© Unsplash


In de energiecrisis is het stoken van hout booming. Wat betekent dat voor de bossen, het klimaat en de gezondheid?

Wie zich de laatste tijd met brandhout heeft ingedekt voor de winter moest dieper in de buidel tasten dan normaal. Binnen een jaar zijn de prijzen voor brandhout en pallets op sommige plekken tot 85% gestegen, zoals het Duitse bureau voor de statistiek in september liet weten. De consumentenprijzen stegen in dezelfde periode gemiddeld met 7,9%. Houtplaatjes voor verwarming met houtsnippers werden zelfs 133% duurder.

Deze ontwikkeling is deels het gevolg van de verhoogde vraag naar hout sinds de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis, maar is al langere tijd gaande: sinds het jaar 2000 is de behoefte aan brandhout meer dan verdubbeld. Welke implicaties heeft dit?

De bossen

De vergunning om hout te kappen in beschermde bossen wordt meestal alleen gegeven voor ‘duurzaam’ gebruik. Maar als er veel vraag is, wordt er vaak meer uit de bossen gehaald dan goed voor ze is. In het ergste geval raakt het bos zodanig gestresst dat het afsterft wanneer daar invloeden als bijvoorbeeld hitte en droogte bovenop komen.

Iets dergelijks geldt voor zuivere productiebossen, zoals monoculturen van sparren die aangeplant worden om in de vraag naar hout te voorzien. Zulke bossen zijn per definitie armer aan diersoorten dan gemengde bossen. Bovendien zijn ze vatbaar voor droogte, stormen of schadelijke insecten als de bastkever.

Uit een oogpunt van soortenbescherming is het dus belangrijk om over meer ongebruikte bossen te beschikken. Daar zijn bijvoorbeeld veel meer verschillende korstmossen, paddenstoelen en kevers te vinden dan in productiebossen. Ongebruikte bossen zijn bovendien essentieel voor dieren en planten die aangewezen zijn op dood hout, dat in de productiebossen vrijwel ontbreekt.

Het klimaat

Op het eerste gezicht is de klimaatbalans van hout volstrekt duidelijk: een boom stoot bij verbranding alleen het CO2 uit dat het eerder uit de lucht heeft gehaald. Maar de realiteit is complexer. Bij verbranding komt de CO2 rechtstreeks in de lucht, terwijl de koolstof in de groeifase over een periode van decennia daaruit werd opgenomen. En het duurt jaren tot de boom die daarna groeit het CO2 weer terughaalt. Als hout klimaatneutraal moet zijn, moet je dus kijken naar de actuele netto balans: komt er minder biomassa bij dan er in dezelfde periode gekapt wordt, heb je een probleem. Zo leidde bijvoorbeeld het landgebruik in Finland in 2021 in eerste instantie tot extra uitstoot van CO2 doordat er gewoon te veel bomen gekapt werden.

Maar zelfs bij een evenwichtige balans betwijfelen veel experts of houtverbranding op grote schaal goed is voor het klimaat. In veel gevallen zouden bossen waarschijnlijk meer koolstof kunnen opslaan als er minder hout geoogst werd. Of dat opweegt tegen het feit dat hout fossiele brandstoffen vervangt, is niet altijd te zeggen, te meer omdat hout relatief inefficiënt verbrandt.

Om die reden heeft het europarlement in september voorgesteld om rechtstreeks uit het bos afkomstig hout niet meer als duurzaam te laten gelden – alleen restanten uit zagerijen mogen de ecostatus behouden, net als hout dat uit het bos gehaald wordt ter bestrijding van schadelijke insecten en als brandpreventie. De bosbouw protesteerde: waarom gelden houtresten uit de zagerij als duurzaam, maar die uit het bos niet? En hoe moeten kleine bosbezitters de dringend nodige overgang naar een klimaatbestendig mengbos financieren als ze de gekapte sparren nog maar in beperkte mate op de markt kunnen brengen? 

De haarden

Alleen al van maart tot juli werden werden ongeveer 700.000 kachels in Duitsland geïmporteerd, de meeste uit China, waarvan ongeveer een kwart wordt doorverkocht naar Europese landen. Deze kachels worden lang niet alleen in oudere gebouwen gebruikt; in een op de tien nieuwe woningen werd een open haard ingebouwd, meestal als secundaire verwarming.

Emissies

Al in 2019 waarschuwde de Nationale Wetenschapsacademie Leopoldina dat de emissies van fijnstof uit houtverbranding ‘aanzienlijk’ bijdroegen aan de ‘rechtstreekse fijnstofemissie in steden’. Daarmee worden deeltjes bedoeld met een doorsnede van minder dan 2,5 micrometer (PM2,5). Terwijl de emissies van fijnstof door het verkeer door het gebruik van uitlaatfilters gestadig verminderden, zou de uitstoot door houtverbranding stagneren of zelfs toenemen, stelt Leopoldina. Bovendien stootten de kachels in het dagelijks leven vaak duidelijk meer fijnstof uit dan werd aangegeven. Dat zou onder andere komen door minderwaardige brandstoffen, verkeerd stoken met sterke rookontwikkeling en een slecht gereguleerd verbrandingsproces. 

De gezondheid

Bij het verbranden van hout ontstaan ultrafijne deeltjes die diep in de longen binnendringen en zware ziektes kunnen veroorzaken. Verwarmen met hout wordt wel vergeleken met passief roken, en gezien als zeer schadelijk voor de luchthygiëne.

Bovendien komt fijnstof van de buitenlucht ook de binnenruimte in, zegt epidemioloog Annette Peters, die bij het Helmholtz-Zentrum in München de gezondheidseffecten van luchtvervuiling onderzoekt. Bij slechte ventilatie ontstaat een aanzienlijke belasting door fijnstof in binnenruimtes als gevolg van houtverbranding.

Maar fijnstof is niet het enige gezondheidsrisico. Bij de houtverbranding komen ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de lucht, zegt milieu-epidemioloog Barbara Hoffmann. Deze stoffen gelden als kankerverwekkend.

De producenten van houtkachels maken vaak reclame door erop te wijzen dat de verbrandingsgassen bijna volledig worden afgevoerd. ‘Onder optimale laboratoriumomstandigheden klopt het dat de nieuwste kachels een geringe emissie in de binnenruimte hebben,’ zegt Hoffmann, ‘maar wie heeft die optimale omstandigheden en de nieuwste kachel?’ Vaak is het hout niet droog genoeg, brandt het niet goed, en bij het poken in het vuur ontsnapt er dan toch een vlaag schadelijke stoffen door de open klep.

‘De gevolgen op korte termijn zijn dezelfde als bij de luchtvervuiling buiten: je krijgt hoofdpijn, gaat hoesten en – als je al luchtwegproblemen hebt – mogelijk astma-aanvallen met ademnood,’ aldus Hoffman. Omdat de kans op ontsteking in de bloedvaten stijgt, wordt de bloedstolling versterkt, wat het risico op hartinfarcten en beroertes verhoogt. Op lange termijn kunnen chronische bronchitis, COPD en andere longziekten ontstaan. Bij kinderen en ongeborenen zijn stoornissen in de groei en in de geestelijke ontwikkeling beschreven, en bij oude mensen wordt het verval van cognitieve vaardigheden versneld, tot dementie toe.

Het begin

Een van de voordelen van haardvuur is het mentale effect dat het op mensen heeft. Om het vuur zitten is een van de oudste menselijke tradities die nog bestaan. Archeologische vondsten tonen aan dat de mens al minstens een miljoen jaar geleden het vuur leerde beheersen. Het vuur bracht warmte en licht in koude perioden, bood ’s nachts bescherming tegen roofdieren en maakte de mens van prooi tot jager. Paleontoloog Charles Brain berichtte ooit over verschillende aardlagen, aangetroffen in een grot in Zuid-Afrika. In de oudste laag lagen complete botten van roofkatten en botsplinters van oermensen die blijkbaar waren opgegeten. De jongere laag daarboven bevatte sporen van vuur. Hier lagen complete menselijke beenderen en botsplinters van grote katachtigen; de mens was tot de top van de voedselketen opgeklommen.

Onderzoekers zijn het erover eens dat het vuur de mens heeft gemaakt tot wat hij nu is. Dankzij de mogelijkheid te koken kon hij over meer voedselbronnen beschikken. Hij kon volstaan met kleinere tanden en een korter darmkanaal, had minder calorieën nodig voor de spijsvertering en hoefde minder afstanden af te leggen om voedsel te vinden. En zo kon hij des te langer rond het vuur zitten, waar werd gegeten en volop verhalen werden verteld. Dat rustgevende en huiselijke gevoel van bij het vuur te zitten ervaren we nog altijd. 


Deel dit artikel


Recent verschenen