ibrahim boran kkACMU0GYko unsplash 1 scaled

Het Europees Parlement buigt zich over een voorstel voor de invoering van een sneller en goedkoper betalingssysteem, met als doel de EU financieel minder afhankelijk te maken van de Verenigde Staten en de bankenlobby te beperken, schrijft econoom Jézabel Couppey-Soubeyran in haar column in Le Monde.

Op 23 juni jongstleden gaf de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement groen licht voor een driehoeksoverleg tussen onderhandelaars van de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie om de definitieve contouren van het digitale europroject te schetsen. De Europese Centrale Bank (ECB) werkt hier al zeven jaar aan en zal vóór de daadwerkelijke emissie, die op zijn vroegst in 2029 wordt verwacht, eerst een pilotfase in gang moeten zetten. Maar aan de definitieve tekst wordt nu al gewerkt. Tijdens de komende onderhandelingen zal moeten blijken of de digitale euro werkelijk in staat zal zijn de onafhankelijkheid van onze betalingssystemen en publieke geldstromen te waarborgen, of dat hij slechts zal dienen om het vakje ‘digitale valuta van de centrale bank’ (CBDC) aan te vinken zonder dat er sprake is van werkelijke bescherming.

Het project stuitte op weerstand van twee partijen. Aan de ene kant de banken, die vreesden dat hun klanten hun spaartegoeden in digitale euro’s zouden omzetten, wat veiliger en minder kostbaar is. Daarmee zouden de banken een stabiele inkomstenbron kwijtraken die ze veel meer oplevert dan kost (vooral omdat ze geen rente over spaartegoeden betalen). In hun lobby wezen ze op de risico’s voor de stabiliteit van de sector en de financiering van de economie, maar in werkelijkheid verdedigden ze alleen maar hun winsten.

Aan de andere kant was er stevige kritiek vanuit de cryptosector, aangezien de CBDC haaks staat op hun voorkeur voor een peer-to-peervaluta waaraan geen staat of centrale bank te pas komt. Die weerstand heeft veel desinformatie in de hand gewerkt: de digitale euro zou het eind van contant geld inluiden of zich als een Big Brother ontpoppen die al onze betalingen traceert, terwijl de voorgestelde regelgeving de ECB nu juist verbiedt om transactiegegevens in te zien en voorziet in een offlinefunctie die een zelfde anonimiteit biedt als contant geld.

de digitale euro zou het eind van contant geld inluiden of zich als een Big Brother ontpoppen die al onze betalingen traceert

Er zijn twee belangrijke redenen waarom de digitale euro absoluut noodzakelijk is: het verlies van zeggenschap over ons betalingsverkeer en de razendsnel voortschrijdende privatisering van geld. Zeven van de tien elektronische betalingen in Europa verlopen via Visa of Mastercard, twee Amerikaanse bedrijven. Wij hebben vooralsnog geen pan-Europees elektronisch betaalmiddel: particuliere initiatieven staan ofwel nog in de kinderschoenen, zoals het Europese Wero, of zijn, zoals het Zweedse Swish, weliswaar goed ingeburgerd, maar uitsluitend op nationaal niveau en buiten de eurozone.

Deze afhankelijkheid van buitenlandse infrastructuur vormt een bedreiging die wel heel erg concreet is geworden na de Amerikaanse sancties tegen rechters van het Internationaal Strafhof in augustus 2025, waardoor deze van de ene dag op de andere geen toegang meer hadden tot hun bankrekeningen. De door de ECB uitgegeven digitale euro zou zorgen voor een onafhankelijke betalingsinfrastructuur, die in de hele eurozone wordt geaccepteerd en gratis is voor gebruikers. Dit is ook een absolute voorwaarde voor het overleven van publiek geld in een digitaliserende economie. We betalen steeds meer online met kaarten en smartphones, met als gevolg dat bankbiljetten verdwijnen – en daarmee de enige vorm van publiek geld die voor iedereen toegankelijk is. Natuurlijk is die toegankelijkheid relatief, want om geld op te nemen heb je een betaalpas nodig die geld kost, maar door de snelle opkomst van private digitale tokens, zoals de stablecoins die door de dollar worden gedekt, komt het einde van het publieke geld in zicht. En dat zal gepaard gaan met een verlies van onafhankelijkheid.

De eerste keer dat Christine Lagarde in het openbaar over digitale valuta van centrale banken sprak, was overigens in 2019 in een reactie op het Libra-project, een stablecoin die toen net was aangekondigd door Facebook. De Amerikaanse autoriteiten waren ertegen, maar sinds de ondertekening van de Genius Act door Donald Trump in juli 2025 is het tij gekeerd.

De geschilpunten

Het driehoeksoverleg zal de nodige geschilpunten opleveren, waarbij de technische details de politieke machtsverhoudingen niet mogen verhullen. Het eerste geschilpunt is het saldoplafond. De ECB heeft voorgesteld het saldo aan digitale euro’s van particulieren te maximeren op 3000 euro. Dat is een concessie aan de banken, maar een flinke aanslag op de onafhankelijkheid. Mochten de onderhandelingen tot een nog lager plafond leiden, dan zal de digitale euro alleen voor kleine betalingen kunnen worden gebruikt en nauwelijks nut hebben. De procedure voor het vaststellen van dit plafond zal bepalend zijn: alleen de aanpak van het Europarlement – een gedelegeerde handeling met vetorecht, waarbij de ECB als vangnet dient – kan op een structurele manier voorkomen dat er standaardlimieten worden opgelegd.

Het tweede geschilpunt betreft de tarieven. Als de ECB de infrastructuur levert, zijn de marginale kosten vrijwel nihil. Daarom zouden ook de tarieven die handelaren moeten betalen nagenoeg nihil moeten zijn. Maar de Europese Raad verwacht een overgangsperiode van vijf tot tien jaar, waarin de kosten gekoppeld blijven aan die van betaalpassen. Een decennium waarin private tarieven gelden op publieke infrastructuur zou neerkomen op een decennium van regulering in het voordeel van private partijen.

Het derde geschilpunt betreft de privacy. Twee bepalingen moeten overeind blijven in het driehoeksoverleg: het principe van ‘privacy by design’, en het verbod om transactiegegevens op te slaan wanneer het apparaat offline is. Zonder deze bepalingen wordt massasurveillance een self-fulfilling prophecy. Een digitale euro met een te laag plafond, tarieven die nog tien jaar lang gebaseerd worden op die van betaalpassen en een ECB die gebruikers kan identificeren bieden geen oplossing voor de soevereiniteitskwestie of het behoud van een inclusieve publieke munt.

Laten we de strijd die de nog resterende sociale en progressieve krachten binnen de Europese instellingen moeten voeren niet onderschatten. Een gebrekkige digitale euro is beter dan helemaal geen digitale euro. Als er eenmaal een begin mee is gemaakt, kan zelfs een nog ontoereikend kader zich verder ontwikkelen, als het tenminste niet van binnenuit wordt lamgelegd. Het slechtst denkbare scenario zou zijn dat juist degenen die het project hebben uitgekleed zullen roepen: ‘Ik zei toch dat het een wassen neus is!’, terwijl onze afhankelijkheid van buitenlandse betalingsinfrastructuren als een zwaard van Damocles boven ons hoofd blijft hangen.

Vertaald door Peter Bergsma


Deel dit artikel


Recent verschenen