8 bij het dossier


Zeven internationale sprekers en hun ideeën.

milanovic color large1

De olifant in 
de provisiekast

De Amerikaanse econoom van 
Servische afkomst Branko Milanovic (64) is een specialist op het gebied 
van economische ontwikkeling en 
ongelijkheid, voormalig chef-econoom bij de Wereldbank en nu gasthoogleraar aan de Universiteit van New York. Hij is tevens verbonden aan de Luxembourg Income Study, een databank over de inkomensverdeling in de vijftig economisch meest ontwikkelde landen. Het grootste deel van zijn vele publicaties gaat over armoede en economische ongelijkheid. In 2011 verscheen zijn boek The Haves and Have-Nots, en twee jaar geleden het zeer geprezen en bekroonde standaardwerk Global Inequality: A New Approach for the Age of 
Globalization.

In dit laatste werk kijkt Milanovic eeuwen terug met een wijde blik die zo ver reikt als gegevens hem toestaan. Hij toont aan dat ongelijkheid groeistuipen kent, veroorzaakt door factoren als oorlog, epidemieën, technologische verstoringen, toegang tot onderwijs en economische herverdeling. De huidige toename van ongelijkheid in de westerse wereld wijt hij aan de recente revolutie in de technologie, zoals anderhalve eeuw geleden de industriële revolutie de opkomst van ‘het proletariaat’ teweegbracht.

Maar hoewel de ongelijkheid binnen landen toeneemt, neemt de ongelijkheid tussen landen opmerkelijk af: 
de middeninkomens in landen als China en India benaderen steeds meer de stagnerende inkomens van de middenklasse in het Westen.

Het bekendst is Milanovic van zijn ‘olifantgrafiek’, waarin hij aan de hand van statistische gegevens aantoont dat in de westerse wereld een groot deel van de lagere inkomens de 
voorbije twintig jaar reëel bij de 
economische groei is achtergebleven. Indien men een lijnverbinding maakt tussen de punten in de grafiek, ziet men (met enige verbeelding) het 
silhouet van een olifant ontstaan, 
de slurf omhoog geheven.

Branko Milanovic neemt in het Forum on European Culture op 
vrijdag 1 juni om 20.30 deel aan de dicussie over de euro onder de titel ‘Future of the Eurozone’.

claudia chwalisz

Filosoferen over Europa

Claudia Chwalisz, Britse van Poolse afkomst, studeerde politicologie aan de universiteit van Sheffield, werkte voor het marktonderzoeksbureau Populus in London, was verbonden aan het Crick Centre voor politiek onderzoek van haar alma mater en is nu politiek analist bij het directoraat Openbaar Bestuur van de OESO 
(Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) in Parijs. Ze heeft twee boeken op haar naam staan over participerende democratie: The Populist Signal: Why politics 
and democracy need to change (uit 2015) en The People’s Verdict: Adding Informed Citizen Voices to Public Decision-making (2017), waarin ze nieuwe vormen van democratie bepleit.

Ze verwachtte die kennelijk van de Franse president Emmanuel Macron, maar voelde zich diep door hem bedrogen. In het Amerikaans/Duitse blad Politico schreef ze kortgeleden, samen met 
de Belgische schrijver en cultuurhistoricus David van Reybrouck (in Nederland meer bekend om zijn boek Congo uit 2010 dan om een later pamfletterig werkje Tegen Verkiezingen), onder de titel ‘Macron’s Sham Democracy’ (Macrons geveinsde democratie) dat de Franse president ‘werd verondersteld de Europese democratie weer 
tot leven te brengen’. Maar helaas: ‘We zijn bitter teleurgesteld. Het model dat Macron voorstelt is archaïsch, elitair en houdt geen rekening met de laatste ontwikkelingen op het gebied van democratische vernieuwing. In wezen komt het erop neer dat Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit samen met Jacques Delors onder het genot van een glaasje cognac een beetje filosoferen over wat de Europeanen willen. (…) Maar waar klinkt de stem van de 53-jarige vrouw van het Roemeense platteland, of die van de 22-jarige uit Dublin die de kost 
verdient met fietsen voor Uber Eats?’

En tot besluit: ‘Een waarlijk Europa-brede dialoog wordt onmogelijk als de discussie beperkt blijft tot kleine afzonderlijke groepen mensen die toch al in hetzelfde milieu verkeren.’

Tijdens het Forum on European 
Culture neemt Claudia Chwalisz zaterdagavond 1 juni om 19.00 in Frascati deel aan het programma ‘Understanding the Populist Turn’.

srecko horvat

Wat doe je na een demonstratie?

De Kroaat Srećko Horvat is filosoof, schrijver en politiek activist, maar niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. Als schrijver kan de vijfendertigjarige al bogen op tien boeken – en afgaand op de titels zijn dat geen stuiverromannetjes: Poetry from the Future. En: Welcome to the Desert of Post-Socialism: Radical Politics after Yugoslavia. Of: What Does Europe Want? Het Duitse weekblad Der Freitag noemde hem ‘een van de opwindendste stemmen van zijn generatie’. En dan te beseffen dat Horvat sinds een paar jaar zijn meeste tijd toch steekt in een project dat hij in 2015 opzette met de voormalige Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis: de Europese politieke beweging Democracy in Europe Movement 2025, afgekort tot DiEM25. Horvat is een gelukkig mens, in Duitsland althans. ‘In Duitsland hebben we leden in vrijwel elke stad: van Frankfurt tot Heidelberg en van Berlijn tot München. Die groepen daar nemen deel aan protesten, bijvoorbeeld tegen [het voorgestelde Trans-Atlantische Vrijhandelsverdrag] TTIP.’ De congressen van DiEM25 worden bezocht door mensen als Noam Chomsky – niet toevallig ook een filosoof en vroger niet afkerig van politiek-maatschappelijk radicale standpunten – en de Britse modekoningin en zakenvrouw Vivienne Westwood. ‘Wat DiEM25 probeert is een hybride beweging opbouwen. We kunnen alleen effectief zijn als we de energie en het activisme van onze vrijwilligers weten te combineren met bijvoorbeeld economische deskundigen die een New Deal voor Europa moeten ontwikkelen, en daarnaast een coördinerend leiderscollectief dat voor de uitvoering daarvan moet zorgen. Weet je: protesten zijn belangrijk als symbool. Maar de vraag is niet: hoeveel mensen komen er naar een protestdemonstratie? De wezenlijke vraag is: wat doe je als de demonstratie voorbij is?’

Srećko Horvat is een van de 
sprekers op 31 mei om 17.00 in de Stadsschouwburg en geeft op 2 juni om 21.45 een inleiding op de film ‘Children of Men’ van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón omdat die film volgens hem de stand van Europa het beste vertolkt.

reem fadda

‘Jeruzalem is een dode stad geworden’

Reem Fadda, een Palestijnse in 1979 geboren in Koeweit, is een onafhankelijke tentoonstellingsmaker. Ze werkte onder andere voor de Guggenheim Foundation en verzorgde onder meer de geroemde presentatie van de Verenigde Arabische Emiraten tijdens de Biënnale van Venetië in 2013. Fadda deed een deel van haar opleiding aan de Cornell University in Ithaca, een 
Ivy League-instituut ofwel elite-universiteit naar Amerikaanse maatstaven. Twee jaar geleden werd in Birzeit op de Westelijke Jordaanoever het Palestinian Museum geopend door de Palestijnse president Mahmoud Abbas: een fantastisch gebouw, ontworpen door het Chinees-Ierse architectenduo Shih-Fu Peng and Róisín Heneghan voor om en nabij 30 miljoen dollar. Het opvallendste aan het nieuwe museum was dat er bij de opening helemaal niets te zien was. Na een financieel-politiek en karakterologisch conflict werd een voorbereide openingstentoonstelling afgeblazen en de beoogde directeur ontslagen. Het bood Fadda de kans zich te manifesteren: zij kreeg de opdracht om voor het lege museum alsnog een expositie samen te stellen. Met vijftien maanden vertraging werd het museum ‘heropend’ met haar tentoonstelling Tahyah Al-Quds (Levens in Jeruzalem). ‘Mijn uitgangspunt was dit: overdrachtelijk gesproken zou je kunnen stellen dat de globalisering is begonnen in Jeruzalem,’ zegt Fadda. 
‘En kijk hoe die globalisering is mislukt en hoe die vorm 
van mislukking is geëxporteerd n
aar de rest van de wereld. Hoor dat gepraat over veiligheid, bewaking, militarisering, politiestaat, de uitsluiting van oorspronkelijke bewoners, intolerantie van anderen.’ Ze geeft toe dat ze een moeilijke relatie heeft tot Jeruzalem, emotioneel en politiek. ‘Mijn hart breekt als ik zie dat het een dode stad is geworden, ik kan daar niet mee omgaan. Ik wilde met deze tentoonstelling laten zien wat het betekent als een stad een militaire bezetting krijgt opgelegd en er een politiek van uitsluiting wordt gevoerd.’

Reem Fadda neemt deel aan de 
discussie ‘The 21st century Museum: A place where cultures meet?’ 
De Balie, 1 juni, 17.00.

zaki nusseibeh

Zaki Nusseibeh, een francofiele wagneriaan

De Palestijn Zaki Anwar Nusseibeh werd in 1946 in Jeruzalem geboren, 
de stad waarvan zijn vader tijdens het Jordaanse bewind over de Westelijke Jordaanoever gouverneur van het 
oostelijke stadsdeel was. Net als zijn vader studeerde hij in Cambridge, waar hij een graad in de economie behaalde (de vader had er rechten gestudeerd en was in de vroege jaren ’60 de ambassadeur van Jordanië in Londen). En ook weer op advies van 
de vader, die tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 een been had verloren, besloot Zaki bij terugkeer naar zijn geboortestad niet in Palestijns gebied te blijven, maar naar Abu Dhabi te gaan, de hoofdstad van de nieuwgevormde Verenigde Arabische Emiraten, waar hij een politiek-ambtelijke carrière maakte. Korte tijd later brak de Zesdaagse Oorlog uit, 
die onder meer leidde tot eerst de bezetting en vervolgens de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël. Van persoonlijke tolk van de emir klom Zaki Nusseibeh op tot hoofd van de dienst voorlichting en toerisme van de VAE, onderminister van Buitenlandse Zaken en ten slotte cultureel adviseur van de regering van de emiraten. Hij heeft onder meer zitting in het bestuur van de vestiging in Abu Dhabi van de Sorbonne in Parijs. Hij heeft meer Franse connecties: hij is bestuurslid van de tak van de Alliance Française in Abu Dhabi. Vandaar is het maar een klein opstapje naar het bestuur van het Institut du Monde Arabe in Parijs. Maar men kan Nusseibeh geen eenzijdige francofilie verwijten. Hij is ook bestuurslid van het Aga Khan Museum in Toronto, het eerste museum op het Noord-Amerikaanse continent dat geheel aan islamitische kunst is gewijd. Daarnaast is hij voorzitter van de afdeling Abu Dhabi van de internationale vereniging ‘Vrienden van Richard Wagner’. En als klap op de vuurpijl werd hij zelfs uitgenodigd om voorzitter te worden van het bestuur van de Richard-Wagner-Stiftung in Leipzig, de geboortestad van de componist.

Zaki Nusseibeh zal een bijdrage leveren aan het programma ‘Bridging Cultures, Bridging Societies’, op 1 juni om 14.00 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

geismar alain

Van de 
barricaden 
tot wethouder van Onderwijs

Alain Geismar (79) zal in Frankrijk de geschiedenis ingaan als een van de 
leiders van de studentenrevolte in 1968, hoewel hij nooit internationaal de bekendheid verwierf van ‘Dany le Rouge’, Daniel Cohn-Bendit. Die was ontegenzeggelijk fotogenieker en werd ‘het gezicht’ van Mei ’68, Geismar was de minder flamboyante theoreticus, geen barricadebouwer, maar een beschouwer. En in die tijd allang geen student meer, maar docent. Hij was opgeleid tot mijnbouwingenieur, maar werd in 1963 benoemd tot docent aan de universiteit van Jussieu in Parijs, en later tot lector aan het instituut voor politicologie, het fameuze Sciences Po. Al in zijn studententijd werd hij actief in de studentenvakbond ESU, waar hij het tot een van de leiders op nationaal niveau schopte. Hij sloot zich aan bij de Parti Socialiste Unifié, maar was daar snel op uitgekeken. In 1967 werd hij gekozen tot adjunct-secretaris-generaal van de vakbond voor het hoger onderwijs, de SNESup. Een jaar later trad hij toe tot de leiding van Proletarisch Links, een maoïstische splinterpartij, voortgekomen uit Mei ’68, dat het geweld niet schuwde en mede op grond daarvan werd verboden. 
Geismar werd gearresteerd wegens het heroprichten van een ontbonden partij en in 1970 veroordeeld tot achttien maanden cel, die hij doorbracht 
in Fresnes, een van de drie grote gevangeniscomplexen in en rond Parijs. In 1984 kreeg hij desondanks een baan bij het staatsagentschap voor informatica ADI, waar een van zijn grote daden het plaatsen van computers was in gevangenissen, om de delinquenten beter voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij – een in die dagen buitengewoon vooruitziende geste. In 1986 keerde hij terug in de socialistische gelederen, en in 1990 werd hij onder Mitterrand benoemd tot inspecteur-generaal voor het onderwijs. Hij besloot zijn loopbaan 
als wethouder in Parijs, van 2001 tot aan zijn pensioen in 2004, met in zijn 
portefeuille onderwijs, onderzoek en de universiteiten.

Alain Geismar neemt deel 
aan ‘The Spirit of ’68’, De Balie, 
1 juni, 16.00.


Deel dit artikel


Recent verschenen