Onderwerpen: Architectuur

  • Aandacht trekken met een gebouw

    Aandacht trekken met een gebouw

    Sommige gebouwen zijn niet beroemd omdat ze belangrijk zijn, maar omdat ze opvallen. Ze circuleren op het internet rond als een soort architectonische memes, los van geschiedenis, functie of vorm.

    CUL gezicht huis compressed edited
    Face House, Kyoto. – © Wikimedia

    Op de blog Misfits’ Architecture schrijft de Britse Graham McKay wekelijks over architectuur. Hij verzet zich tegen ‘dysfunctionalism’: gebouwen die er spectaculair uitzien maar slecht functioneren – de zogenaamde meme buildings. Het zijn gebouwen die makkelijk als beeld verspreidbaar zijn, als een herkenbare vorm die meteen begrepen, gedeeld en meestal ook besproken wordt voordat iemand er goed naar heeft gekeken.

    CUL Opera Sydney compressed edited
    Sydney Opera House. – © Wikimedia

    De aantrekkingskracht is duidelijk. Een gebouw dat eruitziet als een vis, een mandje of een eend, onthoud je sneller dan een ontwerp dat esthetisch én praktisch goed doordacht is. Dat verklaart waarom mimetische architectuur al decennialang opduikt in de Verenigde Staten en ver daarbuiten: een gebouw krijgt de vorm van wat het verkoopt, of van wat het wil betekenen.

    CUL Eend compressed edited
    The Big Duck. – © Wikimedia

    Op de plek waar nu The Big Duck staat, werden voorheen eenden en eieren verkocht. Of neem het ‘basket-gebouw’ van Longaberger in Ohio, een hoofdkantoor in de vorm van het product van het bedrijf zelf. McKay’s punt is overigens subtieler dan louter spot: het gaat hem om de manier waarop architectuur zich steeds vaker laat lezen als beeldcultuur waarin de meme geen bijzaak meer is, maar onderdeel van het ontwerp.

    CUL hangende schijf compressed
    Australian Pavilion, Osaka Expo 1970. – © Getty Images

    Ontsnappen aan het algoritme van de aandacht lukt ook in de architectuur niet. Het levert gelukkig vaak nog onverwachte en gedurfde ontwerpen op.

    CUL patrijspoorten compressed edited
    Een huis dat op een vliegende schotel lijkt, de Futuro II, kreeg de hoofdprijs in een fotowedstrijd die door de Arrow Company wordt georganiseerd voor studenten uit het hele land. De Futuro II heeft een diameter van 8 meter, is 3,7 meter hoog, biedt comfortabel plaats aan twee tot vier personen en wordt geleverd als een volledig zelfvoorzienend huis. – © Getty Images

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Hoe de kiosk als integratiemachine fungeerde

    Realistische composities in fraai fotolicht

    FOTOGRAFIE | Waar klasgenoten aan de Kunstacademie in Düsseldorf als Candida Höfer, Axel Hütte, Thomas Ruff en Thomas Struth uitgroeiden tot wereldberoemde kunstenaars, bleef fotograaf, ontwerper en interieurarchitect Tata Ronkholz (1940-1997) lange tijd vrij onbekend. Tot ze vorig jaar in Keulen een retrospectief kreeg dat nu in Nederland is te zien.

    De redactie van Art Daily vindt het ‘vreemd’ dat het werk van deze ‘veelzijdige kunstenaar’ nu pas een internationaal eerbetoon krijgt. De fotografie van Ronkholz wordt gekenmerkt door ‘duidelijke composities, een seriële benadering en een documentaire focus op architectonische structuren en alledaagse architectuur. Met een grootformaat camera maakte ze scherp gedefinieerde en realistische foto’s waarin het onderwerp, in plaats van de individuele stijl van de kunstenaar, centraal staat.’

    Ronkholz’ serie Trinkhalle springt eruit: grotendeels zwart-witportretten die ze tussen 1977 en 1984 in Keulen, Düsseldorf en omgeving maakte van kiosken waar behalve kranten en tijdschriften ook drank, sigaretten en snoep werd verkocht. Voor NDR-redacteur Janek Wiechers gaat het om ‘foto’s die blijven verbazen. Ze tonen een beminnelijke plek die telkens individueel is vormgegeven.’ Tegelijk zijn de beelden, aldus Wiechers, ‘geladen met duizenden verhalen, dialogen en gebeurtenissen – daarin schuilt hun grote aantrekkingskracht’.

    REC Kiosk compressed

    In Rheinische Post stelt Andreas Rossmann dat het motief van de kioskenserie ‘op het eerste gezicht niet erg fotogeniek lijkt, maar vooral de artistieke houding van Ronkholz belichaamt. Ze was niet geïnteresseerd in een sociaal aspect of in design, maar voelde zich aangetrokken tot het dagelijks leven. Ze wilde het kleine winkeltje om de hoek laten zien in al zijn vriendelijkheid.’ Daarbij zag Ronkholz het Rijnland als locatievoordeel: ‘Ongelooflijk mooi fotolicht. Grijs, wazig en grotendeels bewolkte luchten.’

    Lennart Laberenz omschrijft in Die Zeit de functie van de Duitse Trinkhalle in de jaren zeventig en tachtig: ‘Het waren integratiemachines, vaak bediend door mensen die lange afstanden hadden overbrugd om in Duitsland te werken en daar hun geluk in eigen hand namen. Ze illustreerden de wil tot zelfbevestiging en er werden roddels en samenzweringstheorieën gecultiveerd.’ Volgens de criticus wordt dat beeld door Ronkholz ‘slechts gesuggereerd’ omdat de foto’s altijd vrij zijn van mensen of schaduwen. ‘Toch vormen ze een resonantiekamer waarin het idee van zelfuitbuiting van de exploitanten doorschemert.’

    Het retrospectief Designed world: Through the eyes of Tata Ronkholzis tot 21 juni te zien in Huis Marseille in Amsterdam.


    De literaire muzikaliteit van Oliver Lovrenski

    Gebaseerd op zijn levensverhaal, maar dan ‘veel erger’

    LITERATUUR | Toen in april 2023 de negentienjarige Oliver Lovrenski een manuscript naar grote Noorse uitgeverijen stuurde, begrepen ‘we (…) meteen dat we met iets bijzonders te maken hadden’, vertelt Nora Campbell, directeur van Aschehoug, aan de krant Verdens Gang. Minder dan een week na ontvangst van het manuscript tekende Lovrenski een contract met hen. Het verhaal raakte de kern van ‘het hedendaagse Oslo’, wat ‘zeldzaam’ is. Bovendien ‘ving het de pijn (…) van jongeren die nu opgroeien’.

    Lovrenski, geboren uit een Kroatische moeder en een Noorse vader – een dichter die al snel uit zijn leven verdween – schreef deze roman op zijn mobiele telefoon en putte vooral uit zijn eigen levensverhaal. ‘Als je vijftien bent en je hebt een half dozijn mensen een overdosis zien nemen, verandert dat je. Ik begon te geloven dat er geen uitweg meer was. Op mijn zestiende dacht ik niet dat ik de zeventien zou halen,’ vertelde hij de krant. Het boek werd, mnede door drie prijzen en een nominatie, een van de Noorse bestsellers van 2023. Het werd in veertien landen vertaald en in het eerste jaar alleen al werden 63.000 exemplaren van de roman verkocht in een land met minder dan 6 miljoen inwoners.

    ‘Tijdens zijn jeugd miste [Lovrenski] bepaalde dingen, zoals het gevoel erbij te horen of een mannelijk rolmodel. Hij vertelt hoe hij en zijn vrienden omgingen met drugs en een constant klimaat van wantrouwen’, aldus A-magasinet, de zondagsbijlage van Aftenposten. Maar, zegt de auteur, de vier jongemannen die hij in zijn boek beschrijft – Ivor, Marco, Arjan en Jonas – doen ‘veel ergere dingen’ dan hijzelf ooit heeft gedaan. ‘Maar niet erger dan sommige jongeren die ik ken.’ Ivor lijkt het meest op de auteur. Hij heeft net als Lovrenski Balkanwortels, een alleenstaande moeder, een passie voor boksen en ‘de droom om iemand te worden, om opgemerkt en bewonderd te worden’, aldus A-magasinet.

    REC Lovrenski compressed

    Toen we nog jong waren (Da vi var yngre) werd unaniem geprezen in de Noorse pers. ‘Wat een talent!’ aldus Cathrine Kroger, recensent van Dagbladet, onder de indruk van de jonge auteur en zijn ‘bijzondere literaire muzikaliteit’.

    Ook werd opgemerkt dat de schrijfstijl allesbehalve rechttoe rechtaan is. Het verhaal wordt verteld zonder leestekens of hoofdletters, in ‘Noorse straattaal met zo’n sterke kebabsmaak dat oudere lezers een woordenboek nodig zullen hebben om de eerste paar hoofdstukken te begrijpen’, waarschuwde nieuwssite Nettavisen.

    Sindsdien zou de schrijver, die zijn ‘getrainde en getatoeëerde lichaam nu hult in een pak’, aan een nieuw manuscript werken. Volgens A-magasinet gaat het over ‘dezelfde personages in een andere setting, vijf tot tien jaar later’.

    Toen we nog jong waren verscheen in een vertaling van Wouter De Jong bij Uitgeverij Oevers.


    Hoewel volop bespot, ligt Melania op koers

    De regiestijl zou aan een screensaver doen denken

    DOCUMENTAIRE | De documentaire over de Amerikaanse First Lady is zo slecht ontvangen dat journalisten er een stijloefening van maakten deze te hekelen. De film ging begin februari in première in meer dan duizend bioscopen in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. ‘Er valt ongetwijfeld een goede documentaire te maken over het voormalige Sloveense model, maar deze is hopeloos verloren’, fulmineert The Guardian. ‘Het is een van die zeldzame films die door niets meer te redden zijn.’

    Net als veel andere kranten maakte de Britse krant een verwijzing naar nazi-Duitsland, waarbij Trumps vrouw werd vergeleken met Eva Braun. ‘Al het geld van de wereld levert je nog geen goede propaganda op’, kopt Vanity Fair, dat erop wijst dat regisseur ‘Brett Ratner geen Leni Riefenstahl is’, de getalenteerde maar controversiële kunstenares achter Triumph of the Will. ‘Als het je plan was een parodie over de First Lady van de Verenigde Staten te maken, zou je het denk ik niet veel anders aanpakken’, aldus het tijdschrift.

    REC Melania compressed

    ‘Al het geld van de wereld’, want Amazon kocht de filmrechten voor 40 miljoen dollar en gooide daar nog eens 35 miljoen aan promotiekosten bovenop. Een record voor een documentaire waarvoor slechts twintig dagen filmen nodig waren, in de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump in januari 2025. Het bedrag leidde tot speculaties in Hollywood over wat Amazon nog meer denkt te kopen met de aankoop van de filmrechten, aldus NPR. ‘Deze investering heeft ongetwijfeld niets te maken met een enorm bedrijf dat gunsten zoekt bij een regering die wordt geleid door de politieke familie die bovenal hunkert naar historische erkenning’, aldus opiniestuk in USA Today, dat concludeert dat ‘het bespotten van Melania Trumps documentaire een vorm van patriottisme is’.

    ‘Het is doorzichtige politieke propaganda. Cynisch, zinloos en ontzettend saai,’ verklaart Empire, dat in de recensie eveneens naar Riefenstahl verwijst. The Atlantic gaat nog verder. ‘Het is een schande,’ briest het tijdschrift. ‘Een ongelooflijke gruweldaad’, veroordeelt The Daily Beast. BuzzFeed vergelijkt de stijl van Ratner – die beschuldigd wordt van seksueel misbruik en sinds 2017 op de zwarte lijst van Hollywood staat – met ‘een videoclip of misschien een screensaver’.

    Ondanks alle kritiek ligt de documentaire op koers om in het openingsweekend in de Amerikaanse bioscopen acht miljoen dollar op te brengen. Niet genoeg om de initiële investering terug te verdienen, maar volgens Deadline is dit de beste opening voor een documentaire in de Verenigde Staten in tien jaar. Met name in Florida en Texas trekt de film veel publiek.


    Geslaagde comeback van voormalige R&B- en soulbelofte

    Vibratostem van honingmelasse

    MUZIEK | Gold de Amerikaanse songwriter en actrice Jill Scott (53) rond de eeuwwisseling naast Erykah Badu en Angie Stone nog als grote belofte binnen de R&B en soul, de laatste jaren liet ze het bij optredens en richtte ze zich op tv-producties en het schrijven van gedichten. Volgens Musikexpress maakt Scott met To Whom This May Concern, haar eerste album in tien jaar, een geslaagde comeback: ‘Heel ontspannen laat ze horen hoe hedendaagse soul kan klinken: sexy, politiek, ironisch en zelfverzekerd.’

    Sery Morales schrijft in Riff Magazine dat de klankkeuzes op de Scotts nieuwe plaat ‘zowel fris als vertrouwd’ klinken: ‘In de weelderige jazzinstrumentatie gedijt haar sopraan het best.’ In een ander nummer ‘beweegt haar warme vibratostem als honingmelasse op de gemakkelijke drumgroove.’ Daarnaast zijn er volgens Morales ‘momenten van intimiteit’ waarin je je met haar in een kamer lijkt te bevinden en ze ‘zo elegant en warm is als je je had voorgesteld’, wat soms omslaat in wat aanvoelt als een ‘per ongeluk afgeluisterde therapiesessie’.

    Voor RollingStone noteert Mosi Reeves dat Scott ‘experimenteert met alles: van triphop tot New Orleans rhythm & blues. Fans van het eerste uur zijn misschien aanvankelijk teleurgesteld in dit muzikale eclecticisme. Maar dit album onthult zijn schatten pas na herhaald luisteren.’

    REC Jill Scott compressed

    To Whom This May Concern werd half februari uitgebracht.

  • Van Bauhaus naar Mekka

    Van Bauhaus naar Mekka

    In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka staat de bijzondere loopbaan centraal van dr. Mahmoud Bodo Rasch, die functioneel ontwerpen wist te verbinden met spiritualiteit.

    Nooit gehoord van dr. Mahmoud Bodo Rasch (1943)? Het Design Museum in Den Bosch wil daar (terecht) verandering in brengen met de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka.

    Geboren in een Bauhausnest, vader en oom waren architecten opgeleid aan de beroemd geworden opleiding van Walter Gropius, leerde Rasch het vak kennen bij Frei Otto, pionier van lichtgewichtconstructies. Samen experimenteerden ze met zeepsop om architectonische overspanningen te ontwerpen, geïnspireerd door de elegantie van natuurlijke vormen.

    Hij bekeerde zich om functionaliteit en spiritualiteit anders te leren begrijpen dan als tegenpolen van elkaar

    Maar in 1974 nam Rasch leven een onverwachte wending. Tijdens een gastdocentschap in de Verenigde Staten raakte hij geïntrigeerd door een stedenbouwcompetitie voor Mina in Saoedi-Arabië, waar jaarlijks miljoenen moslims samenkomen tijdens de hadj. Hij bekeerde zich zelfs tot de islam om functionaliteit en spiritualiteit anders te leren begrijpen dan als tegenpolen van elkaar.

    Rasch bestudeerde hoe twee miljoen mensen veilig door heilige ruimtes kunnen bewegen en niet sterven aan hitte en verdrukking. Voor het binnenplein van de moskee in Medina ontwierp hij enorme parasols van soepele lagen stof die automatisch openen en sluiten.

    Zijn tentensteden voor Mina laten zien hoe hij het Bauhaus van zijn familie, de op de natuur geïnspireerde Leichtbau van leermeester Frei Otto, verenigde met de islamitische architectuur en vormgeving.

    Design Museum Den Bosch, t/m 5 april

  • Agenda

    Agenda

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Geboren in een Bauhausnest

    Nooit gehoord van Dr. Mahmoud Bodo Rasch (1943)? Het Design Museum in Den Bosch wil daar (terecht) verandering in brengen met de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka.

    Geboren in een Bauhausnest, vader en oom waren architecten opgeleid aan de beroemd geworden opleiding van Walter Gropius, leerde Rasch het vak kennen bij Frei Otto, pionier van lichtgewichtconstructies. Samen experimenteerden ze met zeepsop om architectonische overspanningen te ontwerpen, geïnspireerd door de elegantie van natuurlijke vormen.

    AG Bauhaus compressed

    Maar in 1974 nam Rasch leven een onver- wachte wending. Tijdens een gastdocentschap in de Verenigde Staten raakte hij geïntrigeerd door een stedenbouwcompetitie voor Mina in Saoedi-Arabië, waar jaarlijks miljoenen moslims samenkomen tijdens de hadj. Hij bekeerde zich zelfs tot de islam om functionaliteit en spiritualiteit anders te leren begrijpen dan als tegenpolen van elkaar.
    Rasch bestudeerde hoe twee miljoen mensen veilig door heilige ruimtes kunnen bewegen en niet sterven aan hitte en verdrukking. Voor het binnenplein van de moskee in Medina ontwierp hij enorme parasols van soepele lagen stof die automatisch openen en sluiten.

    Zijn tentensteden voor Mina laten zien hoe hij het Bauhaus van zijn familie, de op de natuur geïnspireerde Leichtbau van leermeester Frei Otto, verenigde met de islamitische architectuur en vormgeving.

    Design Museum Den Bosch, t/m 5 april


    Amazone

    Broken Spectre van Richard Mosse (1980) portretteert op een meeslepende manier de vernietiging van het Amazone-regenwoud tussen 2018-202: van microscopische details tot satellietbeelden, versterkt doorde soundtrack van Ben Frost.

    Mosse

    Centraal Museum Utrecht, 29/3/26


    Geen materialiteit

    Met This youiiyou presenteert Tino Sehgal een werk dat de essentie van zijn radicale kunstpraktijk blootlegt: kunst die alleen bestaat in het moment van de ontmoeting zelf.

    De Pont

    De in Berlijn woonachtige kunstenaar, choreograaf en politicoloog stelt met zijn ‘geconstrueerde situaties’ al decennia fundamentele vragen over wat kunst kan zijn in een tijd waarin alles wordt gefotografeerd en opgenomen. Zijn werk is dan ook verstoken van elke materialiteit. In This youiiyou creëert een groep performers een choreografie van stem, ritme en lichaamstaal rond het thema ‘intergenerationele verbondenheid’. Er is geen foto die als bewijs dient. Wat blijft is slechts de herinnering aan een fysieke aanwezigheid, een gesprek, een choreografisch gebaar voor wie er bij was.

    De Pont, Tilburg, tot 1 maart


    Indentiteit

    Jacob Lawrence schilderde de strijd van zwarte Amerikanen in levendige, verhalende schilderijen. Zijn stijl kenmerkt zich door felle kleuren, duidelijke vormen en ritmische composities. Bekend werd hij met de Migration Series, over de trek naar het noorden.

    paal2

    Kunsthal KADE, Amersfoort, tot 4/1


    Het betere verstelwerk

    Volgens het Zeeuws Museum zijn er generaties die nog geen knoop aan hun broek kunnen naaien. Door verschillende redenen, grotere welvaart en fast fashion zijn er twee van, is het betere herstelwerk uit de mode geraakt. De kwaliteit is gekelderd en een gat in een goedkoop in elkaar gezet kledingstuk is niet meer de moeite van het stoppen waard. Darn, Engels voor zowel ‘verdomme’ als repareren, is een eerbetoon aan het betere verstelwerk.

    onder

    Merklappen en eindeloos verstelde hemden komen uit de eigen collectie en zijn een resultaat van een paar eeuwen lang lessen in borduur- en stopwerk, een belangrijk onderdeel van het meisjesonderwijs. De steken moesten tot in de perfectie worden uitgevoerd, iedere keer opnieuw. Dat precieze en vlijtige handwerk, ook beoefend door mensen in geestesnood voor wie de concentratie therapeutische waarde bleek te hebben, is ingehaald door de moderne, veel snellere tijd. Maar nu halen hedendaagse modeontwerpers als Miuccia Prada en Stella McCartney en kunstenaars weer inspiratie uit ‘ouderwets’ brei-, haak- en stopwerk.

    Zeeuws Museum, 30/11 tot 25/1


    Brancusi

    Met The Birth of Modern Sculpture er voor het eerst in Nederland een grote collectie te zien van Constantin Brancusi. In totaal worden er 31 meesterwerken, originele sokkels, foto’s en films gepresenteerd, die zijn invloed op de moderne beeldhouwkunst benadrukken.

    Brancusi

    H’Art Amsterdam, tot 18/1

  • Hoe een uitgebreid palensysteem Venetië al 1600 jaar op de been houdt

    Hoe een uitgebreid palensysteem Venetië al 1600 jaar op de been houdt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kameroen: vier doden tijdens protesten tegen president Biya

    » Oost-Duitsland haalt West-Duitsland in wat betreft welzijnsniveau

    Weinig funderingen gaan zo lang mee als die van Venetië

    De stad Venetië gaat al 1600 jaar mee dankzij de fundering van miljoenen korte houten palen waarop ze gebouwd is. Bomen van verschillende lengtes die met hun punt naar beneden in de grond zijn geslagen, dragen al eeuwenlang stenen palazzo’s en hoge klokkentorens – een knap staaltje techniek dat de krachten van de natuur benut. Maar weinig funderingen gaan zo lang mee als die van Venetië, aldus ScienceDirect.

    Hoewel Venetië niet de enige stad is die op houten palen is gefundeerd, zijn er belangrijke verschillen met andere steden die de stad uniek maken. In het geval van bijvoorbeeld Amsterdam lopen de houten palen helemaal door tot aan de rotsbodem en fungeren ze als de poten van een tafel. Dat werkt prima als de rots zich dicht bij het oppervlak bevindt. Maar in veel regio’s ligt de rotsbodem ver buiten het bereik van de palen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De fundering van Venetië is gebaseerd op het idee dat de grond versterkt wordt door er zoveel mogelijk palen in te steken, waardoor er aanzienlijke wrijving ontstaat tussen de palen en de bodem. De technische term hiervoor is hydrostatische druk, wat in feite betekent dat de grond de palen ‘vastgrijpt’ als er veel dicht op elkaar op één plek worden geplaatst.

    De Venetiaanse palen werken op deze manier: ze zijn te kort om de rotsbodem te bereiken en houden de gebouwen overeind dankzij wrijving met de bodem. Na meer dan anderhalf millennium in het water te hebben gestaan, zijn de funderingen van Venetië opmerkelijk veerkrachtig gebleken.

    Ze zijn echter niet immuun voor schade. Zo ontdekte een onderzoeksteam tien jaar terug dat het hout van de onderzochte constructies beschadigd was. Gelukkig hield het systeem van water, modder en hout alles nog bij elkaar.

  • China opent officieel de hoogste brug ter wereld: 625 meter

    China opent officieel de hoogste brug ter wereld: 625 meter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verkiezingen in Moldavië: pro-Europese PAS behaalt absolute meerderheid

    » VS: vier doden en acht gewonden bij schietpartij in mormoons kerkgebouw

    De brug verkort de reisafstand van twee uur naar twee minuten

    De Huajiang Grand Canyon-brug, waarvan de bouw in 2022 van start ging, is sinds zondag open voor het verkeer. De brug is 625 meter hoog, ‘bijna twee keer zo hoog als de Eiffeltoren’, aldus Global Times, en ligt in de provincie Guizhou in het zuidwesten van het land. Het vorige record stond op 565 meter, dat eveneens gevestigd was door een constructie in Guizhou.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De brug is niet alleen een architecturale en technische prestatie, maar moet volgens Global Times ook bijdragen aan de ‘economische en sociale ontwikkeling’ van deze bergachtige regio, die lange tijd geïsoleerd was. De brug verkort de afstand tussen de twee bergen die hij verbindt van twee uur naar twee minuten, aldus China Daily. Volgens de krant zou Guizhou de helft van de honderd hoogste bruggen ter wereld herbergen.

  • Het Lloret de Mar van Noord-Korea

    Het Lloret de Mar van Noord-Korea

    Deze zomer opent aan de Noord-Koreaanse oostkust een strandresort – voor honderdduizend gasten. En dat terwijl het regime nauwelijks buitenlandse toeristen toelaat. Vanwaar Kim Jong-uns behoefte aan dit reusachtige vakantieparadijs?

    Dit artikel werd origineel gepubliceerd op 9 juni in Die Süddeutsche Zeitung, voordat Wonsan-Kalma de deuren opende. De openingsceremonie heeft op 26 juni plaatsgevonden.

    Reisorganisator Simon Cockerell hoopte aanvankelijk dat Noord-Korea door de pandemie misschien wat interessanter zou kunnen worden als toeristische bestemming. ‘Ik dacht: misschien zien ze wel een kans in hun isolatie van de buitenwereld en breiden ze hun aanbod wat uit.’ Cockerell, een Brit uit Thornbury, is directeur van het Chinese reisbureau Koryo Tours, dat vanuit Beijing al ruim dertig jaar reizen aanbiedt voor westerse toeristen naar het mysterieuze rijk van de Kim-dynastie. Zelf is hij al meer dan honderdtachtig keer naar Noord-Korea gereisd; maar sinds het land in 2020 vanwege de pandemie de grenzen sloot, is hij er nog maar één keer geweest. Dat was in april, toen hij tweehonderd hardlopers uit vijftig landen begeleidde voor de marathon van Pyongyang.

    Cockerells hoop bleek tevergeefs: Noord-Korea is moeilijker toegankelijk dan ooit. En ook het nieuws dat het nieuwe strandresort Wonsan-Kalma deze zomer de deuren zal openen, geeft hem amper meer hoop.

    Het resort ligt aan de oostkust van Noord-Korea, op het idyllische schiereiland Kalma, dat bij de stad Wonsan hoort. ‘Kijk eens hoe groot dit is,’ zegt Cockerell. Er zijn zeventienduizend hotelkamers en er is plek voor maximaal honderdduizend gasten, meldt het Russische reisbureau Wostok Intur. De paar duizenden toeristen die jaarlijks naar Noord-Korea komen, zouden in dit enorme hotellandschap verdwalen. ‘Voor hen is dit dus niet bedoeld, dat zou idioot zijn,’ zegt Cockerell. Maar voor wie is vakantieparadijs Wonsan-Kalma dan wel bedoeld?

    Op vakantie naar Noord-Korea

    Toerisme in Noord-Korea: het klinkt een beetje als een vleesbuffet op een vegetarisch feestje – als iets wat eigenlijk niet kan. Het regime ziet invloeden van buitenaf en pottenkijkers uit het buitenland doorgaans als gevaar voor zijn voortbestaan. Toch ligt de werkelijkheid in Noord-Korea wat complexer dan het cliché. De Kims willen blijkbaar wel dat hun land ook iets van diezelfde gezelligheid uitstraalt die rijke, vrije landen hun mensen te bieden hebben. En daarbij horen ook geld uitgevende buitenlanders, die de lokale trekpleisters komen bewonderen, en gezinnen uit de eigen middenklasse die er een weekendje op uit gaan in de natuur.

    Toerisme kan het imago verbeteren, en het zorgt voor werkgelegenheid. Dit geldt ook voor Noord-Korea, maar uiteraard wel met enig voorbehoud.

    Cockerell kan bevestigen dat het regime tot 2020 nooit professioneel georganiseerde vakanties naar Noord-Korea heeft geweigerd. ‘Natuurlijk werd alles streng gecontroleerd,’ zegt hij. Zo moest Koryo Tours het reisprogramma van tevoren indienen bij partnerbedrijven van de staat, moesten alle deelnemers te allen tijde bij de reisleider blijven en was internetgebruik verboden. Toch waren de reizen gevarieerd. ‘Mensen gingen voornamelijk naar Pyongyang, naar de gedemilitariseerde zone en naar de stad Kaesong, en dan misschien nog naar een paar andere plekken aan de oost- of westkust,’ vertelt Cockerell.

    ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt’

    De risico’s? ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt,’ zegt Cockerell. Maar het is niet zo moeilijk om je aan de regels te houden. Hij heeft zelf nog nooit problemen ervaren, en dat terwijl hij ‘tienduizenden toeristen’ naar Noord-Korea heeft begeleid, voornamelijk Britten, Australiërs en Duitsers. En tot 2017 ook Amerikanen. Maar toen stierf de student Otto Warmbier uit Ohio, nadat hij (overigens niet met Koryo Tours) naar Noord-Korea was gereisd, daar was gearresteerd en in de gevangenis om onopgehelderde redenen in coma was geraakt. Sindsdien is het in de VS verboden om naar Noord-Korea te reizen, net als overigens in Zuid-Korea. Voor 2020 kwamen er in Noord-Korea al weinig toeristen uit het Westen, vertelt Cockerell. ‘De meesten, ruim 95 procent, kwamen uit China.’ Dat zijn zo’n driehonderdduizend reizigers per jaar.

    Maar de oude reisroutine bestaat niet meer. Sinds het einde van de pandemie is het toerisme naar Noord-Korea meer een soort etalage geworden voor de nieuwe vriendschap van het land met Rusland.

    In de zomer van 2023 bouwde Noord-Korea zijn coronalockdown langzaam af. Kim Jong-uns eerste buitenlandse reis was een bezoek aan Rusland, waar hij president Vladimir Poetin ontmoette. De twee konden het goed met elkaar vinden. Vanaf begin 2024 mocht het reisbureau Wostok Intur uit Vladivostok de eerste reizen organiseren naar skiresort Masik-Ryong, bij Wonsan. Maar dan ook alleen Wostok Intur, en alleen voor Russen. Pas in februari leek het erop dat ook Koryo Tours en andere reisorganisaties hun activiteiten konden hervatten; niet-Russische toeristen mochten de stad Rason in het noordoosten van het land bezoeken.

    Maar na drie weken gingen de grenzen weer dicht voor niet-Russische toeristen. Waarom? ‘Geen idee,’ zegt Cockerell, ‘er werd geen officiële verklaring voor gegeven.’ Westerse media vermoeden dat het door kritische reisverslagen kwam, maar Cockerell gelooft daar niets van. Kritische youtubers waren er eerder ook al wel, en dat had dan nooit gevolgen.

    Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien.

    En nu staat de opening van het gigantische strandparadijs op het schiereiland Kalma voor de deur. Staatsmedia meldden in december dat het resort Wonsan-Kalma in de zomer de deuren zal openen. Op satellietbeelden is de voortgang van de bouwwerkzaamheden te volgen.

    In 2017 was het gebied rond de plaatselijke luchthaven nog grotendeels onbebouwd. Een jaar later, in november, stonden de eerste ruwbouwconstructies al overeind. Op 13 april van dit jaar, enkele maanden voor de opening, zijn er hotelcomplexen met ronde vormen te zien, met zwembaden en tennisbanen. In een park ligt een grote vijver met kunstmatige eilanden.

    Langs het kilometerslange strand loopt een promenade. Op een foto van 5 juni is te zien dat de strandstoelen voor de gasten al klaarstaan. Iets zuidelijker is een amfitheater te zien. Eén gebouw trekt met name de aandacht: met zijn glinsterende metallic grijze dak heeft het wat weg van een schildpad. Het zou een aquarium kunnen zijn. Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien. In totaal bevinden zich op het 2,8 vierkante kilometer grote terrein 17 [1] grote hotels, 37 hostels en 29 winkelcentra, zo blijkt uit een analyse van een toeristenbrochure door de Zuid-Koreaanse website NK News. Noord-Korea lijkt met Wonsan te willen laten zien dat het zich niet alleen op militaire macht richt. Toch blijft de vraag: waarom heeft het regime dit vakantieoord laten aanleggen? En voor wie?

    Een vakantieparadijs voor niemand

    In 2018 sprak Kim Jong-un voor het eerst over het plan. Maar toen sloeg de pandemie toe, en waren er andere dingen aan de orde. Nu is niet alleen de pandemie voorbij, ook is het veiligheidsverdrag van kracht dat Poetin en Kim in 2024 ondertekenden. Noord-Korea levert wapens en manschappen voor Poetins aanvalsoorlog tegen Oekraïne. In ruil daarvoor steunt Rusland Noord-Korea, en blijkbaar niet alleen op het gebied van bewapening. Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.

    Kim Jong-un was in december nog in Wonsan-Kalma. Voor de camera’s van de staatsmedia maakte hij een strandwandeling met zijn dochter. Ook bezichtigden ze een paar hotelkamers en namen ze een kijkje in een van de weelderige eetzalen.

    Kim Jong-un noemde het project de ‘eerste grote stap’ voor het nationale toerisme. Pure propaganda. Maar Wonsan-Kalma is te groot om louter te dienen als decor voor Kims ego. Eigenlijk is het is voor alle mogelijke scenario’s te groot.

    Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.

    Toen Kim Jong-un voor het eerst over het resort sprak, waren de gemoederen tussen Noord- en Zuid-Korea ietwat aan het ontdooien. Een toeristisch initiatief tussen de twee zusterstaten leek niet ondenkbaar. Maar nu is de relatie weer ijzig koud; voorlopig gaan er geen Zuid-Koreanen naar Wonsan-Kalma. Zelfs voor toeristen uit China lijkt het resort te groot uitgevallen. Bovendien mochten de laatste tijd vrijwel alleen nog maar Russische toeristen het land in.

    Is Wonsan-Kalma dan bedoeld als een soort Noord-Koreaans Lloret de Mar voor Russische vakantievierders? Wostok Intur heeft in januari namelijk de eerste reizen naar Wonsan-Kalma voor juli aangekondigd. Op Telegram maakte het bedrijf reclame voor ‘een onvergetelijke vakantie naar een van de meest milieuvriendelijke reisbestemmingen ter wereld, met eersteklas entertainment voor elk budget’. In mei vertelde Alexander Mazegora, de Russische ambassadeur in Noord-Korea, aan de krant Iswestija dat er wordt gewerkt aan een nieuwe veerdienst tussen Vladivostok en Wonsan-Kalma. De ambassade verheugde zich er al op: ‘Wij gaan er zeker heen.’

    Maar als we de meest recente cijfers van de Russische binnenlandse geheime dienst FSB moeten geloven, valt het met dat Russische enthousiasme voor een reisje naar Noord-Korea wel mee: in het eerste kwartaal van 2025 gingen er maar 262 Russen op vakantie.

    ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn’

    Misschien zijn de Noord-Koreanen zelf de belangrijkste doelgroep. ‘Er is waarschijnlijk wel vraag naar in het land,’ zegt Peter Ward, Noord-Korea-expert aan het Sejong-instituut in Seoel. Te meer omdat er in 2023 een salarisverhoging was, waardoor vooral ambtenaren en het hogere kader wat meer geld te besteden hebben. Cockerell beaamt dat de toeristische sector in Noord-Korea in de lift zit. ‘Reisjes worden vaak aangeboden als beloning voor fabrieksarbeiders,’ zegt hij. Maar Ward en Cockerell zijn het ook over iets anders eens: dat de vraag onder Noord-Koreanen nooit genoeg zal zijn om het resort te vullen.

    In Noord-Korea zien huizen er vaak alleen van de buitenkant mooi uit. Het is dus goed mogelijk dat de satellietfoto’s van Wonsan-Kalma de waarheid ietwat verfraaien. ‘Tja,’ zegt Cockerell, ‘wie weet.’ Ook voor een Noord-Korea-kenner als hij is het reusachtige resort een raadsel. ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn.’ Het enige wat Cockerell met zekerheid kan zeggen, is dat Noord-Korea sinds de pandemie voor de gemiddelde toerist nauwelijks is veranderd. Die indruk kreeg hij tijdens de marathon van Pyongyang. ‘Er gelden nog steeds dezelfde regels. Het is nog steeds dezelfde plek.’

    Als het aan Simon Cockerell lag, zou het land weer net zo open worden als vroeger. In plaats daarvan opent er binnenkort waarschijnlijk een vakantieparadijs dat voor bijna niemand toegankelijk is.

  • Umeå, de meest feministische stad ter wereld

    Umeå, de meest feministische stad ter wereld

    Van sneeuwruimen tot de inrichting van bushaltes, van openbaar meubilair tot voetbalteams: in deze kleine stad in Zweden worden vrouwen en mannen op gelijke voet behandeld – met als doel het leven voor iedereen beter te maken.

    In het hart van Umeå staat de grote rode poema, ’s werelds eerste publiekelijke standbeeld ter ere van de #MeToo-beweging. Het toont een grommende kat op een stalen frame dat doet denken aan tralies. De officiële titel, volgens kunstenaar en maker Camilla Akraka, is Listen, maar iedereen noemt het beeld gewoon ‘puman’ – de poema. Sinds het in 2019 op het centrale plein voor het oude stadhuis verscheen, staat het symbool voor deze stille, bescheiden plaats een paar honderd kilometer ten zuiden van de poolcirkel, die ook wel bekendstaat als ‘de meest feministische stad ter wereld’.

    Umeå (UU-me-joh, 134.000 inwoners) heeft in Zweden een reputatie als broedplaats van radicale ideeën. In de jaren zeventig werd de ‘rode universiteit’ er het centrum van studentenstakingen en linkse politieke acties. Een Zweedse vriend vertelt me ​​dat ‘iedereen in Umeå helemaal weg is van punk’. Dit lijkt een soort codetaal om aan te geven dat Umeå als ‘cool’ wordt gezien – en zichzelf ook zo beschouwt. Zelfs de website van Visit Umeå, het lokale toeristenbureau, claimt dat de stad ‘de meest bebaarde en getatoeëerde bevolking ter wereld’ heeft. Wat helaas dan weer niet geheel op de vrouwen slaat.

    Wat maakt Umeå dan zo’n geweldige plek om vrouw te zijn? Om daarachter te komen, loop ik een dagje mee met Annika Dalén en Linda Gustafsson, medewerkers gendergelijkheid van de gemeenteraad. Je zult niet snel iemand vinden die enthousiaster is over de boeiende wereld van ‘genderbewustzijn in de stedelijke omgeving’ dan deze twee.

    Een op maat gemaakte stad

    Vlak bij de poema, richting de rivier, staat een schommelstoel waarin ik me ongewoon comfortabel voel. Hoe dat komt? De stoel is gemaakt naar aanleiding van een speciaal project waarbij de mening van tienermeisjes werd gepeild en ontworpen met de gemiddelde lengte van vrouwen in gedachten: 165 centimeter. Precies mijn lengte. Hoewel ik niet per se verwacht dat vanaf nu wereldwijd elk stuk gemeentelijk meubilair precies volgens mijn specificaties wordt gemaakt, is het wel erg aangenaam.

    ‘Toen de universiteit hier [in 1965] werd opgericht, stond Zweden bekend om zijn progressieve ideeën,’ vertelt Dalén. ‘Later werd Umeå de eerste [stad] in Zweden met een hoogleraarschap genderstudies [Britt-Marie Thurén, in 1997]. Er is hier altijd sprake geweest van een sterke “burgermaatschappij”-beweging.’ Een cursus vrouwenstudies verscheen voor het eerst op het universitaire curriculum in 1976. Twee populaire feministische radioprogramma’s (Radio Ellen in de jaren tachtig en Freja in de jaren negentig) en twee van de grootste Zweedse feministische fanzines (Amazon en Radarka, beide eind jaren negentig) kwamen uit Umeå. Marie-Louise Rönnmark, die later burgemeester werd, was een van de eersten die, eveneens in de jaren negentig, pleitte voor ‘een gendergelijkwaardige gemeente’.

    De ochtendactiviteit is een workshop voor onderwijsassistenten in het basisonderwijs, die zich vooral lijkt te richten op het overtuigen van de deelnemers dat vrouwen niet de primaire ouder hoeven te zijn. ’s Middags maken ze een speciaal ontworpen bustour langs het zogeheten ‘gendered landscape’. De gemeente is trots op deze rondleiding, die werd opgezet als activiteit voor bezoekende hoogwaardigheidsbekleders. Hij voert langs Umeå’s architectonische wonderen en langs zebrapaden met verkeersborden voor ‘vrouwen die oversteken’. (Zowel Dalén als Gustafsson waren verguld toen het gemeentelijke team voor verkeersborden hen vertelde dat ze de borden speciaal zo hadden geplaatst dat het niet lijkt alsof het bord met de ‘overstekende vrouw’ wordt ‘achtervolgd’ door dat met de ‘overstekende man’. Maar vervolgens moest het team schoorvoetend toegeven dat het hen niet gelukt was om dat consequent door te voeren. Het gaat om het idee.)

    ‘Sociale samenlevingen zijn een vaccinatie tegen vervreemding en criminaliteit’

    Zelf ben ik een beetje teleurgesteld dat ik niet in een Scooby Doo-achtige Mystery Machine-bus stap, versierd met psychedelische portretten van Gloria Steinem. Aangezien ik vandaag de enige bezoeker ben op de tour, rijden we in een elektrische stadsauto. De eerste stop is een prototype genderbewuste bushalte. Deze beschikt over houten pods die kunnen ronddraaien, zodat je je ofwel van anderen kunt afwenden, ofwel vanuit de veiligheid van je cocon met anderen kunt praten. De pods reiken niet helemaal tot aan de grond, zodat je van een afstandje kunt zien of er iemand bij de bushalte staat. Je kunt je er dus ook niet in ‘verstoppen’. ‘Sociale samenlevingen zijn een vaccinatie tegen vervreemding en criminaliteit,’ zegt Dalén.

    Bij zulke projecten wordt rekening gehouden met ieders behoeften. Dat de bushaltecabines niet is afgesloten, is omdat uit onderzoek bleek dat de Zweden – zowel mannen als vrouwen – zelfs bij vriestemperaturen ver uit de buurt van een bushalte met glazen wanden blijven. Ze staan ​​liever alleen in de kou dan dat ze in een comfortabelere temperatuur naast iemand anders moeten plaatsnemen: ‘Mensen hier houden niet van afgesloten ruimtes of de nabijheid van anderen.’ Maatregelen rondom gendergelijkheid gaan dus niet alleen over het helpen van vrouwen, maar houden ook rekening met bredere sociale en culturele gewoonten. 

    Geografie en klimaat speelden een grote rol bij de acceptatie van deze experimentele ideeën door de bevolking van Umeå. Het kan er sneeuwen van oktober tot april, en vorig jaar daalde de temperatuur in februari tot -38 °C. ‘Een heel gebruikelijke temperatuur is -5 °C,’ zegt Gustafsson. Dit koude weer speelt vrijwel altijd een grote rol in beslissingen. Zo hangen de cabines bij de bushalte aan een mechanisme dat opzij kan worden geschoven, zodat een sneeuwploeg erlangs kan om het wegdek schoon te vegen. ‘Maar daarop focussen, betekent voorrang geven aan mannen,’ vertelt Janet Ågren, locoburgemeester van Umeå, me later. Het zijn namelijk vooral de mannen die de auto pakken, terwijl de vrouwen, zo blijkt, vaker gebruikmaken van wandelpaden en het openbaar vervoer. Als er al weerstand is geweest tegen gendergerelateerde initiatieven in de stad, vertelt Gustafsson, dan heeft die vaak betrekking op de prioriteit voor sneeuwruimen. ‘Deze strategieën [het herverdelen van budgetten ten gunste van vrouwen] zijn geen geheim,’ zegt ze lachend. ‘Maar het sneeuwruimen blijft gewoon een gevoelige kwestie, waar altijd veel aandacht naar uitgaat.’

    ‘We zijn erg op elkaar aangewezen; we moeten elkaar wel vertrouwen’

    Je voelt hier over het algemeen een sterke strijdlust en bewijsdrang. ‘Het is een afgelegen plaats, ver van Stockholm,’ zegt Ågren. De hoofdstad ligt 640 kilometer naar het zuiden, een treinreis van zes uur. ‘Als er een probleem is, moeten we het zelf oplossen. We zijn erg op elkaar aangewezen; we moeten elkaar wel vertrouwen. De criminaliteit is zeer laag. Dat is niet gemakkelijk vol te houden, al helemaal niet omdat er elk jaar duizend mensen komen en gaan vanwege de universiteit. Maar in principe zorgen we goed voor elkaar.’ Umeå is de hoofdstad van de provincie Västerbotten, een gebied groter dan Denemarken of Nederland, met uitgestrekte wildernisgebieden. De EU Regional Social Progress Index bevat vijftig afzonderlijke kenmerken die goed leven definiëren, zoals gezondheid, invloed en ontwikkelingsmogelijkheden. Västerbotten is de regio met de hoogste score binnen de EU.

    ‘Noord-Zweden is dunbevolkt,’ aldus Dalén. ‘Er bestaan ​​veel vooroordelen over ons, zoals dat hier niets is dan bossen. Maar we behoren tot de tien grootste steden van Zweden.’ Desondanks toont het traditionele wapen van de provincie een rendier aan de nachtelijke hemel, drie vissen en een ogenschijnlijk prehistorische man met een knuppel. ‘Er bestaat een beeld van “de eenzame man in het bos op zijn sneeuwscooter”,’ zegt Gustafsson. ‘Maar wij zijn een moderne, feministische stad. Voor mij staat de vraag centraal: wat betekent het om een ​​vrouw te zijn in het Noorden?’

    Andere hoogtepunten van de bustour zijn de eerste kleuterschool in Umeå, opgericht in 1966, jaren vóór de Zweedse wet op de kleuterschool in 1975 die de weg vrijmaakte voor gesubsidieerde kinderopvang voor kinderen van één tot vijf jaar. ‘Dat ging niet van een leien dakje. Er was veel weerstand,’ zegt Gustafsson.

    Om de hoek ligt het voetbalstadion van Umeå, met negenduizend zitplaatsen. Eind jaren negentig werd besloten de trainingsuren te verdelen op basis van het voetbalteam – mannelijk of vrouwelijk – dat de meeste kans had om de competitie te winnen. Voorheen kreeg het mannenteam automatisch voorrang bij de trainingsuren, ongeacht hun succes. Ook hierop volgde veel protest. Maar aan het begin van deze eeuw had Umeå het beste vrouwenvoetbalteam van Zweden, met daarin de Braziliaanse Marta Vieira da Silva (‘de beste vrouwelijke voetballer aller tijden’) en won het tweemaal de UEFA Women’s Champions League, in 2003 en 2004. Bij het succes van het vrouwenteam begon de buitenlandse interesse in Umeå als feministische casestudy. In 2004 kopte Dagens Nyheter, het grootste weekblad van het land: ‘Hoe Umeå een succesvol feministisch bolwerk werd’. Het lot van het vrouwenvoetbalteam (dat uiteindelijk verloor) illustreert het principe achter Umeå’s op gelijkheid gerichte sociale model. Het gaat er niet om dat de ene groep structureel wordt bevoordeeld boven de andere – dat zou geen gelijkheid zijn – maar om het creëren van een gelijk speelveld, zodat iedereen dezelfde kansen krijgt.

    Veilige openbare ruimtes

    Dit principe van gelijkheid geldt ook bij de volgende halte van de tour: de tunnelinstallatie bij het treinstation, de Lev! (Zweeds voor ‘Leef!’). Deze doorgang voor voetgangers en fietsers baadt in het licht en je kunt er gemakkelijk doorheen kijken; er zijn geen hoeken. ‘Dit is een ruimte tegen geweld. Het is een ruimte die een gevoel van veiligheid biedt,’ legt Gustafsson uit. ‘We kunnen niet beloven dat er nooit iets zal gebeuren. Je kunt geen gecertificeerde “veilige ruimte” bouwen. Waar het om gaat is dat vrouwen niet bang zijn voor openbare ruimtes. Ze zijn bang voor mannen in de openbare ruimte.’ Veilige openbare ruimtes zijn voor haar niet alleen noodzaak, maar ook een statement: ‘Deze ruimtes zijn van ons – wij betalen er ook belasting voor.’ Op de glazen tegels van de tunnel staan citaten van de dichter Sara Lidman (‘Ik wil de sneeuw zien branden’) en er is een opname van haar stem te horen. ‘Vrouwen voelen zich meer op hun gemak als ze de stem van een andere vrouw horen. Daarom vermijden ze deze tunnel niet.’ 

    Ik realiseer me plotseling dat ik precies dat deed: deze tunnel vermijden. Op mijn eerste dag in Umeå, toen ik bij het station aankwam, was mijn natuurlijke instinct om via de drukke weg erboven over te steken. Dit is dus precies het soort ingesleten mentaliteit – een ‘veiligere route’ kiezen die je statistisch gezien een groter risico oplevert – die deze initiatieven proberen aan te pakken.

    ‘Mensen praten over veiligheid,’ zegt Gustafsson, ‘maar voor mij is dat een te lage inzet. Is je ambitie echt dat vrouwen niet bang hoeven te zijn in openbare ruimtes? Die lat ligt te laag. Is het niet visionair om te zeggen: dit is een plek waar je jezelf kunt zijn? Uiteindelijk draait het erom dat we het leven voor iedereen zo aangenaam mogelijk maken. In de beginjaren van Umeå’s genderstudies aan de universiteit was de belangrijkste vraag: ‘Wie heeft de macht om de stad in te richten?’ Tot zo’n vijftig jaar geleden luidde het antwoord natuurlijk: mannen. ‘De vragen die we nu stellen, zijn van een andere aard: Wie bezoekt dit park? Wie maakt gebruik van dit fietspad? Wie doet mee aan dit gesprek? Wie wordt buitengesloten? Waarom is die groep ondervertegenwoordigd in deze dialoog? Is de data die we hebben gesorteerd op gender? Natuurlijk doen we niet altijd alles perfect. Maar op politiek niveau hebben we een punt bereikt waarop er altijd wel iemand is die vraagt: ‘“Waarom ontbreekt dit?” Iedereen die hier betrokken is bij politieke, sociale of culturele besluitvorming is inmiddels gewend om te vragen: “Zijn we misschien iemand vergeten?” Een eenvoudige, bescheiden vraag, maar wel een die het verschil maakt.’

    Iedereen die hier betrokken is bij … besluitvorming is inmiddels gewend om te vragen: “Zijn we misschien iemand vergeten?”

    Zijn er ook mensen die het daar niet mee eens zijn, of zich ergeren aan de kosten van de artistieke tunnel en de glimmend rode poema? ​​‘Ik weet niet zeker of de gemiddelde burger weet dat deze maatregelen voortkomen uit gendergelijkheidsoverwegingen,’ antwoordt locoburgemeester Ågren. ‘Maar als je mensen vraagt ​​naar hun “veiligheidsgevoel” of hun gevoel “erbij te horen”, dan scoort Umeå heel goed in vergelijking met andere steden.’

    En hoe zit het met mannen? ‘Wat de tegenreactie van mannen betreft, die is volgens mij afkomstig van een paar individuen die zich buitengesloten voelen,’ zegt Mikael Brändström, directeur ontwikkeling bij de gemeente Umeå. ‘Maar die stemmen zijn zeldzaam, en ik heb gemerkt dat veel mannen, vooral jongere generaties, de voordelen inzien van een meer gelijkwaardige samenleving. Persoonlijk zie ik dat deze inspanningen ons allemaal ten goede komen. Gelijkheid gaat niet alleen over eerlijkheid – het maakt het leven makkelijker. Wie wil er nou niet minder gedoe over wie er aan de beurt is om het voetbalveld te gebruiken?’

    Volgens Gustafsson is de sleutel tot het omarmen van al deze ideeën voor de meeste mensen het feit dat ze simpelweg gebaseerd zijn op gezond verstand. ‘Toen een Italiaanse collega me een keer aan iemand voorstelde en uitlegde wat we doen, was haar toelichting: “Hun methoden zijn niet ingewikkeld. Ze doen gewoon wat ze moeten doen.”’

  • Moet de Syrische ruïnestad Palmyra worden herbouwd? 

    Moet de Syrische ruïnestad Palmyra worden herbouwd? 

    Eind maart 2016 werd de stad Palmyra door het Syrische regeringsleger heroverd op Islamitische Staat (IS). De terreurbeweging had de stad geplunderd en veel religieuze bouwwerken en erfgoed vernietigd omdat deze in haar ogen afgoderij waren. Nu, negen jaar later, is dictator Bashar al-Assad verdreven en zit Syrië in een fase van wederopbouw. Moet Palmyra ook worden herbouwd? 

    Ja: ‘Duistere krachten mogen niet bepalen wat wij over ons verleden mogen weten’

    Simon Jenkins, columnist bij The Guardian, schreef in een column op 29 maart 2016 dat ‘voor degenen die Palmyra in al haar vroegere glorie hebben gekend, de herovering een ware opluchting is. Maar de stofwolken zijn nauwelijks neergedaald in de Syrische woestijn, of er arriveren al nieuwe groepen archeologen op het toneel, op zoek naar antwoorden: in hoeverre moeten we herstellen wat is verwoest? Met welke middelen? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Hoort Palmyra bij de wereld of bij Syrië?’ 

    Aan bereidwilligheid om de stad te herbouwen was in ieder geval geen gebrek. Zo vertrok de directeur-generaal van Oudheden en Musea van Syrië, professor Maamoun Abdulkarim, eind maart 2016 al naar Palmyra om de omvang van de schade op te nemen en zich in te zetten voor de wederopbouw van de plek waar hij zo veel van hield. Rusland, de weldoener en belangrijkste bondgenoot van het land, vergeleek de wederopbouw van Palmyra met die van Leningrad na de Tweede Wereldoorlog. In Italië promootte de voormalige minister van Cultuur Francesco Rutelli het ambitieuze idee om 3D-printing te gebruiken om in puin gevallen tempels te herbouwen. Ook andere partijen uit de private sector boden hun hulp aan.

    Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Raad van Europa een geheel nieuwe ideologie over erfgoed, aldus Jenkins. De heersende opvatting was nu dat verwoest erfgoed onveranderd bewaard moest blijven. ‘In het victoriaanse tijdperk hebben we herbouwd. Maar in de twintigste eeuw moest ieder getuigenis van de destructieve impulsen van de mensheid worden bevroren in een herdenkingsmonument. De romantische ruïnecultus herleefde in de vorm van een boetefetisjisme.’ 

    Na de Tweede Wereldoorlog werd de heersende opvatting dat verwoest erfgoed onveranderd bewaard moest blijven

    Mogelijk zullen de verwoestingen die IS in Irak en Syrië heeft aangericht deze kijk op erfgoed veranderen, schrijft Jenkins. Hij vindt dat we duistere krachten niet mogen laten bepalen wat wij over ons verleden mogen weten. Bovendien beschikken we over technieken zoals 3D-printen, waarmee we eeuwenoude ruïnes weer tot leven kunnen wekken, net zoals we met fotografie mensen kunnen vereeuwigen en meesterwerken voor een breed publiek toegankelijk kunnen maken. ‘Natuurlijk blijven het kopieën. Ze missen authenticiteit. Maar is dat zo belangrijk?’ vraagt hij zich af.  

    Bovendien is er volgens hem nog een factor in het spel: de morele verantwoordelijkheid die het Westen draagt voor de militaire en politieke catastrofe in het Midden-Oosten, die de verplichting tot reparatie onvermijdelijk maakt. ‘Op dit moment verwoesten onze gevechtsvliegtuigen en die van Saoedi-Arabië de oude Arabische stad Sanaa in Jemen. Drones en bommenwerpers vallen IS-doelen aan in Noord-Libië.’ Palmyra herbouwen zou een manier zijn ‘om vast te leggen en te bewaren wat onze eigen strijdkrachten in navolging van IS vernietigen’, aldus Jenkins. 


    Nee: ‘Reconstructie kan een vertekend beeld van de stad neerzetten’

    Jonathan Jones, kunstrecensent en eveneens werkzaam bij The Guardian, is stellig van mening dat Palmyra niet mag worden herbouwd. ‘Ze mag geen replica worden van haar vroegere glorie. We moeten tact en eerlijkheid aan de dag leggen om te behouden wat er nog over is van deze oude stad – gelukkig veel meer dan we vreesden – na de verwoesting door IS,’ schreef hij in een opiniestuk op 11 april 2016.  

    Reeds voordat IS in 2015 de Syrische stad innam, was ze geliefd bij archeologen, historici en kenners van de klassieke oudheid. Door enkele van haar juweeltjes met explosieven te vernietigen en de pracht en praal van de stad met zijn wreedheden te ontsieren, droeg IS op beestachtige wijze bij aan de verspreiding van de roem van Palmyra, aldus Jones. 

    Hij verwacht dat toeristen massaal naar de ruïnestad zullen komen als de oorlog in Syrië voorbij is. ‘En wat zullen ze vinden? Ruïnes, natuurlijk. Palmyra lag vóór de bezetting door IS al in puin (…) Dat hoort bij de aard van oude steden. Mycene, Machu Picchu, Rome en het Forum Romanum: geen van deze locaties verkeert nog in perfecte staat. Hun poëzie ligt in de littekens die de tijd, de natuur en de geschiedenis er hebben achtergelaten.’ 

    ‘We moeten tact en eerlijkheid aan de dag leggen om te behouden wat er nog over is van deze oude stad’

    Het is ook weer niet zo dat Palmyra één grote woestijn is. Zo beschikt de stad over bijzonder goed bewaarde oude gebouwen, schrijft Jones. ‘De Tempel van Bel is een indrukwekkend overblijfsel van de oude religie van de stad. Sinds IS het gebouw in 2015 opblies, zijn er nog maar twee pilaren en een omlijsting van de ingang over. Ook een triomfboog ter ere van de Romeinse keizer Septimius Severus had de tand des tijds doorstaan, totdat deze in oktober 2015 op brute wijze werd verwoest.’ 

    De kunstrecensent begrijpt dat archeologen zich de vraag stellen hoe we deze verschrikkelijke verliezen kunnen verhelpen. Toch vraagt hij zich sterk af of deze aanpak de juiste is. ‘Restaureren is een delicate kunst en het verantwoord bewaren van antiquiteiten vereist dat men het definitieve karakter van een verlies accepteert, terwijl reconstructie een vertekend beeld van de stad kan neerzetten.’

    Dat wil niet zeggen dat hij tegen iedere vorm van reconstructie is. ‘Als er voldoende fragmenten van gebouwen en sculpturen in een herkenbare vorm worden gevonden, kunnen delen van gebouwen of zelfs hele structuren worden gereconstrueerd. Dat zou geweldig zijn. Aan de andere kant zou het eerlijker zijn om de fragmenten tentoon te stellen in een speciaal daarvoor ingericht museum.’ 

    Jones vindt het niet legitiem om oude monumenten te reconstrueren met moderne materialen om ontbrekende delen te vervangen. Dat zou volgens hem niet mogelijk zijn zonder afbreuk te doen aan de archeologische realiteit. 

    ‘Het zou eerlijker zijn om de fragmenten tentoon te stellen in een speciaal daarvoor ingericht museum’ 

    ‘De harde les die we uit drie eeuwen moderne archeologie kunnen leren, is dat overmatige restauraties het verleden beschadigen. Pompeii werd opgegraven door nauwgezette specialisten die de schilderingen bewaarden zonder ze al te uitgebreid te restaureren en die de Romeinse huizen niet “afmaakten”. Op de vindplaats Knossos op Kreta heeft de Britse archeoloog Arthur Evans daarentegen met zijn arrogante en overmatige restauratie een enorme bende aangericht,’ schrijft hij.

    ‘Het is altijd indrukwekkender om de echte overblijfselen van het verleden te zien, hoe beschadigd ze ook zijn, dan een min of meer getrouwe weergave van het origineel (…) Het zou zeker beter zijn geweest als IS niet had toegeslagen. Maar de geschiedenis heeft anders beslist. De terroristische aanval op Palmyra is geen hersenspinsel. Het is echt gebeurd. Dit drama uit de eenentwintigste eeuw is inmiddels onderdeel van de geschiedenis van Palmyra. Omwille van de waarheid en als ​​les voor de toekomst moet deze realiteit ook bewaard blijven,’ concludeert Jones. 

  • Parijs: restauratie Notre-Dame naar verwachting pas in 2030 of 2035 voltooid

    Parijs: restauratie Notre-Dame naar verwachting pas in 2030 of 2035 voltooid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    » Onderzoek: gameplatform Roblox blijkt minder kindvriendelijk dan gedacht

    De kerk was voor de brand in 2019 al in slechte staat

    Kort na de brand in de Notre-Dame op 15 april 2019 kondigde Emmanuel Macron aan dat de kerk binnen vijf jaar gerestaureerd moest zijn. Dankzij het harde werk van 2000 vakmannen en ambachtslieden uit heel Frankrijk is dit gelukt. De schade is hersteld en de kathedraal heropend. Toch staat de kerk voorlopig nog in de steigers, gezien de slechte staat ervan vóór de brand in 2019, schrijft Le Parisien.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo zijn de werkzaamheden aan de zuidelijke toren nog in volle gang, verkeren de steunberen van de apsis in slechte staat, is de sacristie zwaar beschadigd en zijn de gevels van de dwarsschepen erg vies. De drie grote roosvensters en stenen ribgewelven moeten gerestaureerd worden, en de glas-in-loodramen moeten verdubbeld worden. De restauratie zal naar verwachting tot 2030 of 2035 duren en nog zeker 100 miljoen euro kosten.

  • Thuis bij Hannie en Aldo van Eyck

    Thuis bij Hannie en Aldo van Eyck

    Aldo en Hannie van Eyck behoren tot de invloedrijkste architecten van de twintigste eeuw. Een selectie uit de omvangrijke persoonlijke collectie van de baanbrekende architecten is nu te zien in het Nieuwe Instituut.

    De Spaanse architect en onderzoeker Alejandro Campos Uribe heeft het huis (en de inboedel) van Aldo en Hannie van Eyck in Loenen aan de Vecht als onderwerp gekozen voor zijn promotieonderzoek. Het echtpaar Van Eyck behoort tot de invloedrijkste architecten van de twintigste eeuw. Hun relatief kleine oeuvre is internationaal beroemd geworden, zoals het Burgerweeshuis in Amsterdam (1960), het Sonsbeekpaviljoen in Arnhem (1965) en de speelplaatsen in Amsterdam. 

    Er liggen tekeningen, foto’s en kunstwerken die de Van Eycks verzamelden of meenamen van verre reizen

    Een selectie uit de omvangrijke persoonlijke collectie van de baanbrekende architecten is nu te zien in het Nieuwe Instituut. In een aantal vitrines liggen tekeningen, foto’s en kunstwerken die de Van Eycks verzamelden of meenamen van verre reizen. In een tijd van eenzijdig modernisme lieten zij zich inspireren door de klassieke oudheid en Noord-Afrikaanse stijlen; niet in de laatste plaats om het westerse superioriteitsgevoel tegen te gaan en andere culturen te erkennen. De vitrines van Campos Uribe, destijds gebruikt om objecten te beschermen, uit hun ­context te halen en toe te eigenen, zijn hier inkijkjes in een andere blik.  

    Nieuwe Instituut, Rotterdam, 13/9 t/m 12/1/25

  • Dit Rotterdams industriegebied is omgetoverd tot getijdenpark

    Dit Rotterdams industriegebied is omgetoverd tot getijdenpark

    Het Rotterdamse architectenbureau De Urbanisten heeft een antwoord gevonden op de overvloed van water dat ‘van vier kanten komt’. De monding van de Keilehaven, ooit een somber industriegebied, is dankzij een natuurlijke stormvloedkering nu een natuurvriendelijk reservaat.

    Ooit was het gebiedje een Rotterdamse industriehaven. Inmiddels heeft het een transformatie ondergaan tot getijdenpark, aangelegd om de rivier midden in de stad te laten stijgen en dalen, tot heil van de natuur. De zwanen voelen zich al thuis op het sprankelende water van de Keilehaven en ook andere vogels, zoals futen, scholeksters, wilde eenden en ijsvogels, ondekten er al snel een gastvrije plek in.

    Landschapsarchitect Dirk van Peijpe van architectenbureau De Urbanisten voorziet een mooie toekomst voor dit soort projecten. ‘We werken steeds meer aan een ecologische agenda, waarbij we niet alleen rekening houden met het klimaat, maar ook met de natuur. Wat doen we voor de niet-menselijke bewoners van deze stad?’

    We zoeken naar een balans tussen natuurlijke processen en het park als culturele interventie

    Het bekroonde getijdenpark, op een steenworp afstand van zijn kantoorgebouw, is een antwoord op die vraag. Ooit was het een sombere industriële haven zoals er zoveel zijn. Nu leidt een zandstrand naar water dat omringd is door houten plateaus van verschillende hoogtes en barrières van tegels uit Rotterdamse tuinen, waar inheemse planten zullen worden gezaaid en kunnen gedijen.

    ‘Door de komst van de natuurvriendelijke oevers duiken er nieuwe soorten op, zoals waadvogels die in het slib komen foerageren,’ zegt landschapsarchitect Marit Janse van De Urbanisten. ‘De aanleg van getijdenparken grijpt ook terug naar het verleden van deze regio als natuurlijke riviermonding. We zoeken naar een balans tussen natuurlijke processen en het park als culturele interventie.’

    Stem van het water

    Het project is geen overbodige luxe. Zoals de meeste mensen of plekken in Nederland heeft Rotterdam een band met het water. Die band is historisch. Immers: ‘God heeft de wereld geschapen, maar de Nederlanders hebben Nederland geschapen.’ Hendrik Marsman dichtte in de jaren dertig: ‘En in alle gewesten/ wordt de stem van het water/ met zijn eeuwige rampen/ gevreesd en gehoord.’ 

    Die band zal er ook in de toekomst zijn, aangezien de zeespiegel stijgt en de klimaatcrisis gepaard gaat met hevige regenbuien. ‘In Rotterdam komt het water van alle vier de kanten,’ zegt Van Peijpe. ‘Deltasteden staan sterk bloot aan klimaatverandering, vooral vanwege de stijging van de zeespiegel, die sneller gaat dan verwacht, maar ook door wat er uit de rivieren komt. We hebben te maken met een toename van hevige regenval én van droogte én van stijgend grondwater, vaak in combinatie met bodemdaling.’

    In december noopten storm Pia en extreme regenval Rotterdam ertoe voor het eerst de Maeslantkering te sluiten, om zich tegen stormvloed te beschermen. In andere gebieden werden zandzakken opgestapeld tegen het uitzonderlijk hoge water in de Maas en de Rijn en in het IJssel- en Markermeer.

    Het is nu uitdrukkelijk overheidsbeleid dat niet alleen het waterbeheer, maar ook de stedelijke ontwikkeling ‘geleid wordt door water en grond’, aldus Frans Klijn, specialist in overstromingen bij instituut Deltares. ‘Het weer wordt steeds ruwer,’ zegt hij. ‘We hebben de waterstanden en ook de grondwaterstanden binnen zeer krappe grenzen kunnen houden, maar waarschijnlijk is dat in de toekomst niet meer mogelijk. Onze waterschappen zeggen dus al tegen nieuwe ontwikkelaars: we moeten meer ruimte hebben voor waterberging en meer flexibiliteit om het waterpeil aan te passen. Er is meer fluctuatiepotentieel en een groter vrijboord nodig, dus blijf uit de natte gebieden. En er moet meer ruimte komen voor opslag en afvoer.’

    Het project ‘Ruimte voor de rivier’ – kosten: 2,3 miljard euro – voorziet in de aanleg van uiterwaarden op meer dan dertig locaties langs vier rivieren. Het heeft het land dit jaar al gered van de ergste overstromingen. In het kader van het nationale Deltaprogramma wordt er geld gestopt in maatregelen om de veiligheid tot 2050 te garanderen. Een miljarden euro’s kostend hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) omvat honderd projecten om kilometers dijken te versterken. Dat is volgens Rijkswaterstaat allemaal nodig om te voorkomen dat 60 procent van het land regelmatig onder water komt te staan. 

    ‘Het gaat hier om veranderingsgericht deltabeheer, niet om hier en daar wat zaken bijstellen’

    Maar ook in de steden moet waterbescherming samengaan met stadsontwerp om een aantrekkelijke, klimaatbestendige stad te creëren, zegt Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam. Er is enorm veel werk verricht: de stad heeft waterpleinen en groene en blauwe daken gebouwd en er staat een 2 kilometer lang park boven op een voormalig spoorwegviaduct gepland [het Hofbogenpark]. De waterpleinen, eveneens ontworpen door De Urbanisten, zijn heel eenvoudig aangelegd in overloopgebieden; als er te veel regenwater is, lopen ze vol en vervolgens lopen ze weer langzaam leeg, zodat de stormafvoer niet overstroomd raakt. En als het water weg is, wordt het plein weer een openbare ruimte.

    ‘Het belangrijkste is dat we investeren in geenspijtmaatregelen,’ zegt Molenaar [maatregelen die in elk denkbaar scenario goed uitpakken en waarmee je minstens twee vliegen in één klap slaat]. ‘Het gaat hier om veranderingsgericht deltabeheer, niet om hier en daar wat zaken bijstellen. We moeten over waterveiligheid praten tegen de achtergrond van alle andere transities. Maar woningen die aan het water liggen hebben ook een hogere waarde; we willen dat een groenere stad aantrekkelijk wordt voor gezinnen met hogere inkomens, voor bedrijven. En door slim te werken aan een klimaatbestendige stad kunnen we ook de aantrekkelijkheid vergroten.’

    Macrofauna

    Ook voor de natuur kan dit goed uitpakken, zegt Niels de Zwarte, adjunct-directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: mosselen en algen, vissen en macrofauna kunnen onder drijvende huizen schuilen, groene gevels bevorderen het plantenleven. ‘We zullen in onze speciale planning stroomgebieden voor water moeten creëren en ontwerpen. Dit zijn ook de locaties waar natuur en recreatie een plek kunnen krijgen en stedelingen zich kunnen vermaken.’

    ‘We lijken de prinses op de erwt te zijn geworden: als we een beetje nat worden, schreeuwen we al moord en brand’

    Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, ziet één gevaar van overmatige stadsplanning op dit gebied: het land moet wel realistisch blijven en niet vergeten dat het vroeger elk jaar met overstromingen te maken kreeg. Hij pleit ervoor de dijken te versterken en ruimte te geven aan rivieren, maar zegt dat het beter is om incidentele kleine overstromingsschade te accepteren dan om allerlei ‘dicterende’ nieuwe planningsregels in te voeren. ‘We lijken de prinses op de erwt te zijn geworden: als we een beetje nat worden, schreeuwen we al moord en brand.’

    Maar velen verwelkomen een verandering in het tij van het stadsontwerp – zeker aan de Keilehaven. ‘Ik ben verliefd op natuurprojecten die getijdeneffecten mogelijk maken,’ aldus De Zwarte. ‘Bijna nergens ter wereld vind je een stad met dit getij in de rivier waarbij je van zoet naar zout gaat. Dat maakt Rotterdam uniek.’ 

  • Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Een Zwitsers architectenbureau wist met een paar subtiele ingrepen de openbare ruimte in het dorpje Monte voor ouderen en jongeren te verrijken. Die strategie moet nu als voorbeeld dienen voor krimpende en vergrijzende dorpen in heel Zwitserland.

    De eigenares van de dorpswinkel in Monte, in de Valle di Muggio (in het kanton Tessino), heeft de broodjes al klaargelegd. Ze kent de architecten Rina Rolli en Tiziano Schürch van architectenbureau Studioser goed, sinds die het dorp de laatste twee jaar hebben onderzocht en aanpassingen hebben aangebracht.

    De dorpswinkel diende al eerder als trefpunt; nu is hij ook architectonisch als zodanig te herkennen. De architecten hebben de straat voor de winkel geplaveid en er een bank geplaatst. Een kastje aan de buitenmuur fungeert als etalage. In de winkel, die ook als improvisatorisch café dient, zijn tafels neergezet en een paar kasten gebouwd. De architectonische ingrepen zijn vrijwel onzichtbaar, en toch hebben ze het dagelijks leven merkbaar verbeterd.

    Het project volgde op een studie die werd uitgevoerd in opdracht van drie gemeenten in Tessino en de Zwitserse Seniorenraad. Die studie moest uitzoeken hoe het leven van de vergrijzende bevolking in plattelandsgebieden kan worden verbeterd. Daar kwamen tien aanbevelingen uit voort, die variëren van sociale en technische tot bouwkundige maatregelen. De gemeente Castel San Pietro gaf bureau Studioser vervolgens de opdracht om op basis daarvan interventies te bedenken voor het dorpje Monte, dat twintig jaar eerder aan de gemeente was toegevoegd. In totaal hebben de architecten acht kleinere projecten uitgevoerd.

    Voor het voormalige gemeentehuis hebben ze een massieve stenen tafel van natuursteen gebouwd, waar metalen stoelen met filigraanwerk omheen staan. Hier kunnen de bewoners elkaar treffen. De opwaardering van de openbare ruimte compenseert de benauwde ruimtelijke verhoudingen in de oude stegen en huizen. De architectonische ingrepen zijn zowel praktisch als sfeerscheppend. Een leuning geeft houvast in de smalle stegen. Op een bankje kunnen mensen even op adem komen.

    Knikkerbaan

    Daarmee is het steile dorp met de smalle huizen echter nog niet geschikt voor rolstoelen. Toch maken de ingrepen het voor oude mensen mogelijk om langer in het dorp te blijven wonen. En ook de jongere bewoners profiteren ervan. De trapleuningen kunnen door kinderen worden gebruikt als knikkerbaan; de juiste knikkers kun je in de dorpswinkel kopen. ‘Ons doel was niet alleen maar om leuningen in het hele dorp te maken, maar om net als architect Lina Bo Bardi poëtische en naïeve opvattingen te verbinden met politieke en sociale behoeften,’ zegt Rina Rolli.

    De twee architecten spraken met veel van de circa honderd inwoners, die hun fotoalbums openden en herinneringen aan vroeger ophaalden. Tijdens deze informele gesprekken leerden de architecten het dorp beter kennen, zodat ze daar met hun werk bij konden aanknopen. ‘Onze architectuur maakt de geschiedenis van het dorp zichtbaar,’ zegt Tiziano Schürch. De geplande opwaarderingen lijken vaak bijna het werk van monumentenzorg. Een stenen huis waarin ooit kastanjes werden gedroogd, werd door de architecten slechts voorzien van een informatiebordje waarop alle deelprojecten gemarkeerd staan.

    De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften

    De architecten verwijzen naar Hermann Czechs ‘stille architectuur’, die alleen spreekt als het haar gevraagd wordt. De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften. Bij de ingang van het kerkhof werd een kleine bronwaterfontein geplaatst, die met het marmer, de stenen platen en het beton de materiële geschiedenis van de regio vertelt. Bij het voormalige washuis in het bos was ooit een vuurplaats. Naast de dorpsbron werd een boom geplant, die in een muurtje gevat is dat als zitgelegenheid dient.

    Schürch en Rolli zien architectuur als een maatschappelijk instrument. Ze betrekken de bewoners erbij en geven dan vorm aan kleine ingrepen die duidelijk door de hand van een architect zijn ontworpen – tot en met de verklarende folder. Hun visie op het geheel herinnert aan architect Luigi Snozzi, die vanaf 1977 het dorp Monte Carasso nieuw leven inblies en uitbreidde. Maar Studioser gaat met een andere maatstaf en in een andere taal te werk dan Snozzi. In Monte zie je geen bouwwerken van sierbeton, maar subtiele gestes voor dagelijks gebruik. ‘Andere plaatsen kunnen van Monte leren,’ zegt burgemeester Alessia Ponti. ‘De ingrepen zijn klein, maar belangrijk voor de bewoners.’ Castel San Pietro wil zijn dorpscentrum renoveren en Monte daarbij als voorbeeld nemen. Cruciaal daarbij is dat de inwoners meedenken. ‘Zonder betrokkenheid van de mensen maakt zelfs de beste oplossing weinig verschil.’

    Monte is een pittoresk dorp, de Valle di Muggio een idyllisch landschap. De architecten hoefden niet veel meer te doen dan deze sterke punten met kleine speldenprikjes nog beter tot hun recht te laten komen. In andere, grotere plaatsen zal hun poëtische aanpak op grenzen stuiten. Maar ook daar biedt hun strategie om een plek nauwkeurig te lezen en aan te passen mogelijkheden voor de openbare ruimte die vaak verwaarloosd wordt – juist voor gemeentes waar de bevolking wegtrekt en waar de financiële ruimte voor zulke ingrepen beperkt is.

    Architectonische thuiszorg

    Het project trekt ook buiten het dorp de aandacht. Het Duitse tijdschrift voor architectuur Bauwelt heeft het onderscheiden met een prijs voor beginnende architecten. Verleden jaar hebben de architecten met studenten een zomerschool georganiseerd die in de hele vallei kleine interventies heeft ontworpen en uitgevoerd. Monte heeft met Studioser een speelplaats gepland. De buurgemeente Breggia heeft de architecten opdracht gegeven een soortgelijke analyse van het dorp te maken.

    Anders dan het Bilbao-effect, dat met een spectaculair project een hele stad ingrijpend verandert, heeft het Monte-effect een subtiele uitwerking op het dorp. Het kan de vergrijzing en de leegloop in de dorpen niet stoppen; daarvoor zijn grotere economische factoren en de maatschappelijke realiteit verantwoordelijk. In Monte was het aantal inwoners al voor het project begon stabiel. Maar zorgvuldig onderhoud van het dorp kan het leven van degenen die er blijven wonen verrijken en misschien nieuwe mensen aantrekken. De aanpassingen zijn een soort architectonische thuiszorg, die met weinig kosten een beter leven in de oude omgeving mogelijk maakt.

    Meergeneratiewoningen

    In Japan wordt het traditionele gezinsmodel op de proef gesteld door sociologische experimenten zoals de Nagaya Tower in Kagoshima. De Spaanse krant El País wijdde een reportage aan deze ’toren van Babel’ waarin 43 mensen van 8 tot 93 jaar oud wonen. Dit gebouw voor een ‘familie zonder bloedbanden’, met gedeelde ruimtes en toegewijd personeel, zou volgens een van de bewoners geïnspireerd zijn door de nagaya, langgerekte huizen uit de Japanse Edoperiode, die meer dan honderdvijftig jaar geleden een collectieve levensstijl vormden. Van kinderen tot ouderen, van gezinnen tot alleenstaanden, iedereen woonde er samen in hetzelfde gebouw rondom de gemeenschappelijke put en had verschillende taken en bezigheden, zoals de was doen of het huishouden verzorgen.
    De gemeenschap in Kagoshima, die ook een opvangcentrum herbergt voor kinderen met een geestelijke beperking, is opgericht door een arts die zich zorgen maakte over het isolement van ouderen en mensen met een handicap, wezenlijke problemen in het land met de oudste bevolking ter wereld. Volgens het tijdschrift Frame loopt Japan voorop op het gebied van meergeneratiewoningen en kan het model ‘dienen als inspiratie voor andere locaties die minder vergevorderd zijn op dit gebied’.

    Inspiratie van elders

    ‘Het is nu CO2 in plaats van olie dat bepaalt wat mooi is of niet in de architectuur,’ zo vat architect Philippe Rahm zijn essay ‘De Antropoceen-stijl’ samen voor de Zwitserse krant Le Temps. Rahm nodigt ons uit om onze gewoontes wat betreft interieurdecoratie te heroverwegen, of beter gezegd: om de functionele aard ervan niet uit het oog te verliezen. Een tapijt voorkomt dat je koude voeten krijgt, een wandtapijt isoleert een muur, een spiegel reflecteert het licht: allemaal functies die met de opkomst van strakke, minimalistische interieurs in de twintigste eeuw vergeten lijken te zijn. Dit moderne interieur is weliswaar leefbaar gemaakt door airconditioning en verwarming – en dus door fossiele brandstoffen – maar dat is nu achterhaald door klimaatverandering.
    In plaats van het wachten op nieuwe technologieën om steden aan te passen aan de klimaatverandering zouden we misschien inspiratie kunnen putten uit de architectuur die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld in de hitte van de Arabische wereld. Zoals de mashrabiya, de decoratieve houten roosters en raampjes met ademende materialen uit de traditionele Arabische architectuur. Of uit een villa in de Braziliaanse jungle. De Braziliaanse beeldhouwer João Machado ontwierp een tuin op meer dan duizend meter boven de zeespiegel, die meer dan vierhonderd plantensoorten van over de hele wereld herbergt, aldus The Guardian. Het huis is gebouwd met stenen uit de regio en gerecycled hout, en heeft een volledig begroeide gevel die de woning in de loop van de tijd ‘onzichtbaar’ zal maken.

    Onderdompeling in het groen

    Midden in een uitgestrekt groen gebied staat een indrukwekkend gebouw met gevels van glas, zuilen van boomstammen en panelen van ruw hout. ‘Het Bosbad’ is door het Nederlandse architectenbureau Gaaga ontworpen en gebouwd in park Bosrijk in Eindhoven. Volgens het Britse tijdschrift Dezeen is het ontwerp geïnspireerd op de Japanse praktijk van shinrin-yoku, oftewel ‘zichzelf onderdompelen in het bos’, een therapeutische handeling om lichaam en geest tot rust te brengen. Deze zen-benadering komt tot uiting in de constructie van het gebouw met duurzame en recyclebare materialen, bedoeld om de harmonie en de continuïteit met de natuurlijke omgeving te waarborgen. Het Bosbad heeft een open binnenstraat, van waaruit slingerende groene paden naar het omliggende bosrijke park leiden. Het perceel gaat daardoor perfect op in het omringende groen.

    Samen in een ‘mommune’

    Het delen van woonruimte kan ook in een ‘mommune’. Deze Engelstalige samentrekking van mom en commune verwijst naar alleenstaande moeders die besluiten samen te wonen om de dagelijkse taken en de opvoeding van hun kinderen te delen, schrijft The New York Times. Het fenomeen is niet nieuw, maar sinds de coronapandemie betreft het in de Verenigde Staten niet alleen meer vrouwen van kleur of van Latijns-Amerikaanse afkomst, maar ook witte vrouwen uit de middenklasse. ‘We willen dat onze kinderen veilig opgroeien en we willen de steun krijgen die we als mensen verdienen. De economische basis is woonruimte,’ zegt een van hen tegen de krant. ’Het is de meest logische stap, overal zie je de behoefte om te delen. Als de nood hoog is, is de bereidheid daartoe ook groot. Dat is wereldwijd zichtbaar,’ aldus The New York Times. Binnenkort worden ook in Parijs de eerste mommunes geopend.

  • Gat in het gebouw

    Gat in het gebouw

    Overal ter wereld bevinden zich architectonische hoogstandjes die gezichtsbepalend zijn voor een stad. Die enorme gebouwen zijn ook op te vatten als een beperking voor licht, lucht en ruimte. Zouden er daarom zo veel gaten en doorkijkjes in zijn aangebracht?

    Het Atlantis Condominium (1982) van bureau Arquitectonica, dat vijf seizoenen langskwam in de serie Miami Vice, is volgens de annalen het eerste gebouw waarin een groot vierkant is vrijgehouden. Het heeft meerdere AIA Test of Time Awards gewonnen, en het gat kreeg veel volgelingen. Zo ontwierpen de Nederlandse architecten van MVRDV in 2018 de spectaculaire Future Towers in het Indiase Pune, met grote, kleurige openingen die verbinding maken met de centrale gang. MVRDV vernieuwde het concept van een ‘gat’ en gebruikte de openingen, van soms wel drie verdiepingen hoog, voor dwarsventilatie in de gemeenschappelijke ruimtes. Arquitectonica zou altijd trouw blijven aan het formaat van hun eerste vierkante raam zonder glas, en maakte er zijn handelsmerk van.

    Loze ruimtes

    Het nadeel van dit soort gaten, of van welke gaten in gebouwen dan ook, is dat het loze ruimtes zijn die niet tegen de kubiekemeterprijs kunnen worden verkocht, en die behalve licht geen voorzieningen toevoegen. Maar voor wie niet alles wil monetariseren kan het ook een teken van prestige zijn om ruimte in een ruimte te scheppen. 

    Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd

    China kent veel gebouwen met gaten, maar dat heeft vaak weer andere redenen. Zo moeten draken kunnen afdalen voor hun dagelijkse reis naar de oceaan en zich vrijelijk door gaten in gebouwen kunnen bewegen. Soms, geholpen door een reflectie, heeft het gat als doel het geluksnummer 8 af te beelden. Chinese gaten in gebouwen zijn daarmee allemaal uitzonderingen: ze symboliseren iets, in tegenstelling tot de eerdergenoemde voorbeelden, waarbij de structuur vaak bedacht is om de structuur zelf. De CCTV-toren in Beijing, van Rem Koolhaas’ bureau OMA, heeft zowel een verticaal als een horizontaal gat. Het frame lijkt op de pi-vorm, die teruggaat tot de oorsprong van China. 

    Maar het spectaculairste gat in een gebouw, of laten we het in dit geval een ‘leemte’ noemen, is dat in hotel The Opus in Dubai, van wijlen Zaha Hadid. De twee afzonderlijke torens smelten samen tot een enkelvoudig, kubusvormig geheel. De vorm die uit de kubus lijkt te zijn gesneden, geeft het hotel een bijna vloeibare vorm, alsof het kan bewegen. Hier speelt de leemte de hoofdrol, het gebouw is er slechts omheen gecreëerd. En zo richten gaten in gebouwen vaak de aandacht op zichzelf en lijsten het uitzicht in dat aan weerskanten te zien is. 

  • Kinloch is van een veertigtal inwoners 

    Kinloch is van een veertigtal inwoners 

    Een gefortuneerde zakenman die het kasteel in Kinloch wilde kopen, moest de aftocht blazen omdat hij niet wilde garanderen tot elke prijs het erfgoed te zullen beschermen.

    Het kasteel van Kinloch, rond het begin van de twintigste eeuw opgetrokken voor rekening van George Bullough, een rijke industrieel uit Manchester, is een merkwaardig bouwwerk van rode baksteen met gekanteelde torentjes. De fabrikant van katoenspinmachines kwam naar het Schotse eiland om te jagen, aldus het weekblad Scotland on Sunday uit Edinburgh.

    Het kasteel werd in 1957 aan een Schotse organisatie voor erfgoedbehoud verkocht, tot monument verklaard en omgebouwd tot herberg. 

    Dossier Ierland

    Na sluiting van de herberg in 2013 stond het kasteel te verkommeren: de ramen klapperden, de vloerbedekking vergeelde. De overheid, die de afgelopen vijf jaar driehonderdduizend pond had uitgegeven aan diverse reparaties, ging wanhopig op zoek naar een koper voor dit schip van bijleg.

    Brexiteer

    Op de symbolische vraagprijs van twee pond sterling kwam lange tijd nauwelijks iemand af. Tot aan de zomer van 2022. Jeremy Hosking, een rijke Engelsman, bood aan tien miljoen pond (11,7 miljoen euro) te investeren in de volledige renovatie van het gebouw. ‘Hij tekende een contract met de Schotse regering, had een ontmoeting met omwonenden, tegenover wie hij zich bij voorbaat excuseerde voor de overlast van de bouwwerkzaamheden, en dacht dat de zaak beklonken was’, aldus de zondagseditie van The Scotsman. In de lente van 2023 kwam er een onverwachte wending: Hosking trok zich terug. ‘Ik had niet verwacht dat de plaatselijke bevolking alles zou torpederen,’ zegt hij verontwaardigd tegen het dagblad.

    Orkneyeilanden

    Het Vikingbloed kruipt waar het niet gaan kan

    ‘Toen ik zag dat de Orkneyeilanden weer Noors wilden worden, dacht ik dat het een grap was,’ bekent David Leask, journalist van dagblad The Herald. Maar het is waar. De plaatselijke afgevaardigden van de Schotse archipel, die geografisch dichter bij Oslo ligt dan bij Londen, hebben afgelopen 4 juli met vijftien stemmen tegen zes vóór ‘onderzoek naar nieuwe bestuursvormen’ gestemd, waaronder terugkeer in de Scandinavische moederschoot, 550 jaar nadat die was verlaten.

    ‘Het initiatief is een uiting van toenemende frustratie’, analyseert dagblad The Scotsman, ‘omdat de Orkneyeilanden met 22.500 zielen minder subsidie per inwoner krijgen dan andere vergelijkbare Schotse eilanden.’ Downing Street heeft ‘iedere versoepeling van de banden’ tussen de archipel en het Verenigd Koninkrijk onmiddellijk afgewezen.

    Het kasteel staat namelijk op het eiland Rum voor de kust van Schotland, dat onder particulier beheer valt: de meeste grond rond het grootste dorp Kinloch is gemeenschappelijk bezit van een veertigtal inwoners. ‘Een deel van deze inwoners vindt dat er voor het gebouw en waar het voor staat geen plaats meer is op het eiland Rum’, aldus Scotland on Sunday.

    ‘Het waren sombere tijden’, beaamt Fliss Fraser, inwoonster van Kinloch, in een artikel in het dagblad The National uit Glasgow. ‘De bevolking stond ten dienste van het huis, in plaats van andersom.’ De komst van een rijke zakenman, die ervan wordt verdacht      van het victoriaanse gebouw een luxehotel te willen maken, roept bij sommigen geesten uit het verleden op. Volgens het bestuur van de vereniging van grondeigenaren zijn de miljoenen die aan Kinloch worden beloofd onverenigbaar met de plannen voor de bouw van een alternatief bouwwerk. ‘Het kasteel ligt precies midden in het dorp en deelt de gemeenschap in tweeën,’ licht Fliss Fraser toe. ‘Wanneer een gefortuneerde eigenaar er zijn intrek neemt wordt de inspraak van de plaatselijke bevolking geweld aangedaan.’

    Jeremy Hosking verzekert dat hij op de steun van twaalf van de tweeëntwintig volwassenen op het eiland kon rekenen; zij zouden openstaan voor nieuwe economische perspectieven. ‘Rum heeft het aantal toeristen met vijftig procent zien afnemen sinds de sluiting van de herberg,’ aldus de Scotland on Sunday. ‘In het wilde weg praten met een paar mensen kun je geen referendum noemen,’ werpt Steve Robertson tegen, die binnen de vereniging van grondeigenaren is belast met de ontwikkeling van het eiland. ‘Wij zijn er niet tegen dat het gebouw in handen komt van een privépersoon, maar ons ontwikkelingsmodel impliceert dat er door middel van collectieve beslissingen nauwlettend rekening wordt gehouden met het algehele evenwicht en de belangen van alle ingezetenen.’

    Vetorecht

    Het verzet van deze ‘invloedrijke bewoners’, zoals Scotland on Sunday hen bestempelt, heeft Jeremy Hosking uiteindelijk de aftocht doen blazen. ‘Ze zijn zich gaan beklagen bij de Schotse regering, die hun een vetorecht heeft gegeven,’ tiert de durfinvesteerder, die overigens donateur is van de door euroscepticus Nigel Farage opgerichte partij Reform UK. ‘Eerst dacht ik dat het probleem zou zijn dat ik Engelsman ben en voorstander van Brexit, maar nee.’

    De plannen van Jeremy Hosking stuitten op maar één obstakel: de onwil om tot elke prijs erfgoed te beschermen, hoeveel dat ook zou kosten. En de wens om een historisch gebouw ten dienste van de gemeenschap te stellen, hoelang het ook zou duren om een alternatief plan te realiseren. ‘Ondertussen,’ waarschuwt Scotland on Sunday, ‘blijft het aan weer en wind blootgestelde kasteel stilletjes aftakelen.’ Bij gebrek aan een renovatieplan, bevestigt het dagblad The Press and Journal uit Aberdeen, ‘zal het definitief tot een ruïne vervallen’.