In Noord- en Zuid-Amerika wordt 2026 een beslissend jaar voor de vraag wie het woord heeft (of neemt) – over het verleden, over de staat en over de toekomst van de democratie. Zuid-Amerika balanceert tussen radicale experimenten en pogingen tot normalisering, met Argentinië en Brazilië als laboratoria voor economische en politieke koerswijzigingen.
Wie het verleden beheerst…
Dat Donald Trump geen fijnzinnig stilist is, weerhoudt hem er niet van het perfecte beeld te kiezen voor Amerika’s 250ste verjaardag: een UFC-kooi op het gras van het Witte Huis, waar vechters elkaar op 4 juli te lijf zullen gaan. Er komen parades, vuurwerk en herdenkingsmunten, maar het gevecht in de achthoek vat de stemming beter samen dan welke patriottische ceremonie ook. Met één verschil: in de UFC gelden nog regels van sportiviteit die in het Amerikaanse politieke gevecht grotendeels verloren gingen.
Zelfs hóé het jubileum gevierd wordt, is onderwerp van polarisatie: naast het America250-comité, dat officieel uit Democraten en Republikeinen bestaat, heeft Trump na zijn terugkeer in het Witte Huis zijn eigen Task Force 250 opgericht, waarvan hij alle leden zelf heeft benoemd. Hoe deze twee commissies moeten samenwerken is onduidelijk, en het is de vraag of Trumps taskforce gevoelige thema’s, zoals Washingtons slavernijgeschiedenis of ‘dekoloniserende’ en lhbti+-inclusieve benaderingen, überhaupt wil omarmen.
Die strijd om het verleden wordt in 2026 wel heel letterlijk gevoerd. Trump liet een audit uitvoeren van de National Historic Landmarks – federale erfgoedsites zoals historische huizen, slagvelden en musea – om wat hij ‘divisive narratives’ noemt terug te dringen: interpretaties die volgens hem te veel nadruk leggen op slavernij, racisme of andere pijnlijke hoofdstukken uit de Amerikaanse geschiedenis, en te weinig op nationale grootsheid. Bordjes over slavernij verdwijnen op sommige plekken; de vraag wie de verhalen vertelt, wordt net zo belangrijk als wát er verteld wordt. Was het tweehonderdjarig jubileum van 1976, ondanks Vietnam en Watergate, nog een gezamenlijke, zij het omstreden viering, het tweehonderdvijftigjarig gedenkfeest wordt vooral een gevecht om interpretatie. George Orwells inzicht – wie het heden beheerst, beheerst het verleden; wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst – is zelden zo letterlijk beleidsprogramma geweest.
Argentinië: van kettingzaag naar rekenkamer
De Argentijnse Javier Milei, de libertaire president met de metaforische ‘fiscale kettingzaag’, heeft na een moeilijk eerste jaar een overtuigende overwinning in de tussentijdse verkiezingen geboekt. Hierdoor krijgt hij een sterkere positie, maar nog steeds geen absolute meerderheid in het parlement. Dat betekent dat zijn derde regeringsjaar draait om iets wat minder goed bij zijn publieke imago past: onderhandelen.
Macro-economisch balanceert Argentinië op het randje. De poging om de peso kunstmatig sterk te houden drukte zwaar op de munt; alleen een uitzonderlijke reddingslijn uit Washington hield de situatie tot de verkiezingen stabiel. In 2026 zal Milei vrijwel zeker het wisselkoersregime moeten hervormen: een vrijer zwevende peso, minder kapitaalcontroles, mogelijk zelfs een klassieker monetair beleid. Dat levert eerst een inflatiepiek op, maar kan daarna leiden tot groei, investeringen en reserves.
Als markten vertrouwen krijgen in Mileis koers, kan Argentinië in 2026 terugkeren naar de internationale kapitaalmarkten. Dan staan arbeidsmarkt- en belastinghervormingen op de agenda, evenals een begroting met een stevig primair overschot. Of dat lukt, hangt volledig af van Mileis vermogen om provincies en gematigde oppositiepartijen mee te krijgen.

Brazilië: een megaverkiezing
In Brazilië fungeert oktober 2026 als een soort groot nationaal referendum over een decennium polarisatie. Kiezers kiezen dan tegelijk een president en een vicepresident, twee derde van de senaat, alle gouverneurs en meer dan vijftienhonderd volksvertegenwoordigers. Waar de afgelopen jaren werden gedomineerd door de botsing tussen Jair Bolsonaro en Luiz Inácio Lula da Silva, lijkt nu een zekere verzadiging op te treden.
Bolsonaro zelf is uitgeschakeld: in 2025 werd hij veroordeeld voor zijn poging een coup te organiseren na zijn verkiezingsnederlaag. Pogingen om via zijn zonen of echtgenote een politieke dynastie op te bouwen stuiten op scepsis. Tegelijk is ook de vermoeidheid ten opzichte van Lula voelbaar. De inmiddels negenenzeventigjarige president flirt met een vierde termijn, maar een grote meerderheid van de bevolking vindt dat hij niet opnieuw zou moeten kandideren. Zijn waarderingscijfers zijn hoog genoeg om serieus mee te doen, maar niet om de onbetwiste favoriet te zijn.
Daartussenin ontstaat ruimte voor meer klassieke centrum- en centrumrechtse kandidaten, vaak gouverneurs met een reputatie van degelijk bestuur: Tarcísio de Freitas (São Paulo), Ratinho Júnior (Paraná), Ronaldo Caiado (Goiás). Ze spreken Bolsonaro’s achterban niet frontaal tegen, beloven hem zelfs gratie, maar nemen afstand van zijn confronterende stijl. Als het deze groep lukt coalities te smeden in het versnipperde partijsysteem, kan 2026 het begin markeren van een relatieve depolarisatie, al blijft het risico bestaan dat radicaal-rechts via het parlement alsnog een meerderheid verovert om rechters en instituties aan te pakken.
Cultuurexplosie
Latijns-Amerika ontwikkelt zich in rap tempo tot het kloppende hart van de wereld.
En 2026 belooft het jaar te worden waarin dat onmiskenbaar zichtbaar wordt. In de mondiale entertainmentindustrie zijn Latijns-Amerikaanse makers inmiddels richtinggevend: hun muziek, series, films en formats bepalen trends, ritmes en esthetische opvattingen wereldwijd.
De motor achter die groei is deels technologisch. Streaming heeft grenzen weggevaagd, waardoor Latijns- Amerikaanse producten veel sneller een mondiaal publiek vinden. Netflix kondigde in 2025 aan maar liefst 1 miljard dollar te investeren in producties in Mexico, en Vix – het Spaanstalige platform van TelevisaUnivision – wordt het snelst groeiende streamingplatform van de Amerika’s. Daardoor kunnen lokale producenten in Mexico, Brazilië en Colombia series en films maken die niet alleen nationaal scoren, maar ook prijzen winnen op internationale festivals.
Het succes van Bajo las banderas, el sol (Under the Flags, the Sun), een Paraguayaanse documentaire over de dictatuur, laat zien dat ook politiek en historisch materiaal wereldwijd weerklank kan vinden. Verschillende regeringen ondersteunen de sector actief: Brazilië herstelde quota die bioscopen verplichten om een minimum aantal dagen per jaar Braziliaanse films te vertonen, en boekte een symbolische overwinning toen de film Ainda Estou Aqui (I’m Still Here) in 2025 de Oscar voor Beste Internationale Film won – een primeur voor het land.
Minstens zo invloedrijk is de muziek. De Latijnse muziekmarkt groeit explosief en genereerde in 2024 al een omzet van 1,4 miljard dollar in de Verenigde Staten. Regionale Mexicaanse muziek is nu de lucratiefste subcategorie, terwijl supersterren als Bad Bunny, Karol G, Peso Pluma en Bizarrap de wereldwijde hitlijsten domineren. Bad Bunny treedt zelfs op tijdens de Super Bowl-halftime show van februari 2026, een cultureel ijkpunt dat de verschuiving bevestigt. Tegelijk sijpelt de tresilloritmiek van reggaeton door in Engelstalige pop; zelfs artiesten als Ed Sheeran gebruiken de Latijns-Amerikaanse cadans.
Cariben en Centraal-Amerika
Aan de noordrand van Zuid-Amerika laat Haïti zien hoe ver instorting kan gaan. Sinds de moord op president Jovenel Moïse in 2021 is de staat praktisch verdwenen: er zijn geen nationaal gekozen functionarissen meer, een overgangsraad is vooral fictie en gewapende bendes controleren hoofdstad en verkeersaders. Eerdere pogingen om met een kleine, door Kenia geleide politiemissie orde te scheppen mislukten; geïmproviseerde dronebommen en wederzijds geweld maakten de situatie alleen grimmiger. Voor 2026 staat een grotere, door de VN-Veiligheidsraad gesteunde Gang Suppression Force gepland, bestaande uit ruim vijfduizend politiemensen en militairen. Deze zou, met betere logistieke steun dan de vorige missie, iets meer grip moeten kunnen krijgen op de veiligheid. Maar zelfs in het gunstigste scenario blijft Haïti een land in humanitaire nood: hongersnood, cholera, gesloten scholen en klinieken tekenen een samenleving waar verkiezingen voorlopig sciencefiction zijn. De schaduw van vorige VN-missies – met seksueel misbruik en een eerdere choleraepidemie – maakt internationale betrokkenheid moreel beladen en politiek precair.
El Salvador beweegt ondertussen in de tegenovergestelde richting: geen afbrokkelende, maar een opvallend strak aangestuurde staat. President Nayib Bukele, begin veertig, heeft in rap tempo alle institutionele checks-and-balances geneutraliseerd: hij herschreef via loyale rechters de regels voor herverkiezing en schafte vervolgens de termijnlimiet geheel af. Sinds 2021 geldt een permanente noodtoestand; naar schatting 85.000 mensen zitten vast, wat El Salvador het hoogste detentiepercentage ter wereld oplevert. De bendegeweldstatistieken zijn indrukwekkend gedaald, maar mensenrechtenorganisaties wijzen op geheime deals met gangleiders en massale willekeur.
In 2026 draait het om twee vragen: kan Bukele de economische kosten van zijn regime beheersen – lage groei, hoge schuld, bezuinigingseisen van het IMF – en blijft zijn populariteit rond de 80 procent of zakt die weg? In een ‘normale’ democratie zou dat electorale risico’s opleveren; in El Salvador, waar media, ngo’s en rechtspraak onder zware druk staan en oppositiefiguren vervolgd worden, lijkt zijn macht voorlopig eerder geconsolideerd dan kwetsbaar. De steun en openlijke bewondering van Trump in Washington verminderen bovendien het laatste beetje internationale druk.

