Mensen die tegen het uitgeroeide pokkenvirus zijn ingeënt, zijn tientallen jaren immuun, en deze bescherming strekt zich ook uit tot apenpokken. Maar aangezien de vaccinatiecampagnes van lang geleden zijn, neemt de immuniteit onder de bevolking af.
Keuze uit het archief
Deze week waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat het aantal besmettingen met mpox – ook bekend als apenpokken – binnen Europa de komende dagen en weken fors toe zou kunnen nemen. Aanleiding voor deze waarschuwing was het feit dat er in Zweden voor het eerst een gevaarlijkere en besmettelijkere variant van het virus bij iemand was aangetroffen.
Dit artikel van El Diario van twee jaar geleden gaat in op de opkomst van het apenpokkenvirus en op de vraag of het vaccin dat het pokkenvirus uit de wereld heeft geholpen ook bescherming biedt tegen dit pokkenvirus. Uit onderzoek blijkt dat er ook op een pokkenvaccin een houdbaarheidsdatum zit.
In het Verenigd Koninkrijk zijn de afgelopen maand negen gevallen van apenpokken vastgesteld, in Portugal vijf en in Spanje zijn er ten minste zeven positieve meldingen op een totaal van drieëntwintig verdachte gevallen [op 18 mei]. Wat de internationale verspreiding en het aantal besmettingen van mens op mens betreft, is deze uitbraken van apenpokken op weg de grootste te worden buiten Afrika. Het is niet voor het eerst dat deze zeldzame ziekte, die in West- en Centraal-Afrika voorkomt, zich naar andere landen verspreidt. Feitelijk komt het steeds vaker voor, zowel binnen als buiten Afrika. Hoe komt dat?
De eerste en grootste uitbraak van apenpokken buiten Afrika vond plaats in 2003 in de Verenigde Staten: zevenenveertig mensen werden getroffen, maar er was geen sprake van overdracht van mens op mens. De schuldigen – of slachtoffers, afhankelijk van hoe je het bekijkt – waren prairiehonden van een dierenhandelaar. Zij waren in contact geweest met besmette knaagdieren uit Ghana.
De besmette prairiehonden waren verkocht als huisdier. Later onderzoek wees uit dat degenen die een besmet dier hadden aangeraakt of er een beet of krab van hadden gekregen, een verhoogd risico op infectie hadden. Ook het schoonmaken van de kooi of van de ruimte waarin het dier verbleef, vormde een risico.
Ingeënt
De onderzoekers ontdekten dat drie mensen asymptomatisch besmet waren geraakt en hoge niveaus van antilichamen tegen het virus hadden aangemaakt. De reden daarvoor was dat zij respectievelijk dertien, negenentwintig en achtendertig jaar eerder waren ingeënt tegen het uitgeroeide pokkenvirus.
Het apenpokkenvirus behoort tot het genus Orthopoxvirus, waartoe ook het pokkenvirus (Variolavirus) behoort dat in 1980 uitgeroeid werd verklaard. De twee lijken dus sterk op elkaar.
Het was al bekend dat het pokkenvaccin decennialang bescherming kan bieden. Uit gegevens die in Engeland werden verzameld tijdens een uitbraak aan het begin van de twintigste eeuw, bleek dat 93 procent van de vijftigplussers die in hun kinderjaren waren ingeënt niet ernstig ziek waren geworden. Ter vergelijking: de helft van de niet-gevaccineerden in die leeftijdsgroep stierf.
De bescherming kan dus een leven lang meegaan. ‘We ontdekten dat 90 procent van de vrijwilligers die tussen de vijfentwintig en vijfenzeventig jaar geleden waren gevaccineerd, nog steeds humorale (in de vorm van antilichamen) of cellulaire (in de vorm van T-lymfocyten) immuniteit hadden, of beide’, schreven onderzoekers in een artikel dat in 2003 in Nature Medicine werd gepubliceerd.
‘De omvang en de duur van epidemieën van apenpokken zullen toenemen naarmate de bescherming door [pokken]vaccins in de bevolking afneemt‘
Daarom ontstond het vermoeden dat mensen die tegen pokken waren ingeënt, een zekere kruisimmuniteit tegen apenpokken hebben. Een waarnemingsstudie die tussen 1980 en 1984 werd uitgevoerd in Zaïre (nu de Democratische Republiek Congo), had al een bescherming van 85 procent aangetoond.
De auteurs van die studie waarschuwden toen dat ‘de omvang en de duur van epidemieën van apenpokken zullen toenemen naarmate de bescherming door [pokken]vaccins in de bevolking afneemt‘. Door verminderde overdraagbaarheid zouden pokken echter niet al te lang in menselijke populaties blijven bestaan, ‘ook niet als vaccinatie ontbreekt’.
Vaccinschaarste
De uitbraak bij de prairiehonden bood een unieke gelegenheid om deze bevindingen nader te bestuderen. Omdat een endemisch Orthopoxvirus in Noord-Amerika niet voorkomt, kon de mogelijkheid van kruisimmuniteit, ontstaan door blootstelling aan eerdere virussen, worden uitgesloten. De enige bescherming die de bevolking had was die tegen het pokkenvaccin. Inentingen tegen pokken werden tot 1972 toegediend; de helft van de Amerikaanse bevolking had het vaccin tegen die tijd gekregen.
Bij de uitbraak van 2003 bleek de bescherming niet volledig te zijn: vijf gevaccineerden raakten wel besmet met symptomen, tegenover het asymptomatische drietal. Vanwege het lage aantal patiënten kon de beschermingsgraad niet worden berekend. Wel werd ondersteund wat eerdere studies hadden aangetoond, namelijk dat het pokkenvaccin decennialang tegen menselijke pokken beschermt, maar ook tegen vergelijkbare virussen als apenpokken.
‘Beide vaccins zijn momenteel schaars, en er zal op korte termijn niet op genoeg zijn voor iedereen’
Maar de oorspronkelijke pokkenvaccins zijn niet meer in omloop. Een nieuw vaccin tegen mensen- en apenpokken op basis van levende verzwakte virussen, is respectievelijk in 2013 en 2019 goedgekeurd door het EMA en de FDA, maar het is niet beschikbaar voor het grote publiek. Volgens de CDC denken deskundigen dat toediening van deze vaccins na blootstelling aan het apenpokkenvirus zou kunnen helpen de ziekte te voorkomen of minder ernstig te maken.
‘Beide vaccins zijn momenteel schaars, en er zal op korte termijn niet op genoeg zijn voor iedereen, maar het is ook niet zo dat we vanaf nul moeten beginnen’, zegt Mar Faraco, voorzitter van de Vereniging van Internationale artsen.
Makaken
Apenpokken werden in 1958 in een laboratorium ontdekt bij makaken, vandaar de naam. In de praktijk wordt de ziekte meestal overgebracht door kleine zoogdieren als ratten en eekhoorns, maar apen kunnen ook een rol spelen. De ziekte werd voor het eerst bij mensen ontdekt in 1970 in de Democratische Republiek Congo (DRC) en is sindsdien in elf Afrikaanse landen waargenomen. De ware omvang van de ziekte is onbekend; accurate cijfers uit Afrika ontbreken.
De laatste jaren is gebeurd wat de onderzoekers van de studie in 1988 vreesden: het aantal gevallen is toegenomen. In Nigeria zijn sinds 2017 558 gevallen en 8 sterfgevallen geconstateerd. In de DRC zijn dit jaar tot nu toe honderden gevallen gemeld, waarvan 704 in januari en februari; 37 daarvan hadden een dodelijke afloop. Sinds januari 2020 meldde DRC meer dan 10.000 infecties en 342 sterfgevallen.
Een in 2010 gepubliceerde studie uit Congo kwam tot de conclusie dat het aantal gevallen van apenpokken in 2006-2007 was vertwintigvoudigd ten opzichte van de jaren tachtig. ‘Dertig jaar na het einde van massale vaccinatiecampagnes tegen pokken is er sprake van een dramatische toename van apenpokken bij mensen in de plattelandsgebieden van de Democratische Republiek Congo’, aldus het rapport.
‘Mogelijk is er iets veranderd in de verspreiding van het virus onder wilde dieren in West-Afrika’
De afname van immuniteit onder de bevolking is niet per se de enige factor die verantwoordelijk is voor de toename van het aantal gevallen. ‘Mogelijk is er iets veranderd in de verspreiding van het virus onder wilde dieren in West-Afrika, waardoor het verspreidingsgebied is vergroot en dat mensen besmet raken groter is,’ aldus viroloog Michael Skinner van het Imperial College in Londen.
Er bestaan twee stammen van het virus, de West-Afrikaanse en de Congolese. De dodelijkheid loopt uiteen van 1 procent voor de mildere, West-Afrikaanse stam, die werd aangetroffen bij de getroffenen in Groot-Brittannië, waarvan een uit Nigeria was teruggekeerd, tot 10 procent voor de Congo-stam, die waarschijnlijk ook besmettelijker is. Deze cijfers uit Afrikaanse landen zijn echter niet noodzakelijkerwijs toepasbaar op plekken met betere gezondheidsdiensten en een betere volksgezondheid.
‘Het risico van een grote uitbraak in Spanje is zeer klein,’ zegt eerdergenoemde Mar Faraco. Jacob Lorenzo, directeur van het Universitair Instituut voor Tropische Ziekten en Volksgezondheid van de Canarische Eilanden van de Universiteit van La Laguna, is het daarmee eens. ‘Grootschalige overdracht is onwaarschijnlijk, maar we moeten waakzaam zijn,’ zegt hij.
Nauw contact
Toch zijn gezondheidsdiensten wereldwijd verontrust vanwege de grote hoeveelheid besmette personen die niet recent een reis hebben gemaakt. Het vermoeden is dat er, ook als de uitbraken onder controle worden gehouden, nog meer gevallen zullen opduiken, ook in andere landen. Gezien de incubatietijd is het mogelijk dat transmissie heeft plaatsgevonden voordat er alarm werd geslagen.
‘Dit is zeldzaam en ongebruikelijk,’ zegt Susan Hopkins, hoofd medisch advies van de UK Health Safety Agency (UKSHA). ‘Er zijn aanwijzingen dat apenpokken binnen de gemeenschap zijn overgedragen door nauw contact.’
Een Amerikaanse CDC-functionaris deelde haar zorgen met STAT: ‘Dit beeld is heel anders dan we gewoonlijk zien bij apenpokken. We zijn enigszins bezorgd over een mogelijke verspreiding buiten het VK.’
Alle verdachte en bevestigde gevallen hebben zich voorgedaan bij mannen die seks hebben met mannen
Om de zaak nog ingewikkelder te maken, hebben alle verdachte en bevestigde gevallen zich voorgedaan bij mannen die seks hebben met mannen, hoewel het onduidelijk is of er sprake is was van seksuele overdracht of van overdracht via nauw contact.
UKSHA-epidemioloog Mateo Prochazka erkent dat dit gegeven ‘mogelijk gevolgen heeft voor het bestrijden en controleren van uitbraken’, maar wees ook op het belang ‘te waken voor het versterken van stigma’s en ongelijkheid’.
Om al deze redenen kan de verspreiding van de ziekte op veel niveaus worden geanalyseerd. Er komen veel maatschappelijke problemen in samen: zoönosen, opkomende ziekten, vaccinatie – of het gebrek daaraan –, handel in wilde dieren en het houden van wilde dieren als huisdier, stigmatisering van getroffen bevolkingsgroepen, beschadiging van ecosystemen en gezondheid als een mondiaal probleem. En bovenal herinnert het ons eraan dat we leven op een planeet die wemelt van de virussen.
Lees ook:

