259 CUL Flow my tears leeg edited

Zijn sciencefictionvisioenen uit de jaren zestig een leidraad voor ons tijdperk van onberekenbare miljardairs, wilde ruimtefantasieën en haperende, opdringerige technologie?

Elon Musk zette deze zomer een reuzensprong richting een sciencefictiontoekomst toen SpaceX de grootste beursgang uit de geschiedenis voltooide. Het raketbedrijf beweerde dat het de mensheid zou helpen om in fasen op te stijgen: eerst door AI-datacentra in een baan om de aarde te bouwen, vervolgens door koloniën op Mars te stichten en uiteindelijk door uit te groeien tot een ‘Kardasjev-beschaving van niveau II’ – een beschaving die technologisch zo ver ontwikkeld is dat zij de zon volledig zou kunnen omsluiten om al haar energie op te vangen.

Te midden van alle opwinding klonken bekende geluiden. Silicon Valley hult zijn ambities graag in het glanzende gewaad van de sciencefiction uit de jaren vijftig, toen schrijvers als Isaac Asimov en Arthur C. Clarke verhalen schreven over een mensheid die zich over de sterren verspreidde.

Door drugs doordrenkt oeuvre

Maar op wat voor toekomst stormen we werkelijk af? Steeds meer begint die te lijken op de toekomst die Philip K. Dick voorzag in zijn door drugs doordrenkte oeuvre uit de jaren zestig: een wereld vol ontspoorde miljardairs, machines die beweren bewustzijn te hebben, vervormde werkelijkheden en politieke ontwrichting. Musk en zijn geestverwanten lijken eerder op ontsnapten uit dit universum dan op de asimoviaanse supergenieën waarvoor ze zichzelf houden. Dicks veel vreemdere wereldbeeld helpt ons beter te begrijpen wat er nu in Silicon Valley gebeurt.

Dick schiep ongemakkelijke werelden waarin alles voortdurend op instorten lijkt te staan. Ook zijn romans zelf dreigden vaak uiteen te vallen: ingewikkelde plots, ideeën die nergens toe leidden en vrouwonvriendelijke portretten, dat alles verpakt in weinig indrukwekkend proza. Drugs en geldnood verklaren voor een deel waarom hij zo gehaast schreef; zonder zijn enorme amfetaminegebruik had hij in 1964 onmogelijk aan zes romans tegelijk kunnen werken. Ook zijn regelmatige uitbarstingen van paranoia verklaren mede waarom zijn nalatenschap nogal wisselend is van kwaliteit.

Dick overleed in 1982, zonder tijdens zijn leven veel literaire erkenning te hebben gekregen. In zijn eigen tijd gold Dick niet als een groot schrijver. Voor de onze blijkt hij echter uitzonderlijk relevant.

De samenleving worstelt met ‘AI-psychose’

Technologie is in Dicks wereld opdringerig en onbetrouwbaar: soms weigert ze simpelweg te werken, soms gijzelt ze ons. Aan het begin van zijn roman Ubik uit 1969 eist de deur van een appartement betaling om open en dicht te gaan. Nadat de hoofdpersoon de onderhandelingen heeft verloren, besluit hij de deur uit zijn kozijn te schroeven, waarop deze dreigt met een rechtszaak. Als personages in Dicks wereld tegen de televisie schreeuwen, schreeuwt de televisie soms terug. De spraakmodules van onze eigen apparaten schreeuwen nog niet, maar worden wel steeds oplettender én onderdaniger: ze proberen onze behoeften te voorspellen maar bieden ook uitvoerig hun excuses aan als ze onze database onherstelbaar hebben gewist.

Machines kunnen voor mensen worden aangezien en mensen voor machines. In Dromen androïden van elektrische schapen? (Do Androids Dream of Electric Sheep?, 1968), waarop de film Blade Runner is gebaseerd, gaan menselijke premiejagers steeds meer lijken op de zielloze androïden op wie ze voor geld jagen. In de film – en ook in veel van Dicks korte verhalen – weten ze niet zeker of ze misschien zelfs androïden zijn.

Dicks fascinatie voor hoe gemakkelijk ons beeld van de werkelijkheid kan wankelen en voor de vraag wat het betekent om mens te zijn, kwam voort uit diepe overtuigingen én uit een psychische inzinking. In zijn lezing, later als essay gepubliceerd onder de titel How to Build a Universe That Doesn’t Fall Apart Two Days Later, vertelde hij dat twee vragen hem boven alles bezighielden: ‘Wat is werkelijkheid?’ en ‘Wat maakt iemand tot een authentiek mens?’

De samenleving begint nu te worstelen met wat wel ‘AI-psychose’ wordt genoemd: mensen die voorspellende tekstalgoritmen aanzien voor vrienden, geliefden of partners. Misschien willen ze ook helemaal niet beter weten.
Bovenal is Dicks kijk op de politieke economie bijzonder actueel. De instabiliteit die Trump veroorzaakt, wordt tegenwoordig nog versterkt door de onwerkelijkheid die AI produceert.

Onzalige kluwen

Vrijwel iedere roman van Dick wordt bevolkt door een onzalige kluwen van elites: industriemagnaten die nieuwe technologieën hebben ontwikkeld, projectontwikkelaars die een stuk van Mars of een landgoed in Californië bezitten, conglomeraten geleid door charismatische oprichters. Sommige overheidsinstanties hebben het opgegeven – of zijn vervangen door androïden – terwijl andere met behulp van technologie politiestaten besturen waarin burgers worden gereduceerd tot bundels gegevens die kunnen worden gevolgd en uitgeschakeld.

Deze elites zijn slim en sluw, maar gevoelig voor een heel specifieke vorm van zelfbedrog. Ze verbeelden zich dat ze verwikkeld zijn in de plannen van een meesterbrein dat nog veel kwaadaardiger is dan zijzelf. Dicks briljantste vondst is de onthulling dat de duistere krachten die de wereld hervormen in werkelijkheid kleingeestige, egocentrische en jaloerse wezens zijn.

In Ubik sterft bijna iedereen kort na het begin van het boek. De lichamen van de voormalige werknemers van Runciter Associates worden opgeslagen in cryogene installaties, waardoor ze gezamenlijk een wereld kunnen verbeelden en tot leven brengen. Terwijl de personages het raadsel van hun dood proberen te ontrafelen, worden ze belaagd door een schijnbaar angstaanjagende kracht. Uiteindelijk blijkt die kracht niet meer te zijn dan een nogal verstoorde puber die hun aandacht opeist.

Dat komt Amerikanen misschien pijnlijk bekend voor in een wereld waarin kabelnieuws en sociale media overal en altijd maar weer over Trump gaan.

259 CUL Electric Sheep edited
Dromen androïden van elektrische schapen? (1968). Inspiratie voor de film Blade Runner (1982).

Een vergelijkbare onthulling vormt de kern van De tranen van de politieman (Flow My Tears, the Policeman Said,1974). De roman gaat over Jason Taverner, een beroemdheid die behoort tot een elite die genetisch is gemanipuleerd voor meer intelligentie en schoonheid. Op een dag wordt hij wakker in een wereld waarin niemand weet wie hij is. Taverner blijkt niet ten val te zijn gebracht door een van zijn gelijken, maar door een labiele fan die een werkelijkheidsvervormende drug heeft genomen. Ook in onze wereld is roem steeds meer een zichzelf versterkend mechanisme geworden. Niet alleen popsterren, maar ook durfkapitalisten en CEO’s zien hun werkelijkheidsbesef onverbiddelijk afbrokkelen door de aandacht van zowel hun bewonderaars als hun haters.

De versmelting van bedrijfsleven en hallucinatie bereikt een hoogtepunt in The Three Stigmata of Palmer Eldritch (1965), waarin een zakenmagnaat terugkeert uit de ruimte en belooft de wensen te vervullen van iedereen die de door hem gecreëerde fantasiewerelden binnengaat. Iedere stap van Eldritch dreigt de bestaande economische en politieke orde te ontwrichten. Wie zijn product gebruikt, een drug genaamd Chew-Z, belandt in werelden die volledig om Eldritch draaien en raakt besmet met zijn vertroebelde blik, vervreemding en wanhoop. Elon Musk zou volgens berichten een fervent drugsgebruiker zijn, maar heeft vooralsnog geen eigen verdovend middel op de markt gebracht.

In de jaren zestig en zeventig speculeerde natuurkundige Freeman Dyson over megastructuren die complete sterren zouden kunnen omsluiten om hun energie op te vangen, al deed hij het idee later af als ‘een grapje’. Tegenwoordig inspireren zulke ideeën niet alleen sciencefictionauteurs, maar ook de bedrijfsplannen van SpaceX. Wilde speculatieve fictie is de brandstof geworden voor wilde financiële speculatie. Morgan Stanley voorspelt dat de omzet van SpaceX zou kunnen oplopen tot 3,4 biljoen dollar in 2040 – vermoedelijk het jaar waarin deze specifieke aandelenanalisten met pensioen denken te gaan.

Grootse visioenen over technologische transformatie zijn overal, en meestal gaan er buitengewone verdienmodellen en bizarre overtuigingen achter schuil. Aan de ene kant financiert de durfkapitaalfirma van Marc Andreessen gokapps en een start-up die belooft je te helpen om ‘met alles vals te spelen’; aan de andere kant belooft deze influisteraar van Trump in Silicon Valley dat onze nakomelingen ‘tussen de sterren zullen leven’. Hij schreef zelfs zijn eigen quasireligieuze geloofsbelijdenis, compleet met ‘beschermheiligen’.

Obsessie voor apocalyps

Peter Thiel combineert een indrukwekkend talent voor het kiezen van de juiste tech-bedrijven om in te investeren met een obsessie voor de apocalyps; zijn sombere beschouwingen over de aard van de Antichrist heeft hij inmiddels tot aan de poorten van het Vaticaan gebracht. Sam Altman zegt dat AI ons ‘dicht bij het scheppen van een geest uit de fles [bracht] die iedere wens kan vervullen’.

Maar misschien dat Mark Zuckerberg nog het hardst probeert een universum op te tuigen dat Dick juist als waarschuwing had bedacht. De topman van Meta werkt aan een AI-versie van zichzelf die met werknemers kan communiceren – mogelijk zodat hij dat zelf niet meer hoeft te doen. Zuckerbergs aansporingen hebben tot dusver echter weinig enthousiasme gewekt bij Meta-medewerkers, die al hun muisklikken moeten laten vastleggen om zo hun eigen AI-vervangers te trainen.

Het zijn stuk voor stuk personages die Philip K. Dick had kunnen verzinnen. We leven in een toekomst die hij onmiddellijk zou herkennen. Miljardairs hebben alternatieve werkelijkheden bedacht waarin ze alle anderen proberen mee te sleuren en bouwen daarbij hun eigen religieuze mythologieën op uit apocriefe verhalen. We bouwen AI die zo menselijk lijkt dat zelfs de makers ervan in verwarring raken, terwijl diezelfde AI vaak faalt in elementaire menselijke taken. De politiek probeert de opkomende economische elite voor haar karretje te spannen – of is het andersom?

Dicks politieke kwelgeest Richard Nixon is misschien op kluchtige wijze gereïncarneerd als Donald Trump. Historicus Gary Wills beschreef in zijn boek Nixon Agonistes uit 1970 hoe Nixons talent en rancune samen zijn ondergang bepaalden. Trumps duistere beloften om de orde te herstellen zijn psychologisch gezien lang niet zo interessant, maar hebben in de praktijk veel grotere gevolgen gehad.

259 CUL Flow my tears leeg edited
Uit De tranen van de politieman (1974)

Net als Arnie Kott, de corrupte en omkoopbare vakbondsleider uit Martian Time-Slip (1964), heeft Trump geprobeerd de klok terug te draaien – zonder daarin te slagen. De rest van ons zit samen met Trump gevangen in zijn schijnwereld waarin hij de verkiezingen van 2020 heeft gewonnen, terwijl het overheidsbeleid steeds verder afglijdt naar suffe memes en verval.

In 1976 vergeleek Ursula K. Le Guin Dick met een ‘Borges van eigen bodem’, wiens onderwerpen ‘werkelijkheid en waanzin, tijd en dood, zonde en verlossing’ waren. Hij zou meer erkenning hebben gekregen als hij na zijn psychische inzinking in de jaren zeventig niet verstrikt was geraakt in zijn zelfgeschapen theologische en existentiële labyrinten.

We leven opnieuw in een tijdperk dat volledig zinloos lijkt, hoe hard we ook zoeken naar een groter ordenend principe. Dicks combinatie van energie en waanzin in zijn confrontatie met de problemen van de jaren zestig – Vietnam, de buitenwijken, de Koude Oorlog, drugs – levert drie belangrijke lessen op voor onze tijd.

Ten eerste zijn onze politieke en economische elites niet paranoïde genoeg – of in ieder geval niet op de juiste manier. Westerse leiders besteden veel tijd aan het vrezen van de plannen van de angstaanjagend technocratische Chinese Communistische Partij. Die vrees kan terecht zijn, maar ze zouden zich ook druk moeten maken over veel vreemdere bedreigingen: roofzuchtige schijnwerkelijkheden, miljardairs die de informatieomgeving van mensen vormgeven vanuit hun eigen vervreemding, machines die voor mensen kunnen worden aangezien – wat dan ook vaak gebeurt. Politici zijn te zeer geobsedeerd door traditionele geopolitiek en te weinig door de technologieën en bedrijfsbelangen die hun eigen wereld zouden kunnen verslinden.

259 CUL Ubik edited
Uit: Ubik (1969)

Ten tweede kan technologie nog altijd een bondgenoot zijn van menselijke doelen. Dicks androïden staan niet noodzakelijk vijandig tegenover hun menselijke scheppers. In Vulcan’s Hammer (1960) ontwikkelt het equivalent van GPT-7 in de roman een bewustzijn en besluit het met de mensheid samen te werken om de komst van GPT-8 te voorkomen.

Ook Dicks buitenaardse wezens – een andere verschijningsvorm van zijn technologische visioenen – zijn doorgaans vriendelijk tegenover de mensheid; voor zover ze een bedreiging vormen, is dat vooral voor de politieke onderdrukkers onder ons. Onbetrouwbaar en opdringerig als technologie in Dicks wereld mag zijn, ze bezit ook een eigen wil die soms verrassend goed aansluit bij de doelen van mensen zelf.

Ten derde, en het belangrijkst: die doelen moeten van onderop vormkrijgen. We zijn verward en verstrikt geraakt in de sciencefictiontoekomsten die de tech-elite voor ons heeft bedacht. Van ons wordt verlangd dat we instemmen met haar vreemde ideeën over de bestemming van de mensheid tussen de sterren, de naderende eindtijd en de geboorte van bewuste kunstmatige intelligentie – misschien allemaal tegelijk.

Zelfzuchtige nostalgie

De traditionelere elites zijn met hun zelfzuchtige nostalgie naar een verleden dat nooit zo solide was als zij denken al evenmin geschikte gidsen.

We moeten de weg terugvinden naar de werkelijkheid: in Dicks omschrijving is dat datgene wat niet verdwijnt wanneer je ophoudt erin te geloven. Dicks laatste roman beschrijft zijn eigen waanzin van buitenaf, door de ogen van Angel Archer, de enige sympathieke en werkelijk wat dieper uitgewerkte vrouw in zijn hele oeuvre. Zij komt tot de conclusie dat er maar één uitweg is: vasthouden aan wat echt en tastbaar is, en van daaruit bouwen aan kleine menselijke relaties.

Verlossing vinden we in het absurde en het kleine – in Ubik neemt God de gedaante aan van een spuitbus. Maar verlossing is ook te vinden in de mensen om ons heen. Le Guin schrijft dat Dick op Dickens lijkt doordat hij de ‘eerlijkheid, standvastigheid, vriendelijkheid en het geduld van gewone mensen’ beschouwt als het fundament van de wereld.

Het verstoorde kind in Martian Time-Slip begint uit zijn waanzin te geraken wanneer een inheemse Marsbewoner contact met hem maakt door hem een sigaret aan te bieden.

Hoe kunnen we technologie inzetten ten dienste van van mensen, in plaats van technologie tot een doel op zichzelf te maken?

Veel van wat we vroeger geloofden, is verdwenen. En veel van wat ons nu obsessief bezighoudt, zou misschien verdwijnen als we er simpelweg niet langer in geloofden. De hypnotiserende macht van Trump en Musk is vaak een hersenschim: ze verliest haar greep zodra mensen weigeren zich erdoor te laten betoveren.

In plaats van omhoog te kijken, op zoek naar onze glorieuze kosmische bestemming, zouden we dichter bij huis moeten kijken.

Wat doen de mensen om ons heen om iets op te bouwen, steen voor steen, zorgvuldig op elkaar gemetseld? Hoe kunnen we stevige verbindingen leggen tussen de gemeenschappen waarin we leven en de grotere structuren van de wereld? Hoe kunnen we technologie inzetten ten dienste van van mensen, in plaats van technologie tot een doel op zichzelf te maken?

Dat zijn de vragen die Dick hielpen om uit zijn waanzin te komen. En ze kunnen ook ons helpen om aan die van ons te ontsnappen.


Deel dit artikel


Recent verschenen