Het WK in de VS, Mexico en Canada belooft het lucratiefste toernooi in de sportgeschiedenis te worden. Al zeggen sommige van de 48 deelnemende landen dat ze bang zijn de boel financieel niet rond te krijgen.
Het komende WK, dat in december tijdens de loting door FIFA-voorzitter Gianni Infantino al werd uitgeroepen tot ‘het grootste evenement dat de mensheid ooit heeft aanschouwd’, belooft in ieder geval het meest lucratieve toernooi in de sportgeschiedenis te worden. De FIFA heeft de laatste jaren de winstprognoses steeds naar boven moeten bijstellen. In het laatste financieel overzicht voorspelt de wereldvoetbalbond een opbrengst van 13 miljard dollar over de periode van vier jaar die met het WK van deze zomer wordt afgesloten, en bijna 9 miljard daarvan wordt dit jaar verdiend. Ter vergelijking: de laatste editie van wat altijd het grootste sportevenement ter wereld was, de Olympische Spelen van 2024 in Parijs, bracht 4,48 miljard euro op.
Het financiële plaatje van dit WK zal duidelijker worden als Infantino op het jaarlijkse FIFA-congres in Vancouver meer details geeft over de conceptbegroting voor de periode 2027-2030, die naar verwachting weer een fikse stijging te zien zal geven. Het is onderhand al bijna niet meer voorstelbaar dat het WK altijd op de tweede plaats kwam en het de Spelen pas in 2010 financieel voorbijstreefde, met het WK in Zuid-Afrika: dat leverde de FIFA 4,19 miljard dollar op, waar de Spelen van 2012 in Londen bleven steken op 3,23 miljard. Vooral het besluit om het komende toernooi in de VS te houden lijkt de inkomsten nu naar een nieuwe stratosfeer te tillen. Na een eerdere stijging van de inkomstenstroom met 18 procent in de periode tussen het WK van 2018 in Rusland en dat in Qatar vier jaar later, een periode waarin de FIFA 7,5 miljard dollar beurde, zal de opbrengst volgens de prognoses eind deze zomer met nog eens 73 procent zijn gestegen.
Omdat de doelstellingen voor 2022-2026 daarmee zijn overtroffen, heeft de FIFA in het nieuwste financieel overzicht vorige maand de begroting voor de komende vier jaar verhoogd naar 14 miljard dollar. In de woorden van Ricardo Fort, een consultant die voor Visa en Coca-Cola met de FIFA heeft onderhandeld over sponsordeals: ‘Als je de ophef en de politieke aspecten even vergeet, heeft het commerciële team van de FIFA een indrukwekkende prestatie neergezet.’
De melkkoe
De grootste melkkoe van de FIFA is de verkoop van de uitzendrechten, waarvan de opbrengst naar verwachting hoger uitvalt dan de 3,4 miljard dollar in Qatar in 2022 en de 3,1 miljard dollar in Rusland vier jaar daarvoor. Het omstreden besluit om het toernooi van 32 naar 48 teams uit te breiden speelt daarbij allicht een grote rol: met 104 in plaats van 64 wedstrijden heeft het zenders simpelweg veel meer content te verkopen. Bovendien zijn de aanvangstijden voor de meest lucratieve markten in Noord-Amerika en Europa ook een stuk aantrekkelijker dan vier jaar geleden.
Daarnaast heeft de FIFA nog een paar andere grote innovaties doorgevoerd die lucratief uitpakken. Zo zijn de uitzendrechten voor het WK voor vrouwen ditmaal voor het eerst apart geveild. En de sociale media worden te gelde gemaakt met de verkoop van livestreamrechten voor de eerste tien minuten van wedstrijden op TikTok en YouTube, in de hoop jongere kijkers naar de tv-uitzending te lokken.
Na de uitzendrechten vormen kaartverkoop en hospitality de grootste inkomstenbron: hier is de groei het grootst, van 950 miljoen aan opbrengsten in Qatar naar een geschatte 3 miljard dollar nu. Ook dit is weer vooral te danken aan het grotere aantal wedstrijden en de grotere vraag op de Noord-Amerikaanse markt. Vooral dankzij dat laatste kan de FIFA het onderste uit de kan halen wat betreft de toegangsprijzen.
De duurste kaartjes voor de finale kosten 10.990 dollar: bijna zeven keer zoveel als in Qatar
Door het systeem van dynamische prijzen valt de gemiddelde prijs van een toegangskaartje onmogelijk te berekenen. Maar supportersorganisatie Football Supporters Europe heeft vorige maand een officiële klacht ingediend bij de Europese Commissie: supporters met een handicap die hun team van de eerste wedstrijd tot en met de finale willen volgen, zouden alleen al aan toegangskaartjes 6900 dollar kwijt zijn, vijf keer zoveel als in Qatar. De duurste kaartjes voor de finale op 19 juli in het MetLife Stadium in New Jersey kosten 10.990 dollar: bijna zeven keer zoveel als de duurste kaartjes voor de finale van 2022 in Qatar. Volgens de FIFA zijn er voor de finale ook meer dan duizend kaartjes van 60 dollar verkocht. In 2018 hadden de VS, Canada en Mexico in hun bidbook voor dit WK de gemiddelde prijs voor een finalekaartje ingeschat op 1408 dollar.
Ondanks de wijdverbreide klachten lijkt de vraag toch groter dan het aanbod. Infantino vertelde vorige maand op CNBC dat de FIFA voor de zeven miljoen beschikbare zitplaatsen ruim vijfhonderd miljoen aanvragen heeft ontvangen, al zijn er nu nog steeds veel tickets te koop. ‘We hadden de afgelopen vier weken vraag genoeg voor wel duizend jaar aan WK’s,’ zei Infantino. ‘We krijgen verzoeken om kaartjes uit meer dan tweehonderd landen, want iedereen wil zoiets bijzonders meemaken. De prijzen liggen vast, maar in de VS hebben ze dynamische prijzen, zodat ze kunnen stijgen en dalen. Dat hoort nu eenmaal bij die markt. Dat is geen probleem, want er is genoeg vraag.’
De FIFA profiteert ook van de grote vraag bij commerciële partners en sponsors, wat een recordbedrag zal opleveren van 2,7 miljard dollar, plus nog eens 670 miljoen dollar uit licentiedeals. ‘Er is ongekend grote interesse bij grote merken van over de hele wereld,’ zei FIFA’s chief business officer Romy Gai in maart op de Business of Soccer Conference in Atlanta. ‘Dit is nu al het commercieel succesvolste programma in de geschiedenis van de FIFA, en we zijn nog niet klaar.’
De FIFA heeft zestien wereldwijde partnerdeals gesloten met bedrijven als Adidas, Aramco en Coca-Cola, plus talloze sponsorovereenkomsten op regionaal en lokaal niveau. Ook hier speelt de potentie van de Noord-Amerikaanse markt een grote rol, maar de vernieuwende aanpak van het commerciële team van de FIFA verdient volgens Fort eveneens lof. ‘Vroeger gold er een vaste prijs voor bepaalde rechten en was alles heel gestructureerd,’ zegt hij. ‘Voor dit WK zijn ze veel flexibeler geweest. Bedrijven kopen de basisrechten en kunnen daar voor een meerprijs extra’s aan toevoegen. Zo kunnen ze gasten en cliënten bijvoorbeeld een WK-beleving aanbieden, of multiregionale deals sluiten.’
Het meest vervuilende WK ooit?
Het WK van 2026 dreigt niet alleen het grootste voetbaltoernooi ooit te worden, maar mogelijk ook het meest belastende voor het klimaat. Voor het eerst nemen 48 landen deel aan het kampioenschap en worden 104 wedstrijden gespeeld, verspreid over zestien steden in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Dat betekent enorme reisafstanden voor supporters, teams en officials.
Volgens analyses van onder meer The Guardian en Deutsche Welle zal vooral het vliegverkeer een grote ecologische impact hebben. Waar eerdere toernooien grotendeels in één land plaatsvonden, strekt het WK van 2026 zich uit over een volledig continent. Sommige supporters zullen duizenden kilometers moeten afleggen tussen groepswedstrijden en knock-outduels. Ook de uitgebreide veiligheidsoperatie, tijdelijke infrastructuur en groeiende commerciële activiteiten rond het toernooi vergroten de ecologische voetafdruk.
FIFA benadrukt ondertussen dat duurzaamheid een belangrijk onderdeel van het beleid vormt. De bond verwijst naar bestaande stadions, investeringen in openbaar vervoer en klimaatcompensatieprogramma’s. Critici noemen dat onvoldoende. Volgens hen blijft het fundamentele probleem bestaan dat het mondiale voetbaltoernooi steeds groter, commerciëler en energie-intensiever wordt.
Daarmee raakt het WK van 2026 aan een bredere vraag die steeds vaker rond grote sportevenementen opduikt: kan een mondiaal megaevenement nog duurzaam zijn in een tijd van klimaatcrisis? Zoals The Guardian opmerkt, dreigt het moderne topvoetbal steeds meer een botsing te worden ‘tussen mondiale commerciële expansie en ecologische grenzen’.
De FIFA is een non-profitorganisatie en zegt minstens 11,67 miljard van de verwachte 13 miljard dollar aan opbrengsten te investeren in ‘het stimuleren van de mondiale ontwikkeling van het voetbal’, 20 procent meer dan in de afgelopen vier jaar. Maar over de verdeling van dat geld is wel onenigheid. Circa 2,7 miljard dollar is bestemd voor de leden, de 211 nationale en zes continentale bonden die bij de wereldvoetbalbond zijn aangesloten: volgens critici een heel effectieve manier om ervoor te zorgen dat de huidige leiding in het zadel blijft.
De grootste kostenpost van de FIFA is de organisatie van de toernooien. Voor alle toernooien van de afgelopen vier jaar was in totaal 7,6 miljard dollar begroot; het WK van 2026 is verreweg het duurste met 3,8 miljard dollar, een bedrag dat naast alle operationele kosten ook het prijzengeld omvat.
Infantino wordt naar verwachting volgend jaar zonder tegenkandidaat herkozen als voorzitter. Hij heeft de statuten laten aanpassen om dat mogelijk te maken. De Zwitsers-Italiaanse advocaat die Sepp Blatter opvolgde werd in 2016 voor het eerst gekozen, als hervormingskandidaat, maar blijft waarschijnlijk vijftien jaar op zijn post, slechts twee jaar minder dan zijn voorganger.
Beloofde opbrengst
De stem van elke aangesloten bond telt in de FIFA even zwaar en ook krijgt elke bond, van Engeland tot San Marino, elke vier jaar hetzelfde gegarandeerde bedrag van 5 miljoen dollar als tegemoetkoming aan de operationele kosten. Daarnaast kunnen leden nog eens 3 miljoen dollar aanvragen voor specifieke projecten. De zes continentale bonden krijgen elk 60 miljoen dollar per vier jaar voor de ontwikkeling van het voetbal in hun regio.
Het is minder duidelijk wie er verder de vruchten zullen plukken van de opbrengst van deze zomer. Vorig jaar kondigde de FIFA aan dat de prijzenpot ten opzichte van Qatar met 50 procent werd verhoogd naar 727 miljoen dollar. Elk van de 48 deelnemende landen werd minstens 10,5 miljoen dollar beloofd, en het winnende land 50 miljoen. The Guardian berichtte de afgelopen maanden over landen die ontevreden zijn over de beloofde opbrengst en bang zijn dat ze de boel financieel niet rond zullen krijgen. Onlangs werd duidelijk dat de FIFA de prijzenpot en de bijdrage voor deelname wil verhogen. Op een bijeenkomst van de bestuursraad in Vancouver werd afgesproken de betaling met 15 procent te verhogen, zodat er nu in totaal 871 miljoen dollar in de pot zit en alle 48 landen in ieder geval kunnen rekenen op 12,5 miljoen dollar.
Zoals The Guardian eerder onthulde, heeft de FIFA ook met de Amerikaanse fiscus onderhandeld over belastingvrijstellingen voor de nationale bonden. De VS wilden aanvankelijk dat de nationale bonden een federale belasting zouden betalen van zeker 21 procent, die kon oplopen tot 37 procent over de inkomsten van individuele spelers, plus nog diverse belastingen van de steden en staten waar de wedstrijden plaatsvinden. De andere twee gastlanden Canada en Mexico hebben de bonden die in hun land spelen al van belasting vrijgesteld. Het lijkt erop dat de FIFA ook de federale belasting in de VS heeft weten af te wenden, maar de belastingen in de verschillende steden en staten van het land lopen sterk uiteen, dus niet alle deelnemende landen zullen even zwaar worden belast.

Infantino. – © ANP
‘Een jaar geleden hield de FIFA iedereen nog voor dat er een overeenkomst zou worden gesloten en ze geen belasting hoefden te betalen,’ zegt Oriana Morrison, een belastingadviseur voor de Braziliaanse en de Portugese bond. ‘Er is in de Amerikaanse politiek grote weerstand tegen het gunnen van belastingvoordelen aan sportorganisaties. De NFL hoefde vroeger geen belasting te betalen, maar maakte zulke enorme winsten dat daar ophef over ontstond, en die vrijstelling is opgeheven. De FIFA is in de VS al vrijgesteld van belastingen sinds het WK van 1994, maar de aangesloten nationale bonden niet. Voor de FIFA is alles goed geregeld; de opbrengst van kaartjes, hospitality en sponsordeals, die in de miljarden loopt, is belastingvrij. Maar voor de voetbalbonden niet. En voor de spelers ook niet. Voor delegaties hopelijk wel, als ze uit een land komen dat een belastingverdrag met de VS heeft. Dus de grootste winnaars van dit WK worden de FIFA en de Amerikaanse fiscus.’
Omdat Amerika een van de drie gastlanden is, zal de Amerikaanse bond wel winst maken. Directeur JT Batson zei tegen The Guardian dat de bond ongeveer 100 miljoen dollar van de FIFA verwacht, op basis van het aandeel van 1 procent in de toernooiopbrengst die gedeeld wordt met de Canadese en de Mexicaanse bond. Maar dat is een miniem aandeel vergeleken bij hoe het was geregeld in 1994, zegt de toenmalige bondsvoorzitter Alan Rothenberg: destijds mocht het organiserende land de opbrengst van de kaartjes en alle binnenlandse inkomsten uit de commercie zelf houden. Volgens het jaarverslag van de FIFA uit 1994 bleef van de opbrengst van 235 miljoen dollar een winst over van 99,6 miljoen dollar, waarvan 30 procent naar het gastland ging en 70 procent naar de andere bonden. ‘In 1994 hield de FIFA zelf de rechten voor de internationale marketing en de uitzendrechten, en verder ging alles naar ons,’ zegt Rothenberg. ‘Wij droegen alle verantwoordelijkheid, maar we konden ook inkomsten halen uit de kaartverkoop, sponsordeals en licenties. Bij dit toernooi krijgen de bonden in de gastlanden wel de verantwoordelijkheid voor het organiseren van de wedstrijden, maar heel weinig mogelijkheden om eraan te verdienen. Het is dus een hele opgave voor de organisatiecomités om het allemaal rond te krijgen zonder dat het een financiële strop wordt.’
FIFA versus de gaststeden
Rothenbergs uitspraak is nog een understatement, want zeker de afgelopen twaalf maanden was er sprake van aanzienlijke spanningen tussen een flink aantal van de elf Amerikaanse gaststeden en de FIFA. De opbrengsten van de uitzendrechten, sponsoring, de kaartverkoop en zelfs aanvullende diensten bij de stadions zoals parkeergeld zijn volgens de overeenkomst allemaal voor de FIFA, terwijl de gaststeden opdraaien voor de kosten van ‘veiligheid en bewaking’. Een langlopend conflict in Massachusetts over wie de kosten moet dragen van de beveiliging in het Gillette Stadium in Foxborough (voor de duur van het WK omgedoopt tot Boston Stadium) werd pas vorige maand opgelost, en op veel locaties zijn er nu nog steeds problemen met het openbaar vervoer.
De gouverneur van New Jersey, Mikie Sherrill, klaagde eerder deze maand dat de FIFA niets bijdraagt aan de kosten voor het openbaar vervoer, nadat er ophef was ontstaan over de aankondiging van vervoersbedrijf NJ Transit dat een retourtje van Manhattan naar het MetLife Stadium 150 dollar gaat kosten. Sherrill nam het op voor de vervoerder: aangezien de FIFA niet wil bijspringen, zou anders de rekening van 48 miljoen dollar belanden bij de belastingbetalers van de stad, en dat wil Sherrill niet.
Door de stijgende kosten worden ook de officiële FIFA Fan Festivals in veel steden afgeschaald of afgelast. In New York is het geplande feest in het Liberty State Park helemaal van de baan. Van de andere gaststeden houden alleen Philadelphia en Houston zich aan de oorspronkelijke wens van de FIFA om een festival te organiseren dat de volle 39 dagen van het toernooi duurt.
Eén man die natuurlijk wel voor de hele duur van het toernooi in de schijnwerpers zal staan, is Gianni Infantino. En dat hij financieel van het toernooi gaat profiteren, lijdt ook geen twijfel. In het vorige maand gepubliceerde jaarverslag over 2025 is te lezen dat de jaarlijkse bonus van de voorzitter vorig jaar is verhoogd van 2 naar 3 miljoen dollar, vanwege het succes van het WK voor clubs. Daarmee kwam zijn totale jaarsalaris op 6 miljoen dollar. De makkelijkste voorspelling die je over het WK kunt doen is dat dit bedrag dit jaar waarschijnlijk nog hoger ligt.
Voetbal als diplomatiek wapen
Voetbal is al lang meer dan sport alleen. Landen gebruiken grote voetbaltoernooien steeds nadrukkelijker om hun internationale positie te versterken, hun imago op te poetsen of politieke invloed uit te breiden.
Volgens analisten van onder meer Foreign Policy en Le Monde is het WK van 2026 opnieuw een voorbeeld van hoe sport en geopolitiek steeds sterker met elkaar verweven raken.
Vooral de afgelopen vijftien jaar groeide voetbal uit tot een belangrijk instrument van soft power. Qatar gebruikte het WK van 2022 om zich internationaal te profileren als moderne wereldspeler, terwijl Saoedi-Arabië miljarden investeert in clubs, competities en sterren als Cristiano Ronaldo en Karim Benzema. Ook de Verenigde Staten zien het komende WK als kans om hun mondiale invloed en aantrekkingskracht te onderstrepen.
Critici wijzen erop dat sportevenementen daarmee functioneren als diplomatiek podium. Internationale aandacht voor oorlogen, mensenrechtenkwesties of politieke spanningen wordt tijdelijk overschaduwd door nationale symboliek, prestige en beeldvorming: het zogenoemde ‘sportswashing’. Tegelijkertijd hopen kleinere of kwetsbare landen via sport zichtbaarder te worden op het wereldtoneel.
Voorstanders wijzen er juist op dat voetbal landen met elkaar in contact brengt die elkaar diplomatiek nauwelijks nog weten te vinden. Zoals de Franse sporthistoricus Patrick Clastres het in Le Monde formuleerde: ‘Voetbaltoernooien zijn de laatste plekken waar staten nog massaal vlaggen kunnen tonen zonder zich daarvoor te hoeven verantwoorden.’

