Sommige gebouwen zijn niet beroemd omdat ze belangrijk zijn, maar omdat ze opvallen. Ze circuleren op het internet rond als een soort architectonische memes, los van geschiedenis, functie of vorm.

Op de blog Misfits’ Architecture schrijft de Britse Graham McKay wekelijks over architectuur. Hij verzet zich tegen ‘dysfunctionalism’: gebouwen die er spectaculair uitzien maar slecht functioneren – de zogenaamde meme buildings. Het zijn gebouwen die makkelijk als beeld verspreidbaar zijn, als een herkenbare vorm die meteen begrepen, gedeeld en meestal ook besproken wordt voordat iemand er goed naar heeft gekeken.

De aantrekkingskracht is duidelijk. Een gebouw dat eruitziet als een vis, een mandje of een eend, onthoud je sneller dan een ontwerp dat esthetisch én praktisch goed doordacht is. Dat verklaart waarom mimetische architectuur al decennialang opduikt in de Verenigde Staten en ver daarbuiten: een gebouw krijgt de vorm van wat het verkoopt, of van wat het wil betekenen.

Op de plek waar nu The Big Duck staat, werden voorheen eenden en eieren verkocht. Of neem het ‘basket-gebouw’ van Longaberger in Ohio, een hoofdkantoor in de vorm van het product van het bedrijf zelf. McKay’s punt is overigens subtieler dan louter spot: het gaat hem om de manier waarop architectuur zich steeds vaker laat lezen als beeldcultuur waarin de meme geen bijzaak meer is, maar onderdeel van het ontwerp.

Ontsnappen aan het algoritme van de aandacht lukt ook in de architectuur niet. Het levert gelukkig vaak nog onverwachte en gedurfde ontwerpen op.


