4 green new deal


Kevin Baker blikt terug op de New Deal als antwoord op de Grote Depressie in Amerika. We hebben nu, volgens hem, hetzelfde punt bereikt. Dus waarom niet leren van de oude deal om de opwarming van de aarde terug te dringen?

De rivier ‘stroomt op de kaart omhoog’, zeiden ze vroeger, eerst een stukje naar het zuiden, dan naar het westen en dan naar het noorden, door enkele van de groenste en mooiste landschappen van Amerika. Hij heet de Tennessee, maar hij bevloeit ruim honderdduizend vierkante kilometer land in zeven staten, van de Blue Ridge Mountains tot Alabama en van Mississippi tot de Ohio River.

Vóór de jaren dertig van de vorige eeuw kon hij vrijelijk zijn gang gaan en elk voorjaar dreigden overstromingen de nederige boerderijen en huizen langs de oevers weg te spoelen. Er waren nauwelijks bevaarbare stukken van enige lengte vanwege de vele wilde stroomversnellingen, de Muscle Shoals. Zij gaven de rivier een verval van 50 meter over 50 kilometer en daarin school het ongebruikte potentieel van de Tennessee: de kans om veel stroom op te wekken met de kracht van het water.

Maar de zes miljoen mensen die in 1933 in de Tennessee Valley woonden, hadden weinig kracht, fysiek noch politiek. In een tijd dat zo’n 70 procent van de Amerikanen het licht kon aandoen via een schakelaar, had maar 10 procent van de plattelandsgezinnen in de Verenigde Staten elektriciteit – en een kwart van de bevolking leefde nog op boerderijen of in boerengemeenschappen. Het was niet de moeite waard om stroom naar de boerderijen te brengen, beweerden particuliere bedrijven. Die lagen te verspreid en waren te arm – en de boeren in de Tennessee Valley behoorden tot de armsten van het land.

De regio was al sinds het eind van de Burgeroorlog in verval en raakte steeds verder achterop bij de snel industrialiserende rest van het land. De boeren verbouwden er katoen of maïs, jaar na jaar dezelfde gewassen, waardoor de grond zijn vruchtbaarheid verloor. Dus kochten ze meer en meer kunstmest op krediet en raakten steeds dieper in de schulden, zodat ze zich de moderne landbouwmachines die het boeren-leven elders in het land radicaal veranderden, niet konden veroorloven.

Boeren in de regio werden overgehaald om gewassen af te wisselen en nieuwe landbouwwerktuigen en technieken te gebruiken. Texas, 1938. – © Dorothea Lange.
Boeren in de regio werden overgehaald om gewassen af te wisselen en nieuwe landbouwwerktuigen en technieken te gebruiken. Texas, 1938. – © Dorothea Lange.
Zandverstuiving bij boerderij in Cimarron County, Oklahoma, 1936 © arthur rothstein
Zandverstuiving bij boerderij in Cimarron County, Oklahoma, 1936 © arthur rothstein

In hun wanhoop gingen de mensen van de Tennessee Valley elk jaar steeds grotere stukken van de ooit zo rijke bossen in het gebied omhakken of verbranden om meer landbouwgrond vrij te maken. De ontbossing putte de bodem verder uit en het beetje land dat ze hadden, was er steeds slechter aan toe. Terwijl stedelijk Amerika de voorspoed van de roaring twenties vierde, daalde het gemiddelde jaarinkomen in de Valley naar 639 dollar per gezin, en velen verdienden niet meer dan 100 dollar per jaar. Een derde van de mensen in de Valley leed aan malaria. Velen kampten met ondervoeding, pellagra en mijnworm of andere parasieten.

In de hele regio was er volgens historica Sheila D. Collins ‘voor meer dan 1300 gemeenschappen met in totaal 17 miljoen mensen geen ziekenhuis en zelfs geen wijkverpleegster’. Bijna een miljoen kinderen tussen 7 en 13 jaar gingen niet naar school.

Het uitbreken van de crisis van de jaren dertig maakte alles nog erger. De zonen en dochters van de Valley die naar de steden waren getrokken om werk te zoeken in fabrieken keerden, nu hun banen verdwenen waren, in groten getale terug en vergrootten zo de druk op het land. Het aantal boerderijen verdubbelde en hun afmeting nam af van gemiddeld 56 tot een nauwelijks toereikende 22 hectare. Het percentage pachtboeren verdriedubbelde, tot bijna één op de drie boerengezinnen voor een ander werkte, alleen om in leven te blijven.

Vergeleken met veel andere Amerikanen leefden de mensen in de Valley in een andere tijd. Driekwart van de huishoudens had geen sanitaire voorzieningen. Ze kookten op een houtkachel, lazen bij kaarslicht en kerosinelampen, wasten hun kleren met de hand op een wasbord bij de kreek.

Het gebied was afgegleden naar een toestand die nog veel erger was dan de normale nijpende armoede. Maar wat viel eraan te doen? Het was altijd zo gegaan, op al die plekken van eeuwigdurende, onverbiddelijke armoede, op de vlakten in het zuiden en in de sloppenwijken van de Lower East Side en Hell’s Kitchen in New York, in de indianenreservaten, op de akkers en in de fruitboomgaarden van zuidelijk Californië. Wie intelligent, ambitieus of gewetenloos genoeg was, wist te ontsnappen en bouwde ergens anders een beter leven op.

New Deal

Er werd een oplossing gevonden voor deze crisis, zelfs in die uiterst moeilijke tijd en ook al verzekerden veel deskundigen en commentatoren ons dat die oplossing onhaalbaar was omdat hij te veel geld kostte, alles op zijn kop zette, tegen de grondwet inging of tegen al het goede van de American way of life. Deze oplossing werd de New Deal genoemd, maar dat was alleen de politieke benaming voor het toepassen van ideeën waar velen al heel lang voor pleitten – ideeën die lieten zien dat we niet door hoefden te gaan op de oude, destructieve, domme manier die ons in deze narigheid had gebracht.

Natuurlijk werkte ook de New Deal niet perfect. De mensen die hem in gang zetten, maakten fouten en het lukte hun niet altijd om tegenstand te overwinnen. Ze moesten compromissen sluiten en improviseren en steeds opnieuw nadenken over wat ze deden. Maar ze kregen het voor elkaar. Ze bedwongen een ogenschijnlijk onbedwingbare crisis – een hele reeks existentiële bedreigingen eigenlijk, in de Verenigde Staten en in andere delen van de wereld – en al doende vergrootten ze de vrijheid van de mens in een tijd waarin zoveel anderen die de nek probeerden om te draaien.

Tegenwoordig verkeren we in vrijwel dezelfde situatie, we worden geconfronteerd met een scala aan dringende problemen die los van elkaar lijken te staan maar in feite nauw verbonden zijn en die ons dreigen te vernietigen. Om die problemen te bestrijden is er een geheel aan ideeën voorgesteld in het Congres, via een resolutie die is ingediend door Alexandria Ocasio Cortez (ook bekend als AOC), een 29-jarig beginnend congreslid en haar jonge, speciaal hiervoor gevormde denktank. Zij verwoorden de overtuiging die bij veel mensen is gegroeid: dat we niet op de oude voet voort kunnen gaan, willen we overleven en onze vrijheden behouden. Het is alleen maar juist en passend dat deze resolutie de Green New Deal is genoemd, want de opstellers willen gebruikmaken van het beste uit de oorspronkelijke New Deal en leren van de fouten daarvan. In hoeverre we erin slagen om deze ideeën, doelen en beloften waar te maken zal bepalen hoe onze wereld er voor een hele tijd uit zal gaan zien.

Geen water? Geen zorgen: er was altijd nog “droge landbouw”

Maar ik wil geen sombere toon aanslaan over dit streven. Hier begint onze nieuwe wereld.

De crisis van de jaren dertig in de Verenigde Staten was evenzeer een ecologische als een economische ineenstorting. De zandstormen van de Dust Bowl, de grote vlakten in het centrum van de VS, waren een door de mens veroorzaakte ramp, het gevolg van de roekeloze pieken en dalen die elkaar al tientallen jaren opvolgden op de High Plains. We wisten al meer dan een eeuw dat deze ‘Great American Desert’ te weinig water bevatte voor de gewassen die we wilden verbouwen. Maar dat hield ons niet tegen. Zoals de regering-Trump en het Amerikaanse bedrijfsleven nu met eigen verzinsels reageren op het idee van klimaatverandering of op alle andere zaken die ze niet willen horen, zo kwamen de overheid en de spoorwegen in de tweede helft van de negentiende eeuw met onzintheorieën om hun eigen doelen te dienen. Geen water? Geen zorgen: er was altijd nog ‘droge landbouw’, ‘grondverbetering’ en het onuitroeibare idee dat ‘de regen volgt op de ploeg’ – of op de beschaving in het algemeen.

Affiches die de aanplant van nieuwe bomen moesten bevorderen, door Joseph Dusek in 1940. – © Courtesy Library of Congress.
Affiches die de aanplant van nieuwe bomen moesten bevorderen, door Joseph Dusek in 1940. – © Courtesy Library of Congress.

Zonder verstandig nationaal leiderschap zou Amerika waarschijnlijk een nog ergere milieucatastrofe hebben beleefd, want de lokale, verbrokkelde pogingen om de uitputting van het land tegen te gaan, zouden alles alleen maar erger hebben gemaakt, tot we uiteindelijk op het randje van de opwarming van de aarde en het verdwijnen van de soorten hadden gestaan. Precies waar we nu staan.

Voor zover bekend kwamen er uit de private sector geen voorstellen voor een oplossing – al haalde in die jaren dertig tenminste niemand uit de zakenlobby zich in het hoofd om ons te vertellen dat de stofstormen die New York en Washington teisterden, niet echt plaatsvonden. Er kwamen wel individuele voorstellen voor het aanpakken van de Dust Bowl, zoals het idee om de Plains vol te zetten met sloopauto’s die het zand onder hun roestige metalen chassis moesten vasthouden, of om duizenden vierkante kilometers eenvoudigweg te bedekken met asfalt. In het Congres werd zelfs gedebatteerd over manieren om de stroomrichting van het water vanaf de Continental Divide (de Amerikaanse waterscheiding) te veranderen.

De verwoesting op de Plains leek de natuur uit haar evenwicht te brengen. Er waren plotselinge plagen van groene bladrupsen, daarna van hongerige hazen die in groten getale uit de heuvels kwamen en griezelig in het rond renden. Steden riepen in de kranten op tot massaslachting van de hazen. Lange rijen mannen, vrouwen en kinderen dreven de jankende dieren in kooien, waar ze af werden gemaakt met bijlen. Het duurde niet lang of mensen blikten het vlees ervan in om zelf niet te verhongeren en aten het met gezouten tuimelkruid.

Toen de vogels en slangen vrijwel uit de Dust Bowl verdwenen waren, kwam er een epische sprinkhanenplaag, zoals al tientallen jaren niet meer was voorgekomen in het Westen. Minstens één staat stuurde de National Guard om het land te bespuiten met wel 350 ton insecticide per hectare en zo kreeg het beetje leven dat de sprink-hanen hadden overgelaten alsnog de genadeklap.

Politici wezen hun ideeën af als socialistische ingrepen in de “natuurlijke” economie van ieder voor zich

Zo was het altijd gegaan op onze boerderijen en akkers: een wanhopige kapitalistische strijd, waarin het ieder voor zich was. Sommige mensen, zoals de Populists – de oorspronkelijke Populists, niet de platvloerse bendes die de verkiezingsbijeenkomsten van Trump bevolken – betoogden dat er een betere manier was. De Populist Party was een van de weinige echte volksorganisaties in de Amerikaanse geschiedenis, opgezet door arme boeren in het Westen en Zuiden en wist miljoenen aan zich te binden via de simpele middelen van het schrijven van brieven en het uitsturen van sprekers. Ze organiseerden massabijeenkomsten, die meer op uit hun krachten gegroeide jaarmarkten leken, en predikten daar hun oplossingen, zoals vaste prijzen voor de gewassen, landbouwsubsidies, collectief onderhandelen en boerencoöperaties. Maar politici wezen hun ideeën af als socialistische ingrepen in de ‘natuurlijke’ economie van ieder voor zich. Al snel zou blijken welke prijs moest worden betaald voor het negeren van hun ‘utopische’ ideeën.

‘Er zijn vandaag de dag nog steeds veel mensen die niet inzien waarom een man die land bezit daarmee niet mag doen wat hij wil,’ schreef Franklin Delano Roosevelt als senator voor zijn staat in 1912 – ook zo’n onuitstaanbare nieuweling van nog maar dertig jaar oud en in zijn eerste termijn als gekozen vertegenwoordiger. FDR stelde het eigendomsrecht tegenover wat hij ‘de vrijheid van de gemeenschap’ noemde: ‘Ik heb het behoud van onze natuurlijke hulpbronnen opgevat als de eerste les die op de noodzaak wijst te streven naar vrijheid voor de gemeenschap, want naar mijn overtuiging is dat de belangrijkste les van allemaal.’

Radicale taal, toen én nu, maar de cruciale bijdrage van de nieuwe president die in 1933 aantrad, was dat hij besefte dat de dingen als geheel aangepakt moesten worden, dat het land onmogelijk hersteld kon worden voordat de mensen hersteld waren en andersom.

In het hele land zouden meer dan vijfhonderd posten worden opgezet voor het uitvoeren van grondprojecten, onder leiding van ‘Big Hugh’ Bennett en zijn nieuwe Soil Conservation Service. Bennett was een man van de wetenschap, maar ook iemand die zijn hele leven de grond had bewerkt, anders dan de geschifte spoorwegmensen die wanhopige boeren met mooie praatjes hadden overgehaald om het land in stukken te scheuren. Op de kwijnende katoenplantage in North Carolina waar hij was geboren en getogen, zag Bennett met eigen ogen hoe het verkeerde gebruik van de grond ervoor zorgde dat die uitgeput raakte. Als ‘Vader van het Landbehoud’ was hij ook een theaterman. In een getuigenverklaring voor het Congres over de noodzaak van zijn nieuwe dienst, hoorde hij dat er weer een storm van ‘tollende zwarte rook’ onderweg was naar Washington en hij wist zijn getuigenverklaring te rekken tot die inderdaad verscheen.

Propaganda 1942–1945
Propaganda 1942–1945

Toen hij uitgesproken was, holden de congresleden naar de ramen van het Capitool, om te kijken naar de stofstorm die ‘kwam aangerold als een uitgestrekte roetwolk, dik en weerzinwekkend’, volgens Bennetts biograaf. ‘De hemel kreeg een koperkleur. De zon verdween. De lucht werd zwaar van het gruis.’

‘Hier, mijne heren, heb ik het over,’ zei Bennett. ‘Daar gaat Oklahoma.’

De Soil Conservation Service kwam er en de vertegenwoordigers ervan gingen het land in. De dienst werkte samen met de boeren in hun eigen omgeving, omdat de grond in elke regio anders was, en experimenteerde met veelbelovende nieuwe technieken zoals terrassenbouw en contourploegen. Als de boeren van de Dust Bowl er niet voor voelden om te experimenteren, betaalde de Soil Conservation Service hen om deel te nemen aan het werk dat hun boerderij moest redden.

De mensen van de ministeries van Landbouw en Binnenlandse Zaken werden ondersteund door jongens van het Civilian Conservation Corps (CCC) – dat door de federale overheid was opgericht en werk bood aan de duizenden verpauperde, dakloze jonge mannen die voorheen op de treinen meeliftten, in kampementen leefden en in de steden rondhingen.

Critici noemden zulke New Deal-programma’s socialistisch of fascistisch, maar de CCC betaalde de drie miljoen jongemannen die het in de loop der jaren in dienst had 30 dollar per maand (waarvan ze 25 dollar naar hun familie moesten sturen) en voorzag hen van fatsoenlijke maaltijden, een goede plek om te slapen, onderwijs, lichaamsbeweging en enig onderricht in houtbewerking. In ruil daarvoor plantten zij duizenden hectaren nieuw buffelgras en andere experimentele droogtebestendige grassen, die van over de hele wereld waren verzameld. Voordat de Tweede Wereldoorlog een eind aan het programma maakte, hadden ze ook meer dan achthonderd nationale parken aangelegd en bijna drie miljard bomen geplant om de grond vast te houden. Samen met Bennetts experimenten was zo meer dan de helft van het beschadigde land hersteld tegen de tijd dat de oorlog begon.

De New Dealers bezaten ook de nederigheid om toe te geven dat het land beperkingen kende, zelfs met de nieuwste technologie. Duizenden boeren kregen elders een plek, op boerderijen en in steden; ze keerden een beroep waarvan ze niet konden leven de rug toe en verhuisden – met hulp van overheidsgiften en overheidsfunctionarissen ­– naar plekken waar zij de unieke Amerikaanse middenklasse zouden vormen die na de Tweede Wereldoorlog opkwam.

Dit waren zeer ambitieuze programma’s, maar ze stelden Roosevelt niet tevreden: hij wilde vooral bouwen. Onder druk van de Eerste Wereldoorlog had de federale overheid eindelijk oog gekregen voor het potentieel van de Muscle Shoals. De regering-Wilson had er voor 130 miljoen dollar twee fabrieken gebouwd die nitraat voor munitie verwerkten en was begonnen met de aanleg van een waterkrachtdam die deze fabrieken van stroom moest voorzien. Maar de oorlog was afgelopen voordat de dam helemaal klaar was.

‘Hier, mijne heren, heb ik het over”, zei Bennett. “Daar gaat Oklahoma’

In de eerste honderd dagen van Roosevelt werd, als onderdeel van de New Deal-wetgeving de Tennessee Valley Authority (TVA) opgezet: het grootste waterkrachtbouwproject ooit in de Verenigde Staten. Een vooraanstaand Republikein noemde dit in het Congres ‘het navolgen van een van de Sovjetdromen’ en The New York Times verzuchtte dat dit ‘het dieptepunt was van de dwaasheid binnen het Congres’. Het werk aan de TVA ging vrijwel meteen van start. In 1934 werkten meer dan negenduizend mannen (en enkele vrouwen), van wie velen afkomstig uit de omgeving, aan het ontwerp en de bouw van de TVA – een aantal dat aangroeide tot bijna veertigduizend in 1942. In datzelfde jaar waren er twaalf waterkrachtcentrales en een stoomcentrale in aanbouw. Alles bij elkaar zouden er 49 dammen worden gebouwd in 6 staten.

De TVA was meer dan alleen een werkgelegenheidsproject of een goedkoop nutsbedrijf. Onder de briljante, ambitieuze David Lilienthal, lid van de driekoppige directie, verspreidden de voordelen ervan zich even snel over de regio als het overstromingswater van de Tennessee ooit had gedaan. Al snel vormde zich een keten van nieuwe dammen, fonkelende juwelen in het donker: de Fontana, de Hiwassee, de Douglas en de Chickamauga – zo indrukwekkend dat ze onmiddellijk een toeristenindustrie op gang brachten, met duizend mensen per dag die toestroomden om de dammen te zien groeien. Erachter ontstond een sportparadijs van stuwmeren en bijna 120 duizend hectare aan wildreservaten, nationale parken en bossen, recreatieparken en kampeerplaatsen.

In de jaren daarna zou de TVA nog dringender en verstrekkender doelen dienen. De dammen en fabrieken produceerden grote hoeveelheden munitie om de oorlogsinspanning te ondersteunen. De TVA maakte ook de bouw mogelijk van het belangrijkste atoomcentrum in Oak Ridge, Tennessee – onderdeel van het uitgebreide, landelijke Manhattanproject dat de bommen maakte die het eind van de Tweede Wereldoorlog zouden betekenen. Het was de TVA die de ontwikkeling mogelijk maakte van Huntsville, Alabama, eerst als het hart van de munitieproductie tijdens de oorlog, daarna als het belangrijkste centrum van de NASA. En na de oorlog was het de TVA die de grootschalige industriële ontwikkeling van de ‘New South’ van stroom voorzag, van de Muscle Shoals-muziekstudio’s tot de autofabrieken en bedrijven die het zuidwesten van de Verenigde Staten totaal veranderden.

wpa poster for the national park service 1940 by frank s nic

Toch ging het bij de Tennessee Valley Authority nooit alleen maar om het voorzien in banen in de bouw of zelfs om het leveren van stroom aan de nieuwe industrieën in de omgeving, hoe belangrijk die ook voor de toekomst waren. De TVA zette ook de Electric Home and Farm Authority (EHFA) op, om ervoor te zorgen dat al die dammen ook iets zouden hebben om stroom aan te leveren. De EHFA verstrekte de goedkope financiering die plaatselijke bewoners in staat stelde om elektrische fornuizen, koelkasten, lampen, strijkijzers, waterkokers en waterpompen te kopen. Bijna van de ene dag op de andere konden de mensen van de Valley nu ook beschikken over de huishoudelijke voorzieningen die zoveel van hun landgenoten in de steden al lang hadden.

De nitraatfabrieken produceerden kunstmest, die gratis werd geleverd, om de aarde te herstellen. De Forest Service en de CCC herplantten de bossen en Bennetts grondploegen haalden de boeren in de regio over om gewassen af te wisselen en deelden nieuwe landbouwwerktuigen en technieken met hen. Het Army Corps of Engineers groef een kanaal rond de ‘vuist van de duivel’, zodat de Tennessee nu voor het eerst over de gehele lengte bevaarbaar werd. In minder dan twintig jaar, van 1933 tot 1952, groeide het verkeer over de rivier van 32 miljoen tot meer dan 800 miljoen ton per mijl. En het allerbelangrijkst: de US Public Health Service roeide malaria en de meeste andere ziekten in de Valley uit, en verlengde het leven van talloze vrouwen door te zorgen voor goede zwangerschaps- en bevallingszorg.

Tegenwoordig zullen nog maar weinig natuurbeschermers het onbekommerde enthousiasme voor de dammen van de TVA – of van de oude New Deal – delen, nu we meer weten over het effect daarvan op hele ecosystemen. Er waren ook nog de fatale arbeids-ongevallen die de Green New Dealers nu niet zouden accepteren. Maar een decreet van president Roosevelt in mei 1935 zorgde er wel voor dat de banen bij de publieke werken toegankelijk waren voor alle rassen, en dankzij andere federale programma’s, zoals de Resettlement Administration (later de Farm Security Administration) konden veel zwarten boeren ontsnappen aan de ketenen van het pachtersbestaan in de regio. Alles bij elkaar verplaatste de TVA vijftienduizend gezinnen van het land naar nieuwe boerderijen en stadjes, waarna de hoeves en dorpjes waar deze families generaties lang hadden gewoond onder stuwmeren werden verdronken – ook iets waaraan de Green New Deal, met zijn nadruk op respect voor arme gemeenschappen, waarschijnlijk niet snel zou beginnen.

De TVA schiep geen utopie. Maar als er eenmaal een dergelijke structuur is opgezet, die oog heeft voor de menselijke noden in het gebied, kan bijna alles wat nuttig is gebeuren, ook als het niet van tevoren gepland was. Fouten kunnen worden gecorrigeerd, windkracht kan kolen vervangen, mensen kunnen opnieuw beginnen na een ramp. ‘Het kunnen overheidsprogramma’s à la de TVA zijn, maar ook publiek-private samenwerkingen. Het kan op gemeentelijk niveau gebeuren. Er kunnen aanbestedingen worden gedaan. Dus het is niet zo dat de overheid met een toverstokje zwaait en zegt: wij gaan het allemaal zelf doen,’ zei Congreslid Alexandria Ocasio Cortez nadat ze de Green New Deal had gepresenteerd.

Bezwaren als “hoe kunnen we dit betalen” zijn regelrecht obsceen

Haar verklaring was zowel genuanceerd als deskundig – en de reacties erop waren zo giftig, zo persoonlijk en dom, zo woedend en star dat ze kennelijk een zenuw diep in de machtsstructuur van het land had geraakt. Het protest van rechts was voorspelbaar, en voorspelbaar dom: de Democraten willen koeien en vliegtuigen en uw SUV afschaffen en overgaan op ‘oorlogssocialisme’.

Verrassender was misschien de woede die de Green New Deal losmaakte bij wat doorgaat voor het respectabele, gematigde – en zelfs liberale – denken in het huidige Amerika. De Ocasio-Cortez-resolutie is een ‘fantasie’ die ‘de broodwinning van werkenden dreigt te vernietigen’ en ‘de tegenstellingen en ongelijkheid vergroot’, beweerde vakbondsman Terry O’Sullivan. Het waren de ‘holle leuzen’ van ‘mensen die geloven dat het kapitalisme de wortel van alle problemen is’, volgens Jonathan Chait van New York Magazine. De Green New Deal zal de steun van ‘te veel werkenden’ verliezen, met haar ‘onpraktische, onhaalbare doelen’. ‘Dit zou een gevaar zijn voor de in mijn ogen zeer belangrijke ontwikkeling bij de grote energiemaatschappijen die hun bedrijfsvoering willen veranderen om te kunnen functioneren in een CO2-arme wereld,’ aldus Obama’s voormalige energieminister Ernest Moniz, tegenwoordig directielid bij een particuliere energiereus. The Sunday Times berispte Ocasio-Cortez en haar staf omdat ze ‘drie strategieën als onaanvaardbaar van de hand wijzen die volgens deskundigen noodzakelijk zijn voor elke oplossing: kernenergie, technologie waarmee fossiele brandstofcentrales hun eigen emissies kunnen afvangen en opslaan, en marktgebaseerde oplossingen zoals een CO2-tax of […] emissiehandel.’

En de bottomline van het artikel in de Times: ‘Wil de Green New Deal de klimaatcrisis aanpakken? Of dient de klimaatcrisis als dekmantel voor een verlanglijst voor progressief beleid en een niet al te subtiele poging om de Democratische Partij naar links te trekken? […] Als je goed leest wil de resolutie niet alleen een CO2-neutraal energiestelsel bereiken, maar ook de economie zelf hervormen.’

Leiderschap

De antwoorden op deze vragen: ja en ja. We moeten de klimaatverandering aanpakken en we moeten de manier waarop het politieke en economische systeem werkt in dit land veranderen – net zoals we dat tijdens de crisis in de jaren dertig hebben gedaan. Het is onmogelijk om de ene vitale kwestie aan te pakken zonder de andere. Het politieke establishment, zelfs binnen de Democratische Partij, lijkt dit niet
te begrijpen, net zomin als de Congresleden die naar Hugh Bennett luisterden begrepen hoe urgent het probleem was tot ze door de ramen van het Capitool keken en Oklahoma voorbij zagen waaien. Onder verantwoordelijk leiderschap valt ook het waarschuwen van mensen voor opdoemende problemen en ze aanzetten om er iets tegen te doen, en in deze crisis hadden we – zoals in zoveel crises – veel minder hoeven doen als we eerder waren begonnen.

Wat ook bij leiderschap hoort is effectief reageren op dringende problemen die niemand heeft zien aankomen. Het verkalkte leiderschap van de Democratische Partij en de gewichtige berispingen in de Times richten zich op de grote dringende problemen van straks, ooit op een dag, misschien. Maar het is een waanidee om te geloven dat we bij de dringende problemen van nu gewoon kunnen blijven doen wat we altijd hebben gedaan.

De ideeën van de Green New Deal om de opwarming van de aarde te stoppen en terug te dringen – voornamelijk door de Amerikaanse economie ‘zoveel als technologisch haalbaar is’ CO2-vrij te maken via grote investeringen in hernieuwbare energie, een smart elektriciteitsnetwerk en grotere energie-efficiëntie, uitgebreid openbaar vervoer en de bevordering van duurzame landbouw, het planten van meer bos en het herstellen van ecosystemen – zijn wel degelijk praktisch, want die dingen moeten gebeuren, willen we overleven op deze planeet. Ze liggen in dezelfde lijn als wat we eerder hebben gedaan toen het nodig was.

Bezwaren als ‘hoe kunnen we dat ooit betalen?’ zijn regelrecht obsceen op dit punt in onze geschiedenis. Hoe we het kunnen betalen? Misschien door een zak of twee achter te houden van al het goud dat we nu naar de rijken smijten? Misschien door Jeff Bezos geen prikkel van 3 miljard dollar aan te bieden om zijn bedrijf van pakhuisslaven te verplaatsen naar een wijk die al elke dag volloopt met wolkenkrabbers vol ‘kenniswerkers’? Misschien door een beetje te bezuinigen op onze 800 militaire bases over de hele wereld en op een defensiebudget van 686 miljard dat even groot is als dat van de rest van de wereld bij elkaar?

Vermarkten en verkopen

In een land dat zo rijk is en waarvan zo’n groot deel van die rijkdom openlijk in verkeerde handen is of wordt gestolen, valt de vraag hoe we het kunnen betalen om onze medeburgers gezonder, intelligenter en rijker te maken simpelweg niet serieus te nemen. De sociale en economische hervormingen van de Green New Deal zijn waar we ooit als samenleving naar streefden, waar we al die tijd naar hadden moeten streven.

Denk je dat de Green New Deal angstaanjagend is of onrealistisch? Kijk dan eens naar het gematigde alternatief voor de toekomst:

‘Stel je eens voor dat ik staalarbeider ben in Pittsburg en lid van de bond, maar in het weekend voor Uber rijd en de slaapkamer van mijn kind verhuur via Airbnb – en dat ik bij Walmart winkel op zoek naar de goedkoopste Chinese importartikelen en wat ik daar niet kan vinden via Amazon koop met behulp van een chatbot die een mens heeft vervangen?’

Een fantasie van Thomas Friedman, niet toevallig in dezelfde column waarin hij ook Ocasio-Cortez wegzette als gestoorde utopist. (Friedman heeft herhaaldelijk beweerd dat Airbnb vooroploopt op weg naar een ‘deeleconomie’ waarin mensen in hun eigen huis een restaurant kunnen beginnen. En dat dat iets goeds is.)

De werkelijkheid is natuurlijk dat de meeste georganiseerde staalarbeiders al decennia geleden uit Pittsburg zijn vertrokken, en dat Uber en veel andere chauffeursbanen – waarin zo’n vijf miljoen Amerikanen werken – binnen tien of twintig jaar waarschijnlijk ook verdwenen zullen zijn door de opkomst van de zelfrijdende auto en vrachtwagen. Het probleem zal zijn om voor al degenen die niet in staat of bereid zijn om een souschef in de babykamer onder te brengen, genoeg werk te vinden – of een gegarandeerd overheidsinkomen.

Veelzeggend is dat al die geërgerde politici en geleerden nog het kwaadst worden over de mogelijkheid dat mensen misschien niet in het jachtige tempo blijven werken dat onze westerse economie nu eist. Zij beloven alleen de versnelling van geestdodende arbeid en meer dingen die moeten goedmaken wat er allemaal is mislukt: kernreactoren en ‘schone kolen’ en wie weet wat voor wonderen nog meer, terwijl het water stijgt en de wind loeit en het land brandt. Enorme dijken? Ontziltingsinstallaties, gerecycled afvalwater en huizen die gebouwd zijn als bunkers? De mogelijkheden zijn eindeloos, en daarom maken onze leiders zich niet werkelijk zorgen over de klimaatverandering zelf, alleen over de mogelijkheid dat die echte sociale en economische verandering zal brengen. Wat zij beloven is letterlijk: de winkel blijft geopend en zakendoen gaat voor. Het maakt niet uit hoezeer de aarde of ons leven op die aarde beschadigd raken, het enige wat telt is dat er iets te vermarkten en te verkopen valt.

‘In ons bruto nationaal product… tellen ook luchtvervuiling en sigarettenreclame mee, en ambulances om de gewonden van onze snelwegen te halen,’ zei Robert F. Kennedy in een beroemde toespraak op de universiteit van Kansas, een paar maanden voor zijn dood. ‘Ook speciale sloten voor onze deuren tellen erin mee en de gevangenissen voor de mensen die ze openbreken. De vernietiging van de mahoniebossen en het verlies van onze natuurlijke pracht in een chaotische verstedelijking. Ook napalm telt mee en kernkoppen en pantserwagens voor de politie om de rellen in onze steden te bestrijden. Het geweer van Charles Whitman telt mee en het mes van Richard Speck en de tv-programma’s waarin geweld wordt verheerlijkt om speelgoed aan onze kinderen te verkopen.’

Indertijd klonken Kennedy’s woorden voor de hand liggend, afgezaagd zelfs. Maar ze zijn pijnlijk relevant, meer dan een halve eeuw later, nu onze puur commerciële benadering van het leven op deze planeet doodloopt. Hierin schuilt de onderliggende eenvoudige genialiteit van de Green New Deal: de erkenning dat we niet op de oude voet door kunnen gaan, waarbij we niet alleen de aarde, maar ook elkaar beschadigen, via het huidige economische systeem waardoor we ons onder de voet hebben laten lopen.

De Green New Deal is, zoals de naam al zegt, bedoeld als een herstel, een terugkeer naar de eerlijkheid, de menselijke maat, de waardigheid van een werkend leven, die moedwillig verlaten en bespot zijn door zoveel van onze vooraanstaande politici en commentatoren. Als we willen overleven, zullen we hen moeten negeren. Zij hebben duidelijk niets meer te bieden.

Het manifest waarin de Green New Deal werd bekendgemaakt, zal niet letterlijk worden uitgevoerd. Over sommige onderdelen zullen compromissen worden gesloten, sommige zullen worden verbeterd, toegevoegd of geschrapt. Maar het kan maar beter wel in werking treden, anders zullen we toekomstige generaties een wereld van ongekende natuurrampen nalaten.

Ongetwijfeld wordt het een zware klus. Maar er is één troost: we hebben het eerder gedaan.

Auteur: Kevin Baker

Harper’s
VS | maandblad | oplage 220.000

Het oudste maandblad (1850) in de Verenigde Staten. Onder de medewerkers mag het onder anderen Mark Twain, Winston Churchill en Theodore Roosevelt rekenen. Inmiddels heeft elke gerenommeerde schrijver in het blad gepubliceerd, dat dan ook veelvuldig internationaal in de prijzen viel.

Dit artikel is voor deze publicatie ingekort.


Deel dit artikel


Recent verschenen