CO2-neutrale kaarsen, kaasproducten, vuilniszakken: wat op het eerste gezicht milieuvriendelijk lijkt, is vaak pure greenwashing waarmee bedrijven als Hochland, Aldi Süd en Nestlé zich er gemakkelijk van afmaken. Zelf verklaren de bedrijven dat ze op weg zijn naar ‘net zero’.
Als we zuivelbedrijf Hochland mogen geloven is vrijwel geen kaas zo duurzaam als zijn eigen Grünlander-plakken met milde nootachtige smaak. Met maar liefst vier ecolabels (Marke Eigenbau) prezen de Allgäuers tot voor kort hun product aan: aan de beloftes van ‘natuurlijke ingrediënten’, ‘meer dierenwelzijn’ en ‘een optimaal recyclebare verpakking’ werd als nieuwste snufje van duurzaam marketen het keurmerk ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’ toegevoegd. Deze kaas riep klimaatverandering een halt toe.
Met die belofte worden niet alleen de plakken kaas met milde nootachtige smaak verkocht. Van vis en kaarsen tot fruit en vuilniszakken – in alle branches prijzen fabrikanten hun waar als ‘klimaatneutraal’ aan. Emissievrij lijkt het nieuwe bio. Maar hoeveel daarvan is werkelijk milieubescherming – en hoeveel greenwashing?
Hochland kreeg in elk geval problemen met zijn kwalificatie ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’. De Wettbewerbszentrale, het zelfregulerende orgaan van het Duitse bedrijfsleven, beoordeelde deze aanprijzing onlangs als ‘misleidend’. Het mededingingscentrum gaf een waarschuwing aan in totaal twaalf bedrijven die op soortgelijke wijze de term ‘klimaatneutraal’ hanteerden. Onder hen ook Aldi Süd. Deze discountreus pocht ermee Duitslands ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ te zijn.
CO2-certificaten
Het keurmerk klimaatneutraal suggereert dat dit resultaat ‘uitsluitend bereikt wordt door zelf emissie te vermijden’, zegt Tudor Vlah van het mededingingscentrum. Vaak is dat helemaal niet het geval. Bedrijven kopen doorgaans via aanbieders als ClimatePartner CO2-certificaten die hun uitstoot moeten compenseren. Het eigen productieproces kan zo grotendeels intact blijven. Bovendien komen deze certificaten vaak van projecten in ontwikkelingslanden, waarvan de effectiviteit omstreden is.
Zuivelbedrijf Hochland staat erom bekend dat het alles graag een beetje aandikt: hun reclame met ‘uitloopkoeien’ kreeg al eerder een waarschuwing. Alleen uit de kleine lettertjes viel op te maken dat de dieren niet vrij in de wei konden lopen, maar alleen in de stal. Met zijn ‘klimaatneutrale productie’ doet Hochland nu exact hetzelfde: op basis van de laatste cijfers stoten de beide grote vestigingen van het bedrijf elk jaar ruim 20.000 ton CO2-equivalenten uit. Die hoeveelheid is ongeveer vergelijkbaar met de uitstoot van het op een neer vliegen van alle regeringsambtenaren tussen Berlijn en Bonn.
De afgelopen jaren heeft Hochland op eigen kracht precies 11 procent besparing per ton eindproduct gerealiseerd – en grotendeels door om te schakelen op stroom uit hernieuwbare energiebronnen, zoals het bedrijf bevestigt. De resterende kloof naar zogeheten klimaatneutraliteit werd gedekt door certificaten.
‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af’
Matthias Finkbeiner, directeur van het Institut für Technische Umweltschutz van de TU Berlijn, is uiterst kritisch over deze aflaathandel. Certificaten kunnen vaak zo goedkoop verkregen worden dat ze elke prikkel om de eigen productie energie-efficiënt te maken tenietdoen, zegt de expert in levenscyclusanalyse. ‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af.’ Dat soort formuleringen verdoezelt vaak dat de eigen bijdrage aan uitstootvermindering ‘uitermate gering is’.
Dat geldt vooral voor branches die voor hun emissies niet hoeven te betalen. Terwijl energieconcerns voor elke ton CO2 inmiddels nog altijd ruim 50 euro moeten ophoesten, is compensatie voor bijvoorbeeld de levensmiddelensector vrijwillig – zij kunnen zich tegen een koopje ‘klimaatneutraal’ maken. Zo betaalde Hochland hooguit 3,70 euro per ton.
Als klimaatkoopman voor het zuivelbedrijf fungeerde Plant for the Planet, een organisatie die door activist Felix Finkbeiner (23) werd opgericht. Hij hielp Hochland niet alleen aan gunstige compensatieprojecten, maar initieerde ook acties met een hoogst dubieus nut voor het klimaat – bijvoorbeeld het aanplanten van bomen in Mexico om de klimaatopwarming af te remmen. Daarvoor oogstte hij veel lof van de Friday for Future-beweging, maar uiteindelijk kwamen er zoveel berichten over de gebrekkige controleerbaarheid van Finkbeiners succesverhalen, dat Hochland de samenwerking met zijn organisatie opschortten.
Finkbeiner zelf verzekert dat voor elke euro een boom wordt geplant en dat aan verbetering van de transparantie hard wordt gewerkt.
Hypothese
In de markt voor verhandelbare CO2-compensatie gaan miljarden om – het is een speelplaats voor tal van valideerders, certificeerders, adviseurs en handelaren die concerns inpalmen met de belofte dat ze hen de verantwoordelijkheid voor het klimaat uit handen nemen. In werkelijkheid verschuiven ze het probleem vaak alleen maar, naar projecten in armere landen. Zelfs in de verplichtende emissiehandel worden zulke vreemde plannen goedgekeurd dat het verantwoordelijke VN-klimaatsecretariaat steeds weer certificeerders moet buitensluiten. Onder hen inmiddels ook TÜV Süd.
Hochland heeft gevolg gegeven aan de waarschuwing van het mededingingscentrum en is met zijn reclame gestopt. Aldi Süd daarentegen voelt zich ten onrechte aan de schandpaal genageld. De slogan van ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ willen ze zich kennelijk niet door de mededingingshoeders laten ontnemen.
‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage
‘Bewust hebben we onszelf niet “emissievrij” genoemd, maar alleen “klimaatneutraal in de zin van evenwicht in de CO2-balans”,’ zegt het bedrijf spitsvondig. Daarvoor is een heleboel werk verzet, ze hebben het energiemanagement efficiënter gemaakt en in nieuwe technologieën geïnvesteerd. Maar evenals Hochland claimt de discounter dat hij de grootste besparing gerealiseerd heeft door ‘omschakeling op 100% groene stroom’.
Aldi Süd lijkt met ruim 100.000 ton CO2-uitstoot bepaald een kleintje vergeleken met concerns als Bosch of Nestlé die boven de 100 miljoen uitkomen. Hoe hen dat lukt? De discounter berekent alleen de eigen CO2-voetafdruk en niet die van de totale keten aan toegevoegde waarde.
‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage. Het bedrijf presenteert er vier compensatieprojecten. In India bijvoorbeeld krijgt de discounter op zijn balans ruim 30.000 ton per jaar gecrediteerd vanwege zijn financiële steun aan een zonne-energiecentrale. Deze vervangt volgens Aldi ‘de stroom uit fossiele energiedragers door zonnestroom’.
‘Dat klinkt mooi, maar is niet meer dan een hypothese,’ zegt expert Matthias Finkbeiner. In India is sprake van een groeiende primaire energiebehoefte; daarom ligt het niet voor de hand dat bestaande kolencentrales vervangen worden.
Houtskooloventjes
Ook het project in Ghana waar kleine efficiënte houtskooloventjes het kappen van brandhout in de bossen en de luchtverontreiniging moeten minimaliseren, lijkt geen eenduidig effect op te leveren. Toch crediteren 24 bedrijven hun emissiebalans met dit project. De controleurs van het Chinese filiaal van TÜV Rheinland moesten de besparingsprestaties van deze oventjes al volgens een beoordelingsverslag uit 2014 met circa 40 procent terugschroeven. Maar dankzij uitbreiding van het aantal ovens zijn de emissiedoelen volgens de promotors van het project toch behaald.
Al even omstreden is een door de discountketen gefinancierd bosbeschermingsproject in Brazilië. Met dit plan in de nabijheid van de stad Portel in het oostelijke Amazonegebied kan Aldi 66.000 ton CO2-equivalenten compenseren, het merendeel van zijn emissies. Exploitant van dit project is Michael Greene, een Amerikaanse ingenieur, die ruim tien jaar geleden zijn baan bij Honda opgaf om het Braziliaanse regenwoud te redden. Na alles wat Greene aan de telefoon en per mail heeft laten weten, lijkt ‘het beste er maar van hopen’ een wezenlijke parameter van het project.
De Amerikaan heeft kennelijk een groep bosbezitters gevonden die hun 150.000 hectare waarop ze voorheen hout kapten, tot privaat beschermingsgebied verklaarden. Bedrijven als Aldi betalen als het ware een schadeloosstelling aan de bosbezitters om af te zien van kaalslag in het beschermde gebied; in ruil daarvoor krijgen de concerns emissierechten. Jaarlijks zou het project 364.000 ton aan CO2-equivalenten opleveren; naast Aldi rekenen nog ruim honderd bedrijven zich hiermee groen.
Nestlé stoot met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen meer dan tweemaal zoveel uit dan thuisbasis Zwitserland
Maar of het werkt, weet zelfs Greene niet precies. ‘Het is hier wildwest,’ zegt hij aan de telefoon. De eigendomsrechten zijn vaak onduidelijk en of de hier traditioneel levende rivierbewoners, die Greene ook aan zijn project wil verplichten, hun land niet toch verzilveren, houden zij voor zich: ook de rivierbewoners kunnen volgens Greene ‘doen met hun land wat ze willen’. Bovendien wil de Braziliaanse president Jair Bolsonaro legalisering van illegale houtkap door kolonisten zelfs achteraf mogelijk maken.
Nestlé wil nu het goede voorbeeld geven. Het grootste levensmiddelenbedrijf ter wereld heeft aangekondigd in 2050 klimaatneutraal te willen werken en heeft daartoe onlangs zijn net zero roadmap uitgebracht. Er moet nogal wat gebeuren: met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen stoot het bedrijf meer dan tweemaal zoveel uit dan zijn thuisbasis Zwitserland.
Nestlé gelooft in groene groei en wil dit doel vooral bereiken via toepassing van klimaatvriendelijke technologie. Maar zelfs dan blijft er een miserabele rest over van toch altijd nog een paar miljoen ton broeikasgassen. Die moet eveneens gecompenseerd worden met gigantische boomplantacties in met name ontwikkelingslanden.
Michel Pimbert, hoogleraar agrarische ecologie aan de universiteit van Coventry, vertrouwt het plan niet. Zulke compensatieprojecten kunnen volgens hem ‘tot een nieuwe golf van grootschalig landjepik op het zuidelijk halfrond leiden en gewelddadige conflicten met verdreven lokale gemeenschappen vooroorzaken’.
In plaats van hen met onze compensatieprojecten op te zadelen zou het volgens Pimbert eerlijker zijn om nu eindelijk eens de consumptie in de westerse wereld te verminderen.

