Onderwerpen: Eten

  • De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Trump ontslaat zijn minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem 

    » VK: Labour wil onderzoek laten instellen naar donaties voor Reform UK 

    Vegaworstjes en -hamburgers blijven wel zo heten

    Leden van het Europees Parlement en de lidstaten bereikten donderdag in Brussel een akkoord na wekenlange discussies, meldt de Frankfurter Zeitung. Rechtse Europarlementariërs en de vleesindustrie wilden termen als steak, hamburger en worst verbieden voor vegetarische producten, zogenaamd om veehouders te beschermen. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd een compromis bereikt waarbij de woorden steak, bacon en lever alleen voor vleesproducten gereserveerd blijven. Vegetarische hamburgers en plantaardige worstjes mogen hun naam voorlopig behouden. Het akkoord moet nog worden goedgekeurd door het Parlement en de zevenentwintig lidstaten. 

    De kwestie was onderwerp van intense onderhandelingen, aangezien plantaardige alternatieven een enorme groei doormaken, met name in Duitsland, de grootste markt voor deze producten in Europa. Supermarktketens Lidl en Aldi hadden er nadrukkelijk op aangedrongen om een ​​verbod op termen die onder consumenten ‘bekend’ zijn geworden, te vermijden.

  • Coca-Cola trekt een spoor van verwoesting door Mexico. ‘Goedkoper dan water’

    Coca-Cola trekt een spoor van verwoesting door Mexico. ‘Goedkoper dan water’

    Door de vrijhandelsovereenkomst uit 1994 werd de consumentenmarkt in Mexico overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. Dat heeft niet de welvaart gebracht die beloofd was, maar woekerende diabetes en een obesitaspandemie.

    De halve familie van Cecilia Acero is overleden aan diabetes. Haar opa Mario van vaderskant, haar oma Toñita van moederskant en in 2022 na zes martelende jaren van dialyse op achtenzestigjarige leeftijd als laatste haar vader Raúl. Als ze het vertelt, breekt Cecilia’s stem. De tranen springen haar in de ogen, die schuilgaan achter een grote bril met een dik, zwart montuur. Ze is veertig, een antropoloog met donkere krullen en een vriendelijk gezicht. We hebben afgesproken in het kantoor van haar wetenschappelijkonderzoeksinstituut in het noordwesten van de oude koloniale stad San Cristóbal. Door het raam hebben we uitzicht op het berglandschap van de Sierra Madre de Chiapas, bedekt met altijdgroene pijnbomen.

    ‘Hier zeggen ze dat Coca-Cola goed voor je is,’ zegt ze. ‘Je knapt ervan op, het houdt je wakker en helpt tegen hoofdpijn. Voor mijn vader was cola een soort medicijn.’ In het weekend speelde hij keyboard in een band en in de pauzes dronk hij altijd Coca-Cola, elke avond zeker acht glazen, schat Cecilia. Een glas van 250 milliliter bevat 27 gram suiker, wat gelijkstaat aan bijna negen suikerklontjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het Zwitserse Bureau voor Voedselveiligheid en Diergeneeskunde en de Duitse Obesitasvereniging mag de dagelijkse dosis eigenlijk niet meer dan 50 gram bedragen, anders bestaat op langere termijn het risico van diabetes en ernstige hart- en vaatziekten.

    ‘s Ochtends was Raúl moe en dronk hij zijn eerste coke om op gang te komen voor zijn werk op de administratie van een school. Voor de lunch nam hij vaak een twee-liter gezinsfles mee, die hij voor het grootste deel zelf opdronk. Toen zijn gezicht, buik, handen en voeten begonnen op te zwellen, kon het probleem niet langer worden genegeerd. In die tijd begon Cecilia Acero met haar onderzoek naar diabetes. Ze wilde begrijpen waarom de lijdensweg van haar grootouders zich herhaalde bij haar vader, waarom mensen met diabetes type 2 in de deelstaat Chiapas zich zo weinig om hun gezondheid bekommerden. Ze bleef haar vader aanspreken op zijn eet- en drinkgewoonten: ‘Anders ga je langzaam maar zeker dood en moeten wij je verplegen.’ Maar zijn verslaving aan de donkere, zoete drank was uiteindelijk sterker.

    ‘Geef hem toch een colaatje’

    Voor Cecilia Acero was het moeilijk te verdragen. Pas toen zijn nieren het begaven, begon hij zijn drinkgewoonten te veranderen. Daar werd hij vaak humeurig van. Als er vrienden op bezoek kwamen, zeiden ze: ‘Geef hem toch een colaatje.’ Zijn toestand verslechterde zozeer, dat hij zich in december 2021 nauwelijks nog kon bewegen. Het was duidelijk dat het zijn laatste kerst zou worden. Op kerstavond kreeg hij zijn laatste glas Coca-Cola, dat maakte nu toch niet meer uit.

    Toen haar vader begraven was, overwoog Cecilia Acero met haar onderzoeksproject te stoppen. Als ze het niet eens voor elkaar kreeg een familielid te redden, wat had het dan voor zin? Maar collega’s herinnerden haar eraan dat ze haar onderzoek ook begonnen was om een maatschappelijke verandering tot stand te brengen. Dus ze zette door. Op haar laptop zit een sticker met de tekst: ‘¡Fuera Coca- Cola!’: ‘Weg met Coca Cola!’

    Dit verhaal speelt zich af in een streek in het zuiden van Mexico, waar meer Coca-Cola wordt gedronken dan waar ook ter wereld; waar je makkelijker aan een fles van de suiker- en cafeïnehoudende drank komt dan aan een slok drinkwater en waar Coca-Cola door zijn agressieve marketing intussen zo alomtegenwoordig is, dat het zelfs onderdeel van religieuze rituelen is geworden.

    247 Coca Cola truck
    Een grote vrachtwagen wordt volgeladen met Coca-Cola in een winkelcentrum in Merida, Yucatan. – © Getty Images

    Terwijl de markt voor frisdrank in de westerse industrielanden krimpt (VS, Zwitserland) of stagneert (Duitsland), drinken Mexicanen er jaar na jaar meer van. Bijna twee derde van de consumptie per hoofd van de bevolking staat op het conto van Coca-Cola Original met het rode etiket. In Chiapas, waar het berglandschap in het grensgebied met Guatemala overgaat in dicht tropisch regenwoud, drinken de mensen nog aanzienlijk meer frisdrank. Volgens een veel geciteerde studie zou dat in het hoogland dagelijks 2,25 liter per hoofd van de bevolking zijn. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen?

    San Cristóbal is bij bezoekers uit de hele wereld populair. De stad van 220.000 inwoners ligt in een vallei op een hoogte van ruim 2100 meter en is omgeven door heuvels die je in de schemering nauwelijks kunt onderscheiden van de wolken die daar omheen hangen. De stenen huizen in het centrum zijn gebouwd in Spaans-koloniale stijl, de balkons zijn versierd met kunstig bewerkte smeedijzeren balustrades en bloemen. Bijna alles hier heeft kleur: de gevels van de kerken, de kleding van de inheemse bevolking, de bonen op de markt. De enorme macht van Coca-Cola is de meeste van de bijna honderdduizend toeristen die San Cristóbal in 2024 bezochten waarschijnlijk niet eens opgevallen. Zo diep is het corporate design van een van de bekendste merken ter wereld in het collectieve onderbewustzijn verankerd.

    Als je vanuit het centrum naar de rand van de stad loopt en er goed op let, zie je het op elke straathoek. Forse rode trucks staan aan de kant van de weg om pallets Coca-Cola, sap, water en melk van FEMSA, de grootste drank- producent van Mexico, af te leveren bij de negentien Oxxo-supermarkten, die eveneens eigendom zijn van Coca-Cola, en bij restaurants en kleine kruideniers. Op de gevels van die bedrijven prijken reclameborden van Coca-Cola, sommige gevels zijn rood-wit geschilderd en voorzien van het karakteristieke logo dat de boekhouder en eerste reclameman van Coca-Cola, Frank Mason Robinson, in 1886 in Atlanta heeft ontworpen. In de winkels staan rode koelkasten met het Coca-Colalogo, waarin frisdrank de meeste ruimte inneemt, met voorop Coca-Cola, dat verkrijgbaar is in blikjes en flessen tot drie liter.

    RFK pakt de voedings­ richtlijnen aan

    Gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr. staat op het punt om met zijn ‘Make America Healthy Again’ (MAHA)-agenda de Amerikaanse voedingsrichtlijnen grondig te herzien.
    Het vijfjaarlijkse richtlijnenrapport, dat normaal nogal lijvig en complex is, zou onder zijn leiding flink worden ingekort, volgens The Atlantic; mogelijk tot slechts een beknopte vierpaginaoproep: ‘Eet onbewerkt voedsel; eet wat goed voor je is.’ (‘Eat whole food; eat the food that’s good for you.’) De invloed reikt ver; deze richtlijnen bepalen wat er in scholen, het leger en andere federale programma’s wordt gegeten, en sturen de voedingsindustrie. Onder Kennedy’s aansturing zou nadrukkelijk worden ingezet op het beperken van kunstmatige kleurstoffen, ultrabewerkt voedsel en zaadoliën, terwijl meer ruimte ontstaat voor volle zuivel en minder bewerkte ingrediënten. Ondanks zijn controversiële reputatie, bijvoorbeeld als antivaccinactivist, hebben Kennedy’s beleidsambities op het gebied van voeding momenteel de meeste kans van slagen.

    De winkeliers krijgen de koelkasten gratis, maar die zijn dan alleen voor de verkoop van Coca-Cola-producten bestemd. Ze zijn voorzien van een zendertje, zodat ze kunnen worden gelokaliseerd en niet privé kunnen worden gebruikt. In Chiapas moet dat een aantrekkelijk aanbod zijn, want het maandelijkse inkomen bedraagt hier ongeveer 5300 peso (238 euro), een derde onder het landelijke gemiddelde. Meer dan 75 procent van de inwoners van San Cristóbal leeft onder de Mexicaanse armoedegrens, in veel dorpen in de hooglanden zelfs bijna 100 procent. De economie van de regio is kleinschalig en informeel en voornamelijk gebaseerd op de verbouw en verkoop van maïs, bonen en koffie.

    Het verhaal hoe Coca-Cola in deze plattelandsomgeving voet aan de grond kreeg, kan misschien het best beginnen bij een twee meter hoge betonnen muur in het zuiden van de stad. Daarop zijn twee inmiddels door de regen wat verbleekte afbeeldingen geschilderd. Als twee bladzijden van een boek laten ze zien dat er in dit verhaal een ervoor en een erna is, misschien ook wel een utopie en een dystopie. Op de ene muurschildering is in lichte, vriendelijke kleuren een heuvel geschilderd waaruit bronwater stroomt dat in een rivier uitkomt. We zien een kolibrie, een vlinder en mensen in harmonie met de natuur. Op de andere muurschildering daar pal naast valt meteen de iconische glazen Coca-Cola-fles op, met daarin een rode fabriek. De fles staat in een verdord, in donkere tinten geschilderd landschap. Een man met hoge hoed zit op een vulinstallatie geld te tellen, terwijl een uitgemergelde bedelaar tussen een grafzerk, vuilnis en mestzakken iets eetbaars zoekt.

    Als je het moment zou moeten kiezen waarop de bladzijde in dit verhaal is omgeslagen, is dat vermoedelijk de jaarwisseling van 1993-1994. In de vroege ochtend van 1 januari kwamen er een paar duizend guerrillastrijders uit de bergen, die San Cristóbal en vijf andere steden in Chiapas bezetten. Het waren Maya-groepen, waaronder veel vrouwen en jongeren, gewapend met Kalasjnikovs, oude karabijnen en speelgoedgeweren, hun gezichten verborgen onder zwarte bivakmutsen. Ze bezetten het stadhuis, verwoestten overheidsgebouwen, overvielen een militaire basis bij San Cristóbal en kondigden aan dat ze zouden doormarcheren naar de hoofdstad om de regering omver te werpen.

    Rechten inheemse volken

    Het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) is in 1983 opgericht door een kleine groep marxisten en inheemse bewoners van het tropische regenwoud van Chiapas. In de traditie van Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen keerden ze zich tegen koloniale uitbuiting en het neoliberale economische model. Ze streefden naar een samenleving waar iedereen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk heeft en waarin de rechten van inheemse volken worden gerespecteerd. Op die eerste dag van 1994 trad het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) tussen de VS, Canada en Mexico in werking, wat de aanleiding was voor de opstand van de Zapatisten. Zij vreesden dat het de kleine inheemse boeren nog verder in de armoede zou storten.

    Een van hun leiders was subcomandante Marcos, iemand die graag pijp rokend en te paard poseerde. Hij bewonderde Che Guevara en Foucault en verwierf zich met zijn strijdvaardige en literaire toespelingen en zijn met ironie doorspekte communiqués een zekere faam bij de wereldpers. Hij zei destijds tegen buitenlandse verslaggevers: ‘Het vrijhandelsakkoord is het doodvonnis voor de inheemse bevolking van Mexico.’ De toenmalige president Carlos Salinas was er daarentegen van overtuigd dat het verdrag het land van de derde naar de eerste wereld zou brengen.

    Drie decennia later kunnen we stellen dat dat voor de mensen in Chiapas vooralsnog maar zeer gedeeltelijk is gerealiseerd: door NAFTA is de buitenlandse handel van Mexico weliswaar aanzienlijk toegenomen en zijn er in de industrie in het noorden ook banen gecreëerd, maar tegelijkertijd zijn in het zuiden in de landbouw, die binnen de vrijhandelszone niet concurrerend was, aanzienlijk meer banen verloren gegaan. Het loonniveau bleef laag. Wel werd de consumentenmarkt overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. En dat had gevolgen: terwijl in 1992 volgens de WHO bijna 16 procent van de bevolking te dik was, was dit percentage in 2022 tot 36 procent gestegen. De Mexicanen hadden gehoopt op welvaart en kregen een obesitasepidemie.

    Ambivalente relatie

    Omdat de regering in januari 1994 onmiddellijk duizenden soldaten naar Chiapas stuurde en de luchtmacht inheemse dorpen liet bombarderen, trokken de Zapatisten zich na twaalf dagen met geringe verliezen terug in de bergen. Twee jaar later kwamen ze met de regering een wet overeen waarin het recht op autonomie voor de inheemse bevolking werd vastgelegd. Deze wet is echter nooit aangenomen, onder meer omdat het dan moeilijker zou worden op inheems grondgebied concessies voor de winning van grondstoffen te verlenen.

    Desondanks hebben de Zapatisten tot nu toe in zo’n duizend dorpen een structurele basis gelegd voor democratisch zelfbestuur, waar de Mexicaanse staat niet intervenieert. Hun relatie met Coca-Cola is echter al die jaren ambivalent gebleven. Er zijn berichten dat de rode vrachtwagens gedurende de opstand als enige de frontlinies mochten passeren. Ook tijdens hun ‘encuentras’ werd het toonbeeld van Amerikaans cultureel imperialisme geschonken, wat de aanwezige buitenlandse linkse revolutionairen hoofdschuddend bezagen.

    Eveneens in 1994 werd in de westelijke uitlopers van San Cristóbal een vulinstallatie voor Coca-Cola in gebruik genomen. Dat was een belangrijk onderdeel van de expansie van het Amerikaanse concern in Mexico. Reeds het jaar daarvoor had het voor 195 miljoen dollar 30 procent van de softdrinkdivisie van de Mexicaanse drankproducent FEMSA gekocht en het aandeel van de dochteronderneming naar de beurs gebracht. Dit was de opmaat voor miljardeninvesteringen in de reclame, distributie en bedrijfsovernames waarmee het concern Latijns-Amerika wilde veroveren. Het okerkleurige fabriekscomplex waarachter de uitgedoofde en met dicht groen overdekte vulkaan Huitepec tegen de hemel boven Chiapas afsteekt, is met een imposant stalen hekwerk beveiligd. In een persbericht uit 2023 noemde Coca-Cola de bottelarij van FEMSA de meest efficiënte ter wereld. Waar vroeger meer dan twee liter water nodig was om 1 liter Coca-Cola te produceren, zou dat in San Cristóbal slechts 1,17 liter zijn. Maar deze cijfers, afkomstig van het bedrijf zelf, laten buiten beschouwing dat frisdrank niet onder laboratoriumomstandigheden wordt geproduceerd.

    De bottelarij pompt dagelijks 1.3 miljoen water op

    Als we naar de voetafdruk van water kijken – dat wil zeggen het verbruik en de vervuiling van zoet water in de gehele productieketen – kost de productie van een halve liter Coca-Cola 170 tot 310 liter water. Terwijl het concern zich erop laat voorstaan dat het in San Cristóbal de laatste tijd slechts 82 procent van het water verbruikt dat het mag oppompen, komt in de huizen in de stad het grootste deel van de dag geen water uit de kraan. En als dat wel gebeurt, kun je het beter niet drinken.

    Dit is misschien wel de grootste tegenstrijdigheid in het verhaal. Wie daar met de directie over wil spreken, wordt bij de ingang vriendelijk teruggestuurd door een medewerkster in een roze veiligheidsvest: tot hier en niet verder. Het Coca-Cola-imperium is gebaseerd op franchise: een bottelaar koopt een licentie, produceert volgens de voorschriften uit de VS de drank en distribueert die op een regionaal beschermde markt. Sinds 1896 is Coca- Cola in Mexico verkrijgbaar, de eerste bottelarij werd in 1926 geopend in de havenstad Tampico. Tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad, met Coca-Cola als hoofdsponsor, was het land al uitgegroeid tot de op twee na grootste markt, na de VS en Duitsland. Twee jaar later dreigde de net gekozen president Luis Echeverría van de Socialistische Eenheidspartij PRI het Amerikaanse concern te boycotten als het zijn geheime recept, dat tegenwoordig in een kluis in het World of Coca-Cola Museum in Atlanta ligt, niet zou vrijgeven voor de Mexicaanse bottelaars. Een delegatie van Coca-Cola slaagde er echter in Echeverría van zijn voornemen af te brengen.

    Dat was vooral te danken aan Vicente Fox, die in 1964 als verkoper bij Coca-Cola was begonnen, en die hij aanvankelijk ook zelf distribueerde, was voor hem een stimulerend middel in de strijd tegen de destijds nog machtiger rivaal Pepsi.

    Binnen negen jaar klom hij op tot CEO van Coca-Cola Mexico en introduceerde hij de agressieve verkoopmethodes waarmee het Pepsi binnen de kortste keren had ingehaald. Toen hij zijn functie in 1979 neerlegde en terugging naar de hacienda van zijn familie, had hij de omzet met bijna 50 procent vergroot. Twee decennia later zou Fox terugkeren op het grote toneel, opnieuw ten faveure van het drankconcern. Bij de presidentsverkiezingen van 2000 stelde hij zich kandidaat voor de conservatieve Nationale Actie Partij PAN, waarbij hij niet alleen profiteerde van het feit dat de Mexicanen de 71 jaar durende alleenheerschappij van de PRI en de zwakke economie van het land beu waren, maar ook dankzij een donatie in de campagnekas van, inderdaad, Coca-Cola.

    Water

    In zijn zesjarige ambtstermijn – herverkiezing is volgens de grondwet verboden – installeerde Fox een goed geoliede draaideur tussen zijn regering, de ministeriële bureaucratie en zijn vroegere werkgever, waardoor meer dan tien personen werden gesluisd die in de loop der jaren de politieke besluitvorming ten gunste van Coca-Cola beïnvloedden. Cristóbal Jaime Jáquez, onder Fox algemeen directeur van Coca-Cola Mexico, werd benoemd tot directeur van de Nationale Watercommissie Conagua. Onder hem verdrievoudigde het aantal waterconcessies voor dochterondernemingen van Coca-Cola. De bottelarij in San Cristóbal kreeg toestemming dagelijks 1,3 miljoen liter water op te pompen zonder dat er noemenswaardige heffingen of belastingen naar de stad of de deelstaat vloeiden.

    Water is in Mexico een gevoelig onderwerp. In de grondwet van 1917 werden alle natuurlijke hulpbronnen tot staatseigendom verklaard en in 2012 werd daar het recht op toegang tot voldoende, schoon en makkelijk toegankelijk water aan toegevoegd. Wat echter tot vandaag de dag ontbreekt, zijn concrete bepalingen hoe dat in praktijk moet worden gebracht. De staat, die tijdens de regeringsperiodes van de PRI voortdurend op de rand van faillissement balanceerde en verlamd was door corruptie, is er in grote delen van het land niet in geslaagd een betrouwbare watervoorziening te realiseren. In de periode van economische openstelling van Mexico mislukten ook publiek-private partnerschappen op dit gebied.

    Multinationale concerns sprongen in het gat, kregen concessies, haalden water uit de bodem en stopten het in flessen. Na een ernstige choleraepidemie in 1991, die in heel Zuid- en Midden-Amerika twaalfduizend mensen het leven kostte, profiteerden zij bovendien van de zorgen van Mexicanen over hun gezondheid. Zo ontstond in een paar jaar tijd de grootste markt voor flessenwater ter wereld. In 2024 verbruikten de Mexicanen 262 liter gebotteld water per hoofd, in Duitsland en Zwitserland is dat nog niet de helft. Naar schatting controleren Coca-Cola, Pepsi en Danone met hun mineraalwater samen ongeveer 80 procent van de markt.

    Britse suikertaks blijkt effectief

    Sinds 2018 zorgt de Britse suikertaks ervoor dat fris- dranken minder suiker bevatten en consumenten hun inname fors hebben teruggeschroefd.
    De Britse sugar tax (formeel de Soft Drinks Industry Levy, SDIL) is in maart 2016 aangekondigd en in april 2018 ingevoerd als onderdeel van de strijd tegen obesitas. De heffing geldt op frisdranken met toegevoegde suikers: dranken met 5-8 g per 100 ml worden belast met 18 p (pence) per liter (ca. 21 eurocent), dranken met 8 g of meer met 24 p per liter. De opbrengsten zouden aanvankelijk naar sportprogramma’s op basisscholen gaan.
    Al vóór de invoering pasten vele fabrikanten hun recepten aan om de belasting te vermijden; meer dan de helft van de frisdranken werd hervormuleerd, aldus The Guardian. Toen de heffing eenmaal van kracht was, daalde het suikergehalte in frisdranken aanzienlijk –met bijna 29 procent tussen 2015 en 2018. Consumenten reageerden ook: kinderen verkleinden hun inname van suikerhoudende dranken met ongeveer de helft en bij volwassenen was dat een derde.
    Een studie gepubliceerd in het Journal of Epidemiology and Community Health meldt dat het dagelijk suikerverbruik daalde met circa 4,8 g bij kinderen en 10,9 g bij volwassenen binnen een jaar na de invoering van de belasting. De daling werd vooral bewerkstelligd door de hervorming van producten terwijl consumenten overschakelden op minder suikerhoudende dranken; er was geen aanwijzing dat suiker elders werd gecompenseerd.

    Eigenlijk is er in de deelstaat Chiapas genoeg natuurlijk water. Anders dan in grote delen van het land, waar momenteel als gevolg van El Niño voor de tweede keer in vijftien jaar extreme droogte heerst, is in de zuidelijkste deelstaat van Mexico tijdens de regentijd constant veel water gevallen. Het hoogland van Chiapas beschikt over een van ’s werelds grootste grondwaterreserves, maar de mensen hebben daar niets aan. Zij hebben alleen toegang tot oppervlaktewater – en dat is vervuild. San Cristóbal wordt doorkruist door sloten met groene alg, rottende drek en plastic afval. Zij zorgen ervoor dat huishoudelijk afvalwater ongezuiverd in de Amarillo en de Fogótico terechtkomt, rivieren die belangrijk zijn voor de watertoevoer van de stad, maar waar regelmatig coli- en andere bacteriën uit menselijke en dierlijke uitwerpselen in worden aangetroffen. Naast zware metalen uit het lekwater van de nabijgelegen vuilstortplaats.

    Plannen voor de bouw van rioolwaterzuiveringsinstallaties in de stad liggen er al jaren, maar ze zijn gestrand, mede door verzet van de bevolking, die nu niets betaalt voor afvalwaterzuivering en bang is voor extra kosten. San Cristóbal is de afgelopen vijftig jaar extreem gegroeid. Omdat daardoor ook de wetlands vlak buiten de stad, die water opsloegen en filterden, de een na de ander verdwenen, is de waterhuishouding volkomen ontwricht. Als je leidingwater drinkt of gebruikt om te koken, kan dat diarree, darmontsteking of nierfalen veroorzaken, wat ook toeristen op pijnlijke wijze moeten ondervinden. Bij een enquête in 2023 onder huishoudens was maar 7 procent van de bevolking van Chiapas van mening dat hun water drinkbaar is.

    Weer heel anders is het in het droge seizoen, wanneer vanwege de verouderde en lekkende leidingen overdag geen druppel water uit de kraan komt. Inwoners vertellen dat ze ’s nachts, wanneer er een paar uur wel water uit de leidingen komt, opstaan en water in emmers opvangen om het in elk geval te kunnen gebruiken om de was te doen, schoon te maken en zich te wassen. De meeste huishoudens zijn gedwongen kilometers te lopen naar niet-besmette bronnen of om van hun geringe inkomen water te kopen bij tankwagens.

    Coca-Cola FEMSA op zijn beurt betaalt vrijwel niets voor het water dat het oppompt en daarmee, al dan niet onder toevoeging van suikersiroop, zijn flessen vult. De twee bottelconcessies die het concern heeft, kosten elk een belachelijke 2600 peso per jaar, omgerekend 117 euro. Voor het water zelf moet het 10 cent per duizend liter betalen. Niet dat er tegen dit oneerlijke systeem niet is geprotesteerd: in 2017 demonstreerden 1500 mensen bij de fabriek en drie jaar later eiste de burgemeester van San Cristóbal dat de waterconcessie van Coca-Cola FEMSA zou worden ingetrokken. Maar Conagua weigerde: de diepe waterputten zouden geen enkele invloed hebben op de watervoorziening van de bevolking uit oppervlaktewater.

    Toekomstige generaties

    Valentina is nog altijd verontwaardigd als ze aan de motivering van de federale autoriteiten denkt. Zelfs als nu het grondwater niet wordt gebruikt, is het belangrijk als plan B wanneer de klimaatcrisis Chiapas treft. ‘De mensen die nu deze beslissingen nemen, zijn dan dood. Maar jonge mensen zoals wij en toekomstige generaties zullen eronder lijden,’ zegt de jonge vrouw met haar lange bruine haar en een kleine tatoeage op haar onderarm. Door klimaatverandering worden voor de regio tegen 2050 vaker extreme weersomstandigheden verwacht. Met de regens is er al veel veranderd, ze komen onverwachter en zijn heviger geworden, waardoor er vaker overstromingen zijn. Valentina kent de gevolgen van klimaatverandering en heeft deelgenomen aan een VN-conferentie over biodiversiteit. Uit angst voor represailles wil ze niet dat haar echte naam in de krant wordt gebruikt.

    Op een ochtend bespreekt ze met een kleine groep activisten in een achterzaaltje van een café in San Cristóbal hoe de macht van Coca-Cola FEMSA kan worden gebroken. Ze zijn het eens dat de gemeenteraad het goed heeft gedaan door het aanbod van het concern een waterzuiveringsinstallatie te bouwen tweemaal af te wijzen, ook omdat onduidelijk bleef wie verantwoordelijk zou zijn voor de exploitatie en het onderhoud. ‘Door zo’n cadeau aan te nemen, zouden we oneerlijke spelregels hebben geaccepteerd,’ zegt Valentina. ‘Het zou dan lijken alsof ons protest schandalig was.’ Ze kennen de practies van Coca-Cola FEMSA: om zich te wapenen tegen kritiek betaalt het nu eens voor een gemeentelijke watertank, dan weer voor een opvangsysteem voor regenwater. Voor Valentina is één verhaal symptomatisch: een paar jaar geleden liet Coca-Cola FEMSA met veel publiciteit duizenden bomen planten, die vervolgens geen water kregen en dus verdroogden. De activisten protesteren inmiddels niet alleen meer tegen de vercommercialisering van het grondwater, ze proberen mensen ook voor te rekenen welke kosten hun Coca-Cola-verslaving op lange termijn met zich meebrengt.

    247 Coca Cola motorfiets1
    Een motorrijder verlangt tijdens zijn lunchpauze dorstig naar een glas Coca-Cola. In Mexico heeft 70 procent van de volwassenen en een derde van de kinderen en jongeren overgewicht. Meer dan een op de tien volwassen Mexicanen lijdt aan diabetes. Om deze trend een halt toe te roepen is sinds oktober 2020 het labelen van ongezonde voeding verplicht. – © Getty Images

    Al tijdens het presidentschap van Vicente Fox waren er steeds meer signalen dat er met de gezondheid van de Mexicanen iets mis was. Niet alleen het percentage mensen met obesitas nam toe, ook het aantal diabetici en hun mortaliteit schoot omhoog. Wetenschappers ontdekten dat de Maya-bevolking een verhoogde genetische aanleg had voor diabetes type 2. In Chiapas kwam daar de bijzonder ongunstige combinatie van armoede, ondervoeding en obesitas nog bij. Met de gebrekkige medische zorg – 30 tot 40 procent van de diabetici weten niets van hun ziekte en bij twee derde is de bloedsuikerspiegel niet goed ingeregeld – zorgde dat voor ‘de perfecte bom’, zoals Alejandro Calvillo, directeur van de Mexicaanse consumentenbond, het ooit noemde. In nog geen twee decennia steeg het aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes in Chiapas met 219 procent.

    Antropologe Cecilia Acero wilde weten waarom de mensen, inclusief haar vader, er zo slecht in slagen hun eetgewoonten te veranderen. ‘Met name ouderen willen niet aan een dieet,’ zegt ze. ‘Ze willen niet worden gezien als zieken, of als mensen die zich geen pleziertje gunnen.’ Vooral mannen vinden het moeilijk hulp te accepteren. Hoe gevaarlijk suikerziekte kan zijn, bleek in het eerste coronajaar toen in de deelstaat vergeleken met het jaar ervoor het officiële aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes aanzienlijk steeg. Want diabetici waren door hun verzwakte immuunsysteem niet alleen vatbaarder voor het coronavirus, maar ook belast met negatieve emoties. ‘Die mensen waren bang, konden niet naar de dokter en zaten eenzaam thuis. Daardoor ging bij velen van hen de bloedsuikerspiegel sterk omhoog,’ zegt Acero. Stress en angst kunnen inderdaad het verloop van de ziekte beïnvloeden of zelfs veroorzaken. Veel Mexicanen lijden echter onder de misvatting dat hun levensstijl er geen invloed op heeft.

    Club de Diabéticos

    Dat dacht de zeventigjarige Amelia García ook, totdat ze lid werd van de Club de Diabéticos, die bijeenkomt op de binnenplaats van het gemeentelijke gezondheidscentrum van San Cristóbal. Ze draagt elegante zwarte kleren met gouden oorbellen, haar nagels blauw gelakt. Samen met een twintigtal andere senioren doet García kniebuigingen en draait ze met haar heupen, waarna ze dansen op Y.M.C.A. Als de vrouwen elkaar met applaus belonen, laat ze haar rauwe maar hartelijke lach horen. De eigenaardige dorst begon bij haar nadat haar zus was overleden aan een hersentumor. Toen de dokter haar bloedsuiker mat, bedroeg die 360 milligram per deciliter, terwijl 100 normaal is. Amelia García dacht dat de diabetes door haar verdriet was veroorzaakt en deed dus niets aan haar eetgewoontes. Ze was gewend veel vlees te eten en elke dag minstens één fles Coca-Cola te drinken. ‘Het gemene was dat water mijn dorst niet kon lessen,’ zegt ze, ‘maar frisdrank wel.’

    Het is goed mogelijk dat ze toen al een tijd diabetes had. Meestal begint het onschuldig, met vermoeidheid of kleine infecties. Het belangrijkste symptoom – een te hoge bloedsuikerspiegel, veroorzaakt door een tekort aan het hormoon insuline – blijft vaak onopgemerkt. Als daar grote dorst en vaak moeten plassen bijkomen, is de ziekte al gevorderd. Steeds meer organen worden aangetast: ogen, zenuwstelsel of het weefsel van de voeten. Je kunt blind worden, er kan een been geamputeerd moeten worden of je kunt, zoals de vader van Acero, je nierfunctie verliezen. Een hoge bloedsuikerspiegel leidt bovendien vaak tot vetafzetting in de bloedvaten, wat een hartinfarct of beroerte kan veroorzaken.

    Toen Amelia García zich realiseerde dat ze moest stoppen met vet eten en cola drinken, moest ze huilen. Daarop nam ze haar lot in eigen hand en sloot zich, inmiddels een kwart eeuw geleden, aan bij de diabetesgroep. Hun bijeenkomsten beginnen met een voordracht.

    Dokter José Maria Gómez tekent lichaamscellen op het bord om de stofwisseling uit te leggen en vraagt aan de groep: ‘Waarmee zijn de cellen met elkaar verbonden?’ ‘Kauwgom,’ zegt een vrouw lachend. ‘Fout’, zegt de arts: ‘Siliconen natuurlijk.’ Iedereen lacht. Dan vraagt hij: ‘Welke levensmiddelen zijn met het oog op diabetes slecht voor ons?’ De vrouwen antwoorden bijna in koor: ‘La Coca.’

    Economische gevolgen van obesitas

    Obesitas is allang geen individueel gezondheidsprobleem meer, maar een economische bedreiging van mondiale proporties, schrijft El País.
    Volgens de World Obesity Atlas 2023 zullen de wereldwijde kosten van overgewicht in 2035 oplopen tot 4,32 biljoen dollar per jaar – bijna 3 procent van het mondiale bbp. Daarmee is obesitas economisch even ontwrichtend als de coronapandemie in 2020. In 2019 lag de rekening nog op 2,19 procent van het mondiale bbp, maar zonder krachtig ingrijpen stijgt dat percentage naar 3,29 procent in 2060. De schade zit niet alleen in medische behandelingen, maar ook in productiviteitsverlies: ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuim, vroegtijdige pensionering en zelfs voortijdige sterfte dragen allemaal bij.
    Tegenover dit groeiende probleem zoeken overheden naar effectieve beleidsinstrumenten. Suikertaksen gelden als veelbelovende maatregel. Het VK voerde in 2018 een succesvolle belasting op frisdranken in (zie kader p. 16). In Latijns-Amerika, waar de obesitascrisis flink toeneemt, heeft Colombia in 2023 de meest ambitieuze gezondheidsbelasting van het continent ingevoerd: een heffing van 10 procent op ultrabewerkte producten, oplopend tot 20 procent in 2025.
    De redenering is dubbel: hogere prijzen ontmoedigen consumptie van ongezonde voeding, terwijl de belastingopbrengsten direct ingezet kunnen worden voor preventie en gezondheidszorg.

    Amelia Garcia’s bloedsuikerspiegel is inmiddels stabiel 100. Ze eet veel groenten, weinig vlees en drinkt alleen nog ongezoete drank. Ook haar zeven kinderen heeft ze het belang van gezonde voeding bijgebracht – tot nu toe heeft geen van hen diabetes. Zelfs haar man, die vroeger elke dag acht tot tien flessen cola dronk, is daarmee gestopt. Toch blijven ze in hun winkel in Cruztón, iets buiten San Cristóbal, cola verkopen. García heeft daar geen slecht geweten van, iedereen moet zelf uitmaken wat hij of zij eet. Soms verkopen ze wel honderd flessen tegelijk, als het dorpshoofd een bijeenkomst organiseert. En het komt voor dat Coca-Cola FEMSA gratis drank laat uitdelen: als compensatie dat elke ochtend vanaf drie uur vrachtwagens door het dorp denderen om Coca-Cola naar de bergdorpen te brengen. ‘De inheemse bevolking drinkt het namelijk nog veel meer,’ zegt García.

    Tijdens een rit door de bergen ten noorden van San Cristóbal rijden we door nevelwoud en passeren graslanden en maïsvelden. Langs de kant van de weg sjouwen inheemse vrouwen jerrycans op hun hoofd naar hun dorpen, waar geen waterleiding is maar wel winkels met koelkasten vol Coca-Cola. Op reclameborden staat in de taal van de inheemse bevolking: Drink je Coca-Cola-water. En: Breng de lege fles terug. Ook zie je hier kleine kinderen al aan flessen lurken.

    Agressieve marketing

    Marcos Arana beziet dit al een tijdlang met zorg. Hij is arts en directeur van een opleidingscentrum om de gezondheidsvoorlichting aan de inheemse kleine boeren te verbeteren. Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van het moederbedrijf van Coca-Cola in april 2023 heeft hij het woord gevoerd namens een kritische vereniging van aandeelhouders. In zijn verklaring wenste hij de huidige CEO van de Coca-Cola Company, de Amerikaan James Quincey, een goede morgen, waarna hij een onderzoek naar borstvoeding aanhaalde waaruit blijkt dat een derde van de inheemse kinderen al Coca-Cola te drinken krijgt voordat ze één jaar oud zijn. In de hooglanden van Chiapas, waar in veel dorpen meer dan 40 procent van de volwassenen analfabeet is, dringt de agressieve marketing van het concern door tot in de privésfeer. Ze kunnen kleine leningen of commissies krijgen als ze via hun familienetwerk Coca-Cola verkopen. Ariana is ervan overtuigd dat de strategie lijkt op de praktijken van de georganiseerde drugshandel.

    Coca-Cola’s verovering van de bergdorpen begon in 1962, toen Salvador López Tuxum, een inheems dorpshoofd, de eerste vergunning verwierf om het in San Juan Chamula te verkopen Hij kwam te paard naar San Cristóbal om de flessen op te halen. In hetzelfde decennium doken de eerste reclameborden op met afbeeldingen van Coca-Cola drinkende inheemse mensen in traditionele kledij. Twee artsen uit de hooglanden vertellen ons dat ze zich nog kunnen herinneren dat in de dorpen gratis cola werd uitgedeeld. Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.

    Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.

    In de hooggelegen gemeente Chamula, waar we langskomen, heeft Coca-Cola bewust of onbewust een marketingstunt gepleegd. Daar werd de drankonderdeel van de religieuze rituelen van de plaatselijke bevolking, die zich Chamula’s noemt en tot de Maya-gemeenschap van de Tzotzil wordt gerekend. Het gebied werd in de zestiende eeuw door de Spanjaarden veroverd en met geweld gekerstend. In San Juan Chamula hebben de conquistadores een kerk gebouwd en Johannes de Doper tot beschermheilige uitgeroepen. Op iconen wordt hij vaak afgebeeld met een lam om zijn rol als voorloper van Christus te benadrukken. In het stadje lopen schapen vrij rond, ze worden niet gemolken of geslacht, omdat ze als heilige dieren worden gezien. Alleen hun wol wordt gebruikt om kleding te weven en hun mest voor de maïs- en groententeelt. Als een schaap doodgaat, wordt het begraven.

    Ook het autonoom bestuurde San Juan Chamula is een bijzondere plaats. Terwijl veel inheemse gemeentes in de deelstaat Chiapas zich zo goed mogelijk tegen de invloed van de georganiseerde misdaad verzetten, is hier de laatste paar jaar het eerste indigene kartel van Mexico ontstaan. De Motonetos controleren de handel in mensen, wapens, drugs en porno in het gebied. Usb-sticks met films waarop ook minderjarige inheemse vrouwen seksueel worden misbruikt, zijn in de straten van San Cristóbal te koop voor omgerekend zes euro. Tegelijkertijd verzetten ze zich uit alle macht tegen invloed van buiten. Veel Chamula’s weigeren naar het ziekenhuis te gaan. Baby’s worden met oude Mayakennis vaak thuis geboren. Als ze ziek zijn, vertrouwen inheemse bewoners op geneeskrachtige kruiden of de werking van rituelen.

    Voedsel voor de goden

    De Iglesia de San Juan Bautista ziet er van buiten net zo uit als talloze andere katholieke kerken in Mexico. Binnen is fotograferen verboden, waardoor menig toerist al een dag in de cel heeft doorgebracht. De Maya’s geloven dat camera’s de macht hebben hun ziel te stelen. Inmiddels lijkt het verbod onderdeel van een toeristisch concept, en tegelijkertijd moet het een zeer intieme ruimte beschermen. Binnen verlicht een zee van minstens tienduizend kaarsen het schip van de kerk. Ze staan op tafels langs de zijmuren voor de heiligenbeelden en op de met dennentakken belegde grond. Hun geur vermengt zich met de zoetige wierookwolken. De kaarsen verbruiken aan één stuk door de zuurstof uit de warme, zware lucht. Aan het plafond hangen lappen stof, kroonluchters en bossen bloemen. Vooraan bij het koor staat een beeld van Johannes de Doper.

    Overal op de grond zitten groepen inheemse mensen bij sjamanen die in het Tzotzil bezweringsformules mompelen. Uit meegebrachte tassen steken de koppen van kippen, die gehypnotiseerd lijken door de kaarsen, de dampen en de rook. Dan grijpt een van de genezers een kip, maakt er rondgaande bewegingen mee boven de brandende kaarsen en strijkt ermee over de persoon die van een spirituele ziekte moet worden genezen of wiens ziel van demonen moet worden bevrijd. Daarna laat hij de kip op de grond zakken, zet zijn voet op haar kop en breekt haar nek. Het dier wordt vastgehouden tot het niet meer fladdert. Deze offerhandeling wordt zo verheven en lucide uitgevoerd, dat het haast iets vredigs heeft. Binnen deze moeilijk te bevatten liturgie van rituelen ontdekken we Coca-Cola-flessen. De drank wordt op de grond rond de brandende kaarsen uitgegoten, maar ook in bekers aan alle deelnemers aan het ritueel geschonken. Wat heeft die hier te zoeken?

    Met de zegen van sjamanen werd alcohol in rituelen verruild voor frisdrank

    Agustín de la Cruz is de kerkopzichter en probeert het ons uit te leggen. Hij draagt een poncho van schapenvacht en heeft een slecht gebit, zoals veel mensen in Chamula. De la Cruz houdt van Coca-Cola, vroeger dronk hij tien flessen per dag. Maar hij kreeg maagpijn en moest vaak overgeven. Anders dan zijn vrouw heeft hij nooit diabetes gekregen.

    ‘Coca-Cola is voor ons niet heilig,’ zegt hij. ‘Ook dat verhaal over het boeren is onzin.’

    Water als handelswaar

    Van de heuvels rond Lima tot de drukke straten van Karachi is het beeld vergelijkbaar: waar de overheid tekortschiet en infrastructuur hapert, grijpen handelaren hun kans.
    In de sloppenwijken van Lima kost een emmer water vaak meer dan in de villa’s van de stad. Bewoners zonder aansluiting op het waterleidingnet zijn aangewezen op particuliere tankwagens die op onregelmatige tijden verschijnen en woekerprijzen rekenen, schrijft Le Monde in een indringende reportage. Terwijl de middenklasse onbeperkt de kraan kan opendraaien, betalen de armsten tot tien keer zoveel
    voor een basisbehoefte. Het contrast pijnlijk; ‘In een stad waar het recht op water formeel bestaat, druppelt de ongelijkheid dagelijks uit de kraan.’ Ook in Karachi wordt water tot handelswaar gemaakt, schrijft The Guardian. Daar beheerst een ‘watertankermaffia’ de distributie: corrupte netwerken die leidingwater aftappen en tegen hoge prijzen verkopen aan huishoudens zonder officiële aansluiting. Inwoners zijn afhankelijk van een illegaal systeem waarin schaarste een verdienmodel is geworden. ‘Wat in essentie een publieke voorziening moet zijn, verandert zo in een private markt waar burgers gegijzeld worden’, aldus de Britse krant.
    In Lima hebben bewoners zich verenigd in wijkcomités om samen water in te kopen en druk uit te oefenen op de overheid, terwijl internationale banken helpen bij de aanleg van nieuwe leidingen, wat veel tijd kost. In Karachi proberen activisten en media de watertankermaffia te ontmaskeren en belooft de lokale politiek hervormingen, maar corruptie en traag bestuur blijven het systeem verlammen.

    Op internet staan talloze berichten over deze kerk. Reisjournalisten en bloggers schrijven herhaaldelijk dat de inheemse bevolking cola drinkt om door te boeren boze geesten uit hun lichaam te verdrijven. ‘Soms spellen buitenlandse gidsen je dat op de mouw om hun verhalen interessanter te maken. En toeristen geloven alles,’ zegt De la Cruz.

    Eeuwenlang hebben in Chiapas spanningen geheerst tussen de katholieke veroveraars en de inheemse bevolking, wier religieuze praktijken zijn gebaseerd op spirituele ideeën over het geloof en op magie. Steeds weer moesten er compromissen worden gesloten die uiteindelijk leidden tot dit unieke syncretisme. Vroeger werd bij de rituelen pox gedronken, een sterke drank gemaakt uit suikerriet, tarwe en maïs. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen evangelische groeperingen uit de VS en Engeland naar het hoogland om de Maya-gemeenschappen te bekeren en er sociaal werk op te zetten. Ze maakten de inheemse bevolking duidelijk dat alcohol ongezond en satanisch is en dronkenschap in de kerk ongepast. Zo vond met de zegen van de sjamanen aanvankelijk plaatselijke limonade haar weg in de rituelen. Niet koolzuur was doorslaggevend, maar de zoetige geur van de drank die als voedsel voor de goden diende, zegt De la Cruz. En zo maakte de interventie van een paar missionarissen voor Coca-Cola de weg vrij naar de inheemse geloofspraktijk.

    In de jaren zeventig braken er conflicten uit tussen religieuze groeperingen en werden duizenden protestantse inheemse bewoners met geweld verdreven uit plaatsen als San Juan Chamula, ook omdat de katholieke leiders niet wilden afzien van hun inkomsten uit de verkoop van alcohol en Coca-Cola. En zo valt er nu in de supermarkten van Chamula een soort tweede syncretisme te bewonderen. Kleuren en logo hebben de winkels schaamteloos gejat van de Oxxofilialen van Coca-Cola-bottelaar FEMSA, net als hun naam: Osso. Binnen is er Coca-Cola. En zelfgestookte suikerrietbrandewijn.

    247 Coca Cola distributeur
    San Juan Chamula is een traditioneel dorp met een grote inheemse populatie. Coca-Cola is er integraal onderdeel van de lokale cultuur. – © Getty Images

    ‘Pas toen Coca-Cola onderdeel was geworden van de rituelen kreeg de drank zijn maatschappelijke status. Sindsdien wordt het bij elke gelegenheid gedronken, ook bij religieuze en politieke evenementen als bruiloften,’ zegt Jaime Page. Wanneer we via Zoom met de arts, antropoloog en promotor van Cecilia Acero spreken, is hij net uit een van de bergdorpen terug in San Cristóbal. Page is niet alleen expert op het gebied van de inheemse cultuur, hij heeft hen ook herhaaldelijk ondervraagd over hun drinkgedrag. In een van zijn onderzoeken werd voor het eerst het cijfer van 2,25 liter frisdrank per persoon per dag in de hooglanden van Chiapas genoemd. Hier wordt het even spannend: Page zegt het cijfer van de website van Coca-Cola FEMSA te hebben, waar het later weer van is verwijderd.

    De drankenproducent bestrijdt dat. Na wat heen en weer gepraat kunnen we een afspraak maken met twee pr-dames in een restaurant in Mexico-Stad. Uit dit gesprek – waarbij we kip met mole poblano (een chocolade-chilisaus) eten en cola drinken – mogen we niet citeren, maar achteraf sturen ze ons een ver- klaring waarin ze zich baseren op een overheidsstatistiek waaruit zou blijken dat per huishouden 420 peso aan drank, waaronder alcohol, wordt uitgegeven. Volgens dezelfde statistiek bedraagt de consumptie van frisdrank per hoofd van de bevolking 1,8 liter. Niet per dag, maar per maand. Dit ten hemel schreiende verschil strookt niet met onze indrukken ter plaatse en ook niet met een persbericht van Coca-Cola FEMSA van november 2023. Daarin verkondigde het bedrijf dat het zijn omzet in Latijns-Amerika, waarvan het de helft in Mexico realiseert, sinds de beursgang in 1993 vervijftienvoudigd had. De koers van het aandeel is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld.

    Verbod op scholen

    Het getal dat Jaime Page noemt, is daarentegen ook op websites van de overheid gepubliceerd, wat in elk geval een teken is dat de invloed van frisdrank op de gezondheidscrisis in het land op de politieke agenda is gekomen. Toen het aantal diabetesdoden in 2016 voor het eerst de grens van 100.000 overschreed, riep de regering de nationale noodtoestand uit. Twee jaar eerder had zij al een belasting op suikerhoudende dranken ingevoerd van 5 cent per liter; in vergelijking met Chili of Engeland relatief laag, omdat de Coca-Cola Company voor Mexico onderzoek had medegefinancierd waarin de effectiviteit van een belasting en de invloed van frisdrank op obesitas in twijfel werd getrokken. In tegenstelling tot wat wetenschappers dringend adviseerden, worden de belastinginkomsten niet voor preventieve zorg gebruikt.

    Het was dan ook een verrassing toen de huidige president Claudia Sheinbaum na haar aantreden politieke veranderingen aankondigde. Ze verklaarde dat de toegang tot water een van de topprioriteiten van haar presidentschap zou worden en kwam met een nationaal waterplan, waarvan ook een herziening van alle concessies voor particuliere bedrijven deel uitmaakt. Coca-Cola FEMSA probeert momenteel een internationaal gerespecteerd certificaat voor verantwoord watergebruik voor de bottelarij in San Cristóbal te krijgen.

    ‘Que me vas a hacer, Claudia’: Wat maak je me nou, Claudia

    In april 2025 is een verbod op de verkoop van frisdrank en snoep op scholen van kracht geworden. Wel 40 procent van de kinderen en jongeren in Mexico wordt inmiddels als obees beschouwd, waarmee ze de diabetespatiënten van morgen zijn. Coca-Cola heeft zijn suikerhoudende dranken al uit basisscholen weggehaald. Wellicht is een verkooppunt daar ook helemaal niet meer nodig. In een TikTok-video die met 1,4 miljoen likes viraal ging, is een twaalfjarige scholier ergens in Mexico te zien die van een literfles Coca-Cola geniet. In de zijvakken van zijn rugzak heeft hij nog twee van die flessen. ‘Que me vas a hacer, Claudia’ is in de video te lezen: Wat maak je me nou, Claudia (de president).

    ‘De mensen willen gewoon Coca-Cola drinken,’ zegt ook Jaime Page, die denkt dat Sheinbaum daar niet veel aan zal veranderen. In de zinnen die hij in de camera van zijn computer spreekt, klinkt bittere woede door: ‘Soms denk ik dat we te maken hebben met een etnocidale politiek. Het is blijkbaar beter wanneer de inheemse bevolking sterft.’

    Zo ver gaat Cecilia Acero niet. ‘Ik ben behoorlijk kwaad op Coca-Cola. Maar niemand houdt je een pistool tegen je hoofd om dat spul te drinken,’ zegt ze. Sinds haar vader diabetes kreeg, drinkt Acero bijna geen Coca-Cola meer. Toen ze het op een warme dag aangeboden kreeg, nam ze een slok en vond het best verfrissend. Eén keer per jaar, op de traditionele Día de Muertos (Allerzielen), versieren de mensen in San Cristóbal, net als overal in Mexico, hun familiealtaren op begraafplaatsen of thuis met kaarsen en bloemen. Ze brengen dan voor de doden dingen mee waar die tijdens hun leven van hielden. Dus koopt Cecilia Acero dan een fles Coca-Cola om op het graf van haar vader te zetten.

    INHOUD VAN DRANKEN (per 200 ml)

    Kraanwater:
    0 kcal
    Calcium: 14 mg
    Magnesium: 3 mg
    Natrium: 2 mg
    Kalium: minder dan 1 mg
    Chloride: 2 mg

    Vruchtensap:
    88 kcal
    Suiker: 20 g
    Vit. B1: 0,02 mg
    Vit. B3: 0,28 mg
    Vit. B6: 0,05 mg
    Vit. C: 20 mg
    Bètacaroteen: 0,2 mg
    Kalium: 300 mg
    Fosfor: 30 mg
    Magnesium: 20 mg

    Energiedrank:
    Suiker: 21,6 g
    Cafeïne: 80 mg
    Vit. B3: 1,6–8 mg
    Vit. B6: 0,25 mg
    Vit. B12: 0,5 μg
    Natrium: 127 mg
    Chloride: 180 mg

    Cola:
    Suiker: 21 g
    Cafeïne: 20 mg
    Fosfor: 20 mg

    Vitaminewater:
    8,25 kcal
    Suiker: 6 g
    Vit. C: 40 mg
    Vit. B12: 0,2 μg

    IJsthee:
    Suiker: 15 g
    Cafeïne: 6 mg
    Vit. B3: 0,9 mg
    Vit. B6: 0,1 mg
    Calcium: 10 mg

    Koffie:
    4 kcal
    Eiwit: 0,2 g
    Kalium: 96 mg
    Magnesium: 6 mg
    Fosfor: 2 mg
    Chloride: 2,6 mg
    Cafeïne: 90 mg

    VAN GEZOND NAAR ONGEZOND

    1. Kraanwater: geen calorieën, geen suiker, mineralen.
    2. Koffie: positieve effecten, maar let op cafeïne.
    3. Thee/ijsthee zonder suiker. (Industriële ijsthee minder goed.)
    4. Vruchtensap: veel vitaminen, maar ook veel suiker.
    5. Cola en energiedranken: veel suiker, veel risico’s.

  • VK: veel hogere concentraties pesticide toegestaan op voedsel sinds Brexit

    VK: veel hogere concentraties pesticide toegestaan op voedsel sinds Brexit

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: aarde in het verre verleden warmer dan gedacht

    » Wetenschappers roepen op tot ‘wereldwijde actie’ tegen microplastics

    Regels voor pesticidegebruik zijn versoepeld

    De hoeveelheid residu van bestrijdingsmiddelen die is toegestaan op tal van soorten voedsel in Engeland, Wales en Schotland is sinds Brexit explosief gestegen, zo blijkt uit een analyse Pesticides Action Network UK (Pan UK). Veranderingen in de regelgeving in Groot-Brittannië betekenen dat meer dan 100 producten die in de winkel liggen nu meer pesticiden mogen bevatten – de levensmiddelen variëren van aardappelen tot uien, druiven tot avocado’s en koffie tot rijst, aldus The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Voor thee werd de maximale residulimiet (MRL) verhoogd met een factor vierduizend voor zowel het insecticide chlorantraniliprole als het fungicide boscalid. Voor de controversiële onkruidverdelger glyfosaat, door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geclassificeerd als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’, werd de MRL voor bonen 7,5 keer verhoogd.

    De veranderingen vonden plaats tussen 2022 en 2024 onder de vorige conservatieve regering en vervingen strengere pesticidewetgeving van de EU. In tegenstelling tot Groot-Brittannië heeft de EU de MRL’s voor de bestrijdingsmiddelen niet afgezwakt en in sommige gevallen zelfs strenger gemaakt. Actievoerders riepen de Labourregering op om de veranderingen terug te draaien.

  • Hoeveel potentie heeft slangenvlees?

    Hoeveel potentie heeft slangenvlees?

    Als het gaat om het efficiënt en duurzaam omzetten van voer in vlees, komen slangen als beste uit de bus. Dit betekent echter niet dat slangenvlees inherent duurzamer is.

    Welk soort vlees is het duurzaamst? Volgens bioloog Daniel Natusch van internationaal adviesbureau EPIC Biodiversity zou dat weleens pythonvlees kunnen zijn. Uit onderzoek van Natusch en zijn collega’s blijkt namelijk dat slangen voer heel efficiënt omzetten in vlees. Ze publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports. Al heel lang worden slangen op kleine schaal gekweekt voor de productie van speciale producten zoals gif. Pas sinds kort zijn boeren begonnen om de dieren ook te kweken voor hun vlees. Het team van Natusch deed onderzoek naar zulke slangenboerderijen in Thailand en Vietnam. De onderzoekers maten gedurende een jaar de groei van bijna vijfduizend netpythons (Malayopython reticulatus) en donkere tijgerpythons (Python bivittatus). Ook verzamelden ze gegevens over wat de slangen aten en hun karkasgewicht. Het karkasgewicht is het lichaamsgewicht zonder de huid, interne organen, kop en staart. De resultaten vergeleken ze vervolgens met bestaande gegevens over andere veedieren.

    Carnivoren

    Het drooggewicht van het voer dat de pythons kregen, bleek 1,2 keer dat van het aangeklede karkas. Dat getal is 1,5 voor zalm, 2,1 voor krekels, 2,8 voor gevogelte, 6 voor varkens en 10 voor koeien. Het drooggewicht van het eiwit dat de kwekers aan de slangen voerden, was 2,4 keer dat van een slangenkarkas, vergeleken met 3 voor zalm, 10 voor krekels, 21 voor gevogelte, 38 voor varkens en 83 voor rundvlees. Als het gaat om de efficiëntie van het omzetten van voer in vlees, komen slangen dus als beste uit de bus, zegt Natusch. ‘Geen enkele andere diersoort die tot nu toe is onderzocht, heeft hetzelfde productietempo als pythons.’ Het is erg ingewikkeld om te berekenen hoeveel voer wordt omgezet in vlees, zegt voedselonderzoeker Kajsa Resare Sahlin van de Universiteit van Stockholm in Zweden. We moeten ook rekening houden met de soorten eiwitten die de dieren eten en waar die vandaan komen, zegt ze. De vergelijking in het onderzoek van Natusch en zijn collega’s houdt bijvoorbeeld geen rekening met het feit dat slangen carnivoren zijn. Ze eten dieren die planten eten, terwijl andere boerderijdieren vooral planten eten. Als de onderzoekers zouden berekenen hoeveel plantenmassa er in totaal nodig is om een kilogram karkas te groeien, dan blijken slangen misschien niet zo efficiënt.

    Afvalvlees

    Maar wat slangenvlees duurzaam maakt, is niet de efficiëntie van de voedselomzetting, maar het feit dat de slangen gevoed worden met afvalvlees, zegt Natusch. We kunnen van gevangen knaagdieren en doodgeboren varkens worsten maken om aan de slangen te voeren, zegt hij. ‘Dat is veel duurzamer dan het voeren van vee met plantaardige eiwitten die we oogsten uit een monocultuur op plekken waar ooit een natuurlijke habitat was.’ Daarom denkt Natusch dat slangenvlees ook duurzamer is dan veel plantaardig voedsel. ‘Voor de veganisten onder ons: waarschijnlijk lijden er meer dieren door het jaarlijks zaaien van gewassen, dan door het voeren van een python’, zegt hij. Het zou heel efficiënt zijn om slangen te voeren met afval, zegt ook Resare Sahlin. Maar het kan ook afhangen van de soorten knaagdieren die in het slangenvoedsel zitten. ‘Op de korte termijn kan het gunstig zijn om ratten te gebruiken’, zegt ze. ‘Maar als hieromheen een hele voedingsindustrie ontwikkelt, dan geeft dit perverse prikkels om ‘rattenproblemen’ in stand te houden. De gevolgen voor lokale gemeenschappen kunnen dan enorm zijn’, zegt ze.

    Voedselzekerheid

    Natusch voert nog twee andere argumenten aan ten gunste van de slangenkweek. Het eerste is voedselzekerheid. Veel slangen in het onderzoek aten gedurende lange perioden, van tot wel 127 dagen, helemaal niets. Daarbij verloren ze hooguit een paar procentpunten aan lichaamsmassa. Dit betekent dat boeren weken of maanden kunnen stoppen met het voeren van hun slangen wanneer de distributieketens plotseling stilvallen, zegt Natusch. De coronapandemie was daarvan een voorbeeld, zegt hij. ‘Boerderijen konden hun varkens niet verkopen en het was te duur om ze te blijven voeren. Dus moesten de boeren hun varkens tragisch genoeg laten euthanaseren en composteren. Wat als ze nu pythons kweekten? dachten we toen.’ Ten tweede denkt Natusch dat het houden van slangen ethischer is dan het houden van vogels of zoogdieren. Pythons hebben niet dezelfde cognitieve capaciteiten en kiezen ervoor om inactief te blijven in kleine afgesloten ruimtes als ze geen voedsel hoeven te vinden, zegt hij. Qua smaak lijkt pythonvlees in ieder geval erg op kip, zegt Natusch. ‘Ik heb het gegeten in curry’s, op de barbecue, als satéspiesjes en als gedroogde reepjes. Als je het goed bereidt, dan is het geweldig.’

  • Het Verenigd Koninkrijk wordt het eerste Europese land dat kweekvlees goedkeurt

    Het Verenigd Koninkrijk wordt het eerste Europese land dat kweekvlees goedkeurt

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse dokters schrijven patiënten museumbezoek voor

    » Colombia heeft handen vol aan nijlpaarden van Pablo Escobar

    Kweekvlees is vooralsnog alleen beschikbaar voor huisdieren

    Het Verenigd Koninkrijk wordt het eerste land in Europa dat ‘in het laboratorium gekweekt’ vlees op de markt brengt, nadat voedselautoriteiten toestemming gaven voor het gebruik van uit dierlijke cellen gekweekte kip in diervoeding. Dat bericht Financial Times. De Britse voedselstart-up Meatly wil dit jaar nog beginnen met de verkoop van gekweekte kip aan fabrikanten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De CEO en medeoprichter van Meatly, Owen Ensor, zei tegen de Britse zakenkrant dat het verkrijgen van goedkeuring in het VK mogelijk was dankzij Brexit, waardoor het mogelijk was om af te wijken van EU-regelgeving. In tegenstelling tot plantaardige vleesvervangers die worden gemaakt van soja- of erwteneiwit, wordt kweekvlees gemaakt van dierlijke cellen die in vaten worden gekweekt. Het Verenigd Koninkrijk moet de producten nog goedkeuren voor menselijke consumptie, maar Israël, Singapore en de VS hebben dat al gedaan. De EU wil kweekvlees voorlopig nog niet toestaan, onder andere Italië onder leiding van Giorgia Meloni verzet zich fel tegen in het laboratorium gekweekte vleesproducten.

  • Denemarken weert pikante noedels uit Zuid-Korea

    Denemarken weert pikante noedels uit Zuid-Korea

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Klimaatopwarming maakt schimmelinfecties nog gevaarlijker voor mensen

    » ‘Schietgrage’ parlementsleden in Kenia baren zorgen

    De pittigheid van de noedels zou een risico vormen

    De consternatie is groot in Zuid-Korea: de Deense autoriteiten hebben drie soorten instantnoedels van het Koreaanse merk Samyang uit de handel genomen, schrijft The Korea Times. Het gaat om verschillende varianten van Buldak Spicy Noodles. De reden: ze zijn te pittig. Fodevarestyrelsen, de Deense voedsel- en warenautoriteit, besloot de producten te weren uit de Deense schappen vanwege het ‘risico op acute vergiftiging door een hoog gehalte capsaïcine in de producten’. In Nederland zijn de producten nog wel beschikbaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Capsaïcine is de chemische verbinding in pepers die het branderige gevoel in de mond veroorzaakt. ‘[De stof] kan gevaarlijk zijn in grote hoeveelheden omdat het nadelige gezondheidseffecten kan hebben, zoals misselijkheid, overgeven, buikpijn en diarree’, aldus de Koreaanse nieuwssite. De Buldak Spicy Noodles-lijn krijgt internationaal veel aandacht sinds op YouTube, TikTok en andere sociale media de zogenoemde ’Spicy Noodle Challenge’ rondgaat, waarbij mensen worden uitgedaagd om de extreem pittige noedels te eten.

  • Hoe een traditioneel Japans mannengerecht uiteindelijk op het vrouwenmenu belandde

    Hoe een traditioneel Japans mannengerecht uiteindelijk op het vrouwenmenu belandde

    Tenzij ze vergezeld waren door een vriend of echtgenoot, was het sociaal gezien riskant voor vrouwen om een kom ramen te eten. De traditioneel slechts door mannen geslurpte noedelsoep maakt nu plaats voor een ‘vrouwvriendelijke’ versie.

    Ramen, een stevige noedelsoep, is een van de bekendste gerechten uit de Japanse keuken. In het land zelf heeft ramen vooral sterke connotaties met mannelijkheid. Traditioneel waren het dan ook meestal mannen die emotionele waarde hechten aan hun favoriete ramenrestaurantjes en niet vrouwen. Nu komt daar verandering in dankzij de opmars van een nieuwe cultuur: ‘meisjesramen’.

    Sinds de jaren zestig, toen ramen fungeerde als een tandwiel in de motor van de alsmaar groeiende Japanse economie, stond de soep bekend als mannenvoer: een bron van vreugde die toegang bood tot het zwaarbewaakte heiligdom der mannelijkheid. 

    De meeste mannen betraden een ramenrestaurant in hun eentje, namen plaats aan de bar en praatten daar met niemand. Voor de gezelligheid of de sfeer kwamen ze er niet. 

    Spoel door naar 2023, het jaar waarin op sociale media een wereldwijde trend genaamd het ‘meisjesdiner’ verscheen. Een typisch meisjesdiner, het geesteskind van een Amerikaanse ­TikTok-influencer genaamd Olivia Maher, is in feite een visueel aantrekkelijk charcuteriebord: een assortiment van snacks, meestal brood en kaas, samengesteld om kookwerk te vermijden. Het meisjesdiner of girl dinner volgt echter in de voetsporen van girl ramen, een internettrend die in 2015 ontstond toen het eerste Ramen Girls Festival werd gehouden in de Japanse stad Yokohama.

    De blogger hoopt dat Japanse vrouwen hun heimelijke ramenobsessie in de toekomst makkelijker durven te openbaren

    Het festival werd georganiseerd door Satoko Morimoto, een populaire voedselblogger met een voorliefde voor ramen, die naar eigen zeggen meer dan zeshonderd kommen per jaar verorbert. In Japan spoort Morimoto jonge vrouwen aan om de beste ramenrestaurants op te zoeken en zich daar tussen de voornamelijk mannelijke klanten te begeven. De blogger hoopt dat Japanse vrouwen hun heimelijke ramenobsessie in de toekomst makkelijker durven te openbaren. 

    Op het eerste Ramen Girls Festival serveerden chefs van beide geslachten dampende kommen aan zowel vrouwelijke liefhebbers als het handjevol mannen dat de in roze tinten versierde ingang van het evenement durfde te trotseren. Tijdens de coronapandemie sloot het festival zich noodgedwongen aan bij de jaarlijkse Ramen Expo, een nóg groter ramenevenement. In 2024 zal het festival zoals voorheen waarschijnlijk weer apart plaatsvinden. 

    Mannen in Japan

    Het valt niet mee om man te zijn in Japan, zeggen mannen. Al jarenlang heeft het land te kampen met het probleem dat mannen vrouwen seksueel betasten, vooral in het openbaar vervoer. Volgens schattingen wordt een op de drie vrouwen in Japan wel een keer in haar leven het slachtoffer van seksuele betasting. Het gevolg is dat het wangedrag van sommige mannen afstraalt op de reputatie van mannen in het algemeen. Op die manier ontstaat het beeld van de vrouw als het eeuwige slachtoffer en van de man als het seksuele roofdier.

    De ernst van het probleem wordt vooral duidelijk op een video waarop te zien is hoe een vrouw in een trein in slaap valt en met haar hoofd tegen de schouder van de man naast haar aanleunt. Als de man voorzichtig haar hoofd probeert te verplaatsen, wordt ze wakker en beschuldigt ze hem van aanranding. De andere passagiers vallen haar bij, want – zo is de achterliggende gedachte – het zijn altijd de mannen die het gedaan hebben. In 2000 werden ‘women only’-wagons ingevoerd, maar nu vragen ook mannen om een eigen treinwagon, uit angst het slachtoffer te worden van valse aantijgingen.

    Nikkei Asia

    Wat onderscheidt meisjesramen van traditionele, op mannen gerichte ramen? Ten eerste moeten ramenrestaurants vrouwelijke behoeftes begrijpen en daarop inspelen. Dit betekent frisse en hygiënische interieurs, schone toiletten, eikenhouten tafels en sfeervolle jazzmuziek op de luidsprekers. Bovendien moet de noedelsoep wat minder zwaar op de maag liggen dan de traditionele soort en moeten er glutenvrije opties op het menu verschijnen. Groenten en vleeswaren moeten bij biologische boerderijen worden ingekocht en de porties moeten kleiner worden om te voorkomen dat de vrouwelijke klant zich overeet. 

    Bovenal moeten vrouwen zich welkom voelen in ramenrestaurants. In de traditionele ramencultuur konden mannen zo luid slurpen als ze wilden, terwijl vrouwen zich aan aparte, striktere regels moesten houden. In zekere zin viel een vrouw in een ramenrestaurant meer op dan een vrouw in een bar of nachtclub. Al slurpende gaf zij zichzelf aan de wereld bloot. Tenzij ze vergezeld werd door een vriend of echtgenoot was een kom ramen eten sociaal gezien riskant. 

    Sociaal schadelijk

    ‘Ramen eten kan sociaal schadelijk zijn,’ zegt Miyako Kuzushiro, een kantoorwerker uit Tokio die van ramen houdt maar daar niet graag openlijk voor uitkomt. ‘Je moet nooit ramen eten op een eerste date. Zelfs niet op een derde. Je moet namelijk eerst weten dat je date je niet zal veroordelen omdat je van ramen houdt en de relatie daarna zal willen voortzetten.’

    Voor veel vrouwen levert ramen eten meer stress op dan culinair plezier. Het gerecht werd dan ook decennialang toegesneden op mannen, van de bouillon – meestal bestaande uit dierlijk vet, varkensingewanden en een klodder MSG – tot de grote, voor mannelijke handen ontworpen kommen. De soep neigde extra heet te zijn, omdat Japanse mannen daarvan hielden. Vrouwen niet zo; de opstijgende stoom was funest voor hun make-up.

    Er stonden bakjes knoflooktenen op tafel. Geweldig voor mannelijke knoflookliefhebbers, maar geen optie voor vrouwen, die de sterke geur na de lunchpauze niet wilden terugbrengen naar kantoor. Posters van bikinimodellen bedekten de muren en versleten pornobladen gluurden over de randen van krantenrekken. Er waren geen servetten en meestal was er slechts één donker en krap toilet.

    Wanneer een vrouw zin heeft in ramen (het overkomt de beste onder ons) ging ze naar de supermarkt en kocht ze een Cup Noodle-beker: een van de briljantste uitvindingen van de Japanse samenleving, met dank aan de Nissin Foods Group, die deze creatie in 1971 op de markt bracht. Dankzij Cup Noodle en de diverse smaken die op den duur in de schappen verschenen, konden generaties vrouwen ten minste slurpen in de vrijheid van hun eigen huis, waar niemand ze lastigviel.

    Kortere noedels zorgden voor makkelijkere verorbering en minder geslurp

    Toch duurde het even voor Nissin met een product kwam dat specifiek op vrouwen gericht was. Cup Noodle Light verscheen in 2008 en richtte zich op stedelijke, gezondheidsbewuste vrouwen die hun noedelbehoefte wilden bevredigen zonder het stigma van gewichtstoename. De originele Cup Noodle bevatte 335 calorieën. Cup Noodle Light bevatte er slechts 198. Zeven jaar later deed Nissin er nog een schepje bovenop met Cup Noodle Light Plus. Ook 198 calorieën, maar met ­chique smaken zoals ratatouille, bagna cauda en kreeftenbisque.

    Kortere noedels zorgden voor makkelijkere verorbering en minder geslurp. Met esthetische verpakkingen en bourgondische smaakvolheid had Light Plus het vrouwelijke marktaandeel te pakken: meer dan 70 procent van de mensen die het product in huis haalden, was vrouw.

    In 2021 haalde Nissin Light Plus plotseling van de schappen. Ervoor in de plaats kwam een nieuw product: Cup Noodle Pro, een glutenvrij en suikerarm product gericht op sportieve en gezondheidsbewuste urban professionals van beide geslachten. De lancering van Cup Noodle Pro symboliseerde de verbreking van genderstereotypen. Het was een erkenning dat moderne Japanners noedels willen die aansluiten op hun dieetbehoeften. Online enquêtes tonen echter aan dat vrouwen nu een nieuw lievelingsproduct hebben: Cup Noodle Seafood. Zeevruchten zijn niet slankmakend (het product bevat maar liefst 340 calorieën), maar de gemeenschap van vrouwelijke ramenliefhebbers is eruit: dit is momenteel hun favoriete smaak.

    Dit alles geeft aan dat Japanse vrouwen eindelijk in staat zijn om zelf hun verhouding tot ramen te bepalen. Of ze nu naar restaurants gaan om hun noedelbehoefte te bevredigen of zich liever binnenshuis op de bank terugtrekken met een portie Cup Noodle, de deuren van de ramenwereld zijn eindelijk geopend. 

    ‘Het is tijd dat we allemaal genieten,’ zegt Kuzushiro. ‘Zorg er alleen wel voor dat je mascara en foundation waterproof zijn.’ 

  • Grootste krimpflatieschandaal aller tijden: ‘Er zit nog maar een snufje vulling tussen de Oreo’

    Grootste krimpflatieschandaal aller tijden: ‘Er zit nog maar een snufje vulling tussen de Oreo’

    Liefhebbers van het best verkopende koekje ter wereld slaan alarm: de originele Oreo’s bevatten beduidend minder vulling dan vroeger. Consumenten klagen steeds vaker dat er met hun favoriete producten wordt gesjoemeld.

    Al jarenlang sluit Shane Ransonet zijn dag steevast af met een paar Oreo’s gedoopt in melk. Shane Ransonet, een vertegenwoordiger in mineraalwater in New Iberia, Louisiana, keek raar op toen hij een paar maanden geleden een doos Oreo’s opentrok en gewoontegetrouw zijn vork in de crèmevulling van een koekje prikte om het in een glas melk te dopen. Het koekje brak in tweeën. Ransonet (47) liet het aan zijn vrouw Christine zien. Bij alle Oreo’s in de doos zat er maar een flinterdun laagje vulling tussen de twee koekjes, zegt hij. Veel minder dan de flinke dot crème die hij gewend was. Productiefoutje, dachten ze. Tot ze dit najaar de Double Stuf Oreo’s eens uitprobeerden, die Shane vroeger nooit lustte omdat daar te veel crème in zat. Hij zag het meteen: ‘Ja hoor, dat is de normale Oreo,’ zei hij tegen zijn vrouw.

    Ransonet is slechts een van de vele Oreo-liefhebbers die zich de laatste jaren opwinden over wat weleens het grootste krimpflatieschandaal tot nu toe kan zijn: dat de originele Oreo’s beduidend minder vulling bevatten dan vroeger, en dat in Double Stuf Oreo’s niet de dubbele hoeveelheid zit, maar precies de normale hoeveelheid van de gewone Oreo’s van vroeger. Volgens sommigen komt de vulling niet eens meer tot de rand. Anderen klagen dat de Oreo’s totaal niet meer lijken op de van crème uitpuilende koekjes die op de verpakking zijn afgebeeld.

    De Oreo, een product van snoepgigant Mondelez, heeft een trouwe schare liefhebbers en is een eeuw na zijn ontstaan het best verkopende koekje ter wereld. Maar uit wantrouwen over vermeende subtiele wijzigingen in de samenstelling maken sommigen zich nu boos over wat zij zien als een koekjescomplot en proberen ze uit te vinden hoe het precies zit. Ze zetten filmpjes online waarin ze de twee helften van elkaar trekken om te demonstreren hoe weinig vulling er te zien is. Sommigen zeggen over te stappen op de concurrent, Hydrox.

    Verbetering

    Beverly Cooper (60) uit Lincoln in Nebraska zegt dat zij en haar man de laatste tijd al veel hebben meegemaakt op het gebied van veranderingen in favoriete producten, van ontbijtgranen tot ijs. Maar toen ze vorige maand ook nog merkten dat er in hun Double Stuf Oreo’s minder vulling zat dan normaal, was dat wel het toppunt. ‘Het is een teken des tijds,’ zegt Cooper. ‘Zo gaat dat tegenwoordig.’ Op r/shrinkflation, een Reddit-forum over krimpflatie met ruim honderdduizend leden, wordt door Oreo-liefhebbers druk gediscussieerd over het slinken van de crèmelaag in hun favoriete koekje en wanneer dat is begonnen. ‘Er zit nog maar een snufje vulling tussen.’ ‘Doos gekocht. STUK VOOR STUK zo weinig vulling. Ik heb zelfs mijn moeder gebeld om mijn beklag te doen want ik moest het even kwijt.’ (‘Gelijk heb je, man, gooi het eruit,’ was een van de reacties.)

    Fabrikant Mondelez heeft naar eigen zeggen de afgelopen jaren verschillende strategieën ingezet om de kostenstijging van ingrediënten als cacao en suiker te ondervangen, zoals het verhogen van de prijs en het verlagen van kortingen en van het aantal koekjes per doos. Maar volgens het bedrijf zijn er geen grote veranderingen doorgevoerd in de koekjes zelf, al zijn suggesties voor verbetering altijd welkom. ‘We zouden onszelf in de vingers snijden als we aan de kwaliteit gingen tornen,’ zegt topman Dirk Van de Put. Volgens hem werkt Mondelez continu aan de verbetering van de koekjes, en is de hoeveelheid crèmevulling nooit veranderd. Hij zegt dat ze de productkwaliteit nauwlettend controleren en geen significante hoeveelheid klachten over de vulling hebben gekregen, en dat het ook niet te merken is aan hun jaaromzet van 4 miljard dollar (met een jaarlijkse verkoop van zo’n 40 miljard koekjes in honderd landen).

    In de 111 jaar dat de Oreo nu bestaat, heeft het koekje diverse veranderingen ondergaan. In de jaren negentig werd door Nabisco (inmiddels een dochter van Mondelez) het varkensvet vervangen door plantaardige olie, zodat het koekje koosjer werd. En begin deze eeuw haalde Nabisco (destijds eigendom van Kraft Foods) de transvetten eruit, wat een verandering vergde in de receptuur van de crèmevulling. Volgens Lynn Dornblaser, hoofd Innovatie en Kennis bij het marktonderzoeksbureau Mintel, zijn bij een onderzoek naar gewone en Double Stuf Oreo’s sinds 2004 geen veranderingen aangetroffen in de informatie over ingrediënten en voedingswaarden die op de verpakking staat vermeld. Ze denkt dat de klachten van consumenten een gevolg kunnen zijn van productieproblemen in sommige fabrieken en wijst erop dat in een product met zo’n specifieke signatuur als Oreo’s de kleinste afwijking door liefhebbers al snel wordt opgemerkt.

    Bij een steekproef in Chicago afgelopen november bleken de koekjes in een pak gewone Oreo’s wisselende hoeveelheden crèmevulling te bevatten. Sommige Double Stuf-koekjes waren net zo dik als de dikste gewone Oreo, maar de vulling kwam dan wel bijna tot de rand. Er is al eerder geprobeerd om het raadsel van de vulling van Oreo’s op te lossen. In 2013 heeft een wiskundeleraar op een middelbare school in New York samen met zijn klas geprobeerd te meten hoeveel vulling er tussen de koekjes zat bij gewone, Double Stuf en Mega Stuf Oreo’s. Volgens de metingen van zijn leerlingen maakten de Double Stuf Oreo’s hun belofte van een dubbele hoeveelheid vulling niet waar, want ze bevatten maar 1,86 zoveel crème als een gewone Oreo.

    Sluipenderwijs

    Volgens analisten en marketingexperts is het vaak een kwestie van perceptie en is het wantrouwen jegens grote bedrijven gegroeid omdat consumenten tegenwoordig bijna overal merken dat ze meer betalen voor minder. In veel gevallen zijn die prijsstijgingen sluipenderwijs doorgevoerd, en dat wekt argwaan, zeggen analisten. Volgens Nicholas Fereday, senior analist Consumer Foods bij de Rabobank, worden consumenten vooral fel als ze, al dan niet terecht, vermoeden dat er aan een iconisch merk is gemorreld. ‘Dan wordt een grens overschreden,’ zegt hij. Mondelez heeft consumenten al eerder in de gordijnen gejaagd met kleine productwijzigingen. Liefhebbers van Toblerone stonden in 2016 op hun achterste benen toen het bedrijf in Groot-Brittannië de afstand tussen de karakteristieke driehoekjes vergrootte om de chocoladereep lichter te maken. De fabrikant weet het aan de prijsstijging van ingrediënten, maar draaide de verandering twee jaar later toch terug. Enkele jaren geleden kwamen er Oreo’s in duoverpakking op de markt: minder koekjes per verpakking en dus een lagere prijs, maar een hogere marge.

    David DiLena (44), een natuurkundige in Maine die aan de recycling van helium werkt, schrok toen hij dit najaar zag hoe weinig vulling er in zijn Double Stuf Oreo’s zat. Maar in het filmpje dat hij ervan op Facebook zette, liet hij ruimte voor discussie: hij drukte de twee helften van het koekje tegen elkaar tot de vulling zich over de hele breedte had verspreid in een laagje dat niet dikker was dan de koekjes zelf. ‘Stelling: een Double Stuf Oreo is een normale Oreo,’ schreef hij erbij. ‘Oordeel zelf.’

    In juni kocht Brandon Grunther, de maker van een podcast over professioneel worstelen, op Long Island in New Jersey een doos Double Stuf Oreo’s en dacht dat hij gek geworden was. Bij de eerste hap merkte hij al dat er minder vulling in zat en dat de koekjes ook kleiner waren dan in zijn herinnering. Hij beschreef zijn ervaring op Twitter, dat nu X wordt genoemd, en tagde Oreo in zijn bericht. Hij zegt dat Mondelez hem daarop een waardebon voor een doos Oreo’s stuurde, maar dat hij die nog niet heeft ingewisseld: hij wacht op de komst van een speciale editie Oreo’s met een bijzondere smaak. ‘Ik vond dat wel sympathiek,’ zegt Grunther (34). ‘Maar ik was nog steeds teleurgesteld over de hoeveelheid vulling.’

  • Zwitserland houdt referendum over importverbod van foie gras

    Zwitserland houdt referendum over importverbod van foie gras

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italiaanse Europarlementariërs blokkeren hervorming noodfonds eurozone

    » Rudy Giuliani laat zich failliet verklaren na boete in smaadzaak

    De productie van foie gras is al verboden in Zwitserland

    De Zwitserse dierenrechtengroep Alliance Animale Suisse kondigde donderdag aan dat het genoeg handtekeningen had verzameld om een referendum over een verbod van de import van foie gras af te dwingen. Volgens Le Temps zal de organisatie de gecertificeerde handtekeningen – er zijn er minstens 100.000 nodig om een volksinitiatief te kunnen lanceren – op 28 december overhandigen aan de Bondskanselarij in Bern.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Voor de productie van foie gras worden ganzen of eenden vetgemest door voedsel via een lange trechter in hun keel te pompen. Deze praktijk is in een aantal landen, waaronder Zwitserland en Nederland, al verboden, omdat zij als dierenmishandeling wordt beschouwd. Toch is de import van foie gras nog steeds toegestaan.

    Half september weigerde het Zwitserse parlement de invoer van deze culinaire delicatesse te verbieden, net als de federale regering. Volgens de volksvertegenwoordigers zou een verbod kunnen leiden tot winkeltoerisme naar Frankrijk, ten nadele van Zwitserse bedrijven.

    Lees ook:

  • Italiaans parlement verbiedt kweekvlees

    Italiaans parlement verbiedt kweekvlees

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Website The Guardian verwijdert bin Ladens ‘Brief aan Amerika’ na TikTok-hit

    » Israëlische leger: eerste lichamen gijzelaars gevonden

    Zorgen om de gezondheid van burgers

    Het Italiaans parlement heeft gisteren een wetsvoorstel goedgekeurd dat de productie en verkoop van kweekvlees verbiedt, aldus Corriere della Sera. De Senaat had de wet al eerder aangenomen. Volgens het Italiaanse Ministerie van Landbouw, Voedselsoevereiniteit en Bosbouw is het doel van deze maatregel de bescherming van de gezondheid van burgers, maar ook het behoud van het Italiaanse culinaire erfgoed en al die producten die ‘van strategisch belang zijn voor de nationale voedselzekerheid’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Kweekvlees, dat ten onrechte ‘synthetisch’ of ‘kunstmatig’ wordt genoemd, aldus de Italiaanse krant, is een soort vlees dat in het laboratorium wordt gemaakt van dierlijke cellen die via een biopsie worden afgenomen en vervolgens in een voedingsrijke oplossing worden gekweekt. ‘Vanuit het oogpunt van voedselveiligheid brengt kweekvlees geen risico’s met zich mee’, legt Fondazione Veronesi, een stichting ter bevordering van wetenschappelijk onderzoek, uit aan het dagblad. Maar omdat het een nieuw voedingsmiddel is, staat het onder streng toezicht van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Singapore is vooralsnog het enige land ter wereld waar je kweekvlees kunt consumeren.

    Oppositiepartijen zijn tegen de wet en wijzen erop dat de veeteelt een van de sectoren is met de grootste milieu-impact in Italië. Ook vormt de veehouderij een risico voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld door infecties en ziekten die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen of het grootschalige gebruik van antibiotica in de sector die leidt tot resistente bacteriën.

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.

  • Wereldbeeld: Marsaardappelen als voedsel van de toekomst

    Wereldbeeld: Marsaardappelen als voedsel van de toekomst

    In 2050 moeten er bijna 10 miljard mensen gevoed worden, en dat vraagt om creatieve oplossingen. Misschien liggen er tegen die tijd wel aardappelen in de supermarkt afkomstig van Mars.

    Over hoe in 2050 bijna 10 miljard mensen gevoed moeten worden bestaan steeds meer (wilde) ideeën. Op de tentoonstelling Spacefarming: de toekomst van voedsel in het Evoluon in Eindhoven produceert een roestvrijstalen koe melkproducten met micro-organismen, dus zonder dat er iets dierlijks aan te pas komt. Of het er ooit van komt is zeer de vraag, maar in het iconische Evoluon doet ruimtebioloog Wieger Wamelink als ‘scientist in residence’ een poging om aardappelen te verbouwen op een nagemaakte Marsbodem. 

    Wereldbeeld
      — © ANP
  • Veerboot Aquidaban – de levensader van de rivier de Paraguay – is in gevaar

    Veerboot Aquidaban – de levensader van de rivier de Paraguay – is in gevaar

    Als veerboot annex drijvende kruidenierswinkel en dorpscafé in een van de meest afgelegen delen van Zuid-Amerika is de Aquidaban ook een smeltkroes van culturen. Nu dreigt de dienst te worden opgeheven.

    Bijna een compleet dorp wurmt zich in een rij over de houten loopplank naar het voordek van de Aquidaban. De Tomáraho hebben enkele dagen terug stroomafwaarts de boot genomen om te stemmen bij de nationale verkiezingen van Paraguay. Daarna hebben ze vier nachten buiten geslapen, in afwachting van de Aquidaban, die hen vandaag weer naar huis brengt.

    Meer dan tweehonderd Tomáraho drommen samen, gehurkt op omgekeerde emmers, opeengepakt in hangmatten of languit op de grond. Niemand weet precies hoeveel reddingsvesten er aan boord zijn, maar bijna iedereen is er zeker van dat er meer passagiers dan zwemvesten zijn.

    ‘De Aquidaban is er al sinds mijn kindertijd,’ zegt Griselda Vera Velázquez (33). Ze is handwerker in het dorp van de Tomáraho, waar geen weg naartoe loopt. Voor haar dochter met het syndroom van Down neemt ze regelmatig de boot naar medische specialisten ruim zeshonderd kilometer verderop. ‘We leven geïsoleerd,’ zegt ze. ‘Er is geen andere manier van reizen.’

    Voor veel gemeenschappen is de kantine op het schip de enige plek waar ze een koud biertje kunnen vinden

    Vlakbij drinken vier veedrijvers het ene biertje na het andere en gooien de lege blikjes in de rivier. Ze hebben een maandenlange dienst op het platteland voor de boeg. Een moeder van zes kinderen is na haar scheiding op vakantie. Ze balanceert op de reling van het dek en neemt met luide stem een video op voor haar Facebookvrienden. Op het bovendek wiegt een jong stel uit de omgeving hun dochter van zeventien dagen oud; ze maken een lange reis van het ziekenhuis naar huis.

    Al 44 jaar is het 40 meter lange witte, houten schip de enige reguliere veerdienst die diep binnendringt in de Pantanal, een draslandgebied dat groter is dan Griekenland. Van dinsdag tot zondag vaart het schip 800 kilometer de rivier de Paraguay op en neer, waarbij van alles en nog wat wordt afgeleverd, van crossmotoren tot pasgeborenen. Het benedendek is een drijvende supermarkt, met tien verkopers die de banken waarop ze slapen ombouwen tot kraampjes met groente en fruit, vlees en zoetigheden. Voor veel gemeenschappen is de kantine op het schip de enige plek waar ze een koud biertje kunnen vinden.

    Essentieel vervoermiddel

    Behalve een essentieel vervoermiddel, waarmee de mensen uit de omgeving vrijelijk door het gebied reizen, is de Aquidaban ook een smeltkroes van culturen, die al heel lang het handelsmerk van Paraguay is. Dit nergens aan zee grenzende Zuid-Amerikaanse land met zeven miljoen inwoners oefent al generaties lang een grote aantrekkingskracht uit op een gestage stroom van fanatiekelingen, idealisten, utopisten en verschoppelingen van elders. Decennialang was de Aquidaban een van de weinige plekken waar al deze groepen samenkwamen.

    Aan boord zitten mormoonse missionarissen en mennonitische boeren naast lokale leiders en Japanse koks. Moeders geven peuters borstvoeding in een hangmat, boeren binden hun kippen vast aan de reling, jagers verkopen capibara’s zonder kop.

    Maar nu komt er misschien een einde aan het reizen met de boot. In het afgelegen noorden van het land heeft Paraguay nieuwe wegen aangelegd, als onderdeel van een transcontinentale corridor van Brazilië naar Chili, die de Atlantische met de Stille Oceaan verbindt. Deze en andere wegen hebben invloed op de omzet van de Aquidaban. Volgens de familie die eigenaar is van de boot, gaan de zaken steeds slechter.

    ‘Veel onderdelen zijn kapot en er is geen geld om ze te repareren’

    ‘Veel onderdelen zijn kapot en er is geen geld om ze te repareren,’ zegt Alan Desvars (35), mede-eigenaar van het schip. Hij staat op het voordek in een Duits thrashmetalshirt. ‘Dit is misschien wel het laatste jaar.’

    Op de Aquidaban is het vies en luidruchtig. Het eten is van dubieuze kwaliteit en de bemanning chagrijnig. Overal zitten bloeddorstige muggen. Op de vierde dag is de lucht bedompt door de geuren van bederfelijke waren, vee en boerenknechten die terugkeren na maanden in de bush. Maar voor de Desvars, een familie van scheepsbouwers, is de Aquidaban hun grote trots.

    Houten kano’s

    De familie begon bijna een eeuw geleden met de verkoop van houten kano’s langs de rivier, totdat de jongere generatie besefte dat de afgelegen riviergemeenschappen meer nodig hadden dan alleen kano’s. Aan alles was gebrek. Dus bouwden ze met het hout van de roze bloeiende lapacho een schip in de vorm van een lange schoen, dat wordt aangedreven door een oude Mercedes-vrachtwagenmotor. Ze noemden het de Aquidaban, naar een nabijgelegen zijrivier. Het was een schot in de roos. Na de tewaterlating in 1979 moest de bemanning in de havens soms mensen dwingen van boord te gaan om te voorkomen dat het schip zou zinken.

    Sindsdien bevaart de Aquidaban gedurende 51 weken per jaar de rivier met zo’n 10 bemanningsleden en 10 verkopers. Sommigen doen dat al meer dan 25 jaar. ‘Het voelt als familie,’ zegt Desvars. ‘Met sommigen kun je goed opschieten, en er zijn er die je de nek zou willen omdraaien.’ Een rondleiding is na een paar minuten al klaar. De enorme opslagruimte is gevuld met kratten melk, olietanks en televisies. Voorwerpen met afwijkende maten en vormen – bromfietsen, een spiegelkast, een geit – staan op het dek. De verkopers binnen bieden bananen, ingevroren kippen en deodorant aan.

    De vier toiletten lozen rechtstreeks in de rivier; de douches ernaast pompen rivierwater naar binnen. Op het bovendek bieden acht hutten met stapelbedden privacy aan degenen die het kunnen betalen. Voor de volledige riviertocht is het tarief 17,50 euro; een hut kost 12,90 euro extra. De meeste passagiers slapen in hangmatten, op banken of op de grond.

    Voor de inwoners, die het zonder elektriciteit moeten stellen, is dit elke vrijdagavond drie kwartier lang het dorpscafé

    Of ze gaan naar de eetzaal. De kok, Humberto Panza, maakt doorgaans twee gerechten: rijst met taaie stukjes rundvlees of pasta met taaie stukjes rundvlees. De overvloedige verse producten die beneden verkrijgbaar zijn, staan niet op zijn menu. ‘Ik bereid alleen vlees,’ zegt hij. De kantine is waarschijnlijk tevens de hipste bar van de Pantanal.

    Als de Aquidaban op vrijdagavond bij een dorp aankomt, staat er een menigte jonge mensen te dringen. Vanuit de kantine stromen ze de gang op. Ze drinken goedkope blikjes Braziliaans bier en roken sigaretten onder de ‘Verboden te roken’-borden. Voor de inwoners, die het zonder elektriciteit moeten stellen, is dit elke vrijdagavond drie kwartier lang het dorpscafé, vertellen ze.

    De Tomáraho worden gevolgd. Nathan en Zach Seastrand zijn op weg naar hun dorp voor het filmen van wat ze de ‘regendans’ van de Tomáraho noemen. ‘Dat lijkt wel iets uit Indiana Jones,’ zegt Nathan Seastrand, terwijl hij en zijn broer elk een kom met Panza’s stoofvlees naar binnen werken. De gebroeders Seastrand komen uit Utah en zijn jaren geleden als mormoonse missionarissen naar Latijns-Amerika afgereisd. Destijds waren ze gladgeschoren en droegen ze stropdassen en naambordjes met de tekst ‘ouderling Seastrand’.

    Tomáraho

    Nu zijn het bebaarde, langharige socialmedia-influencers zonder shirt; twee bierdrinkende, Spaanssprekende gringo’s die zich in de jungle wagen en honderdduizenden volgers hebben. ‘Veel mensen hebben talent,’ zegt Nathan Seastrand. ‘Maar ze zijn niet stoer, roekeloos of dwaas genoeg.’

    Als zendelingen doopten ze meer dan dertig mensen voor de mormoonse kerk. Maar toen vonden ze op internet een analyse waarin inconsistenties in de leer van de mormonen werden beschreven. ‘Dat was een mokerslag,’ zegt Nathan Seastrand. Ze verlieten de kerk en begonnen berichten te posten. Zoals foto’s waarop ze met ontbloot bovenlijf anaconda’s vasthouden. Nu filmen ze een documentaire over oorspronkelijke gemeenschappen die ze aan het Sundance Film Festival willen aanbieden. De Tomáraho zijn een van de laatste gemeenschappen die ze nog willen bezoeken.

    Behalve voor het vervoeren van meel, levende varkens en tractoronderdelen wordt de Aquidaban ook gebruikt om het evangelie te verspreiden

    Volgens Nestor Rodríguez, het hoofd van de Tomáraho, die bier drinkt op het dek, is het in de afgelopen twee jaar de vierde groep buitenlanders die door de Aquidaban naar het dorp wordt gebracht. ‘Hun project biedt steun aan de gemeenschap,’ zegt hij. De Seastrand-broers hebben te horen gekregen dat ze moeten betalen om binnen te komen.

    Bij volle maan vaart de Aquidaban naar het dorp. Twintig minuten lang schreeuwen de Tomáraho naar elkaar terwijl ze in het donker naar hun bezittingen zoeken. De Amerikaanse broers houden zich afzijdig. ‘We weten niet waar we terechtkomen,’ zegt Nathan.

    Behalve voor het vervoeren van meel, levende varkens en tractoronderdelen wordt de Aquidaban ook gebruikt om het evangelie te verspreiden. Al tientallen jaren maken missionarissen gebruik van de boot om de gemeenschappen langs de rivier te bereiken.

    Mormoonse geloof

    De noordelijkste halte, Bahía Negra, is de thuisbasis van misschien wel de meest afgelegen kerk van het mormoonse geloof. Als de Aquidaban er op een ochtend aanmeert, hebben de dorpsbewoners zich al verzameld aan de rand van de rivier, in afwachting van hun wekelijkse drijvende kruidenierswinkel. Onder hen zijn twee jonge mannen met stropdassen, de huidige mormoonse missionarissen, die hier naar eigen zeggen door goddelijke interventie heen zijn uitgezonden.

    ‘Een van de apostelen bekijkt ons, bestudeert onze papieren, leest wat informatie over ons en pakt er een landkaart bij,’ zegt A.J. Carlson (18) uit Fort Worth, Texas. ‘Dan krijgen ze een openbaring.’

    Iets verderop vlecht een groep vrouwen manden in een achtertuin. ‘Voor de kerk er was, hadden we alleen sjamanen,’ zegt Elizabeth Vera (64) over de mormonen. ‘Toen kwamen de Amerikanen.’ Ze wijst naar Carlson. ‘Hij is een boodschapper van Jezus Christus.’

    Emilia Santos reist met de Aquidaban van haar dorp naar een andere kerk. Ze werkt als kok voor de Unification Church in Puerto Leda, een buitenpost in de jungle. Deze religieuze beweging werd opgericht door dominee Sun Myung Moon, een Koreaan die beweerde de nieuwe christelijke messias te zijn, en die miljoenen volgelingen kreeg. Hij werd beschuldigd van hersenspoeling en wordt verantwoordelijk gehouden voor het bankroet van veel van zijn volgelingen.

    Hij werd beschuldigd van hersenspoeling en wordt verantwoordelijk gehouden voor het bankroet van veel van zijn volgelingen

    Deze nederzetting bestaat voornamelijk uit Japanse missionarissen, en Santos heeft er geleerd hoe ze curry’s en sushi moet klaarmaken. Ze heeft weer een dienst van twee weken voor de boeg, zegt ze. ‘En ik reis altijd met de Aquidaban.’ De missionarissen verbouwen tayer en onderhouden twintig visvijvers. Ze hebben ook een paar van hun buren bekeerd.

    Jamby Balbuena, een arbeider die helpt in de viskwekerijen, zit bier te drinken in de kantine van de Aquidaban. Hij is onderweg naar zijn werk in de nederzetting, waar alcohol verboden is. Twee jaar geleden heeft hij zich bekeerd, zegt hij. ‘Ik hou van hun religie, God volgen – dat allemaal.’

    Derlis Martínez ziet er nerveus uit. De 25-jarige politieagent in camouflagepak en gevechtslaarzen vervoert op de overvolle boot zijn eerste gevangene.

    Gekleed in een shirtje en met handboeien om oogt de 37-jarige Agustín Coronel ontspannen. ‘Hij is mijn lijfwacht,’ zegt hij glimlachend. De twee zijn samen op reis vanuit Bahía Negra, waar Coronel werd gearresteerd nadat hij zijn vrouw had geslagen. ‘Ik ben schuldig,’ zegt hij ongevraagd. Martínez moet hem naar een rechtszitting stroomafwaarts brengen. De reis duurt bijna twee dagen. ‘Voor slapen is geen tijd,’ zegt Martínez. ‘Ik moet hem bewaken.’

    Geboeide handen

    Coronel zegt dat hij ook wakker blijft, om zijn reispartner gezelschap te houden. De twee mannen kletsen met elkaar. Over Coronels misstap en zijn berouw, over hobby’s, over het leven. Nippend aan hetzelfde zilveren rietje delen ze een van een runderhoorn vervaardigde beker tereré, een koude mate die populair is in Paraguay. Ze eten zij aan zij in de kantine – Martínez betaalt Coronels maaltijd van zijn eigen geld.

    Om twee uur ’s nachts, nadat ze twintig uur samen hebben doorgebracht, zit Martínez beneden op een bank. Hij staart naar Coronel, die op de vloer ligt met zijn geboeide handen boven zijn hoofd. Ze hebben een band, zegt de gevangene. Martínez aarzelt. ‘Het is mijn werk,’ antwoordt hij.

    Tegen de ochtend zijn ze terug in de kantine en geven toe dat ze voor de machinekamer naast elkaar zijn ingedommeld. Hoe gaat het nu met ze? ‘Geweldig,’ antwoordt Coronel. Tijdens de lange uren in de krappe behuizing van de Aquidaban ‘hebben we vriendschap gesloten’, geeft Martinez toe. 

    Lees ook:

  • Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    In landen als Colombia, Bolivia en Peru worden de bladeren van de cocaplant steeds vaker gebruikt in voedingsmiddelen: van bieren en wijnen tot meel en thee. Producenten en koks streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug.

    Vroegere bewoners van de Andes geloofden dat geen enkele belangrijke activiteit kon gedijen zonder coca. Volgens het inheemse wereldbeeld voorziet de cocaplant het menselijk handelen van een heilig aura. Cocablad is een zegen voor het land en de gewassen. Het is voedsel dat energie en vitaliteit biedt om hard te kunnen werken en het is een remedie tegen hoogteziekte en maagproblemen. Coca is een symbool van dankbaarheid en vormt een centraal onderdeel van voeding en landbouw.

    Cocablad wordt al sinds mensenheugenis gebruikt, en voor veel inheemse volkeren van Amerika was het een symbool van goddelijkheid: het speelde een culturele, spirituele en medicinale rol. Nog steeds maakt het deel uit van de identiteit van het leefgebied van honderden volkeren. Maar de meeste landen zien cocablad vooral als grondstof voor een van de meest problematische exportproducten in de hedendaagse geschiedenis. 

    ‘Cultureel gezien is coca geworteld in de Boliviaanse samenleving, en voor ons is het een heilige plant, vertelt Marsia Taha, chef-kok van restaurant Gustu in La Paz. ‘Bolivia is sterk met de cocacultuur verbonden, maar tegelijkertijd zien we het conflict dat er wereldwijd omheen is ontstaan. Gelukkig duikt het cocablad steeds vaker op in de gastronomie. In ons restaurant gebruiken we het voor allerlei zaken zoals cocaboter, brood, cocktails, infusies of ijsjes.’ 

    Coca wordt tot op de dag van vandaag omgeven door taboes en stigma’s, ook al is het heel wat anders dan cocaïne. De kloof tussen de twee ogenschijnlijk onverenigbare realiteiten kan worden verkleind door een keuken die zich richt op terugkeer naar de oorsprong en het herstel van lokale gebruiken, zoals de voorouderlijke toepassingen van deze plant.

    Het heilige blad

    Coca is afgeleid van het woord khoka in het Aymara – de taal van afstammelingen van de Tiwanaku, een beschaving die voorafging aan het Incarijk. De plant is een royale bron van vitaminen, proteïnen en mineralen. Calcium, kalium, magnesium, ijzer, natrium, vitamine C, E, B1 en B2 zijn slechts enkele van de gunstige bestanddelen van deze bladeren. In verschillende vormen en toepassingen zijn ze populair in de landen waar ze van oudsher worden geconsumeerd – Colombia, Bolivia en Peru.

    Het eerste wereldwijde culinaire gebruik van cocablad was in de vorm van een drankje, zoals het Coca Museum in de Boliviaanse hoofdstad La Paz laat zien. In 1886 was John Pemberton op zoek naar een medicijn tegen maagklachten. Hij experimenteerde met cocabladeren en kolanoten en creëerde zo een vloeistof die de naam van zijn twee belangrijkste grondstoffen kreeg: Coca-Cola. De frisdrank wordt tegenwoordig niet meer van de cocaplant gemaakt, maar inmiddels zijn er nieuwe initiatieven die de voordelen van deze bladeren uit het Amazonegebied proberen te benadrukken en de taboes die de plant oproept achter zich willen laten.

    ‘Coca Nasa in Colombia is een gigantisch industrieel bedrijf. Het maakt frisdranken, bieren, thee, koekjes, oliën en zelfs rum met coca,’ zegt Alejandro Osses, directeur van het Futuro Coca-festival. Het festival werd opgericht om de stigma’s rond deze plant te verdrijven en de verschillende toepassingen te verkennen. Het bedrijf, opgericht door de inheemse Nasa-bevolking in het zuidwesten van Colombia, cultiveert en consumeert coca voor medicinale en rituele doeleinden. In 1998 begon het bedrijf met de verkoop van infusies van de bladeren en de promotie van hun voedzame eigenschappen. Vandaag de dag heeft het een hele lijn voedingsmiddelen en cosmetische producten, waaronder Coca Beka-wijn en de hydraterende drank Coca Sek.

    Del Condor doet iets soortgelijks. Dat bedrijf verdiept zich in voorouderlijke geneeskunde om die op de hedendaagse markt te brengen in de vorm van mambe-pillen. Die worden gemaakt van het poeder van geroosterde cocabladeren gemengd met de as van yarumo-bladeren, en ze worden door sjamanen gebruikt voor spirituele en medicinale doeleinden. Er is ook een eigen chai-thee uit het Amazonegebied, gemaakt van matcha, cacao, gember en cocabladmeel. Vanwege de smaak en het lokale karakter wordt matcha-thee in deze gebieden steeds vaker vervangen door thee van cocabladeren, zoals de Esmeralda chai – een thee gemengd met cocameel, kardemom en kruidnagel in poedervorm, die wordt verkocht in Diosa Café in Bogotá.

    ‘Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog’

    Cocablad heeft ook zijn weg gevonden naar de haute cuisine. Een klant die plaatsneemt aan een van de tafels in restaurant Oda in Bogotá – op 2625 meter boven zeeniveau – krijgt als eerste het traditionele aftreksel van cocablad geserveerd om hoogteziekte te bestrijden. ‘Onze leverancier is een inheemse man uit Putumayo die ons de gedroogde bladeren stuurt zodat wij ze in de keuken kunnen verwerken zonder dat ze hun voedingsstoffen verliezen. Als dessert hebben we een millefeuille met geitenkaas en cocapoeder en een sponscake met chocolade uit de Amazone doordrenkt met poeder van cocablad. We moeten het poeder zorgvuldig afwegen, want het heeft een indringende en bijzondere smaak,’ vertelt Jefferson García, chef-kok bij Oda. Hij voegt eraan toe dat ze het blad in hun cocktailbar ook verwerken in het drankje Luna de ciervo, ‘bereid met een likeur van guanabana [zuurzak], viche [alcoholische drank van suikerriet] doordrenkt met cocablad, prosecco en Tanqueray Rangpur’.

    In de wereld van de dranken werkt sommelier Laura Hernández al meer dan tien jaar aan haar wijn Territorio. ‘Die is gericht op het presenteren van de verschillende regio’s van Colombia door middel van distillaten, gefermenteerde producten en traditionele dranken. Het doel is om de sensaties en emoties van elk van deze oorden over te brengen met een drankje,’ zegt ze. In haar restaurant en cocktailbar La Sala de Laura in Bogotá heeft Hernández van cocabladeren een gedistilleerde Piedemonte gemaakt, een eerbetoon aan de bergen van de Andes die uitlopen in de oostelijke vlaktes, het land van cocabladeren, cacao nibs, en gefermenteerde coca.

    Al deze koks en hun leveranciers streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug. Uit deze filosofie ontstond in restaurant Salvo Patria in Bogotá de ramen [noedelgerecht] van mambe-noedels met spek, vers palmhart, zoete chili, maiskolf en koriander, waarmee een van de bijproducten van deze plant op tafel wordt gezet. Maar er zijn nog veel meer projecten op basis van deze grondstof, zoals de in cocablad gemacereerde viche van Onésimo González – Onésimo genaamd – of Pajarita Caucana van Ginger Blonde, waarvoor vrouwen uit Cauca stoffen verkopen die geverfd zijn met cocabladeren waarmee ze meer dan 96 verschillende kleuren hebben gemaakt.

    Ondanks de vele toepassingen en voordelen van deze plant, is ze wereldwijd gedemoniseerd en gestigmatiseerd. Om bekendheid te geven aan de talrijke initiatieven die bestaan rond coca met als doel het historische en culturele belang van deze bladeren te benadrukken, werd het Futuro Coca-festival geboren, dat op 30 juli in het Modern Gymnasium in Bogota plaatsvond. ‘We hebben de mogelijkheid om het heersende verhaal, dat is gebaseerd op taboes en stigmatisering, te veranderen. Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog. Dit festival is in het leven geroepen zodat we collectief leuke en verrijkende manieren kunnen bedenken om ons te verhouden tot deze plant. Ze biedt ons een nieuwe wereld van mogelijkheden,’ aldus festivaldirecteur Carmen Posada.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Voorzitter Stanford stapt op

    Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford-universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt weliswaar dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk Alzheimer-onderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.

    Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit

    Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft ­Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.

    © Stanford News Service
    © Stanford News Service

    Overtreding van de Volksliedwet

    De eerste persoon die moest terechtstaan op grond van de zogenoemde ‘Volksliedwet’ in Hongkong heeft drie maanden gevangenisstraf gekregen, aldus South China Morning Post. Fotograaf Cheng Wing-chun gebruikte het lied ‘Glorie aan Hongkong’ – dat wordt beschouwd als een protestlied tegen de invloed van Beijing op de stadstaat – in een videoclip waarin schermer Edgar Cheung Ka-long tijdens de Olympische Spelen van Tokio in 2021 een gouden medaille in ontvangst neemt. Het filmpje van anderhalve minuut op YouTube doet volgens de rechtbank voorkomen alsof toeschouwers applaudisseren voor het protestlied als het wordt afgespeeld tijdens de medaille-uitreiking. 

    Het lied werd geschreven tijdens de protesten in 2019 en roept mensen op te vechten voor vrijheid en ‘Hongkong te bevrijden’ tijdens de ‘revolutie van onze tijd’. De autoriteiten vallen vooral over die laatste zinssnede, die zou oproepen tot afscheiding van het Chinese regime.


    Microkosmos

    Iets New Yorkser dan de metro van New York is er niet te vinden, volgens de Zwitserse fotograaf Willy Spiller, wiens boek en tentoonstelling Hell on Wheels deze maand worden gepresenteerd in de Hazenstraat in Amsterdam. Galerie Bildhalle geeft daar een overzicht van foto’s uit de periode 1977-1984, toen de metro’s nog onder de graffiti zaten en de stations niet waren aangeharkt. ­Spiller fotografeerde de microkosmos van New York gedurende acht jaar. Hij was er tijdens het spitsuur en zag tienermeisjes in hun witte schooluniform over de stoelen hangen. De mobiele telefoon die nu het beeld zou bepalen, bestond nog niet. 


    Rijke Chinezen trekken weg

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald. Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwacht loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    © Unsplash
    © Unsplash

    Moraalpolitie is terug

    Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.

    De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021

    De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig en goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.


    Massastaking UPS op komst

    De 340.000 chauffeurs en andere werknemers van UPS, de grootste bij een vakbond aangesloten werkgever in de Verenigde Staten, voeren momenteel onderhandelingen met het bedrijf, meldt Grist. Klimaatverandering en extreme hitte zijn daarbij enkele van de belangrijkste kwesties. Als er op 31 juli geen bevredigend contract ligt, beginnen de werknemers aan de grootste staking bij één werkgever in de Amerikaanse geschiedenis. 

    Deze zomer worden weer allerlei temperatuurrecords gebroken en de nood bij de medewerkers is hoog: op zomerse dagen kan de temperatuur achter in hun bestelwagen oplopen tot bijna 50 graden. Sinds 2015 meldde UPS zeker 143 hitte-gerelateerde incidenten bij de federale dienst voor veiligheid op de werkvloer.

    Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen

    ‘Als ik maar niet flauwval,’ denkt een bezorger in Los Angeles vaak als ze de laadruimte van haar vrachtwagen in gaat. ‘Wie weet dat ik achter in die truck zit? Ik ben als alleenstaande moeder als enige verantwoordelijk voor mijn zoon.’ Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen. 

    Hoewel de klimaatverandering de zomers heter en gevaarlijker maakt voor de bezorgers, rekent UPS op dezelfde ‘onrealistische’ productiviteitscijfers van zijn medewerkers. Chauffeurs en magazijnmedewerkers worden geacht zes dagen per week en meer dan twaalf uur per dag te werken in de hitte. Aangezien productiviteit wordt gemeten door middel van bewakingscamera’s en sensoren in de vrachtwagens, is het voor chauffeurs lastiger om pauzes te nemen. Daarom zijn de eisen van de UPS-werknemers inzake hitteveiligheid gekoppeld aan andere zaken zoals hogere lonen, meer voltijdbanen en een einde aan gedwongen overuren. 

    ‘Deze werknemers zijn overwegend vrouwen, mensen van kleur of immigranten. Ze kunnen het zich niet veroorloven om pauzes te nemen of tijd te verliezen door zich om hun gezondheid te bekommeren,’ aldus een expert arbeidsrecht. ‘Het is hoog tijd dat UPS de hitte voelt, zoals wij die de hele tijd ervaren,’ zegt een strijdvaardige chauffeur.

     © International Brotherhood of Teamsters
    © International Brotherhood of Teamsters