In zijn verkiezingscampagne sprak Donald Trump lovende woorden over Vladimir Poetin. Maar als president zal hij harde noten moeten kraken met zijn Russische collega.
Met zijn nucleaire wapengekletter en brutale militaire optreden zet Vladimir Poetin alle gangbare regels in de Amerikaans-Russische betrekkingen overboord en plaatst hij de Verenigde Staten voor een gevaarlijk dilemma. De nieuwe Amerikaanse president Trump erft een gespannen verhouding met Rusland, waarbij Washington in zijn pogingen Poetin een halt toe te roepen voornamelijk heeft gefaald. Deze maand besloot Moskou zich terug te trekken uit een historisch akkoord over de vernietiging van plutonium voor kernwapens en werd bekend dat het raketten heeft geplaatst in Kaliningrad, aan de Oostzee: twee berichten die onderstrepen hoe Poetins Rusland op geheel nieuwe en onvoorspelbare wijze de spierballen laat rollen.
Het baart zowel Amerikaanse als Europese functionarissen steeds meer zorgen dat Poetin zo makkelijk de militaire confrontatie zoekt en zijn kernwapenarsenaal betrekt bij discussies die daar volgens het Westen helemaal niets mee te maken hebben. Dat maakt het razend lastig voor de VS en hun Europese bondgenoten om een passend antwoord te vinden op Poetins brutale tactieken, die de afgelopen jaren varieerden van annexatie van de Krim tot luchtsteun voor het Syrische regime en vermeende pogingen om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. ‘Het voelt heel erg alsof we een onrustige en gevaarlijke fase in onze bilaterale relatie ingaan,’ zegt Julianne Smith, oud-adviseur van vicepresident Biden en bij het Pentagon ooit verantwoordelijk voor het NAVO-beleid. ‘Trump komt voor een paar belangrijke strategische keuzes te staan,’ aldus Smith.
Verschillende functionarissen en oud-ambtenaren zijn het erover eens dat Trump in de omgang met dit herrijzende Rusland zal moeten kiezen uit verschillende onaangename en riskante opties. Een verzoenende opstelling om tot een akkoord over Oekraïne te komen kan de spanningen op korte termijn verminderen maar draagt het risico in zich dat het Poetin alleen maar brutaler zal maken. Een hardere lijn draagt het gevaar van escalatie in zich, met het risico van een militaire confrontatie in Syrië of de Baltische staten.
Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen
Sinds Obama’s pogingen om de verhouding met het Kremlin te ‘resetten’ zijn mislukt en Poetin in 2012 weer president werd, heeft Rusland er steeds meer een handje van om kwesties die niets met elkaar te maken hebben toch op elkaar te betrekken. Vaak weigert het zelfs samen te werken bij kwesties waarin beide landen gedeelde belangen hebben, louter om de druk op Washington in andere geschillen op te voeren. Heel anders dan de jaren zeventig, toen tijdens de detente tussen Amerika en het Oostblok beide mogendheden zich strikt aan bepaalde grenzen en ongeschreven regels hielden. Met name besluiten over kernwapens werden toen altijd losgekoppeld van andere kwesties en conflicten. Sinds de inval in de Krim in 2014 en de eenzijdige interventie in Syrië in 2015 heeft het Kremlin die benadering verlaten.
Dat is een definitieve breuk met het verleden, waarin ruzies over regionale brandhaarden altijd los werden gezien van het overleg over wapenproliferatie. Toen het Kremlin onlangs het verdrag uit 2009 over de vernietiging van plutonium voor kernwapens opzegde, zei het erbij dat het deze stap zou heroverwegen als de VS hun militaire aanwezigheid langs de Russische grens zouden terugschroeven, alle sancties tegen het land zouden opheffen en Moskou financieel zouden compenseren voor de door die sancties veroorzaakte economische schade. Amerikaanse functionarissen zijn teleurgesteld over die Russische stap en ontsteld over wat zij als een verontrustend gedragspatroon zien. Een hoge regeringsfunctionaris noemde de berichten over plaatsing van Iskander-raketten in de Baltische enclave Kaliningrad ‘de laatste van een hele reeks verklaringen en maatregelen die doen betwijfelen of het Rusland ernst is met de vermindering van de hoeveelheid gevaarlijke nucleaire stoffen en daardoor de lange weg naar ontwapening ondermijnen’.
Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen. In een opiniestuk in de krant Rossijskaja Gazeta in 2012 gaf Poetin als presidentskandidaat hoog op van de strategische rol van kernwapens in Ruslands buitenlandpolitiek. Hij zinspeelde zelfs op de mogelijkheid om ze in te zetten in een conventionele oorlog. Na zijn aantreden kwam hij met een plan voor de modernisering van Ruslands nucleaire strijdkrachten. In maart van dit jaar verklaarde Poetin dat hij op het punt heeft gestaan kernwapens in paraatheid te brengen toen het lot van de Krim in het geding was. Toen de Russische staatstelevisie hem vroeg of hij bereid zou zijn geweest in dat conflict kernwapens in te zetten, zei hij: ‘We waren er klaar voor. In het overleg met mijn collega’s heb ik gezegd dat de Krim historisch bij ons hoort. Er wonen Russen, die zijn in gevaar, en die kunnen we niet in de steek laten.’
Volgens de VS overtreedt Rusland een in 1987 door Reagan en Gorbatsjov gesloten verdrag tegen wapenproliferatie. Daarin beloofden beide landen alle vanaf de grond gelanceerde ballistische en kruisraketten met een bereik van 500 tot 5000 kilometer af te schaffen. Het was een belangrijke stap in de beëindiging van de Koude Oorlog en legde de basis voor verder overleg over vermindering van het aantal kernwapens. In 2010 heeft Rusland nog een nieuw START-verdrag getekend, maar alle pogingen van Obama om over verdere terugdringing van kernwapens te onderhandelen zijn sindsdien afgeketst. Het verdrag loopt af in 2021, en zonder nieuw akkoord zou alle vooruitgang van de afgelopen 25 jaar verloren kunnen gaan. Poetins regering werkt ook al niet meer mee aan het in de jaren negentig opgestarte overleg over de veiligstelling van radioactief materiaal. In maart weigerde Rusland de nucleaire top in Washington bij te wonen.
In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist
Die hardere opstelling op nucleair gebied gaat gepaard met een steeds agressievere inzet van conventionele troepen. Sinds de crisis in Oekraïne scheren Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers vaak rakelings langs de grenzen van het luchtruim van de NAVO en de VS of vliegen ze hinderlijk dicht langs Amerikaanse vliegtuigen en oorlogsschepen. Russische vliegtuigen schenden ook geregeld het luchtruim van landen als Finland en Zweden, die niet bij de NAVO zijn aangesloten maar wel meedoen aan de EU-sancties tegen Moskou. In maart 2015 zei de Russische ambassadeur in Kopenhagen dat Deense oorlogsschepen het ‘doelwit van Russische kernraketten’ zouden worden als er geavanceerde radarapparatuur op werd geïnstalleerd.
Waar Rusland door de VS en de NAVO wordt afgeschilderd als internationale provocateur, beschuldigt Moskou de VS ervan in Ruslands achtertuin ‘staatsgrepen’ aan te wakkeren door democratiegezinde regeringen te steunen en het nucleair evenwicht te verstoren met raketschilden. Het is waar dat de VS in 2002 het ABM-verdrag over antiballistische raketten hebben opgezegd. Russische functionarissen vinden de plaatsing van Amerikaanse antiraketsystemen in Oost-Europa een provocatie en wijzen dat aan als oorzaak van het vastgelopen ontwapeningsoverleg. Moskou verwijt de NAVO en de VS roekeloos gedrag, verwijzend naar de grotere inzet van Amerikaanse tanks en troepen in Ruslands buurlanden en oefeningen met B-2-bommenwerpers dicht bij de Russische grens.
In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist. Zo koos men na de invasie in Oekraïne en de annexatie van de Krim voor economische sancties in plaats van militaire actie. Maar de sancties, die Europa verdelen en geld kosten, hebben Ruslands ‘groene mannetjes’ niet verdreven en de Krim niet kunnen teruggeven aan Oekraïne. ‘We moeten een samenhangend beleid tegenover Rusland ontwikkelen,’ aldus een westerse diplomaat.
‘We kwamen, we zagen, hij stierf’
Het vinden van een manier om de oplopende spanningen met Rusland te verminderen wordt een taak voor de nieuwe Amerikaanse regering. In Syrië werd Obama in 2015 overrompeld door de Russische inzet van artillerie en luchtmacht, waardoor de strijd kantelde in het voordeel van Assad. Door die interventie bepaalt Rusland nu de agenda in Syrië, waar Washington drastisch aan invloed heeft ingeboet en niet veel mogelijkheden meer heeft voor militair ingrijpen. Toen de voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, generaal Joseph Dunford, door de Senaat werd gevraagd naar de mogelijkheid om in Syrië een no-flyzone in te stellen, zei hij dat ‘we dan oorlog moeten voeren tegen Syrië en Rusland’.
Hillary Clinton pleitte in haar verkiezingscampagne herhaaldelijk voor een no-flyzone of een ‘veilige zone’ voor Syrische burgers. Ze trad nooit in detail over wat dat precies moest behelzen, maar haar adviseurs stelden dat de VS bijvoorbeeld een Syrisch vliegtuig zouden kunnen neerhalen, om Rusland zo te dwingen tot een duidelijke keuze: Assad verdedigen of samenwerken met Washington. Bij haar pleidooi voor een no-flyzone ging Clinton steeds voorbij aan de aanwezigheid in Syrië van het geavanceerde Russische luchtafweersysteem S400, dat ingezet zou kunnen worden tegen Amerikaanse toestellen die zo’n no-flyzone moeten opleggen.
Het Kremlin zou een no-flyzone waarschijnlijk als een directe bedreiging voor de eigen troepen in Syrië beschouwen, zeker na wat er in Libië is gebeurd toen Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was. Toen de Veiligheidsraad in 2011 instemde met een no-flyzone in Libië, onthield het Rusland van president Medvedev zich van stemming. Clinton zou de Russen toen hebben verzekerd dat de actie niet was bedoeld om Gaddafi ten val te brengen. Maar vervolgens bleek de luchtsteun van de NAVO de Libische rebellen flink te helpen en dook er een video op van een lachende Clinton die de dood van Gaddafi omschreef als: ‘We kwamen, we zagen, hij stierf.’
Het Kremlin voelde zich door de Amerikanen bedrogen. Volgens deskundigen hebben die interventie en de dood van Gaddafi Poetin ertoe gebracht om zich weer kandidaat te stellen voor het presidentschap.
In de Amerikaanse verkiezingscampagne heeft Trump, heel anders dan Clinton, juist een verzoenende toon jegens Rusland aangeslagen. Clinton heeft vraagtekens gezet bij Trumps zakelijke relaties met Russische investeerders en zijn secondanten ervan beticht dat ze Moskouse propaganda napraten. In oktober spuide Trumps buitenlandadviseur Carter Page in een artikel op de pro-Russische website Sputnik kritiek op de Verenigde Staten vanwege hun ‘inmenging’ in de binnenlandse aangelegenheden van Ruslands buurlanden, waaronder Oekraïne. Volgens Page heeft Washington ‘geen enkel oog voor de Russische belangen’. Trump heeft herhaaldelijk opgeroepen tot hechtere samenwerking met het Kremlin in de strijd tegen IS in Syrië, maar laat verder weinig los over de manier waarop hij met Rusland zou willen omgaan.
Soms doen de huidige problemen weer denken aan de jaren zeventig. Maar toen hadden beide mogendheden een verstandhouding die hun rivaliteit enigszins in toom hield. Volgens Henry Kissinger, de architect van de onder de presidenten Nixon en Ford tot stand gebrachte detente, ‘ontwikkelde zich een idee van strategische stabiliteit waarin beide landen zich konden vinden terwijl hun rivaliteit op andere gebieden onverminderd doorging’. Die ‘strategische stabiliteit’ en het daaruit resulterende evenwicht zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwenen. Rusland voelt zich bedreigd en vernederd door de uitbreiding van de NAVO en de EU in Midden- en Oost-Europa. Het was ook woedend over de door Amerika geleide militaire interventies in Servië en later Irak – allemaal zonder volledig mandaat van de VN-veiligheidsraad.
Ruslandexperts verschillen met elkaar van mening over de manier waarop Poetin het beste kan worden aangepakt. En geen enkele westerse regering lijkt duidelijk voor ogen te hebben hoe de oud-KGB’er op verschillende afschrikkingstactieken zal reageren, of waar hij met zijn land precies naar streeft. ‘We zien welke tactieken hij nu hanteert en hoe hij zich wereldwijd in verschillende brandhaarden mengt,’ zegt Julianne Smith. ‘Maar we weten niet precies hoever hij daarin wil gaan.’
Auteurs: Dan De Luce en Reid Standish
Vertaler: Frank Lekens
Foreign Policy
Verenigde Staten |tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

