Een verslaggever van The Guardian bracht een bezoek aan de Amsterdamse Wenckehof, het grootste containerdorp ter wereld. ‘Hoe is het nou om in zo’n ding te wonen?’
Van Londen tot Amsterdam en Mumbai worden scheepscontainers geroemd als een goedkope en gemakkelijke manier om prefabwoningen te realiseren. Maar hoe is het om erin te wonen, en kunnen ze de pop-upstatus overstijgen en een permanente oplossing worden?
Het is even wennen om in een stalen doos te wonen. In eerste instantie leek het Timothy Ader helemaal niets om in de Wenckehof, een studentendorp van duizend hergebruikte scheepscontainers in Amsterdam, te wonen. Maar drie jaar later heeft hij geen spijt van zijn verhuizing.
‘Mijn eerste indruk van de containers was: daar zou ik niet intrekken,’ vertelt de 24-jarige. ‘Maar ik kwam regelmatig bij een vriend die hier woonde en begon het leuk te vinden. Toen ben ik zelf hierheen verhuisd. Ik zit hier heel comfortabel in m’n container en ik heb een hoop ruimte voor mezelf. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.’
De Wenckehof, die in 2006 gereedkwam, is nog steeds het grootste bouwproject van dit type ter wereld. Ooit bedoeld als tijdelijk huisvestingsexperiment, bleek het zo populair dat de gemeente Amsterdam het in 2011 een permanente status gaf. Het succes heeft de belangstelling van architecten en woningcorporaties gewekt, die op zoek zijn naar goedkope oplossingen voor de woningnood in steden over de hele wereld.
In Berlijn zijn hergebruikte scheepscontainers ingezet voor studentenhuisvesting en onlangs ook om asielzoekers van onderdak te voorzien. In Londen is Forest YMCA begonnen jonge werkende mensen die de hoge huren niet kunnen opbrengen en het gevaar lopen dakloos te worden, onder te brengen in containers in Walthamstow, hoewel de bewoners daar maximaal maar een jaar mogen wonen.
Voorstanders van scheepscontainerwoningen zeggen dat het door de bouwsnelheid, kostenbesparingen op materiaal en de mogelijkheid de units elders opnieuw te gebruiken een serieuze optie is voor stedelijke woningbouw.
Gezellig
Dus hoe is het om echt in zo’n ding te wonen? Volgens Ader is zijn Amsterdamse container gezellig: elke container heeft een woonruimte, badkamer en balkon. In de winter wordt hij warm gehouden met geïsoleerde wandplaten en radiators. Privacy was nooit een probleem. Sterker nog, Ader vond het te stil. Hij heeft meegewerkt aan de organisatie van blokfeesten en eet-met-je-burenevenementen om de Wenckebachweg wat levendiger te maken.
Het is ook goedkoop. Huurders betalen hier 450 euro per maand en komen ook nog in aanmerking voor een huursubsidie van 140 euro per maand. Dat is veel minder dan de 600 euro die studenten volgens Ader elke maand moeten betalen voor een kamer in het centrum van Amsterdam.
‘Er zijn niet veel nadelen,’ vindt Ader. ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor. Ik denk dat dit soort woningen het best werkt voor alleenstaanden die iets goedkopers nodig hebben.’
De architect van de Wenckehof is Quinten de Gooijer. Zijn bedrijf Tempohousing heeft ook containerwijken met meerdere verdiepingen gebouwd voor het Amsterdamse Leger des Heils en een ‘werkhotel’ voor Poolse arbeidsmigranten in de stad. De Gooijer geeft toe dat zijn klanten tot nog toe op zoek waren naar iets voor de korte termijn. ‘Onze klantenbasis wil eenvoudige basishuisvesting,’ zegt hij. ‘Omdat het een rendabele oplossing is.’
‘Je kunt er allerlei bekleding en daken op doen, maar dat kost allemaal extra,’ zegt hij verder. ‘We moeten nog van het idee af dat een stalen doos geen goede leefplek is. Mensen denken dat bakstenen en cement het eeuwige leven hebben, maar dat is niet zo. Langzaam maar zeker is de mentaliteit aan het veranderen. Ik denk dat we in de toekomst veel meer woningbouwprojecten met containers gaan krijgen.’
De kostenbesparingen verdwijnt zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen
Architecten dromen al over grote projecten. Of liever gezegd, hoge projecten. CRG Architects heeft een voorstel bekendgemaakt waarbij armoedige woningen in ontwikkelingslanden worden vervangen door ‘containerwolkenkrabbers’: enorme torens van vrolijk gekleurde containers die zo zijn gestapeld dat de torens cilindrisch lijken. Weer een ander ontwerp voor hoogbouw containertorens heeft tot doel de druk op de sloppenwijk Dharavi in Mumbai te verlichten.
Niet iedereen is ervan overtuigd dat hoog op elkaar gestapelde containers de massahuisvesting van de toekomst zijn. Mark Hogan, hoofdarchitect bij OpenScope in San Francisco, vindt dat het grote onzin is om scheepscontainers voor huisvesting te gebruiken. Voornamelijk omdat de kostenbesparingen verdwijnen zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen. De Gooijer van Tempohousing geeft toe dat het veel goedkoper is de eenheden keurig op elkaar te stapelen. ‘Als je ze als Lego behandelt, moet je dure substructuren toevoegen om stabiliteit te creëren,’ zegt hij.
Auteur:Adam Forrest
Vertaler: Martinette Susijn
Beeld bovenaan: De binnenplaats van de Wenckehof in Amsterdam. – © www.tempohousing.com
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

