259 WAZ motorfiets 1 scaled

Nu de spanningen in de Rode Zee oplopen, ontwikkelt Bab el-Mandeb zich opnieuw tot een van de belangrijkste geopolitieke brandhaarden in de regio. Wat speelt daar? Een explainer.

De Houthi’s hebben de zeestraat niet fysiek in handen en Iran heeft er niet dezelfde greep op de scheepvaart als in de Straat van Hormuz. Maar controle over de vaarweg is niet de enige manier om te bepalen wat er gebeurt. Met raketten en drones die grotendeels door Iran zijn geleverd, kunnen de Houthi’s schepen aanvallen, of daarmee dreigen, en vaartuigen dwingen langere en duurdere routes te nemen – zonder de zeestraat zelf ooit in handen te hebben. In hoeverre kan Iran de Houthi’s inzetten om het verkeer rond Bab el-Mandeb te beïnvloeden of te verstoren zonder de zeestraat daadwerkelijk te controleren?

De houding van Rusland en China tegenover de Houthi’s voegt daar nog een laag van onzekerheid aan toe en roept de vraag op welke steun de groep mogelijk ontvangt, rechtstreeks of via Iran. Om die dynamiek te onderzoeken, spraken we met Jemenitische onderzoekers en experts over de aard van de Iraanse invloed, de rol van Rusland en China en de toekomst van de veiligheid in de Rode Zee.

Kan Bab el-Mandeb voor Iran een vergelijkbaar machtsmiddel worden als de Straat van Hormuz?

Hisham Al-Omeisy, senior adviseur Jemen bij het European Institute of Peace, stelt dat Teheran er al in is geslaagd de Houthi’s te gebruiken om invloed uit te oefenen op Bab el-Mandeb. Volgens hem hebben door Iran geleverde ballistische raketten de groep in staat gesteld schepen aan te vallen en de scheepvaart te bedreigen. De Iraanse strategie is volgens hem niet gericht op een directe militaire overwinning, maar op ‘het verhogen van de kosten voor de Amerikanen en het uitputten van Amerika door de oorlog te rekken’.

Al-Omeisy denkt dat de recente aanvallen op olietankers niet losstaan van de Iraanse strategie. ‘Het besluit van de Houthi’s om juist nu olietankers aan te vallen is geen toeval, maar onderdeel van een Iraans plan,’ zegt hij. Volgens Al-Omeisy zijn de Houthi’s een van de belangrijkste kaarten die Iran in de regio kan uitspelen, naast de Iraakse Popular Mobilization Forces. Ook Al-Shabaab, actief aan de overkant van de Rode Zee en volgens berichten verbonden met de Houthi’s, zou de druk op de scheepvaartroute verder kunnen opvoeren.

Andere experts beschrijven de relatie in vergelijkbare termen, maar maken nadrukkelijker onderscheid tussen het bereik van de groep en daadwerkelijke controle. Nasr Taha Mustafa, adviseur van het Jemenitische presidentschap, voormalig hoofd van het presidentiële bureau en voormalig voorzitter van de Jemenitische journalistenbond, zegt dat de Houthi’s Bab el-Mandeb ‘tot op de dag van vandaag’ niet controleren in de zin dat ze rechtstreeks toegang tot of zeggenschap over de zeestraat hebben. Met raketten en drones zijn ze volgens hem echter wel in staat ‘het verkeer erdoorheen, en zelfs in de hele Rode Zee, te ontregelen’.

Adnan Al-Jabrani, die als onderzoeker gespecialiseerd is in de Houthi-beweging, maakt hetzelfde onderscheid: de groep ‘controleert Bab el-Mandeb niet, maar kan er wel de scheepvaart aanvallen, net als in de rest van de Rode Zee’. Daarvoor gebruikt de groep ballistische antischeepsraketten die volgens hem met Iraanse hulp zijn verkregen en vanaf bergachtig gebied ver van de kust kunnen worden afgevuurd. Hamdan Alaly, journalist en auteur van publicaties over de Houthi-beweging, is het daarmee eens. Volgens hem hoeft de groep de zeestraat niet rechtstreeks te controleren om er invloed op uit te oefenen: vanaf land afgevuurde wapens en raketten kunnen ‘schepen beschadigen en de wereldhandel verstoren’ en verzekerings- en transportkosten opdrijven – met name wanneer schepen worden omgeleid via Kaap de Goede Hoop.
Het onderscheid laat zich eenvoudig samenvatten: om een zeestraat af te sluiten moet je de vaarweg zelf controleren; om de scheepvaart erdoorheen te ontregelen kun je vanaf het land opereren. Eén raket- of droneaanval kan al voldoende zijn om schepen van koers te laten veranderen.

Sinds het begin van hun aanvallen hebben de Houthi’s meer dan honderd commerciële schepen als doelwit genomen

De Houthi’s, die zichzelf Ansar Allah noemen, zijn een gewapende sjiitisch-islamistische beweging en een politieke en militaire organisatie. Tot de leiding behoren geestelijken die in de jaren negentig in Noord-Jemen religieus en politiek onderwijs kregen. Ze maken weinig geheim van hun loyaliteit aan Iran: in de straten van de Jemenitische hoofdstad Sanaa zijn enorme afbeeldingen te zien geweest van Iraanse leiders die door Amerikaanse aanvallen zijn gedood of als doelwit zijn aangemerkt, onder wie Qassem Soleimani, evenals afbeeldingen van de Iraanse opperste leider Ali Khamenei.
Mustafa, die nauwe banden heeft gehad met Jemenitische beleidskringen, zegt dat Iran met zijn steun aan de Houthi-opstand in 2014, toen de groep Sanaa innam, beoogde de Houthi’s uiteindelijk het hele land te laten veroveren en via hen controle te krijgen over het scheepvaartverkeer in de Arabische Zee, de Golf van Aden, Bab el-Mandeb en de Rode Zee. Dat is één interpretatie van Irans langetermijndoel; op basis van het hier gepresenteerde bewijs kan dit niet als een vaststaand feit over de huidige Iraanse intenties worden beschouwd.

Sinds het begin van hun aanvallen in november 2023 hebben de Houthi’s meer dan honderd commerciële schepen als doelwit genomen, een van de grootste aanvalscampagnes tegen de internationale scheepvaart van de afgelopen jaren. Bij de aanvallen werden verschillende schepen tot zinken gebracht of uitgeschakeld, waaronder de Rubymar, Tutor, Magic Seas en Eternity C, waarna de aanvallen in 2026 werden hervat. Op 5 augustus maakten de Houthi’s bekend dat zij de Saoedische olietanker Wafa voor de kust van Yanbu in het noorden van de Rode Zee met ballistische raketten hadden aangevallen; een dag later meldden zij een aanval op de Saoedische tanker Daisy in de Golf van Aden. Op 11 augustus vielen zij de Tihamah aan in de Straat Bab el-Mandeb, waarbij vier bemanningsleden omkwamen. Op 24 augustus bevestigde de Saudi National Shipping Company Bahri dat zijn tanker Amzan betrokken was geweest bij een veiligheidsincident in de Rode Zee; de Houthi’s eisten de verantwoordelijkheid daarvoor op.

Voor Al-Omeisy illustreert dit de kern van de Iraans-Houthi-strategie: je hoeft een schip niet fysiek tegen te houden om economische gevolgen te veroorzaken. ‘De Houthi’s vallen vrachtschepen aan of dreigen ze aan te vallen,’ zegt hij. Dat kan al voldoende zijn om schepen te laten stoppen of van koers te laten veranderen, waardoor de kosten van transport, energie en goederen oplopen – kosten die volgens hem uiteindelijk ook kunnen doorwerken in de prijzen in de Verenigde Staten en Europa.

Wie bepaalt wanneer er wordt geëscaleerd?

Een moeilijkere vraag dan óf de Houthi’s de scheepvaart kunnen ontregelen, is in hoeverre ze zelfstandig besluiten dat te doen. Al-Omeisy ziet de relatie als een middel waarmee Teheran de groep kan inzetten om druk uit te oefenen op Washington, zonder dat Iran noodzakelijkerwijs uit is op een rechtstreekse oorlog met de VS. Het doel zou eerder een confrontatie zijn die zo kostbaar en langdurig wordt dat Washington op zoek gaat naar een uitweg. Alaly gaat verder en noemt de Houthi’s ‘een Iraans instrument’. Hij omschrijft de relatie als ‘organisch’ en niet als een tijdelijk politiek bondgenootschap.

Dat betekent niet dat ieder besluit van de Houthi’s uit Teheran afkomstig is. De groep heeft zijn eigen belangen en afwegingen binnen Jemen, en Iran beschouwt de relatie met de Houthi’s als onderdeel van een breder regionaal netwerk van partners en bondgenoten, niet als een hiërarchische bevelstructuur. Niets in de hier verzamelde informatie toont aan dat Teheran operationele controle heeft over afzonderlijke Houthi-aanvallen. Wat de geïnterviewden wel consequent beschrijven, is een strategische overeenstemming van belangen en geen rechtstreekse bevelslijn.
Rusland: hoffelijkheid, voorzichtigheid of samenwerking?

De houding van Rusland tegenover de Houthi’s heeft onder Jemenitische onderzoekers bijzondere aandacht getrokken, vooral na Russische standpunten in de VN-Veiligheidsraad die volgens sommigen dichter bij het Houthi-narratief liggen dan voorheen. De geïnterviewden verschillen sterk van mening over de betekenis daarvan.

‘Er is informatie over trainingen voor de Houthi’s en over Russische wapens die via tussenlanden en indirect bij de Houthi’s terechtkomen’

Mustafa verwerpt het idee dat dit neerkomt op een volledige Russische koerswijziging richting de Houthi’s. Moskou blijft volgens hem publiekelijk de internationaal erkende regering van Jemen steunen. Incidentele sympathie voor de Houthi’s moeten we volgens hem eerder zien als ‘een vorm van hoffelijkheid tegenover Iran en een poging hun bilaterale relatie te versterken’, vooral gezien de Iraanse steun aan de Russische oorlog in Oekraïne. Hij wijst op de decennialange betrekkingen tussen Rusland en Jemen en acht het onwaarschijnlijk dat Moskou de banden met de regering en haar bondgenoten zou opgeven voor een groep die slechts een deel van het land controleert.

Al-Omeisy kiest een pragmatischer perspectief: Rusland is zo in beslag genomen door Oekraïne dat het ‘te slim is om betrokken te raken bij een regionale oorlog’, maar kan er wel belang bij hebben dat de Houthi’s druk blijven uitoefenen op de VS en westerse landen.

Al-Jabrani is nog voorzichtiger. ‘De Houthi’s profiteren van Rusland, maar tot nu toe is daar geen direct bewijs voor,’ zegt hij. Volgens hem is een indirect kanaal waarschijnlijker: Russische technologie zou via de Russisch-Iraanse samenwerking bij de Houthi’s terecht kunnen komen, in plaats van rechtstreeks door Moskou te worden geleverd. Hij noemt de Russische positie in de Veiligheidsraad ‘opmerkelijk en iets dat aandacht verdient en nauwlettend gevolgd moet worden’.

259 WAZ motorfiets 1
Een man rijdt op een motorfiets langs een muur met graffiti. De tekst in de afbeelding betekent ’boycot goederen uit de VS en Israël’. © ANP

Abdulsalam Mohammed, hoofd van het Abaad Center for Studies en adviseur van het Jemenitische ministerie van Informatie, is het stelligst. Volgens hem is er ‘informatie over trainingen voor de Houthi’s en over Russische wapens die via tussenlanden en indirect bij de Houthi’s terechtkomen’, evenals over bezoeken van Houthi-leiders aan Rusland. Dit zijn geen onafhankelijk gedocumenteerde bevindingen, maar beschuldigingen zoals ze door hem worden geuit, en ze moeten ook als zodanig worden gelezen. Abdulsalam stelt verder dat Moskou strategisch voordeel kan zien in Houthi-aanvallen wanneer die de VS en andere westerse landen in de Rode Zee uitputten en, doordat de regionale olie-export wordt verstoord, de vraag naar en prijs van Russische olie verhogen. Dat is een plausibele strategische redenering, maar geen aangetoond Russisch doel.

Voor de centrale vraag van dit artikel levert het Russische materiaal vooral één relevant inzicht op: zelfs als Moskou zelf slechts een beperkte en grotendeels diplomatieke rol speelt, wordt de Russisch-Iraanse samenwerking door deze bronnen herhaaldelijk genoemd als een mogelijk indirect kanaal waarlangs het vermogen van de Houthi’s om de scheepvaart te ontregelen kan worden versterkt.

China: belangen boven bondgenootschappen

China verschilt van Rusland doordat Beijing zichtbaarder afstand heeft gehouden van het conflict. Volgens Mustafa, Al-Jabrani en Alaly blijft China officieel de internationaal erkende regering van Jemen steunen. Waarover de geïnterviewden van mening verschillen, is wat er eventueel achter die officiële positie gebeurt.

Al-Omeisy omschrijft China als ‘pragmatisch en gericht op zijn commerciële belangen’, waarbij Beijing vooral belang heeft bij een veilige doorgang voor zijn eigen schepen en tankers. Dat belang zou er volgens hem in principe toe kunnen leiden dat China contact onderhoudt met iedere partij die zijn handelsverkeer kan veiligstellen. Al-Jabrani zegt dat de Houthi’s profiteren van Chinese aankopen en technologieën die moeilijk verkrijgbaar zouden zijn zonder tussenpersonen, mogelijk netwerken met banden met Iran die apparatuur aanschaffen en doorgeven. Alaly stelt dat China niet-openbare communicatiekanalen met de Houthi’s onderhoudt en plaatst dit in de bredere rivaliteit tussen de VS en China. Abdulsalam doet de meest beschuldigende uitspraken: volgens hem profiteren de Houthi’s in het geheim van Chinese apparatuur en drones die via Iraanse tussenpersonen bij hen terechtkomen, en zou Beijing druk van de Houthi’s op de VS kunnen beschouwen als een manier om de Amerikaanse strategie in de regio te bemoeilijken.

Geen van deze beweringen wordt in het hier verzamelde materiaal ondersteund door onafhankelijk bewijs dat de Chinese regering een officieel beleid voert waarbij zij de Houthi’s bewapent of tegen de VS inzet. Het blijven interpretaties van Jemenitische onderzoekers en adviseurs, van wie sommigen nauwe banden hebben met de internationaal erkende regering. Die context moeten we meewegen bij de beoordeling van hun uitspraken. Wat we met meer zekerheid kunnen zeggen, is beperkter: Beijing heeft een duidelijk commercieel belang bij een veilige doorvaart door de Rode Zee en verschillende geïnterviewden denken dat dit belang zwaarder weegt in China’s afwegingen dan enige verbondenheid met de Houthi’s.

Europa betaalt de prijs van onrust in de Rode Zee

Voor Europa is dit niet simpelweg een conflict dat zich beperkt tot Jemen. Bab el-Mandeb vormt de zuidelijke toegangspoort tot de Rode Zee, die op haar beurt naar het Suezkanaal leidt – de kortste zeeroute tussen Azië en Europa. Ontregeling van de zeestraat leidt daardoor vrij rechtstreeks tot hogere transportkosten, langere vaartijden en economische gevolgen voor de Europese handel.

Al-Omeisy denkt dat Europa de ernst van de situatie inziet, maar niet over dezelfde machtsmiddelen beschikt als de Verenigde Staten. Europeanen ‘hebben niet de middelen om gebeurtenissen ter plaatse te beïnvloeden’, zegt hij, en hun budgetten voor Jemen zijn beperkt – hun ‘schaduw is groter dan hun omvang’. Europa kan volgens hem een politieke rol spelen, maar zal waarschijnlijk geen troepen sturen of grote bedragen uittrekken om de machtsverhoudingen binnen Jemen te veranderen.

Mustafa ziet sinds 2023 een verschuiving, nu Europese regeringen zich steeds bewuster zijn geworden van het belang van de Rode Zee voor de handel. ‘De veiligheid van de Rode Zee is uitzonderlijk belangrijk voor Europa, omdat dit de kortste handelsroute tussen Europa en Azië is,’ zegt hij. Tegelijkertijd stelt hij dat Europa meer zal moeten doen om zijn positie te behouden als het conflict opnieuw escaleert.

Een dreiging die verder reikt dan de zeestraat

Volgens Al-Omeisy houdt het probleem niet op bij aanvallen op individuele schepen. Hij waarschuwt dat een tijdelijke regeling met de Houthi’s ertoe kan leiden dat het probleem later opnieuw de kop opsteekt, zoals volgens hem gebeurde met piraterij in de Rode Zee: die werd door de internationale gemeenschap ingedamd, maar niet opgelost. Hij wijst ook op pogingen van de Houthi’s om een nieuwe generatie sterker te binden aan de ideologie van de beweging, waardoor de groep volgens hem in de toekomst moeilijker te bestrijden kan zijn. Hij omschrijft de Houthi’s als een ‘extremistische, racistische en ideologische’ organisatie waarvan de dreiging, naar zijn inschatting, niet tot Jemen beperkt zal blijven. Dit zijn Al-Omeisy’s eigen verwachtingen over de toekomst, geen vaststaande uitkomsten.

Conclusie: de strijd om het risico

Over één punt zijn de experts het eens: de Houthi’s controleren Bab el-Mandeb niet, maar kunnen wel de veiligheid in de zeestraat beïnvloeden. Dat onderscheid is geen technische kwestie; het is precies de reden waarom deze zeestraat zo belangrijk is. Iran hoeft zijn vlag niet boven Bab el-Mandeb te hijsen om de zeestraat als drukmiddel te gebruiken, en de Houthi’s hoeven de vaarweg niet af te sluiten om rederijen hun route te laten heroverwegen. In een zeestraat die zo smal is, kan alleen al de mogelijkheid van een aanval voldoende zijn om een schip om Kaap de Goede Hoop te sturen en een reis weken langer en miljoenen dollars duurder te maken. Daar liggen de werkelijke belangen, niet alleen voor Iran en de Houthi’s, maar ook voor de VS, Europa, China en Rusland. De strijd rond Bab el-Mandeb gaat uiteindelijk niet over de vraag wie de zeestraat controleert, maar om wie kan bepalen hoeveel risico schepen lopen wanneer ze deze passeren.


Deel dit artikel


Recent verschenen