Washington plafond

Hoewel inmenging door de overheid in een branche vaak ongewenst is, weten bepaalde bedrijven van Trumps beleid te profiteren.

Begin december kreeg Nvidia eindelijk toestemming om zijn meest geavanceerde halfgeleiderchips aan China te verkopen. Niet zonder voorwaarden: de Amerikaanse regering strijkt een kwart van de opbrengst op.

Deze gang van zaken spreekt boekdelen over de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven onder Trump. Zijn regelmatige bemoeienis met de bedrijfsvoering – het opeisen van gewone of ‘gouden’ aandelen of een deel van de omzet, het aansporen van bedrijven om hun prijzen te verlagen of medicijnen via een overheidswebsite te verkopen – is een vorm van staatskapitalisme, waarbij de staat niet per se eigenaar is van bedrijven, maar zijn aanzienlijke invloed gebruikt om hun gedrag te sturen.

‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best’

Staatskapitalisme is tweerichtingsverkeer. Door zich te conformeren aan Trumps agenda krijgen veel bedrijven een voorkeursbehandeling, bijvoorbeeld op het gebied van hun handel met China, de invoerheffingen, de regelgeving voor hun sector en de toestemming om fusies aan te gaan. Met andere woorden, staatskapitalisme dient niet alleen de belangen van de staat, maar ook die van een bevoorrechte groep kapitalisten.

Nvidia betaalt in feite voor een licentie die voorheen gratis was, maar heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het bedrijf krijgt immers toegang tot een lucratieve markt die anders gesloten zou blijven. Afgelopen augustus, kort nadat Trump voor het eerst een afdracht van 15 procent had bedongen, zei Nvidia-CEO Jensen Huang in een interview: ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best.’

Of deze innige relatie tussen de staat en een selectieve groep kapitalisten wel zo goed is voor de VS, is een andere vraag.

‘Tussenvorm’

Staatskapitalisme is geen socialisme dat alle productiemiddelen in handen van de staat legt, maar het is ook geen laissez-fairekapitalisme. Het is een soort tussenvorm die elders ter wereld in verschillende varianten al langer gemeengoed is. Het was ooit populair in Japan en West-Europa en blijft in wisselende mate een prominente rol spelen in China, Rusland en andere landen.

Het opkopen van aandelen of het vorderen van een productielijn waren stappen die de Amerikaanse overheid vroeger alleen zette in noodsituaties, zoals bij corona of de financiële crisis. Onder Trump is het dagelijkse praktijk geworden.

‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen,’ zei Trump onlangs tegen The Wall Street Journal. ‘Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans.’

‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen. Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans’

Binnenskamers moeten veel bedrijfsleiders niets hebben van zijn inmenging, zoals ze ook bezwaar hebben tegen zijn aanvallen op de centrale bank en op advocatenkantoren en mediabedrijven die hem tegenwerken. In het openbaar zwijgen ze meestal of steunen ze hem zelfs.

Daar zijn verschillende redenen voor, waar angst een van is. Instemming met de bredere agenda van de president is een andere. Na de regeldrang onder voormalig president Joe Biden zijn velen ingenomen met Trumps bedrijfsvriendelijke aanpak. Hij draait bedrijfsregelgeving en -toezicht terug, staat meer fusies toe en ondertekent wetten die de belasting voor bedrijven verlagen.

De meeste zakenmensen zien het liefst een terughoudende overheid die hen hun gang laat gaan. Maar dat zit er met Trump niet echt in. Dus proberen ze veelal met hem en zijn naaste adviseurs samen te werken aan wat voor hen van belang is. Zo beloofde Pfizer de prijzen van sommige geneesmiddelen voor Amerikaanse afnemers te verlagen, een aantal geneesmiddelen via de overheidswebsite TrumpRx te verkopen en in binnenlandse productie te investeren, allemaal in ruil voor een verlaging van invoertarieven. Pfizer-topman Albert Bourla betuigde op een bijeenkomst in het Witte Huis zijn dank aan Trump en beloofde dat deze ‘historische’ overeenkomst tegemoetkwam aan de door Trump geëiste verlaging van de medicijnkosten.

Silicon Valley

Dat de staat en het kapitalisme op één lijn zitten kwam het duidelijkst naar voren tijdens de jacht op kunstmatige intelligentie (AI). Silicon Valley en Trump zijn het erover eens dat de AI-wedloop van vitaal belang is voor de economische groei en de strategische voorsprong op China.

Silicon Valley heeft zich vanaf het prille begin achter Trump geschaard. Topmensen uit de sector woonden zijn inauguratie bij. De volgende dag kondigde de president in het Witte Huis een AI-infrastructuurproject aan ter waarde van 500 miljard dollar, Stargate genaamd, onder leiding van Open AI, Oracle en SoftBank.

Ondertussen heeft Trump de prioriteiten van de sector krachtig gesteund. Hij trok Bidens AI-richtlijnen op het gebied van nationale veiligheid en volksgezondheid in en drong aan op versterking van het energienet om aan de enorme elektriciteitsbehoefte van AI te voldoen. Begin december ondertekende hij nog een presidentieel besluit om staten te straffen die AI reguleren. Belangrijke technologische importproducten, zoals chips van Nvidia en iPhones van Apple, zijn tot nu toe grotendeels vrijgesteld van importheffingen.

De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in

De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in. Kort nadat Trump een belang van 10 procent in Intel eiste en kreeg, investeerde ook Nvidia in het bedrijf, dat een leverancier én een potentiële concurrent is.

En dat was nog maar een van de vele vestzak-broekzakdeals waarbij de scheidslijnen tussen concurrenten, afnemers en soms zelfs de overheid vervagen. Nvidia heeft ook geïnvesteerd in OpenAI, Anthropic en xAI, die allemaal Nvidia-chips gebruiken. Microsoft, dat de rekenkracht levert aan OpenAI en Anthropic, heeft in beide geïnvesteerd. SoftBank heeft geïnvesteerd in OpenAI, en OpenAI heeft een optie om aandelen te kopen van AMD, een concurrent van Nvidia.

‘Circulaire AI-deals zijn geen rechtstreekse acquisities, maar eerder partnerschappen en gezamenlijke investeringen,’ zegt Doha Mekki, die tijdens de eerste termijn van Trump en onder Biden werkzaam was bij de antitrustafdeling van het ministerie van Justitie. ‘Maar als je er een diagram van maakt, beginnen de combinaties verdacht veel op trusts te lijken.’ 

Als AI, zoals door velen wordt gevreesd, een zeepbel is, vormt het uiteenspatten daarvan een gevaar voor het kapitaal waarmee de datacenters en de economische groei van de VS gefinancierd worden. Sommigen in Silicon Valley zijn zich bewust van deze risico’s en vinden dat Washington de sector moet steunen, zoals in het verleden ook met de banken is gebeurd. OpenAI heeft aangedrongen op ‘federale subsidies, overeenkomsten over kostendeling, leningen of kredietgaranties’ om de capaciteit en de veerkracht van de sector te vergroten. 

Landskampioen Nvidia

Geen enkel Amerikaans bedrijf voldoet beter aan het profiel van landskampioen dan Nvidia, dat een dominante marktpositie heeft op het gebied van grafische processors die worden gebruikt bij het trainen en interpreteren van AI-modellen.

De regering-Biden en aanvankelijk ook de regering-Trump verboden Nvidia om veel van zijn meest geavanceerde chips aan China te verkopen. Omdat AI-vaardigheid als cruciaal wordt beschouwd voor economische en militaire dominantie, was het verbod bedoeld om de opmars van belangrijke Chinese ontwikkelaars van AI-modellen zoals DeepSeek te vertragen.

Nvidia-topman Huang heeft daarover herhaaldelijk gesprekken gevoerd met Trump en anderen binnen de overheid en in het Congres. Hij hamerde erop dat verkoop van zijn chips aan China juist zou bijdragen aan behoud van de Amerikaanse voorsprong, omdat Chinese ontwikkelaars dan afhankelijk bleven van Amerikaanse technologie. Zonder Amerikaanse chips, zei hij eerder deze maand in het Center for Strategic and International Studies, ‘gaan ze hun eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren.’

Vóór Trump had ook Biden al een industriebeleid geïntroduceerd waarbij bepaalde sectoren door de overheid werden gesubsidieerd. Hij tekende de door zowel Republikeinen als Democraten gesteunde CHIPS Act, in het kader waarvan miljarden dollars aan subsidie naar Intel en andere bedrijven werden doorgesluisd voor de bouw van faciliteiten die geavanceerde chips konden produceren, zoals die van Nvidia.

‘[China gaat zijn] eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren’

Maar anders dan Biden vindt Trump dat die hulp Washington ook financieel ten goede moet komen. De regering heeft belangen genomen in bedrijven waarmee ze contracten en leningen heeft afgesloten voor het vergroten van de aanvoer van kritieke mineralen. Minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum zei tegen The Wall Street Journal dat die belangen in eerste instantie zullen worden beheerd door een staatsinvesteringsfonds.

Trump heeft de Intel-subsidie omgezet in aandelen. Ondanks de verwatering van het pakket van bestaande aandeelhouders steeg het aandeel Intel. Beleggers gokken erop dat de federale overheid Intel meer omzet zal bezorgen, zoals Beijing dat ook doet voor zijn landskampioenen.

Misschien was het pleidooi van Huang en Sacks voor chipverkoop aan China op zichzelf al genoeg om de regering te overtuigen. Maar het marktaandeel van 25 procent heeft vermoedelijk wel geholpen.

Het risico is natuurlijk dat de winst van het ministerie van Financiën op Intel en de verkoop van chips aan China de aandacht afleiden van de nationale veiligheid. Sinds Intel bijvoorbeeld zijn CHIPS-subsidies in aandelen heeft omgezet, is het bedrijf niet langer gehouden aan de voorwaarden die de regering-Biden aan die subsidies had verbonden, namelijk dat bepaalde types geavanceerde halfgeleiders alleen in de VS worden geproduceerd.

Vriendjespolitiek

Staatskapitalisme wordt geacht het land ten goede te komen. Machthebbers komen echter gemakkelijk in de verleiding de belangen van de staat gelijk te stellen aan hun eigen belangen, zodat staatskapitalisme steeds meer op vriendjespolitiek gaat lijken.

Skydance Media, een door David Ellison geleide filmstudio, stemde vorig jaar in met een fusie met Paramount Global. Trumps toezichthouders keurden de fusie pas goed nadat Paramount had geschikt in een rechtszaak die Trump had aangespannen tegen de CBS-nieuwsdivisie van Paramount over de montage van een interview met de Democratische presidentskandidaat Kamala Harris.

Paramount, dat nu onder leiding staat van diezelfde Ellison, heeft inmiddels een bod uitgebracht op Warner Bros. Discovery, dat al heeft toegezegd zijn studio’s en de streamingdienst HBO Max aan Netflix te verkopen. President Trump heeft gezegd dat Warners nieuwszender CNN een andere eigenaar moet krijgen, welk bedrijf Warner ook overneemt. Ellison heeft functionarissen van de regering-Trump verzekerd dat hij, als hij Warner zou kopen, ingrijpende veranderingen zou doorvoeren bij CNN, een zender die regelmatig Trumps woede wekt. Trumps schoonzoon Jared Kushner doet ook mee aan de bieding. De financiering komt grotendeels van Ellisons vader Larry Ellison, een Trump-aanhanger met een meerderheidsbelang in Oracle.

In andere landen die staatskapitalisme kennen zou de uitkomst al vaststaan. In Rusland, Hongarije, Turkije en India zijn de kritische media allemaal opgekocht en monddood gemaakt door eigenaren die warme banden hebben met het regime. In de VS staat het nog te bezien wie het laatste woord heeft: de markt of de staat.


Deel dit artikel


Recent verschenen