javier trueba iQPr1XkF5F0 unsplash 1

Democratie is niet gewoon een staatsvorm, maar een manier van leven. De school moet een plek worden om na te denken in plaats van na te praten, stellen deze Duitse filosoof en pedagoog.

In de recente geschiedenis van de mensheid was er zelden sprake van zo’n grote opeenstapeling van uitdagingen: klimaatcrisis, de coronapandemie, en nu de oorlog in Oekraïne. Zowel de mensheid als de politiek verkeert in een crisistoestand, die alle landen ter wereld treft en de politiek ernstig op de proef stelt. En die problemen treffen eveneens de verschillende staatsvormen. In dictaturen als China of Rusland wordt anders omgegaan met crises dan in democratieën als Zwitserland of Duitsland – en zo worden de gebeurtenissen van nu ook een vuurproef voor politieke systemen. 

Hoeveel globale samenwerking tussen verschillende staatsvormen is er nodig om deze wereldwijde crises de baas te worden? Momenteel is men geneigd de voorkeur te geven aan deglobalisering, zodat de uitwisseling tussen dictaturen en autocratieën wordt stopgezet. Dat is een gevaarlijke trend die de wereld uiteindelijk misschien weer in twee blokken opdeelt, waarbij de grens in het oosten midden door Europa zal lopen en mogelijk een nieuwe Koude Oorlog ontstaat, die elk moment kan escaleren tot een hete nucleaire oorlog.

Vergissing

In een crisis moet een democratie onder moeilijke omstandigheden zien te functioneren, waarbij ze zelf in crisis kan raken. Dit kan aan de hand van de drie genoemde problemen verduidelijkt worden: maatregelen om de CO2-uitstoot te beperken brengen – in de vorm van prijsstijgingen en vermindering van welvaart en mobiliteit – het draagvlak onder de bevolking in gevaar. Tijdens de coronapandemie nam het aantal complotdenkers flink toe. Aanvankelijk ontstond de beweging uit scepsis en legitieme kritiek, maar het anti-overheids- en antidemocratische sentiment werd steeds groter. 

Ook de Oekraïne-oorlog verdeelt de samenleving, bijvoorbeeld over de vragen welke mate van solidariteit Oekraïne kan opeisen en hoe de oorlog tot een einde kan worden gebracht.

Uit de verschillende kampen is regelmatig te horen dat het tegengestelde standpunt niets met democratie te maken heeft. Tegengestelde meningen worden derhalve beschouwd als ‘aanval op de democratie’. Dit fenomeen, het discrediteren van de tegenpartij, krijgt bijna dagelijks een podium in talkshows, zodat je je als toeschouwer de vraag stelt: is dat dan democratie? 

Eén misverstand is inderdaad wijdverbreid: velen menen dat er al sprake is van democratie wanneer er om de zoveel jaar gestemd wordt, en de verkiezingen openbaar, discreet en vrij zijn. Dat is een gevaarlijke vergissing.

Voorwaarde van democratie is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers

Het begrip democratie is tot op heden vaag. Dat komt onder andere doordat het ondanks alle kritiek een positieve inhoud heeft, zodat er binnen een breed spectrum van politieke praktijken aanspraak op gemaakt. De communistische staten in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie omschreven zichzelf na de Tweede Wereldoorlog als ‘volksdemocratieën’. Zelfs het project van de afbraak van democratische rechten in Hongarije wordt ‘illiberale democratie’ genoemd. Om deze willekeur in het gebruik van het begrip tegen te gaan, is in Angelsaksische discussies de niet-onproblematische uitdrukking ‘liberale democratie’ gangbaar geworden.

Kenmerkend voor een democratie in engere zin is de garantie van individuele rechten en de geïnstitutionaliseerde solidariteit in de vorm van sociale maatregelen in een verzorgingsstaat. In deze opvatting berust democratie op een enkel principe, namelijk de collectieve zelfbeschikking onder de antropologische premissen van vrijheid en gelijkheid. Dat betekent in essentie dat alle burgers met de heersende orde moeten kunnen instemmen. Alleen wanneer aan die voorwaarden voldaan is, ontwikkelt zich vanuit het principe van de collectieve zelfbeschikking een democratische orde. De garantie van individuele rechten en vrijheden is dus geen inperking van het democratiebegrip, maar een onvervangbaar, essentieel en wezenlijk deel van elke democratische orde.

Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven

Democratie is derhalve een politieke orde waarmee allen in kunnen stemmen. Voorwaarde daarvoor is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers. Consensus is niet het doel van democratische besluitvorming; de democratische besluitvorming berust veeleer op regels en instituties die een normatieve orde tot uitdrukking brengen. Aangezien met betrekking tot deze regels en instituties verschil van mening mogelijk is, wordt de voor een democratie onontbeerlijke consensus in bijzondere gevallen naar een hoger niveau verplaatst. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij conflicten over de grondwet, die worden opgelost met een voor een grondwetswijziging vereiste meerderheid. Het is dus niet, zoals meestal wordt aangenomen, alleen de mening van de meerderheid die beslissend is voor de democratie, maar het is deze hogere consensus over de grondwet die een democratie draagt. Hierin komen de grondprincipes van vrijheid en gelijkheid tot uitdrukking.

Deze principes moeten een maatschappelijke sfeer van wederzijds respect en erkenning doen ontstaan, ongeacht verschillen in cultuur, religie, etniciteit of leefstijl. Een samenleving waarin mensen opstaan en de bus verlaten omdat een persoon met een andere huidskleur naast ze is gaan zitten, is niet democratiefähig. Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven. Als de civiele grondslagen van de democratie wegslijten, is ze als institutioneel bouwwerk in gevaar.

De rol van het onderwijs

De in crisis verkerende democratie kan en moet dus ook lering trekken uit de huidige crises. Het belangrijkste daarbij is dat ze zorgdraagt voor de democratische vaardigheden van de mensen. Daartoe behoort bijvoorbeeld een discussiecultuur die in de genoemde tv-programma’s vaak ontbreekt. Maar het veronderstelt ook een kritisch-constructieve houding ten aanzien van de media in het algemeen, die alleen al door de keuze van thema’s, medewerkers, zendtijd enzovoort bevooroordeeld kunnen zijn. Het zou naïef zijn die keuze als toevallig of triviaal af te doen. 

De afnemende interesse in professionele journalistiek is een probleem vanuit democratietheoretisch en onderwijskundig perspectief. Veel mensen halen hun informatie tegenwoordig niet meer uit de krant, maar liever van de sociale media, die vanwege big data bijzonder vatbaar zijn voor bubbelvorming en een gebrek aan nuance. Voor een debatcultuur is dit schadelijk, voor een democratie mogelijk catastrofaal. 

Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn

Onderwijs kan op dit gebied op drie manieren een belangrijke rol spelen. Ten eerste moet de schoolorganisatie zo zijn ingericht dat deze aansluit op een democratie. Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn. Deze gedachte is door [de Amerikaanse filosoof, psycholoog en pedagoog] John Dewey indringend geformuleerd en ontwikkeld in het begrip ‘embryonic society’. De school moet de mogelijkheden en de grenzen van de democratie zichtbaar maken, een democratische leefruimte worden. Kinderen en jongeren moeten in die omgeving ervaren en leren wat democratie betekent, gehoord worden, zich kunnen uiten en meewerken aan de vormgeving van de school. Hierbij moeten we niet bezwijken voor een utopie: medezeggenschap is niet hetzelfde als zelfbeschikking. Hoe belangrijk en zinvol het ook is om iedereen van een school bij beslissingen te betrekken, vanuit het oogpunt van de democratische theorie moet medezeggenschap worden opgevat als collectieve zelfbeschikking, en als zodanig moeten hierbij de vrijheid en gelijkheid van allen worden gerespecteerd.

Vervolgens is het, wat het onderwijs betreft, een vereiste dat actuele thema’s worden behandeld. Het is bijvoorbeeld niet best dat kinderen en jongeren buiten de school nog altijd meer leren over duurzaamheid dan op school zelf. Maar hoe kan aan zulke problemen aandacht besteed worden als het lesprogramma op scholen al zo overvol is? Het is hoog tijd voor een curriculum waarin onderdelen worden geschrapt en aangepast aan een menselijker begrip van onderwijs. Alleen op die manier kan er tijd en ruimte worden gemaakt om actuele kwesties te behandelen. 

Projectonderwijs is hiervoor het meest geschikt. Een week lang wordt er gewerkt aan een kernprobleem, waarbij vanuit de verschillende vakken en vanuit interdisciplinair perspectief een sleutelprobleem behandeld wordt. De opgedane inzichten worden vervolgens samen besproken en ter discussie gesteld. Bij een dergelijke aanpak leren kinderen om niet zomaar klakkeloos na te praten maar eerst en vooral zelf na te denken. En zo worden leerlingen opgevoed in de democratie.

Perspectiefwisseling als principe

Ten derde kan in de les gebruik worden gemaakt van dilemmadiscussies. Dat is een methode waarbij veel aan de kaak kan worden gesteld en die veel effect heeft. Het gaat daarbij niet alleen om het vertolken van de eigen positie, maar ook om het begrip van andermans mening, ja zelfs om het formuleren van tegenargumenten. Zo wordt verandering van perspectief een onderwijsprincipe, en dat is fundamenteel voor een democratie.

Zeker, met onderwijs alleen worden de grote uitdagingen van deze tijd niet opgelost, maar zonder onderwijs ook evenmin. Onderwijs is beslissend binnen een democratie. Een uitholling van de democratie, zoals we die vanwege de wereldwijde problemen momenteel om ons heen waarnemen, kan met de juiste educatieve inspanningen worden verholpen.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen