Waarom lijkt het internet zo vaak over ellende te gaan? Waarom vergelijken we ons voortdurend met anderen? En waarom zijn identiteit en inclusiviteit zulke belangrijke begrippen geworden?
In een gesprek met journalist Derek Thompson, dat in juli verscheen onder de titel A Philosopher’s One-Word Theory to Explain Why the World Feels So Weird, introduceert Callard daarvoor één begrip: de ‘uni-context’. Thompson schrijft dat hij vóór hun gesprek niet dacht dat al deze verschijnselen met elkaar samenhingen, laat staan dat één theorie ze allemaal zou kunnen verklaren. Callards idee veranderde zijn blik daarop.
Voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis, legt Callard in het gesprek uit, leefden mensen in verschillende contexten, met elk hun eigen regels. Thuis gedroeg je je anders dan in de kerk, op je werk of in de kroeg. Een context is volgens haar een geheel van omstandigheden dat je vertelt hoe je je hoort te gedragen. In de uni-context verdwijnen die verschillen steeds meer. ‘Er is nog maar één geheel van normen dat je altijd moet volgen, ongeacht de context,’ zegt Callard.
Sociale media zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Thompson begint met het bekendere begrip context collapse: wie iets online zet, vertelt het niet alleen aan vrienden, maar potentieel tegelijkertijd aan zijn baas, ouders, ex-partner en volslagen vreemden. De verschillende sociale werelden waarin we ons bewegen, vallen zo samen. Maar Callards theorie gaat verder. Niet alleen onze manier van communiceren verandert wanneer we allemaal in wat Thompson ‘dezelfde universele kamer’ noemt zitten; ook onze ideeën over goed en kwaad en over hoe we ons tegenover anderen horen te gedragen veranderen mee.
De universaliteit van negativiteit
Dat kan volgens Callard bijvoorbeeld verklaren waarom negativiteit online zo goed gedijt. ‘Het goede is over het algemeen sterker afhankelijk van de context dan het slechte,’ zegt ze. Er is vrijwel niets wat voor iedereen, altijd en overal goed is. Geluk hangt af van wie je bent en van je omstandigheden. Maar er bestaan wel zaken die bijna universeel als slecht worden ervaren: dood, pijn, ziekte en geweld. Zelfs als iemand in totaal andere omstandigheden leeft, herkennen we daarin onmiddellijk het lijden.
Dat geeft negativiteit een voordeel in die ene grote ruimte. Een gerecht waar jij dol op bent, hoeft iemand aan de andere kant van de wereld niets te zeggen. Zelfs een prachtig gedicht kan moeilijk een universeel publiek bereiken: je moet de taal spreken en de culturele achtergrond begrijpen. Ellende laat zich gemakkelijker vertalen. Wie iets wil zeggen dat door miljoenen verschillende mensen onmiddellijk wordt begrepen, heeft met verontwaardiging of afkeuring daardoor een groter bereik dan met iets wat hij mooi of aangenaam vindt.
De uni-context kan volgens Callard ook helpen verklaren waarom we tegenwoordig zoveel over identiteit praten en relatief weinig over karakter. Karakter wordt pas zichtbaar wanneer je iemand in verschillende omstandigheden meemaakt. Iemand blijkt moedig wanneer hij met angst wordt geconfronteerd, driftig wanneer hij wordt geprovoceerd en gul wanneer er iets te geven valt. Identiteit reist daarentegen overal met je mee. Iemand blijft vrouw, Amerikaan of Joods, ongeacht of diegene thuis, op kantoor of in een café zit. Juist omdat karakter afhankelijk is van omstandigheden en identiteit veel minder, past identiteit beter in de uni-context.
De moderne mens bevindt zich voortdurend in zulke enorme vergelijkingsvelden
Daarmee verbindt Callard ook de hedendaagse nadruk op inclusiviteit. De uni-context pretendeert immers een ruimte voor iedereen te zijn. Inclusie wordt daardoor volgens haar een van de kenmerkende ethische idealen ervan: zodra iedereen zich in dezelfde ruimte bevindt, wordt de vraag wie daarvan wordt buitengesloten veel belangrijker.
En dan is er nog vergelijking. Callard geeft Thompson het voorbeeld van twee middelbare scholen. Zolang kinderen automatisch naar de school in hun eigen district gaan, bestaat er weinig reden om beide scholen voortdurend langs dezelfde meetlat te leggen. Mogen ouders vrij kiezen, dan komen ze ineens in wat Callard een ‘evaluative field’, een gezamenlijk beoordelingsveld, noemt. Slagingspercentages, vervolgopleidingen en het onderwijsaanbod worden vergelijkingsmateriaal. Scholen gaan vervolgens reageren op de criteria waarop ze worden beoordeeld – en kunnen daardoor steeds meer op elkaar gaan lijken.
Hetzelfde gebeurt op veel grotere schaal. De moderne mens bevindt zich voortdurend in zulke enorme vergelijkingsvelden: van scholen en banen tot uiterlijk, vakanties, kunst en geliefden. Alles kan worden gerangschikt, beoordeeld en met iets anders worden vergeleken. Het paradoxale gevolg is dat een enorme keuzevrijheid juist tot meer eenvormigheid kan leiden. Wie voortdurend met anderen concurreert volgens dezelfde criteria, heeft dossier immers een reden steeds meer op zijn concurrenten te gaan lijken.
‘De uni-context is een ruimte waarin iets wezenlijks menselijks tot uitdrukking komt: onze diepe afkeer van een “gesloten wereld”’
Is die ontwikkeling slecht? Op deze vraag van Thompson weigert Callard een eenduidig antwoord te geven. We kunnen de uni-context niet zomaar van buitenaf bekijken, zegt ze, omdat we er zelf het product van zijn. Ze is naar eigen zeggen nog niet klaar om erover te oordelen. De theorie geeft voor haar in de eerste plaats antwoord op een andere vraag: waar zijn we eigenlijk terechtgekomen? Voordat we oordelen, moeten we volgens haar eerst onze positie bepalen.
Callard wil de uni-context in ieder geval niet afdoen als een verlies. Aan het einde van het gesprek wijst ze erop dat er ook een diep menselijk verlangen achter schuilgaat: ‘De uni-context is een ruimte waarin iets wezenlijks menselijks tot uitdrukking komt: onze diepe afkeer van een “gesloten wereld”.’ De communicatietechnologieën van de afgelopen anderhalve eeuw zijn volgens haar niet toevallig zo succesvol geworden. ‘Bijna de hele menselijke geschiedenis hebben we in kleine, afgesloten werelden geleefd, die zich voordeden als de enige wereld. Verschillende contexten vertelden mensen wat ze moesten doen. Waar we nu naartoe bewegen is een “open wereld” waarnaar we verlangen, waarin ik iets niet langer op een bepaalde manier doe alleen omdat we het nu eenmaal zo doen of omdat ik toevallig ergens geboren ben.’
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
