De witte gemeenschap Orania, die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht, trekt steeds meer Afrikaners aan.
In de desolate Karoo-halfwoestijn ligt de laatste Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave: een bloeiende gemeenschap. De diepe onenigheid die in de rest van het land heerst – over ras en welvaart, stijgende criminaliteit en afkalvende voorzieningen – is een zegen voor Orania, de Afrikaner gemeenschap die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht.
De toestroom van nieuwe inwoners die de chaos ontvluchten logenstraft de voorspellingen dat dit omstreden sociale experiment tot falen is gedoemd. ‘Er werd altijd een beetje lacherig over ons gedaan,’ zegt Joost Strydom, de woordvoerder van Orania, dat zijn inwoneraantal sinds 2018 met 55 procent zag stijgen, tot 2500.
Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen
Om aan de vraag te kunnen voldoen wordt er druk gebouwd – door witte bouwvakkers. ‘Selfwerksaamheid’ vormt de hoeksteen van het project. Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen van mensen die willen ontsnappen aan de groeiende criminaliteit en sociale onrust die veel steden teisteren. Met 67 moorden per dag is het aantal moorden in Zuid-Afrika de eerste drie maanden van 2022 met maar liefst 22 procent gestegen.
‘Er wonen geen zwarte mensen in Orania,’ zegt Strydom, ‘maar dat geldt ook voor talloze onveranderde, chique voorsteden elders in Zuid-Afrika, waar de enige gekleurde gezichten toebehoren aan arbeidskrachten en huishoudelijk personeel.’ In Orania daarentegen wordt al het vuile werk door Afrikaners zelf opgeknapt. ‘Het enige verschil is dat wij er openlijk voor uitkomen waar onze gemeenschap voor staat,’ vervolgt hij. Je kunt alleen in het dorp komen wonen als je christelijke waarden en de Afrikanercultuur en -ideologie onderschrijft.
De enclave heeft haar eigen munt, vlag en feestdagen. 16 juni, een nationale feestdag om de slachtoffers van de opstand in Soweto te eren, een belangrijke datum in de antiapartheidsstrijd, wordt in Orania om een heel andere reden herdacht: de strijd van de Afrikaners tegen het machtige Britse rijk tijdens de Boerenoorlog. De leiders van Orania beweren stellig dat het dorp geen heilstaat is voor racisten, maar een plek om een bepaald soort leven te leiden met mede-Afrikaners, de afstammelingen van zeventiende-eeuwse Nederlandse en Franse immigranten.
Spookdorp
Orania werd in 1991 opgericht door ideologen, geleid door Anna en Carel Boshoff, de dochter en schoonzoon van Verwoerd, die premier was van 1958 tot 1966, het jaar waarin hij werd vermoord. Ze streken neer in een spookdorp van verlaten prefabhuizen voor arbeiders die in de jaren zestig een irrigatiesysteem waren komen aanleggen. Het project heeft meerdere hobbels overwonnen, waaronder een poging om de dorpsgrenzen te verleggen zodat het binnen een democratisch gekozen gemeente zou komen te vallen. De advocaten van Orania bepleitten met succes dat de progressieve grondwet van Zuid-Afrika de rechten van minderheden waarborgt.
‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven’
Terwijl de heersende ANC in een onderlinge strijd was verwikkeld, kon de nederzetting, die 33 vierkante kilometer beslaat, zich ongestoord ontwikkelen. Het oorspronkelijke plan van de stichters om volledig zelfstandig te worden begint aardig vorm te krijgen. Er is een rioolstelsel aangelegd, berekend op een bevolking van tienduizend inwoners, en een zonne-energiepark dat zal profiteren van de strakblauwe woestijnluchten moet het dorp onafhankelijk maken van het falende nationale elektriciteitsnetwerk. In 2020 zaten 59 miljoen Zuid-Afrikanen door stroomonderbrekingen zeven week lang in de duisternis. Er is een technische school die toekomstige arbeidskrachten opleidt en er zijn twee privéscholen waar Afrikaner geschiedenis en praktische vaardigheden hoog in het vaandel staan.
Tony Correia, een nieuwe inwoner, vertelt dat hij zich vorig jaar bij zijn broer in Orania heeft gevoegd na de dagenlange onlusten en plunderingen in de provincie KwaZoeloe-Natal, waarbij zo’n 340 dodelijke slachtoffers vielen. ‘We zaten er middenin.’ Toen de 33-jarige accountant ontdekte wat de jonge gemeenschap te bieden had qua veiligheid en werk, besloot hij definitief te verkassen. ‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven.’
Bustes van Verwoerd
Het dorp is ook een verzamelplaats voor alle bustes van Verwoerd en andere Afrikaner leiders die elders in het land uit scholen en gemeentehuizen zijn verwijderd. Het Verwoerd-museum barst haast uit zijn voegen. ‘We krijgen dagelijks aanbiedingen: foto’s, schilderijen, standbeelden,’ vertelt Strydom. ‘We hebben nauwelijks plek om alles onder te brengen.’
Asanda Ngoasheng, activist voor rassengelijkheid, respecteert het besluit van de inwoners om in ‘een of ander nostalgisch apartheidsutopia’ te wonen. ‘Ze hebben een gevangenis voor zichzelf gecreëerd. Waarom zouden we ze dwingen deel uit te maken van een Zuid-Afrika dat ze duidelijk niet erkennen?’

