Onlangs lekten politiedossiers met foto’s van Oeigoerse gevangenen in zogenaamde ‘heropvoedingscentra’ uit. Ze geven een ontluisterend beeld van de massale vervolging van de islamitische minderheid in China. ‘De kampen zijn bedoeld om de Oeigoerse cultuur, geschiedenis en religie uit te roeien.’
China’s brute en grootschalige onderdrukking van de Oeigoerse islamitische minderheid in Xinjiang heeft voor het eerst een gezicht gekregen. Tienduizenden politiedossiers, foto’s en officiële documenten van hoge ambtenaren van de Communistische Partij van China (CPC), waar El País toegang toe had, leveren een ongekend bewijs van de omvang van het gevangenissysteem in deze westelijke regio van China en van het paranoïde beleid van Beijing ten aanzien van etnische minderheden.
Het journalistieke onderzoek van dit archief vond plaats onder leiding van de Duitse wetenschapper Adrian Zenz, expert in het analyseren van de Chinese onderdrukking in de regio, in samenwerking met nog dertien media in elf landen. Het onderzoek, dat De Politiedossiers van Xinjiang is genoemd, maakte het mogelijk om duizenden gevangenen, onder wie minderjarigen, in de door China gebouwde heropvoedingscentra te identificeren. De aanklachten op basis waarvan mensen gevangen worden gehouden en die doorgaans weinig consistent zijn, konden worden geclassificeerd; dankzij beelden die in de inrichtingen zijn gemaakt kunnen detentie-, ondervragingsmethoden en mishandeling van bewakers tegen gevangenen worden getoond.
Ook werden transcripties geanalyseerd van openbare toespraken door de hoogste leiders van de CPC in Xinjiang. Waarom ook toespraken van secretaris-generaal Chen Quanguo die, overeenkomstig de instructies van Beijing, de doctrine van maximale veiligheid verkondigde en verklaarde dat gevangenen zelfs zullen worden doodgeschoten als zij in opstand komen of proberen te ontsnappen.
Systematische repressie
‘Achter deze systematische repressie,’ zegt Zenz in een telefoongesprek, ‘schuilen de angst en paranoia van president Xi Jinping vanwege het verzet van de Oeigoeren tegen pogingen van de staat om hen te controleren.’ Volgens onderzoek van Zenz, die lid is van de in Washington gevestigde Victims of Communism Memorial Foundation, is de opsluiting van Oeigoeren in heropvoedingskampen de ‘meest omvangrijke internering van een etnische religieuze minderheid sinds de Holocaust’. Ten minste 1 miljoen burgers, van wie de meesten Oeigoeren, zijn opgesloten in heropvoedingskampen verspreid over Xinjiang. Over dat aantal bestaat consensus onder journalisten, academici en de Verenigde Naties.
Een anonieme externe bron kwam aan De politiedossiers van Xinjiang via geraffineerde hacks van de computersystemen van het Bureau voor Openbare Veiligheid van de Chinese politie (afgekort de PSB), in de districten Konasheher in de prefectuur Kashgar en Tekes in het district Ili Kazachstan. De hacker, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, handelde op eigen initiatief, zonder enige betrokkenheid bij of steun van onderzoekers die bij het project betrokken zijn. De documenten, beelden en de aanwezigheid van drie heropvoedingscentra waarop de dossiers betrekking hebben, zijn door de groep journalisten geverifieerd middels geolokalisatie op basis van foto’s die door agenten zijn genomen. Hany Farid, expert en professor aan de universiteit van Berkeley op het gebied van forensische beeldanalyse, heeft verklaard dat er geen bewijs is dat de fotoarchieven zijn gemanipuleerd.
Het district Kashgar op de grens met Kazachstan en Kirgizië, die officieel de Autonome Oeigoerse Regio Xinjiang heet, is een van de geplande haltes tijdens de officiële reis die de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de voormalige Chileense president Michelle Bachelet, afgelopen maandag is begonnen. Bezoek aan de heropvoedingscentra voor Oeigoeren, de grootste etnische groep in deze regio met ongeveer 25 miljoen inwoners, was een van de fundamentele eisen die mensenrechtenorganisaties bij Bachelet hadden neergelegd. In een en referentiedocument voor overheidsbeleid erkende de regering van Xi in oktober 2018 voor het eerst het bestaan van deze faciliteiten. Beschuldigingen van onderdrukking van minderheden in Xinjiang wijst Beijing echter van de hand, en de regering houdt vol dat deze faciliteiten zijn bestemd voor onderwijs en vorming van ‘studenten’, die zich vrijelijk kunnen bewegen. Het regime noemt dergelijke gevangenisinternaten ‘onderwijs- en vormingscentra voor beroepsvaardigheden’.
12 procent van de volwassen bevolking is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra of gevangenissen
De politiedossiers van Xinjiang tonen een heel andere werkelijkheid. Zo blijkt uit een analyse van duizenden politiedocumenten in Konasheher (het register van de veiligheidsdiensten telt zo’n 286.000 burgers, bijna de complete bevolking van dit district) dat in de periode 2017-2018 ten minste 12,3 procent van de volwassen bevolking op de een of andere manier is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra (voor mensen die zijn opgepakt en die een veroordeling afwachten) of gevangenissen.
In een e-mail als antwoord op vragen over de inhoud van het lek schreef Liu Pengyu, woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten: ‘De Xinjiang-kwesties hebben in wezen te maken met de strijd tegen gewelddadig terrorisme, radicalisering en separatisme, niet met mensenrechten of religie. Gezien de ernstige en complexe situatie aangaande terrorismebestrijding heeft Xinjiang een reeks doortastende, solide en effectieve maatregelen voor deradicalisering genomen. Als gevolg daarvan heeft zich in Xinjiang al verscheidene jaren achtereen geen enkel geval van gewelddadig terrorisme meer voorgedaan’.
Na publicatie van de documenten deed de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Wang Wenbin, de berichten dinsdag af als ‘een nieuw voorbeeld van anti-Chinese krachten die China belasteren’, aldus correspondent Macarena Vidal Liy vanuit Beijing. ‘Het is gewoon een herhaling van een oude truc,’ zei hij op de dagelijkse persbriefing van zijn ministerie. ‘De wereld laat zich niet voor de gek houden door de verspreiding van geruchten en leugens die niet kunnen verhullen dat Xinjiang stabiliteit en welvaart kent en dat de inwoners een gelukkig en tevreden leven leiden,’ zei hij. Daarmee herhaalde hij het argument van Beijing in reactie op beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang.
5074 portretfoto’s
De politiedossiers van Xinjiang bevatten, naast andere documenten, 5074 portretten die tussen 6 januari en 25 juli 2018 zijn gemaakt op politiebureaus of in gesloten centra in het district Konasheher. Het vormt een van de belangrijkste bijdragen van de analyse van de Chinese repressie. Van deze foto’s konden 4989 worden gekoppeld aan een persoon en worden voorzien van gedetailleerde informatie. El País analyseerde een steekproef van 2884 foto’s met specifieke gegevens van gedetineerden uit deze bestanden die afkomstig zijn uit het informatienetwerk van het Chinese PSB. De meerderheid van de gedetineerden, 2001 burgers, is jonger dan 30 jaar (69 procent). Mannen zijn in de meerderheid, 2490 (86 procent), tegenover 394 vrouwen (14 procent). Uit de analyse blijkt dat zich onder de gevangenen mensen bevinden van alle leeftijden (tussen 15 en 73 jaar) en van alle opleidingsniveaus (van ongeschoolden tot universitair gediplomeerden).
Dit journalistieke onderzoek wordt bij een half dozijn andere onderzoeken gevoegd waarmee sinds 2019 wordt geprobeerd de omvang aan te tonen van de systematische onderdrukkingscampagne van het communistische regime tegen de Oeigoeren, een etnische groep die voornamelijk islamitisch is. Xinjiang, dat in het westen aan zeven Centraal-Aziatische landen grenst, is van bijzonder belang voor Beijing. Ten eerste omdat het een doorvoerpunt is op de Nieuwe Zijderoute, ten tweede om veiligheidsredenen: het zogenaamde binnen-China wordt sociaal, politiek en economisch gedomineerd door etnische Han-Chinezen, die er in de meerderheid zijn. Maar deze regio, gelegen in het oostelijke deel van het historische Turkestan, tussen de Kaspische Zee en de Gobiwoestijn, met een geschiedenis en een cultuur die verbonden zijn met de Turkse volkeren en waar de gelaatstrekken verschillen van die van de Han, heeft traditioneel altijd een verlangen naar autonomie gekend. Dit is door Beijing sterk verworpen en nu vrijwel vernietigd.
De verhuizing van etnische Han-Chinezen in een poging om de demografie van Xinjiang te veranderen, leidde rond 2009 tot hevige botsingen. Een van de bloedigste episodes was de botsing tussen de Oeigoerse en de Han-gemeenschap in juli 2009 in Urumqi, de hoofdstad van de regio, waarbij ongeveer tweehonderd doden vielen. Na verschillende aanvallen door gewapende separatistische groeperingen gaf Xi in mei 2014 het groene licht voor een campagne onder de naam Een dreun tegen gewelddadig terrorisme, en die vormt nog steeds het kader voor het huidige keiharde optreden in de regio.
Abdurahman Hasan herkende zijn vrouw op een van de foto’s
Abdurahman Hasan, een Oeigoer, is een van de personen die de juistheid van de politiedossiers kon bevestigen; hij identificeerde zijn vrouw tijdens een interview in Istanboel met BBC News, dat ook deel uitmaakt van de journalistieke onderzoeksgroep. Hasan is een zakenman uit Kashgar die vaak naar het buitenland reisde, wat vaak argwaan wekt in Beijing. Hij verliet Xinjiang in januari 2017, op het hoogtepunt van de hardhandige repressie. In de zomer van dat jaar werd zijn destijds eenentwintigjarige vrouw Tunsagul Nurmemet gearresteerd, samen met zijn moeder. Volgens haar dossier werd Nurmemet veroordeeld wegens ‘het bijeenbrengen van een menigte om de maatschappelijke orde te verstoren, ruzies uit te lokken en problemen te veroorzaken’. ‘Haar leven draaide om haar familie en ze ging ook niet veel met anderen om,’ aldus Hasan tijdens het gesprek in de Turkse hoofdstad. ‘Ze ging alleen op bezoek bij familie, ik weet niet of ze veel vrienden had. Ze had geen groot sociaal netwerk, dus hoe kon ze een menigte bijeenbrengen?’ Ze kreeg zestien jaar hechtenis opgelegd.
De Nurmemet op de foto in De Politiedossiers van Xinjiang is onherkenbaar vergeleken met de pasfoto die tot dusver beschikbaar was in de databanken met Oeigoerse slachtoffers van de Chinese repressie. Volgens informatie die Hasan in de zomer van 2017 kreeg, waren zijn vrouw en moeder ‘meegenomen om te studeren’.
Haar verhaal komt overeen met dat van veel andere families van mensen die zijn verdwenen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met Nursiman Abdureshid, drieëndertig, die door El País eveneens in Istanboel werd geïnterviewd. Haar familieleden komen voor in politiedossiers van de prefectuur van Kashgar. In de zomer van 2017 hoorde Abdureshid, die toen al twee jaar in Turkije woonde, via een telefoontje van familieleden dat haar vader en jongere broer naar een ‘onderwijsprogramma’ waren gebracht. De oudste van haar broers zat sinds 2016 gevangen wegens een vermeend niet-afbetaalde schuld. Ze werd verzocht niet meer te bellen en kreeg te horen dat haar familie in orde was. In juni 2020 slaagde Abdureshid erin de Chinese ambassade in Turkije te laten bevestigen dat haar familieleden straffen van meer dan tien jaar waren opgelegd. ‘Ik vroeg wat de redenen waren voor hun veroordeling,’ vertelt Abdureshid tijdens het interview, ‘en ik kreeg te horen dat het ging om “verstoring van de openbare orde” en dat ze mogelijk van plan waren terroristische activiteiten te ontplooien.’ Haar vader was een voormalig staatsambtenaar en lid van de CPC. Zij meent dat zijn vertrek uit Xinjiang, samen met dat van haar andere zuster, die in de VS woont, achterdochtig maakte en tot de onderdrukking van haar familie heeft geleid.
In De politiedossiers van Xinjiang bevinden zich ook tientallen foto’s die door de autoriteiten en veiligheidsdiensten zijn gemaakt in het district Tekes, in de prefectuur Illi Kazachstan. Ongeveer dertig van de beelden, gemaakt tussen april 2017 en september 2018, lijken te zijn gemaakt in het heropvoedingscentrum in het district. Het optreden van de officieren in die inrichting, hun bewapening en de manier waarop gevangenen worden behandeld, staan haaks op wat je in een centrum voor beroepsopleiding zou verwachten en ook haaks op publiekelijke berichten uit Beijing.
Martelingen
Op de foto’s worden gedetineerden met kappen over hun hoofd en met handboeien om van de ene plek naar de andere gebracht. Agenten gewapend met stokken zijn meestal etnische Oeigoeren, maar er zijn ook agenten met aanvalsgeweren en oproeruitrusting; dat zijn meestal etnische Han. Volgens de foto’s die in Tekes gemaakt zijn, vinden de verhoren plaats op zogenaamde tijgerstoelen, die volgens Human Rights Watch deel uitmaken van het repertoire van martelwerktuigen dat China gebruikt. Verscheidene reeksen van deze documenten tonen praktijken die in 2017 ook in de zogenoemde Secret China Cables, andere gelekte officiële documenten, aan het licht kwamen. Het gaat om het injecteren van gevangenen, in dit geval van mannen, meestal voor voedselvoorziening of voor analyse. Andere praktijken betreffen de verplichting om dagelijks de doctrine van het kamp te reciteren of in groepen te luisteren naar de propaganda van de lokale autoriteiten.
Naar schatting hebben al een miljoen burgers in deze heropvoedingscentra gezeten, maar dat cijfer zou wel eens zeer conservatief kunnen zijn, blijkens een van de meest onthullende politieke toespraken die door het lek aan het licht zijn gekomen. Het document is een transcriptie van een toespraak die Zhao Kezhi, minister van Openbare Veiligheid, hield tijdens zijn bezoek aan Urumqi op 15 juni 2018 en geclassificeerd als ‘geheim document’. De transcriptie klopt met plaatselijke persberichten en foto’s van de communistische leider gedurende zijn verblijf in de hoofdstad van Xinjiang. Volgens het document sprak Zhao in zijn toespraak van 2 miljoen burgers van Xinjiang die ‘beïnvloed’ waren door ideeën over onafhankelijkheid, en nog eens 2 miljoen mensen die religieuze extremistische gedachten koesterden. Daarmee noemde hij twee van de drie ‘demonen’ die Beijing nadrukkelijk in de as van het kwaad plaatst: terrorisme, separatisme en radicaal islamisme.
De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘
Zhao toont zich verheugd over de stabilisering van Xinjiang dankzij de ‘dreun tegen gewelddadig terrorisme‘ die in werking treedt ‘zodra zij hun gezicht laten zien’. De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘, waarbij hij niet specificeerde wie zij waren of wat er met hen is gebeurd. Het aantal is meer dan vijf keer zo groot als het totaal in de voorafgaande tien jaar. Zhao feliciteerde in zijn toespraak ook Chen Quanguo, de algemeen secretaris van de CPC in de regio tussen 2016 en 2021 en leider van de campagne om Xinjiang te ‘stabiliseren’. Diezelfde Chen staat op de Amerikaanse sanctielijst wegens schending van mensenrechten van etnische minderheden in Xinjiang.
Chen was al een rolmodel in Beijing vanwege zijn optreden in Tibet voordat hij in Xinjiang aantrad. Hij wordt beschouwd als het brein achter het hardhandige optreden tegen de Oeigoeren en, in het bijzonder, de wildgroei aan heropvoedingscentra sinds 2017. Chens woorden in de toespraken in De politiedossiers van Xinjiang geven een nauwkeurig beeld van de mate van onderdrukking in deze straf- en detentiecentra. In een van zijn toespraken voor zijn mensen op 28 mei 2017 noemt hij de opsluiting in deze faciliteiten ‘humaan’, alleen al vanwege de airconditioning, de dagelijkse voedselrantsoenen en de mogelijkheid voor gevangenen om bezoek te ontvangen.
‘Eerst doden, dan rapporteren’
Een analyse van de documenten in de uitgelekte Secret China Cables leidde tot de conclusie dat de gebruikelijke duur van detentie in de heropvoedingscentra één jaar was, maar de gezant van Beijing in de regio zette met zijn woorden in mei 2017 vraagtekens bij de vrijlating van enkele gevangenen. ‘Als ze weggaan,’ zei Chen, ‘keren de problemen onmiddellijk terug, dat is de realiteit in Xinjiang.’ In een nieuwe transcriptie van 18 juni 2018 is zijn toon radicaler. ‘Niemand zal ooit plannen moeten smeden om de inrichtingen voor internering aan te vallen,’ verklaarde Chen. ‘Zodra iemand toch een stap in die richting doet, moet vastberaden het vuur worden geopend.’ In diezelfde toespraak, waarin hij herinnerde aan het geweld in Urumqi in 2009, betoogde Chen dat veiligheidstroepen tegen degenen die de wet overtreden moeten optreden onder het motto ‘eerst doden, dan rapporteren‘.
‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen’
De woorden van de algemeen secretaris van de CPC in Xinjiang waren tot vorig jaar niet aan dovemansoren gericht. Verschillende documenten uit het archief, afkomstig uit de computersystemen van de Chinese politie in de regio, laten zien dat de doctrine van Chen een fundamentele pijler in de actieprotocollen is geworden. Bijvoorbeeld als het gaat om ontsnappingspogingen door ‘studenten’ [lees: gevangenen] – een obsessie vanwege Beijings surveillanceparanoia. Een document beschrijft hoe moet worden gehandeld bij een ontsnapping: de plaatselijke autoriteiten moeten worden gewaarschuwd, wegen geblokkeerd en speciale troepen gestuurd. ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen,’ aldus de instructie, ‘mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen.’ Volharden ze in hun poging te ontsnappen, dan moet worden geschoten ‘om te doden’.
‘De heropvoedingskampen,’ concludeert Zenz, de academicus die vanwege zijn studie van de Chinese repressie in Xinjiang door de autoriteiten in Beijing op de zwarte lijst is gezet, ‘zijn bedoeld om de hoofden en harten van de Oeigoeren te veranderen, evenals hun cultuur, geschiedenis en Turkse erfenis, met inbegrip van hun religie uit te roeien. Dat alles zodat ze zich compleet aan de Communistische Partij van China zullen overgeven.’
Lees ook:

