De mislukte Russische invasie illustreert de tanende macht van zwaar en duur militair materieel. Volgens experts is de bloedige strijd in Oekraïne ‘misschien wel de laatste oorlog met twintigste-eeuwse legers’.
Bijna tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is het opvallend hoe dat conflict ons nog altijd achtervolgt. Zo is de historische erfenis groot; denk bijvoorbeeld aan politici die zichzelf vergelijken met Churchill, of aan de angst voor Duitse macht binnen Europa.
Maar de Russische invasie in Oekraïne maakt duidelijk dat we ook op andere terreinen nog steeds in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog leven. Het Russische leger vertoont bijvoorbeeld veel gelijkenissen met de grote legers uit de vorige eeuw. De grondtroepen van het land zijn opgebouwd rond grote aantallen zware pantservoertuigen, waarvan tanks de bekendste zijn, en concentraties zware artillerie. Zoals de Duitse Wehrmacht plannen had om de Sovjet-Unie in 1941 aan te vallen, dachten de Russen met hun grote kanonnen gaten in de Oekraïense linies te kunnen schieten, om vervolgens tanks en gepantserde voertuigen met manschappen door de gaten te sturen en snel op te rukken. Daarbij zouden ze worden ondersteund door Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers. De Russische marine, met haar grote schepen die qua vorm en afmetingen niet veel verschillen van de exemplaren die zich begin twintigste eeuw in de Stille Oceaan of de Noord-Atlantische Oceaan bevonden, werd gezien als een strijdmacht die in staat was een amfibische aanval op de Oekraïense kust uit te voeren, ongeveer zoals de Geallieerden deden op D-Day in juni 1944.
We weten nu dat het allemaal niet zo is gelopen als Moskou had gepland. Ten dele is dit te wijten aan fundamentele tekortkomingen van het Russische leger, die op allerlei manieren aan het licht zijn gekomen. Maar we moeten ook niet voorbijgaan aan een grotere verandering die plaatsvindt, en die grote invloed heeft op zowel de strategie als de verwachtingen van strijdkrachten overal ter wereld.
Nieuwe strijdmiddelen
De mislukte Russische invasie en de opmerkelijke vastberadenheid waarmee Oekraïne terugvecht, laten zien dat de macht van zware en dure militaire machtsmiddelen tanende is. Ze kunnen namelijk inmiddels worden bestreden met snellere, gemakkelijker te gebruiken en – cruciaal – goedkopere systemen. Tanks, gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen raken in onbruik en maken plaats voor nieuwe strijdmiddelen. In feite zijn we in Oekraïne misschien wel getuige van de laatste oorlog met twintigste-eeuwse legers.
Deze overgang is het duidelijkst bij de tank, sinds de Tweede Wereldoorlog koning van het slagveld ter land. Ten tijde van de invasie in februari had Rusland niet alleen een aanzienlijk numeriek voordeel op Oekraïne wat betreft het aantal tanks, maar ook een kwalitatief voordeel: de Russische tank werd beschouwd als een van de beste ter wereld. Maar het liep uit op een massale ‘tankslachting’: de verliezen aan Russische tanks lopen uiteen van zevenhonderd tot twaalfhonderd op een totaal van de misschien vijftienhonderd stuks die aanvankelijk werden ingezet voor de invasie.
De kwetsbaarheden van de tank – hij is voor veel soorten terrein ongeschikt, niet in staat flexibel te bewegen en allesbehalve onopvallend – zijn al jaren bekend, maar tot deze oorlog vormden ze schijnbaar geen groot probleem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Duitsers een uitstekend, goedkoop en handzaam antitankwapen, bijgenaamd de Panzerfaust, tot grote schrik van de Amerikaanse, Britse en Sovjet-tankbemanningen. Maar de Panzerfaust had aanvankelijk een effectief bereik van slechts dertig meter, wat tegen het einde van de oorlog was verbeterd tot hooguit honderd meter. Als een soldaat met een Panzerfaust miste – of zelfs als hij wel raakte –, was de kans groot dat hij zijn aanval niet zou overleven. In Oekraïne worden nu Russische tanks uitgeschakeld op afstanden van drie kilometer of meer, door kleine groepjes goed gecamoufleerde Oekraïense soldaten die draagbare antitankwapens gebruiken.
Door Oekraïense Stinger-raketten kunnen Russische piloten geen patrouilles uitvoeren
Die verschuiving ten gunste van kleinere en goedkopere verdedigingswapens zien we ook in de lucht terug. De Russische luchtmacht, waar men zulke hoge verwachtingen van had, is ontregeld door het Oekraïense gebruik van onder andere verschillende draagbare wapens, zoals Stinger-raketten, die al bijna een halve eeuw in gebruik zijn. Hierdoor kunnen Russische piloten geen patrouilles uitvoeren en moeten ze zich beperken tot snelle missies van A naar B. Door de Russische luchtmacht, met inbegrip van helikopters, op plekken als de Donbas op deze manier te neutraliseren, weten de Oekraïense strijdkrachten hun broodnodige mobiliteit te behouden. En als de Russen oprukken, passen de Oekraïners hun strategie aan. Naast goedkope luchtafweer maken ze goed gebruik van goedkope onbemande luchtvaartuigen, of drones, waarmee ze Russische stellingen verkennen en zo mogelijk aanvallen.
Op zee is het een vergelijkbaar verhaal. Het meest schokkende moment van de oorlog tot nu toe was wellicht het tot zinken brengen van het Russische vlaggenschip Moskva in de Zwarte Zee, naar het schijnt door een zelfgemaakte Oekraïense antischeepsraket. Als we de westerse rapporten moeten geloven – Kyiv weigert hardnekkig commentaar te geven op haar rol in het tot zinken brengen van het schip – hebben de Oekraïners twee relatief goedkope systemen gebruikt om de Moskva te vernietigen. Ze gebruikten een drone om de afweersystemen van de Moskva af te leiden en raakten het schip vervolgens met twee raketten, waarna brand ontstond en de boot uiteindelijk zonk.
Al tientallen jaren, sinds de komst van de Panzerfaust, werd voorspeld dat goedkopere, eenvoudigere systemen het zouden kunnen opnemen tegen de ogenschijnlijk meer geavanceerde (en duurdere) uitrustingen van de grote legers van de wereld. Nu de voorspelling uitkomt, verandert er veel aan de manier waarop strijdkrachten overal ter wereld strategieën uitstippelen. Zoals antioproerexpert T.X. Hammes heeft betoogd, zijn voorwaartse bewegingen door de verbetering van defensieve vuurkracht zeer moeilijk geworden, waardoor de aanvaller het in de moderne oorlogsvoering veel moeilijker heeft.
Lesmateriaal
Het conflict in Oekraïne laat zien dat deze verandering misschien nog wel drastischer is dan gedacht. De afgelopen decennia waren Amerikaanse strijdkrachten nog in staat om overweldigende veldslagoverwinningen te behalen (hoewel die zich niet per se vertaalden in oorlogsoverwinningen). Ze hadden zo’n enorm voordeel op technologisch, logistiek en opleidingsvlak dat ze meestal in staat waren het verweer van strijdkrachten met kleiner en goedkoper materieel te neutraliseren.
Maar de Russische ervaring belooft toekomstig lesmateriaal te worden voor alle staten, inclusief de VS, dat in de strijd in Irak en Afghanistan al minder profijt had van haar grote voorsprong. De effectiviteit van defensieve vuurkracht zal alleen maar verbeteren. Antitankwapens zullen een groter bereik krijgen, hun opsporingscapaciteit en nauwkeurigheid zullen verbeteren. Drones zullen langer in de lucht kunnen blijven en detectie beter kunnen ontwijken, terwijl hun dodelijkheid toeneemt en hun rekenprestaties verbeteren. Het vermogen van beide om ongezien zware landvoertuigen te vernietigen, zal eveneens toenemen. De slachting onder Russische voertuigen zoals we die we in Oekraïne hebben gezien, wordt de norm in plaats van de uitzondering. Als marines hun schepen al in de buurt van de kusten van een goed uitgeruste vijand durven plaatsen, moeten ze het opnemen tegen enorme salvo’s antischeepsraketten en zelfs antischeepsdrones, veel meer dan ze kunnen afweren.
Investeren in groot materieel is nog nooit zo riskant geweest
En dat heeft wereldwijde gevolgen. Mochten de Chinezen zo onbezonnen zijn om een amfibische aanval op Taiwan te ondernemen, of mochten de VS zo onbezonnen zijn om grote vliegdekschepen naar de Chinese kust te sturen in een slag om de Zuid-Chinese Zee, dan zal het resultaat vele malen dramatischer zijn dan de Moskva.
Hoe legers er in de toekomst zullen uitzien is niet zeker. Zeker is wel dat investeren in groot materieel zoals we uit de Tweede Wereldoorlog kennen, zoals zware tanks, enorme vliegdekschepen en peperdure vliegtuigen, nog nooit zo riskant is geweest. Naarmate goedkopere maar niet minder dodelijke systemen steeds beter worden, zal het moeilijker worden om investeringen te krijgen voor grotere, duurdere wapensystemen die ertegen bestand zijn – zelfs voor het Amerikaanse leger. In plaats daarvan moeten politiek en militair leiders zich voorbereiden op een heel ander slagveld, vol lichtere, kleinere, mobielere en in veel gevallen autonome of op afstand bedienbare wapens. In wezen zullen zij zich moeten opmaken voor de eerste oorlogen van de eenentwintigste eeuw.
Lees ook:

