Haïti’s kwalificatie voor het WK voetbal van 2026 biedt het land een zeldzame kans om zijn wereldwijde imago op te poetsen. Maar dan moeten de autoriteiten wel stante pede actie ondernemen om van sportdiplomatie een pijler van het buitenlandbeleid te maken.
Podcast: Play in new window | Download
Haïti, ooit geprezen om zijn culturele rijkdom, zijn welvaart en de aangeboren heldenmoed van zijn bevolking, haalt nu vaker de internationale krantenkoppen vanwege zijn armoede, geweldsuitbarstingen en chronische instabiliteit. Maar nu Les Grenadiers zich hebben gekwalificeerd voor het WK voetbal van 2026, is er een zeldzame mogelijkheid om dat narratief te veranderen. Belangrijker nog, het biedt de Haïtiaanse regering de mogelijkheid om van voetbal – en van sport in bredere zin – een essentiële pijler van haar buitenlandbeleid te maken.
‘Voetbal is apolitiek,’ beweert de FIFA. Maar dat is in schril contrast met de werkelijkheid. Om te beginnen is alles politiek. Bovendien hebben leiders de hele geschiedenis lang sport, en met name voetbal, ingezet voor hun politieke prioriteiten.
Meer dan tweeduizend jaar geleden speelden de Chinezen cuju (‘schopbal’) om zichzelf te vermaken en om sociale contacten te leggen, terwijl het voor soldaten onderdeel was van hun militaire training. Meso-Amerikaanse gemeenschappen gebruikten balspellen onder meer om conflicten te beslechten. In het oude Griekenland kondigden koningen van oorlogvoerende stadsstaten de ‘Olympische Wapenstilstand’ af, zodat atleten veilig konden deelnemen aan wat nu bekendstaat als de Olympische Spelen.
In de moderne tijd speelde Edson Arantes do Nascimento, beter bekend als voetbalkoning Pelé, nooit in Europa omdat president Jânio Quadros hem officieel tot ‘nationale schat’ had uitgeroepen, wiens aanwezigheid hielp om een turbulent Brazilië verenigd te houden. In 2004 organiseerden de Verenigde Naties de ‘Game for Peace’, waarbij de sterren van het Braziliaanse nationale elftal naar Port-au-Prince afreisden om tegen Haïti te spelen ter ondersteuning van de stabiliseringsinspanningen na jaren van geweld.
Olie
De laatste decennia hebben de Golfstaten – en dan vooral de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Saoedi-Arabië – sport ingezet om hun op olie gebaseerde economieën en soft power te diversifiëren. De Emiraten kochten in 2008 voor 360 miljoen dollar de Engelse Premier League-club Manchester City. Qatar telde zo’n 131 miljoen dollar neer voor Paris Saint-Germain uit de Franse Ligue 1. Naast de aankoop van Premier League-club Newcastle United hebben de Saoedi’s meer dan een miljard dollar geïnvesteerd om spelers als Cristiano Ronaldo en Karim Benzema naar hun eigen profcompetitie te halen. Op die manier hebben deze landen niet alleen hun wereldwijde imago opgekrikt, maar zijn ze ook invloedrijke diplomatieke partners van westerse mogendheden geworden bij cruciale internationale kwesties.
Deze voorbeelden laten zien dat voetbal niet alleen vermaak biedt, maar dat politici de populariteit en de enthousiasmerende kwaliteiten ervan ook al lange tijd benutten als een effectief politiek en diplomatiek instrument.
Vandaag de dag trekken maar weinig evenementen zo veel wereldwijde aandacht als het WK voetbal. Omdat deelname aan sportevenementen al meer dan drieduizend jaar zijn waarde bewijst, zou Haïti het WK 2026 moeten benutten om zichzelf opnieuw te profileren.
Economische hoop in Congo
De kwalificatie van de Democratische Republiek Congo voor het WK van 2026 zorgt niet alleen voor nationale euforie, maar ook voor economische verwachtingen.
Het land plaatst zich voor het eerst sinds 1974 opnieuw voor een wereldkampioenschap voetbal, een symbolische mijlpaal die volgens Further Africa nu al economische effecten heeft. Winkels zien de verkoop van televisies, shirts en elektronische apparaten stijgen, terwijl cafés, restaurants en hotels zich voorbereiden op een golf van extra bezoekers tijdens het toernooi. Analisten spreken van een ‘economische kettingreactie’, waarbij nationale trots zich vertaalt in meer consumptie en optimisme.
Daarnaast hopen Congolese beleidsmakers dat het WK de internationale zichtbaarheid van het land vergroot. Congo wil zich niet langer uitsluitend profileren via conflict, politieke instabiliteit en de mijnindustrie, maar ook via sport, cultuur en toerisme. Volgens Further Africa kan de wereldwijde media-aandacht investeerders aantrekken en het imago van het land verbeteren. Dat is belangrijk voor een land dat ondanks grote voorraden koper en kobalt blijft kampen met armoede en geweld in het oosten van het land. Internationale organisaties zoals de Wereldbank wijzen erop dat positieve internationale perceptie invloed kan hebben op investeringen en kapitaalstromen.
De kwalificatie heeft ook een sterke symbolische betekenis voor Afrikaans voetbal. Congo werd in 1974, toen nog onder de naam Zaïre, het eerste land uit Sub-Sahara-Afrika dat zich voor een WK plaatste. Die deelname eindigde destijds in zware nederlagen en groeide uit tot een nationaal trauma. Meer dan vijftig jaar later hoopt een nieuwe generatie spelers – grotendeels afkomstig uit de Congolese diaspora in Europa – dat verleden recht te zetten. Het WK van 2026 wordt daardoor niet alleen een sportieve uitdaging, maar ook een poging om Congo opnieuw op de wereldkaart te zetten.
Allereerst moet de regering, via de ministeries van Cultuur, Communicatie en Buitenlandse Zaken en in samenspraak met de Haïtiaanse voetbalbond FHF, een gecoördineerde communicatie- en merkstrategie ontwikkelen die afgestemd is op het WK. Met een duidelijke kernboodschap kan de overheid supporters aanmoedigen om positieve verhalen te verspreiden, fan-events in de buurt van wedstrijdlocaties te organiseren en de Haïtiaanse cultuur te promoten via sociale media en publieke evenementen.
Ten tweede zouden diplomatieke missies in steden waar Haïti speelt voorafgaand aan de wedstrijd culturele evenementen moeten organiseren waarin de Haïtiaanse geschiedenis, kunst en cultuur onder de aandacht worden gebracht. Daarmee kun je een veel breder publiek bereiken dan de traditionele diplomatieke kringen.
Ten derde zou Haïti zijn invloedrijke sporters en cultuurdragers – met name binnen de diaspora – doelbewuster moeten inzetten als officieuze ambassadeurs. Velen van hen verdedigen het land al publiekelijk en bestrijden negatieve stereotypen. Door een gecoördineerde aanpak zou Haïti’s aanwezigheid op het WK ook buiten het veld een blijvende indruk kunnen achterlaten.

Haïti zou niet alleen voor het WK 2026 een belangrijke plaats moeten inruimen in zijn buitenlandbeleid, maar ook voor voetbal en andere sporten in het algemeen. Zo heeft het land Melchie Dumornay, een voormalige straatvoetbalster uit Mirebalais die nu bij een van de beste vrouwenclubs in Europa speelt en overal op de wereld fans inspireert. Haïti heeft tal van sportambassadeurs, van Jean-Ricner Bellegarde, die in de Premier League speelt, en Fafa Picault, die afgelopen jaar nog een kleedkamer deelde met sterren als Messi, tot Lewis Cine, die vorig jaar de Super Bowl won met de Philadelphia Eagles.
En hoewel ze Haïti niet officieel vertegenwoordigen in hun sport, zouden ook figuren als tennisster Naomi Osaka en basketballers Luguentz Dort en Bennedict Mathurin, die allemaal prat gaan op hun Haïtiaanse roots, invloedrijke ambassadeurs kunnen zijn. De Haïtiaanse beleidsmakers moeten een strategie ontwikkelen om deze sterren aan te trekken, te ondersteunen en ervoor te zorgen dat hun talent ten goede komt aan hun thuisland.
Internationale steun
In een steeds meer naar binnen gekeerde wereld hebben landen als Haïti, die lange tijd op buitenlandse hulp waren aangewezen, steeds meer moeite om internationale steun te verkrijgen. Sportdiplomatie vormt dan een alternatief. Door de Haïtiaanse cultuur, geschiedenis en talenten in de etalage te zetten kan het land positieve aandacht trekken, waar mogelijk het toerisme stimuleren en partnerschappen aangaan met wereldwijde instellingen. Investeringen in sportinfrastructuur en talentontwikkeling kunnen bovendien banen opleveren en de economische kansen vergroten.
Voor veel Haïtianen is voetbal meer dan een spel. Spits Duckens Nazon vatte dit treffend samen toen hij zijn teamgenoten er voor de cruciale WK-kwalificatiewedstrijd tegen Nicaragua aan herinnerde dat miljoenen behoeftige landgenoten de hoop op hún voeten hadden gevestigd.
Haïti heeft zijn plaats op het wereldtoneel verdiend. Nu moeten beleidsmakers ervoor zorgen dat die daar blijft, door voetbal niet alleen een bron van nationale trots te laten zijn, maar ook een strategisch diplomatiek instrument. Een stap die het land zal helpen de sociaaleconomische kansen te verzilveren die the beautiful game biedt.
Nieuwe landen, nieuwe kansen
Het uitgebreide WK van 2026 biedt verschillende landen voor het eerst de kans zich op het grootste voetbalpodium ter wereld te tonen. Daardoor krijgt het toernooi ook een andere geopolitieke lading. Voor kleinere of minder invloedrijke staten vormt deelname steeds vaker een kans om internationale zichtbaarheid, nationale trots en diplomatieke uitstraling te versterken.
Vooral Jordanië trekt daarbij aandacht. Het land plaatste zich voor het eerst voor een WK en groeide de afgelopen jaren uit tot een stabiele bondgenoot van het Westen in een regio die wordt gekenmerkt door oorlogen en politieke spanningen. De kwalificatie leidde in Amman tot massale vieringen en werd door koning Abdullah omschreven als een moment van nationale eenheid.
Ook Oezbekistan geldt als opvallende nieuwkomer. Het Centraal-Aziatische land investeert al jaren in sportinfrastructuur en probeert zich internationaal nadrukkelijker te profileren. Volgens analisten past de WK-deelname in een bredere strategie waarmee Oezbekistan zich economisch en diplomatiek wil openstellen richting Europa, China en de Golfstaten.
Daarnaast is er veel aandacht voor Kaapverdië, een kleine eilandstaat met een grote diaspora in Europa en de Verenigde Staten. De mogelijke kwalificatie wordt daar gezien als kans om toerisme, internationale bekendheid en nationale samenhang te versterken. De Kaapverdische krant Expresso das Ilhas schreef onlangs dat sport voor kleine landen ‘een van de weinige manieren blijft om wereldwijd zichtbaar te worden zonder economische of militaire macht’. Opnieuw een bewijs dat het WK voor velen meer betekent dan voetbal alleen.

