfs nog niet over iets heel basaals: een vuilniswagen die regelmatig langskomt. Volgens officiële cijfers wordt in Brazilië slechts 1,82 procent van al het ingezamelde stedelijke afval hergebruikt. De Braziliaanse overheid presenteerde onlangs een plan om dat aandeel tegen 2035 te verhogen tot 24,5 procent. Of dat lukt, hangt af van het beschikbare budget en van de bereidheid van burgemeesters om er werk van te maken.
De problemen zijn structureel en beperken zich niet tot steden met weinig middelen. Zo gaf de gemeente Rio de Janeiro een fortuin uit aan de plaatsing van ruim 15.000 oranje containers verspreid over de stad, waarin alle soorten afval waarin alle soorten afval terechtkwamen, zonder dat het werd gescheiden. Deskundigen bekritiseerden het gebrek aan een duidelijke strategie. Na klachten over stankoverlast en de aantasting van het straatbeeld zag de gemeente zich uiteindelijk genoodzaakt het plan terug te draaien.
Vertaald door Tina Papa
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
