Onderwerpen: Klimaat

  • In Konstanz blijft het klimaat een noodtoestand

    In Konstanz blijft het klimaat een noodtoestand

    Konstanz riep als eerste Duitse stad de klimatologische noodtoestand uit en stelde zich ambitieuze doelen. Zes jaar later is de stad aan de Bodensee nog ver verwijderd van het bereiken van die doelen. Was het allemaal alleen een PR-stunt?

    Bij twijfel spring je gewoon in het meer, zeggen de mensen aan de Bodensee, alsof dat inderdaad de oplossing is voor Italiaanse temperaturen in Duitsland. Het is nog altijd het op twee na grootste meer van Midden-Europa – dat klinkt alsof het een reservoir is dat nooit op raakt.

    Maar zo eenvoudig ligt het ook aan de Bodensee niet.

    In de zomer van 2018 warmde het meer zo sterk op dat er een massasterfte onder de vissen dreigde. Bij de nabije Rijn werden koudwaterbekkens uitgegraven in de hoop dat een paar vissen daar een toevlucht zouden vinden.

    In 2022 bleef het smeltwater uit de Alpen uit, in veel havens lagen de boten letterlijk op het droge. En in het geliefde Loretto-woud van Konstanz zijn veel bomen ziek, ze zijn niet bestand tegen de hitte, zijn gehavend door stormen en door bastkevers.

    In Konstanz heeft men de ernst van de situatie onderkend. In 2019, toen Fridays for future honderduizenden mensen op de been bracht en de krantenkoppen beheerste, riep de stad als eerste in Duitsland de klimatologische noodtoestand uit. Meer dan honderd andere gemeenten volgden.

    Die proclamatie is in eerste instantie een symbolische daad. Een publieke roep om hulp, zo men wil. Maar de stad aan de Bodensee besloot iets te doen tegen de klimaatcrisis en stelde zichzelf ambitieuze doelen. Zo wil ze omstreeks 2035 verregaand klimaatneutraal zijn – vijf jaar eerder dan Baden-Württemberg, tien jaar eerder dan Duitsland. Er staan 63 maatregelen op de to-dolijst.

    Er staan 63 maatregelen op de to-dolijst

    Maar de balans na de eerste jaren valt niet best uit: Konstanz heeft zijn doelen bij lange na nog niet bereikt.

    .  De CO2-uitstoot is van 2018 tot 2022 met 19 % afgenomen, ook door de energiecrisis. Het jaar daarna was het nog maar een procent.  In het jaar 2023 heeft Konstanz 100.000 ton te weinig bespaard.

    .  De ontwikkeling van zonne-energie: in 2024 maar de helft van wat beoogd was, en het wordt zelfs minder.

    .  Minder auto’s? Nauwelijks. Misschien ook omdat het openbaar vervoer niet echt aantrekkelijker is geworden. Bij een buslijn werd het aanbod zelfs gereduceerd.

    En dan deze ontnuchterende zin in het actuele bericht over klimaatacties, die klinkt als een ambtelijke capitulatie: ‘Een verregaande klimaatneutraliteit in 2035 of zelfs in 2040/45 zal met de huidige inzet van middelen en personeel niet bereikt worden.’

    Was alles dus alleen maar een PR-stunt, een roep om aandacht, en helemaal geen echte inspanning?

    Op de achtergrond

    Zes jaar na de klimatologische noodtoestand is de klimaatcrisis op de achtergrond geraakt, het luide protest van de jonge mensen op straat is weggestorven. Steeds opnieuw worden er pogingen gedaan om onder de klimaatmaatregelen en -doelen uit te komen.

    Maar de realiteit blijft hetzelfde.

    Wie vragen stelt aan Konstanz, zou ze ook aan Berlijn kunnen stellen: zijn we nog serieus met het klimaat bezig? Of zijn we er allang aan gewend geraakt dat de ambitie om de zelf gestelde doelen te halen te gering is?

    Met andere woorden: kan en wil Konstanz het desondanks nog voor elkaar krijgen, op de een of andere manier?

    Achter glas-in-loodruiten zit burgemeester Uli Burchardt in zijn met gas verwarmde kantoor. Het raadhuis stamt uit de 16de eeuw, een beschermd monument, zoals zo ongeveer elk huis in de binnenstad van Konstanz. Renoveren is moeilijk.

    Burchardt is een CDU burgemeester, niet bepaald een typische klimaatactivist. Desondanks is de zaak wat hem betreft duidelijk, ook voor de toekomst. ‘Als wij het niet voor elkaar krijgen, wie dan wel?’ zegt hij. ‘We hebben hier een meer, dat met gemak klimaatneutrale warmte kan leveren. We hebben gemeentewerken die voor 100 procent ons eigendom zijn.  En we hebben een constructieve gemeenteraad, zonder populistische fracties.’

    ‘Als wij het niet voor elkaar krijgen, wie dan wel?’

    De AfD speelt in de traditioneel groene stad inderdaad geen rol. Maar het ontbreekt Konstanz, zoals zoveel gemeenten, aan geld. Burchardt heeft in september nog een stop op de uitgaven ingevoerd.  

    Daarom moet de klimaatactie in Konstanz wel economisch haalbaar zijn, en dat biedt volgens de burgemeester ook een kans. Bijvoorbeeld bij de netten voor het verwarmen met stadsverwarming. Hij wil er zes bouwen, als joint venture met privébedrijven. De warmte moet uit de Bodensee komen, van de zuiveringsinstallatie, van de vuilverbranding en uit de buitenlucht.

    Voor de stad is dat de sector met het grootste potentieel om emissies te verminderen. En tegelijkertijd voor de gemeentewerken een gebied waarop ook in de toekomst geld te verdienen is.  Vorig jaar was gas nog de grootste kostenpost in de energiesector.

    ‘Ik moet het de stadsgemeenschap kunnen voorrekenen: we investeren 500 miljoen euro, maar daarmee verdienen we ook weer minstens zoveel geld terug,’ zegt Burchardt. ‘We kunnen de volgende generatie niet zomaar met hoge schulden opzadelen en zeggen: dat kost het nu eenmaal om klimaatneutraal te zijn.’ Burchardt hoopt ook op rijksgelden, bijvoorbeeld uit een speciaal klimaatfonds.

    Ook bij andere klimaatinvesteringen speelt het geld een grote rol. Bijvoorbeeld bij de autoveerpont die Konstanz verbindt met Meersburg aan de andere oever van de Bodensee, zonder dat je een omweg van een uur hoeft te rijden. Sinds 2023 vaart er naast de dieselvloot ook een veerpont op LNG.

    De stad wil de vloot elektrificeren; die is nu verantwoordelijk voor een kwart van de broeikasgassen die de stad uitstoot. Alleen al de ombouw van twee veerponten spaart volgens Burchardt evenveel CO2 uit als de isolatie van alle gemeentegebouwen in de stad.

    Ambitieuze doelen

    En toch mislukt de ombouw. De reden klinkt even idioot als veelzeggend voor Duitslands klimaatambities: de diesel voor de veren is belastingvrij – de stroom niet. Het is gewoon niet rond te krijgen, zegt Burchardt. Hij hoopt dat de Bondsregering deze absurditeit snel wegneemt.

    Maar terug naar de ontnuchterende zin in het bericht over de klimaatacties, dat Konstanz de klimaatneutraliteit niet gaat halen, niet in 2035, niet in 2040 en niet in 2045. Heeft Konstanz gefaald?

    ‘De grootste winst is toch dat we kennis opdoen: waar loopt het mis? Waar zitten de knelpunten? Waar liggen de problemen?’ meent de burgemeester.

    ‘Ik vind dat men niet mag verwachten’ zegt Burchardt koppig, ‘dat het stadsbestuur het probleem in z’n eentje oplost.’  Elk particulier huishouden speelt ook een rol. ‘Wij zijn niet de instantie die Konstanz helemaal alleen klimaatneutraal gaat maken.’

    Maar wie, als het niet de burgemeester is, heeft de middelen om het tempo aan te geven? 

    Maar wie, als het niet de burgemeester is, heeft de middelen om het tempo aan te geven? 

    In het noordelijk deel van Konstanz staat een eenzame paal die wel een zinnebeeld lijkt voor de moeizame dagelijkse realiteit van de klimaatactivist. Een straat die de binnenstad verbindt met de universiteit is veranderd in een fietsstraat. Hier bepalen fietsers met bakfietsen, mannen op racefietsen en horden studenten de snelheid.

    Op kruispunten is het asfalt blauw geschilderd om ook de laatste automobilisten erop te wijzen: u bent hier gasten! Na een paarhonderd meter is het zelfs verboden voor personenauto’s: daar heeft de stad een markeringspaal neergezet. Maar die paal wordt steeds weer omver gereden. Zo vaak dat er intussen al een Instagramaccount bestaat waarop de actuele toestand wordt gedocumenteerd. ‘Poller of love’ wordt die liefdevol genoemd, omdat hij zo vaak ‘neergelegd’ wordt.

    Dan wil de stad het eens helemaal goed doen – en dan wordt die paal omver gereden.

    Op deze herfstochtend staat de paal overeind, ook al is hij flink beschadigd. Hij vormt een stop in de fietstour van Richard Bartscher en Manuel Oestringer.  Zij willen laten zien wat er goed gaat in Konstanz, maar vooral ook: wat niet.

    De fietstocht is begonnen bij de parkeergarage Europabrücke, een betonnen kolos in een grijze omgeving. Wie in Konstanz wil shoppen moet hier zijn auto parkeren, en niet in de binnenstad. Maar Bartscher vindt de busverbinding niet goed genoeg.

    Vanaf volgend jaar moet er een waterbus zijn, die de parkeergarage verbindt met de binnenstad

    Vanaf volgend jaar moet er een waterbus zijn, die de parkeergarage verbindt met de binnenstad. Een dure onderneming. ‘We moeten ons concentreren op de belangrijke dingen, maar in plaats daarvan zet de stad middelen in voor een prestigeproject dat zal mislukken,’ zegt Bartscher.

    We fietsen langs het Seerhein, bij de fietsbrug links verder op goed aangelegde fietspaden, langs de ‘Poller of love’ naar de Zähringerplatz, waar plotseling een eind komt aan het fietsgenoegen. De fietsstraat houdt bij een groot kruispunt gewoon op – en het recht van de sterkste geldt weer.

    Beide heren winden zich op. ‘Burgemeester Burchardt houdt zich bezig met de verwarmingsnetten omdat hij daar iets kan laten zien – en op andere gebieden niet,’ zegt Bartscher. Zo schrikt Burchardt bijvoorbeeld terug voor een duidelijke verhoging van de parkeergelden, ‘want dan kom je aan de heilige koe.’ Daar kom je als politicus niet zonder kleerscheuren mee weg.

    600 euro per jaar is in de klimaatactiestrategie voorzien voor een parkeervergunning voor bewoners.  Nu ligt de prijs op 150 euro. ‘En Konstanz heeft niet minder parkeerplaatsen, maar er zijn er ruim 200 meer dan drie jaar geleden.’

    Sommigen, vertelt Oestringer, zouden intussen zeggen: die streefdatum 2035 klopt toch niet meer, dan is het  Bureau voor klimaatactie ook niet meer nodig. De FDP wilde die afdeling al opheffen.

    ‘Ik geloof niet dat wij in 2035 bijna klimaatneutraal zijn, maar ik ben positief gestemd dat we in de buurt komen.’

    Toch wil Bartscher de hoop dat zijn geboortestad haar zelf gestelde doelen bereikt niet helemaal opgeven. En ook Oestringer zegt: ‘Op dit moment wijst niets erop. Maar het is niet onmogelijk.’

    De man die ervoor moet zorgen dat Konstanz zijn klimaatdoelen bereikt is nauwelijks optimistischer. ‘Ik geloof niet dat wij in 2035 bijna klimaatneutraal zijn,’ zegt Philipp Baumgartner.  De 44-jarige voormalige directeur bij het Internationale Fonds voor Agrarische Ontwikkeling van de Verenigde Naties leidt sinds 2023 het nieuw gestichte Bureau voor klimaatactie in Konstanz. ‘Maar ik ben positief gestemd dat we in de buurt komen.’

    Hij houdt kantoor in de Villa Rheinburg, een door veel groen omgeven kast van een huis. ‘Climate4Change#’ staat er op een briefje op het whiteboard. Het wachtwoord voor hun draadloze lokale netwerk.

    Wanneer het stadsbestuur of de fracties beleidsvoorstellen in de gemeenteraad willen inbrengen, moeten deze eerst door Baumgartner goedgekeurd worden. Bij elk voorstel wordt nagegaan of het gevolgen heeft voor de klimaatdoelen.

    Baumgartner kan een voorstel tegenhouden als het schadelijk is voor het klimaat en er alternatieven zijn. Dat gebeurt gemiddeld een keer per maand, vertelt hij.  Laatst wilde men bijvoorbeeld verschillende apparaten aanschaffen die op diesel werken, waaronder bladblazers.’Toen heb ik gezegd: dat moet ook elektrisch kunnen.’  In Konstanz is klimaatactivisme geen hype meer, maar bestuurlijk beleid.

    Maar Baumgartner wil niet dat die competentie tot zijn bureau beperkt blijft. ‘Klimaatbescherming moet een gewoon thema zijn.’ Het moet op alle niveaus gebeuren: ‘De expertise voor klimaatbescherming bij publieke werken moet niet bij ons zitten maar bij de afdeling Publieke Werken.’

    Kopenhagen

    Als het pessimisme hem te veel wordt, wendt de klimaatchef van Konstanz de blik naar Kopenhagen. Die Deense stad stelde zich in 2012 ten doel om in het jaar 2025 de eerste klimaatneutrale hoofdstad van de wereld te zijn – en faalde. Maar het lukte ze wel om de CO2 uitstoot drastisch te verminderen, met ongeveer 80 procent.

    ‘Alleen dankzij die ambities is hun dat gelukt,’ zegt Baumgartner. En nu pakt de metropool de resterende 20 procent aan. ‘Zo moeten we het in Konstanz ook doen.’

    Kopenhagen had overigens een heel ander uitgangspunt: al tussen 1991 en 2012 had de stad haar CO2 uitstoot met ongeveer 60 procent verminderd, terwijl de wereldwijde trend duidelijk de andere kant op ging.

    Toen Kopenhagen haar ambitieuze doelstelling bekendmaakte, lag de uitstoot in de buurt van 3,2 ton per hoofd per jaar – Konstanz startte bij 5 ton.

    Kopenhagen is voor veel steden in de wereld een voorbeeld. Konstanz zou het graag willen zijn. ‘Het ergert me dat we nog niet verder zijn,’ zegt Baumgartner. Nog altijd is het aandeel van fossiele brandstof bij de verwarming van gemeentegebouwen hoger dan bij private of bedrijfsgebouwen. Bij de woningbouwdienst ontbreekt het geld voor omvangrijke saneringen, en veel andere dingen blijven ofwel steken in de planning of ze blijven achter bij de gestelde doelen.

    Kopenhagen is voor veel steden in de wereld een voorbeeld. Konstanz zou het graag willen zijn

    ‘De tijd van het oogsten van laaghangend fruit is voorbij,’ luidt het bericht over de klimaatactie. ‘Wat Konstanz nu nodig heeft is de invoering van complexere en meestal ook duurdere maatregelen.’ Maar daarvoor ontbreekt het Konstanz aan het geld of de wil. Of aan beide.

    Als Baumgartner spreekt, lijkt hij meestal te willen zeggen: ik begrijp de kritiek wel, maar wat kan ik eraan doen?

    ‘Op dit moment.’ zegt de officiële klimaatactivist, ‘krijgen we ongeveer drie energiekaravanen per jaar voor elkaar.’ Hij doelt op de energieadviescampagnes die in alle 15 stadswijken gevoerd moeten worden. Eigenaars van woningen en gebouwen krijgen individueel advies hoe ze hun huis energiezuiniger kunnen maken, door isolatie of vervanging van hun verwarming.

    ‘Eigenlijk zouden we er 10 per jaar moeten doen.’ Ook op andere plekken zijn er meer planologen nodig. ‘Maar in een sector die geen geld oplevert is het moeilijk om meer mensen in te zetten.’  Wat ontbreekt, kritiseert Baumgartner, is een landelijke regeling, zodat gemeenten voldoende middelen voor hun klimaatmaatregelen krijgen.

    ‘Eigenaars van woningen en gebouwen krijgen individueel advies hoe ze hun huis energiezuiniger kunnen maken’

    Ten slotte leidt hij ons vanuit zijn bureau in de Villa Rheinsburg in de binnenstad naar de Münsterkerk, het waarmerk van de oude stad Konstanz. ‘Alles wat je vanaf de Münster ziet, is monumentenzorg fase 1.’ Juist de daken van de oude stad, die deels nog uit de late middeleeuwen en de vroege renaissance stammen, zouden beschermd moeten worden.

    Baumgartner wijst naar boven. Het dak ziet er op het eerste gezicht uit zoals een dak er nu eenmaal uitziet: rode dakpannen, dakvensters, een kleine schoorsteen. Maar op het rode dak zijn rode panelen met zonnecellen gemonteerd, nauwelijks zichtbaar. En daar is Baumgartner trots op: zo kun je monumentenzorg en klimaatactie combineren.

    Baertscher (60) is voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Grünen, en via zijn zoon bij Fridays for future gekomen. Hij is afdelingschef van een softwarebedrijf en is korter gaan werken, ook om zich meer in te zetten voor klimaatactivisme.

    Oestringer (29) is doctorandus in de chemie en was erbij toen Fridays for future met het stadsbestuur en de fracties onderhandelde over het uitroepen van de klimatologische noodtoestand.  Hij behoort tot de luidste critici en analyseert regelmatig de klimaatpolitiek van de stad.

  • Taxonomie

    Taxonomie

    De schade die klimaatverandering aan de biodiversiteit toebrengt wordt ook bijgehouden door taxonomen. Zij proberen de talloze organismen op aarde in kaart te brengen. Net als veel van de soorten die ze bestuderen, dreigen zij zelf een uitstervende groep te worden. Weten dat dit allemaal verloren gaat, is ‘alsof je een bibliotheek ziet afbranden zonder ook maar één boek te kunnen redden’.

    De aarde barst van het leven. Vier miljard jaar na de eerste microben, 400 miljoen jaar nadat het leven het land bereikte, 200.000 jaar na de komst van de mens, zo’n 5000 jaar na Noach – en tweehonderd jaar nadat we dat alles systematisch zijn gaan ordenen – ontdekken we nog altijd honderden, zo niet duizenden, nieuwe soorten.

    Voor taxonomen – de wetenschappers die deze eindeloze stroom aan biodiversiteit in kaart brengen – verliep de eerste week van november 2017 als elke andere. Oftewel: uitzonderlijk.

    Het begon met 95 nieuwe keversoorten uit Madagaskar. Maar dat was pas het begin. In de dagen daarop volgden zeven nieuwe microvlinders uit Zuid-Amerika, tien piepkleine spinnen uit Ecuador en zeven Zuid-Afrikaanse kluizenaarsspinnen – allemaal giftig.

    Een grotbewonend kreeftachtig dier uit Brazilië. Zeven soorten ondergrondse oorwormen. Vier kakkerlakken uit China. Een nachtelijke kwal uit Japan. Een blauwogige waterjuffer uit Cambodja. Dertien borstelwormen van de oceaanbodem – sommige bolvormig, andere behaard, allemaal afschrikwekkend. Acht Noord-Amerikaanse mijten, gevonden in de veren van aangereden dieren in Georgia. Drie zwarte koralen uit Bermuda. En een Andes-kikker met feloranje ogen, die zijn ontdekkers deed denken aan de Inca-zonnegod Inti.

    Tot nu toe zijn er zo’n 2 miljoen soorten planten, dieren en schimmels bekend. Hoeveel er nog te ontdekken zijn, weet niemand. Sommigen schatten het aantal op nog eens 2 miljoen, anderen op meer dan 100 miljoen.

    Ongrijpbaar totaal

    De werkelijke omvang van de biodiversiteit is een van de grootste en lastigst te beantwoorden vragen in de wetenschap. Er is geen snelle berekening die daar uitsluitsel over geeft – alleen een gestage stroom nieuwe waarnemingen van kevers, vliegen en andere soorten, die zich langzaam opstapelen richting een vrijwel ongrijpbaar totaal.

    Maar terwijl er elk jaar duizenden nieuwe soorten worden ontdekt, verdwijnen er evenveel – meegesleurd in een ecologische crisis die bekendstaat als de zesde massaextinctie.

    Eerder vonden al vijf van zulke uitstervingsgolven plaats. De bekendste (en meest recente) is die aan het einde van het Krijt, 66 miljoen jaar geleden, toen de dinosauriërs uitstierven. De meest verwoestende was de Perm-extinctie, zo’n 190 miljoen jaar eerder, die de weg vrijmaakte voor de dinosauriërs.

    Om vast te stellen of we ons werkelijk in een zesde massaextinctie bevinden, moeten wetenschappers zowel het huidige tempo van uitsterven bepalen als het tempo dat zonder menselijke invloed zou optreden – de zogeheten ‘achtergrondsnelheid’.

    ER zijn zo’n 2 miljoen soorten planten, dieren en schimmels bekend. Hoeveel er nog te ontdekken zijn, weet niemand

    In 2015 concludeerde een team van Amerikaanse en Mexicaanse onderzoekers, op basis van gegevens over alle bekende gewervelde dieren, dat diersoorten door menselijk toedoen tot wel honderd keer sneller verdwijnen dan ze van nature zouden doen – een tempo dat de uitsterving van de dinosauriërs in herinnering brengt.

    Maar zoals de legendarische tropisch entomoloog Terry Erwin mij vertelde, zijn die schattingen van een zesde massaextinctie ‘gebaseerd op slechts een klein deel van de biodiversiteit’.

    Als het gaat om ongewervelden – slakken, krabben, wormen, spinnen, octopussen en vooral insecten, die het grootste deel van de dierensoorten vormen – tasten we grotendeels in het duister. ‘Natuurbeschermers doen wat ze kunnen, maar gegevens over insecten ontbreken grotendeels,’ aldus Erwin.

    Om echt te begrijpen wat er met de biodiversiteit gebeurt, moeten ecologen meer aandacht besteden aan ongewervelden en minder aan de ‘aaibare soorten’ – zoals Terry Erwin gewervelden noemt. (Na al die verhalen over gorilla’s en bultruggen kan een verstokte insectenliefhebber daar best wat cynisch van worden.) Per slot van rekening zijn er simpelweg veel meer van hen dan van ons.

    Ruggengraat

    We leven in een wereld van ongewervelden. Van alle bekende diersoorten heeft minder dan 5 procent een ruggengraat, terwijl zo’n 70 procent uit insecten bestaat. Minder dan een op de tweehonderd soorten is een zoogdier, en daarvan is een groot gedeelte knaagdier. Vanuit het oogpunt van biodiversiteit zijn wij zoogdieren dus niet meer dan een handvol muizen op een planeet vol kevers. Het grootste deel van die kevers zijn planteneters uit de tropen. Wie de biodiversiteit op aarde echt wil begrijpen – en het tempo waarin die verdwijnt – moet daarom nagaan hoeveel soorten kevers leven van elke soort tropische boom.

    Maar voordat je soorten kunt tellen, moet je ze eerst benoemen. Daar komen taxonomen in beeld. Het begrip ‘soort’ is voor biologen berucht lastig te definiëren, vooral omdat organismen vaak in elkaar overlopen en steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn naarmate ze meer op elkaar lijken.

    De meest gebruikte definitie komt van evolutionair bioloog Ernst Mayr: soorten zijn groepen dieren die zich onderling voortplanten, maar normaal gesproken niet met andere groepen. (Als je een zebra en een ezel kruist en zo een zebrel krijgt, heb je één hybride gecreëerd – maar dat betekent niet dat het geen aparte soorten zijn, omdat zo’n kruising in de natuur niet vanzelf voorkomt.)

    Het begrip ‘soort’ is voor biologen berucht lastig te definiëren

    Taxonomen geven niet alleen individuele soorten een naam; ze moeten ook bepalen hoe soorten onderling verwant zijn. Door de eeuwen heen hebben wetenschappers geprobeerd alle levensvormen in een logisch systeem onder te brengen, met wisselend succes. Aristoteles probeerde al het leven te ordenen op basis van essentiële kenmerken, vooral de manier waarop organismen zich voortbewegen. Stilzittende organismen bezorgden hem de meeste hoofdbrekens. Op het eiland Lesbos zou hij lang hebben nagedacht over de vraag of zeeanemonen en sponzen dieren, planten of iets daartussenin zijn.

    De echte revolutie in de taxonomie komt pas in de achttiende eeuw, tijdens de Verlichting, en is grotendeels te danken aan Carl Linnaeus, die wel de Isaac Newton van de biologie wordt genoemd. Linnaeus is een opvallende figuur: briljant, eigenzinnig en ijdel, met een uitzonderlijk talent om de geslachtskenmerken van planten te onthouden. Zelf maakt hij slechts één grote expeditie – naar Lapland in het noorden van Zweden – maar daarnaast stuurt hij zeventien ‘apostelen’ de wereld in om specimens te verzamelen. Zeven van hen keren nooit terug. Op basis van al dat werk beschrijft hij zo’n 7700 plantensoorten en 4400 diersoorten.

    Latere biologen hebben veel aan te merken op zijn indeling – zo plaatst hij egels en vleermuizen samen als ‘woeste dieren’ en spitsmuizen en nijlpaarden als ‘lastdieren’. Zijn blijvende verdienste ligt dan ook niet zozeer in die groepen zelf, maar in het systeem dat hij invoert om soorten te benoemen. Volgens Linnaeus krijgt elke soort een tweedelige naam: het eerste deel geeft het geslacht aan, het tweede de soortaanduiding.

    Op basis van al zijn werk beschreef Carl Linnaeus zo’n 7700 plantensoorten en 4400 diersoorten

    Dit is een zeer efficiënt systeem, zowel om soorten te benoemen als om ze te ordenen. Dankzij dit systeem zien we meteen dat wij, Homo sapiens, verwant zijn aan maar ook verschillen van onze evolutionaire verwanten Homo erectus en Homo habilis. Het levert taxonomen bovendien plezier op. Namen die verwijzen naar presidenten – zoals bushi, obamai en donaldtrumpi (een opvallend gekapte mot) – halen vaak het nieuws. Soms verwijzen soortnamen naar politieke gebeurtenissen: zo kreeg een Braziliaanse eendagsvlieg de naam tragediae, ter herinnering aan de rampzalige dambreuk in 2015. Taxonomen houden ook van woordspelingen: zo noemde Terry Gosliner een soort uit het geslacht Thurunna uit Hawaï Thurunna kahuna.

    Gosliner ontdekte zijn eerste zeenaaktslak al op de middelbare school. Sindsdien reist hij de wereld rond en heeft hij in veertig jaar meer dan driehonderd soorten beschreven. Net als bewoners van koraalriffen zijn zeenaaktslakken bijzonder gevoelig voor stijgende zeetemperaturen. Sommige wetenschappers denken dat klimaatverandering en verzuring van de oceaan riffen binnen vijftig tot honderd jaar kunnen doen verdwijnen. Gosliner is iets optimistischer en wijst op het herstelvermogen van riffen. Maar terwijl koraalriffen onder druk staan in de zee, dreigt er op het land een mogelijk nog grotere crisis: die onder insecten – waarvan de omvang nog maar net begint door te dringen tot entomologen.

    30 miljoen

    Voordat entomologen zich konden buigen over de angstaanjagende mogelijkheid van een massale insectensterfte, moesten ze inzicht krijgen in de enorme diversiteit. Daar worstelen ze nog steeds mee. Voor velen kwam het keerpunt in 1982, met een kort artikel van de jonge keverspecialist Terry Erwin.

    Erwin wilde weten hoeveel insectensoorten op 1 hectare regenwoud in Panama leven. Hij pakte het praktisch aan: hij spande plastic rond een boom en besproeide die met insecticide, waarna hij uren later duizenden dode insecten verzamelde en maandenlang sorteerde. Het resultaat was verbluffend: alleen al op die ene boom leefden 1200 soorten, waarvan meer dan honderd nergens anders voorkwamen. Op basis daarvan schatte hij dat er wereldwijd zo’n 30 miljoen insectensoorten bestaan.

    Die schatting werd beroemd, maar ook omstreden. Hoewel Erwin veel aanzien geniet binnen de entomologie, vinden veel collega’s zijn cijfers te hoog en hebben latere studies het aantal naar beneden bijgesteld. Zelf blijft hij bij zijn standpunt: volgens hem kan het werkelijke aantal zelfs oplopen tot 80 of 200 miljoen soorten – waarvan er mogelijk al veel verdwijnen zonder ooit ontdekt te zijn.

    Overal ter wereld worden ongewervelden bedreigd door klimaatverandering, invasieve soorten en verlies van leefgebied. Het aantal insecten lijkt zelfs sterk af te nemen op plekken waar hun habitat nauwelijks is veranderd. Een alarmerend rapport uit Duitsland laat bijvoorbeeld een daling van 75 procent in insectenpopulaties zien sinds 1989 – een teken dat de situatie ernstiger kan zijn dan eerder gedacht.

    Overal ter wereld worden ongewervelden bedreigd door klimaatverandering, invasieve soorten en verlies van leefgebied

    Entomologen volgen die achteruitgang met groeiende bezorgdheid. Toen Brian Fisher in 1993 naar Madagaskar ging, verwachtte hij enkele nieuwe soorten te vinden, maar de rijkdom bleek overweldigend. Inmiddels heeft hij meer dan duizend nieuwe mierensoorten beschreven, waaronder de zogenoemde ‘Dracula-mieren’, waarvan de volwassen dieren zich voeden met het bloed van hun eigen larven.

    Duizend soorten lijken veel, maar tot nu toe zijn er al zo’n 16.000 mierensoorten geïdentificeerd. Voor een leek lijken ze misschien sterk op elkaar – wat kleurverschillen daargelaten doen ze denken aan de (invasieve) Argentijnse mieren die bij regen massaal keukens binnendringen. Maar voor een expert als Fisher zijn de verschillen enorm. Onder de microscoop blijken mieren vol unieke kenmerken te zitten, van hun fijne haartjes en gelede antennes tot hun kaken, die eruitzien als kleine, duivelse snoeischaren.

    In de decennia sinds Brian Fisher zijn expedities naar Madagaskar begon, is de ontbossing sterk toegenomen. Vandaag de dag is nog slechts zo’n 10 procent van de oorspronkelijke bossen intact. Fisher vreest dat er over vijftig jaar misschien helemaal geen bos meer over is. Volgens Wendy Moore, verbonden aan de University of Arizona, heerst er onder onderzoekers een groeiend gevoel van urgentie. Omdat veel insecten afhankelijk zijn van één specifieke plantensoort, kan ontbossing een enorme kettingreactie veroorzaken: als een bepaald type bos verdwijnt, verdwijnen mogelijk ook duizenden tot honderdduizenden soorten. Zoals Erwin het stelt: ontbossing veegt miljoenen soorten weg zonder dat we ze ooit kennen.

    Als een bepaald type bos verdwijnt, verdwijnen mogelijk ook duizenden tot honderdduizenden soorten

    Hoewel we nog geen volledig beeld hebben van wat er met individuele soorten gebeurt, is er op populatieniveau duidelijk sprake van een crisis. Zelfs als er veel soorten blijven bestaan, zijn hun aantallen drastisch afgenomen.

    Het alarmerende Duitse onderzoek – dat gedurende vijfendertig jaar het aantal vliegende insecten meet – laat een scherpe daling zien en is slechts een van de vele signalen. Volgens schattingen van Claire Régnier van het Muséum national d’Histoire naturelle zijn in de afgelopen vier eeuwen mogelijk al tot 130.000 soorten ongewervelden verdwenen.

    Ook anekdotisch bewijs lijkt dit te bevestigen. De milieujournalist Michael McCarthy wijst op het verdwijnen van het zogenoemde ‘voorruitfenomeen’: waar autoritten in de zomer vroeger steevast eindigden met een voorruit vol insecten, lijkt dat beeld tegenwoordig vrijwel verdwenen.

    Zonder insecten en andere geleedpotigen, stelt E.O. Wilson, zou de mensheid slechts enkele maanden overleven

    Hoewel insecticiden vaak als oorzaak worden genoemd voor de achteruitgang in Europa, denkt Terry Erwin dat klimaatverandering de uiteindelijke boosdoener is. De plek die hij in Ecuador bestudeert, is ongerept regenwoud, zonder pesticiden of andere directe menselijke invloeden. Toch is er in de loop der jaren iets subtiels maar ingrijpends veranderd in het ecosysteem. Op basis van hun gegevens concluderen Erwin en zijn collega’s dat het Amazonewoud de afgelopen vijfendertig jaar langzaam achteruitgaat. En als het bos verdwijnt, waarschuwt hij, wordt al het leven dat ervan afhankelijk is meegesleurd.

    Als dit patroon doorzet, zijn de gevolgen enorm. Insecten bestaan al duizend keer langer dan de mens en hebben in veel opzichten de wereld gevormd zoals wij die kennen. Ze speelden een cruciale rol in het ontstaan van bloeiende planten en vormen de basis van voedselketens op land, zoals plankton dat in de oceaan doet. Zonder insecten en andere geleedpotigen, stelt E.O. Wilson, zou de mensheid slechts enkele maanden overleven. Daarna zouden ook de meeste amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren verdwijnen, evenals bloeiende planten.

    De aarde zou veranderen in een gigantische composthoop, vol dode lichamen en omgevallen bomen die niet meer vergaan. Schimmels zouden nog kortstondig floreren, maar uiteindelijk ook verdwijnen. De planeet zou terugkeren naar een toestand zoals in het Siluur, zo’n 440 miljoen jaar geleden: een stille, sponsachtige wereld met mossen en levermossen, wachtend tot het eerste nietsvermoedende garnaaltje denkt: Laat ik het land eens proberen.

    Antioch-duinen

    Het beschermen van individuele insectensoorten, zoals vaak gebeurt bij bedreigde zoogdieren, is bijzonder lastig. Niet alleen zijn het er ontelbaar veel, insecten en andere ongewervelden spreken ook veel minder tot de verbeelding dan bedreigde zoogdieren. IJsberen en bultruggen spreken mensen aan; zachte plantkevers uit de Gaoligong-bergen in Yunnan een stuk minder.

    Niet lang geleden bezocht ik het eerste natuurreservaat dat speciaal is opgericht om een bedreigd insect te beschermen: het Antioch Dunes National Wildlife Refuge, op ongeveer een uur rijden ten noordoosten van Berkeley in Californië. Het gebied is klein – slechts 55 acres – ingeklemd tussen een hek en de San Joaquin River. Eerlijk gezegd is het landschap weinig indrukwekkend: het doet denken aan een verwaarloosd stuk bouwgrond. Toen ik er was, zaten drie gieren rond het karkas van een kat, terwijl aan de overkant van de rivier windturbines traag ronddraaiden.

    Ooit waren deze duinen echter een soort mini-Sahara, met planten en dieren die nergens anders voorkwamen. Pas na decennia ontdekten biologen hoe uniek dit gebied was – en toen was het bijna te laat. Toen kolonisten zich in Californië vestigden, zagen ze de duinen vooral als grondstof. Het zand bleek ideaal voor bakstenen, en tussen de aardbeving van San Francisco in 1906 en de naoorlogse bouwgolf werd vrijwel alles afgegraven en verwerkt in gebouwen. Daarna werd het gebied grotendeels bebouwd.

    Pas in de jaren zestig drong het besef door hoe bijzonder de Antioch-duinen waren. Tegen die tijd waren nog maar drie inheemse soorten over: twee planten – de Contra Costa-muurbloem en de Antioch Dunes-teunisbloem – en één insect, de Lange’s metalmark-vlinder. Deze vlinder is piepklein, met een spanwijdte van ongeveer een vingernagel. Hij is bruin-oranje met witte stippen en een zwakke vlieger: na het uitkomen uit zijn pop leeft hij slechts zeven tot negen dagen in augustus, waarin hij maximaal zo’n 400 meter aflegt.

    Er zaten drie gieren rond het karkas van een kat, terwijl aan de overkant van de rivier windturbines traag ronddraaiden

    Na de oprichting van het reservaat in 1980 kende de vlinder kortstondig een opleving. Inmiddels gaat het weer slecht: bij de laatste telling werden nog slechts 67 exemplaren geteld. De Lange’s legt haar eitjes uitsluitend op één plant, de naaktstengelige boekweit, die momenteel wordt verdrongen door onkruid. De enige andere populatie wordt in stand gehouden via een kweekprogramma in gevangenschap aan het Moorpark College in Californië. Als daar iets misgaat, betekent dat het einde van de soort.

    In een poging de vlinder te redden is de Amerikaanse natuurbeheerder begonnen met een gedurfd experiment: grote delen van het gebied worden bedekt met een dikke laag zand. Die verstikt invasieve planten, waardoor oorspronkelijke duinsoorten weer ruimte krijgen. ‘Als we het leefgebied herstellen, kan de vlinder terugkomen,’ zei beheerder Don Brubaker. Toen ik er was, zag zijn collega een hoopvol teken: de eerste scheuten van de inheemse teunisbloem staken alweer boven het zand uit. Misschien kan dit laatste restje zich, met tijd en geduld, toch herstellen.

    Op mijn vraag of al dat werk de moeite waard is, antwoordde Brubaker simpel: ‘Waarom een soort beschermen? Waarom niet? We proberen er simpelweg voor te zorgen dat de planeet blijft functioneren.’

    Hun beperkte leefgebied maakt zulke insecten juist goed beschermbaar. Volgens Sarina Jepsen van de Xerces Society kan een klein stuk land al een groot verschil maken – veel minder dan nodig is voor bijvoorbeeld wolven of tijgers. Toch blijft het redden van zelfs één soort een enorme opgave. Het is niet genoeg om een soort in een laboratorium te bewaren; je moet een heel ecosysteem herstellen, gevormd door complexe interacties tussen planten, dieren, bodem en klimaat.

    Uiteindelijk wordt duidelijk dat het eigenlijk een schaalfout is om uitsterven alleen per soort te bekijken. Als de somberste voorspellingen uitkomen, zullen er in deze eeuw miljoenen soorten verdwijnen. Ze een voor een redden is dan als proberen een tsunami tegen te houden met een paar zandzakken.

    Uitstervende groep

    Net als veel van de soorten die ze bestuderen, dreigen ook taxonomen zelf een uitstervende groep te worden. Universitaire aanstellingen, museumfuncties en onderzoeksfinanciering nemen af, en steeds minder studenten kiezen voor het vak. Taxonomie wordt vaak weggezet als ouderwets en weinig uitdagend – de wetenschappelijke variant van postzegels verzamelen. Intussen domineert de moleculaire biologie, met haar focus op DNA en cellulaire processen, het onderwijs en de subsidies. Zoals Terry Erwin opmerkt: daar gaat het geld naartoe.

    Ondertussen blijven nieuwe soorten ontdekt worden. Terwijl ik dit schrijf, hebben de tijdschriften ZooKeys en Zootaxa alweer een reeks ontdekkingen gemeld: een pottenbakkerswesp uit Zuid-Amerika, een kever van het Tibetaans Plateau, een mot, een Andeskever, twee Koreaanse kreeftachtigen en zelfs een geheel nieuw geslacht sluipwespen (gelukkig richten die zich op bladluizen). En het is nog niet eens middag.

    Wat moet je met die constante stroom aan nieuwe soorten? Veel taxonomen erkennen dat het nauwelijks bij te houden is. Brian Fisher zegt dat onderzoekers soms simpelweg overweldigd raken door ‘de enorme omvang van wat we niet weten’. Ook Kipling Will van de University of California, Berkeley benadrukt hoe tijdrovend het werk is: het beschrijven van één soort kan jaren duren, omdat onderzoekers het insect moeten ontleden, DNA analyseren en het moeten vergelijken met verwante soorten. Daardoor duurt het vaak jaren, soms zelfs decennia, voordat ontdekte soorten officieel worden beschreven.

    Het kan vaak jaren, soms zelfs decennia duren voordat ontdekte soorten officieel worden beschreven

    Dus wat moeten we doen? En waarom zou het ons eigenlijk iets kunnen schelen? Er zijn genoeg praktische redenen om ons zorgen te maken over het lot van ongewervelden. Ze vormen een essentieel onderdeel van ecosystemen – als het ware het hart, de longen en het spijsverteringsstelsel van onze planeet. Sommige dragen in hun complexe chemie misschien wel de sleutel tot nieuwe medicijnen; stoffen uit zeenaaktslakken worden bijvoorbeeld al getest als mogelijke kankerbehandeling. Andere soorten kunnen dienen als natuurlijk alternatief voor pesticiden. Maar uiteindelijk is het de vraag of zulke argumenten op zichzelf voldoende zijn. Misschien draait het eerder om een gevoel van verwondering en verbondenheid met het leven – wat E.O. Wilson ‘biophilia’ noemde.

    Vraag je taxonomen waarom ze hun leven wijden aan één soort insect, slak of schelp, dan hoor je opvallend vaak hetzelfde woord: ‘mooi’. Hun ogen lichten op bij hun favoriete groep. Een lade vol kleine, glanzend zwarte kevers wordt omschreven als ‘indrukwekkend groot en ongelooflijk mooi’ – waarbij ‘groot’ relatief is: ze zijn ongeveer zo groot als het topje van een pink.

    Tussen potjes met piepkleine zeenaaktslakken raken onderzoekers niet uitgepraat over hun kleuren, vormen en gedrag. Amy Berkov, die ooit uit de kunstwereld kwam, koos mede daarom voor de entomologie: volgens haar is er ‘niets fascinerender dan naar insecten kijken’. Zelfs mierenspecialisten – doorgaans een nuchter gezelschap – wisselen Latijnse namen uit met een warmte die je eerder bij oude vrienden verwacht.

    Het is makkelijk om te geven om aaibare dieren. Binnenkort leven we misschien op een planeet zonder berggorilla’s of lederschildpadden, zonder tijgers of ijsberen – en dat vooruitzicht voelt direct verdrietig.

    Het is makkelijk om te geven om aaibare dieren

    Maar de dreigende uitsterving van ongewervelden confronteert ons met een ander soort verlies. Zo veel zal verdwijnen voordat we überhaupt wisten dat het bestond, voordat we het konden begrijpen. Soorten zijn niet alleen namen of plekjes in een evolutionaire stamboom; ze belichamen millennia aan interacties tussen planten en dieren, bodem en lucht. Elke soort draagt gedragingen die we nog nauwelijks hebben gezien, chemische strategieën die miljoenen jaren zijn verfijnd, complete werelden van imitatie en strijd, zorg en voortplanting. Weten dat dit allemaal verloren gaat, is alsof je een bibliotheek ziet afbranden zonder ook maar één boek te kunnen redden. Onze rol daarin voelt als een vorm van vandalisme – tegen hun geschiedenis, en tegen die van onszelf.
    Neem Strumigenys reliquia, een van de mieren waarover ik met zoveel warmte hoorde praten in de California Academy of

    Sciences. Strumigenys is een zeldzame roofmier die leeft in de ondergroei. Ze werd voor het eerst ontdekt in 1986 door Phil Ward van de University of California, Davis, op een klein bosperceel van twee hectare, niet ver van zijn kantoor. Sindsdien is ze nergens anders meer gezien. Volgens Ward is daar een reden voor.

    Ooit werden de rivieren van Californië omzoomd door uitgestrekte bossen van sterke, altijd groene eiken die bestand waren tegen overstromingen. Geologen denken dat deze rivierbossen al minstens 20 miljoen jaar bestonden. Verslagen van vroege kolonisten en ontdekkingsreizigers geven een indruk van hoe het er moet hebben uitgezien: zwermen ganzen die de lucht verduisterden, zalmen die de rivieren vulden en grizzlyberen die zich in groepen van honderden onder de eiken verzamelden om eikels te eten.

    Vandaag de dag zijn die bossen, op enkele kleine restjes na zoals in Yolo County [een gebied in de Amerikaanse staat Californië], verdwenen. Ze werden gekapt voor brandhout en omgeploegd voor landbouw – voor tomatenvelden en amandelboomgaarden. De zalmen, de ganzen en de grizzly’s zijn verdwenen. Alleen de mier is gebleven. Alleen zij herinnert het zich nog.

  • Moeten de West-Europeanen toegeven aan airconditioning?

    Moeten de West-Europeanen toegeven aan airconditioning?

    Steeds vaker zucht West-Europa onder hittegolven en tropische temperaturen, terwijl onze huizen en steden juist zijn gebouwd voor een koeler klimaat. Hoe wapenen we ons tegen die toenemende hitte? Met airconditioning, of moeten we op zoek naar alternatieven?

    Nee: ‘Er zijn betere manieren om met de hitte om te gaan’

    ‘Als West-Europese landen gewoonweg meer airco’s gaan installeren, stevenen we af op een toekomst waarin de energievraag stijgt, de kosten oplopen en de ongelijkheid verder toeneemt. Gelukkig zijn er betere manieren om hiermee om te gaan’, schrijft Mehri Khosravi, senior onderzoeker op het gebied van energie en koolstof aan de University of East London, in The Conversation

    ‘Mechanische verkoeling vereist enorme hoeveelheden energie op precies die momenten dat de vraag al hoog is.’ In 2023 moest het Verenigd Koninkrijk kortstondig een kolencentrale heropstarten voor het opwekken van elektriciteit, om te kunnen voldoen aan de extra vraag naar airconditioning terwijl het land kampte met zinderende hitte. ‘Bovendien vergroot airconditioning de ongelijkheid tussen rijk en arm. Voor mensen met een hoger inkomen is het een relatief eenvoudige oplossing, maar voor huishoudens die minder te besteden hebben, zijn zowel de aanschaf als het gebruik vaak een te grote kostenpost’, legt Khosravi uit.

    ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt hitte nog steeds beschouwd als “mooi weer”’

    Landen met een warm klimaat, bijvoorbeeld in Zuid-Europa, weten al decennialang hoe ze met hitte moeten omgaan. Van hen valt dan ook veel te leren, meent Khosravi. ‘We moeten beginnen met het inzetten op maatregelen die de behoefte aan airconditioning verminderen.’ Denk aan zonwering en luiken, natuurlijke ventilatie om warmte te laten ontsnappen tijdens koelere uren en groene infrastructuur. ‘Veel van deze maatregelen zijn goedkoop, snel te installeren en gaan lang mee.’

    Ook het gedrag van mensen speelt een belangrijke rol. In Spanje vallen de warmste uren samen met de siësta. Mensen mijden overdag de buitenlucht en zijn ’s ochtends en ’s avonds actiever. Ze houden de gordijnen dicht en zetten ’s nachts de ramen open. ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt hitte nog steeds beschouwd als “mooi weer”’, schrijft Khosravi. ‘Dan gaan mensen naar het strand of houden een barbecue, zelfs bij gevaarlijke temperaturen.’ 

    Er zijn volgens haar twee opties: ‘We kunnen op de toenemende hitte reageren met meer airconditioning – en dus meer rekeningen, uitstoot en ongelijkheid – of we kunnen onze gebouwen, straten en gewoonten aanpassen aan een warmer klimaat. Airconditioning moet het laatste redmiddel zijn, niet de eerste reflex.’

    Mehri Khosravi is senior onderzoeker op het gebied van energie en koolstof aan de University of East London. Ze promoveerde tweemaal aan de Universiteit van Liverpool: in milieubeheer en -planning en in milieuwetenschappen.


    Ja: ‘Alleen airconditioning biedt echte verlichting bij extreme hitte’

    Toen de inmiddels overleden Singaporese premier Lee Kuan Yew werd gevraagd naar het geheim van de snelle opkomst van zijn land, gaf hij twee antwoorden. Ten eerste: een multiculturele samenleving. Ten tweede: airconditioning. Hij prees de technologie als ‘een van de belangrijkste uitvindingen uit de geschiedenis’ en als de sleutel tot een productief ambtenarenapparaat. 

    Met deze anekdote opent John Burn-Murdoch zijn pleidooi in Financial Times. ‘Hoewel moeilijk is vast te stellen hoeveel impact de technologie precies heeft gehad op de economische groei van het land, staat buiten kijf dat koel blijven in een warm klimaat van onschatbare waarde is.’

    Zodra de binnentemperatuur boven de 23 graden stijgt, begint het lichaam te protesteren. De slaapduur en -kwaliteit nemen snel af en kantoormedewerkers worden minder productief. Ook leerlingen en studenten ervaren meer moeite met cognitieve vaardigheden. 

    Tussen 2000 en 2019 stierven jaarlijks gemiddeld 83.000 West-Europeanen aan extreme hitte

    ‘Dit alles is te vermijden als huizen, scholen en kantoren koel blijven. En hoewel geschikte architectuur, passieve koeling en andere aanpassingen voor enige bescherming kunnen zorgen, biedt alleen airconditioning echte verlichting bij extreme hitte’, schrijft Burn-Murdoch.

    De sterftecijfers liegen er niet om. Tussen 2000 en 2019 stierven jaarlijks gemiddeld 83.000 West-Europeanen an extreme hitte, tegenover 20.000 Noord-Amerikanen. ‘Desondanks zien veel West-Europeanen airconditioning nog steeds als een overbodige luxe – een die bovendien meer kwaad dan goed zou doen.’ 

    Critici wijzen er onder meer op dat airconditioning het elektriciteitsnet kan overbelasten. Die zorg is niet helemaal misplaatst, erkent de columnist. Maar de stijgende vraag naar airconditioning gaat samen met een snel groeiend aanbod van zonne-energie. ‘Het overgrote deel van de toegenomen energievraag in de komende jaren zal worden geleverd door schone bronnen – en dat aanbod piekt precies wanneer de behoefte aan koeling het grootst is.’

    Volgens Burn-Murdoch zijn de opties voor de West-Europeanen beperkt. ‘In een wereld die in hoog tempo opwarmt, verandert wat vroeger een luxe was in een noodzaak.’

    John Burn-Murdoch is columnist en dataredacteur bij de Financial Times. Hij schrijft de wekelijkse column Data Points, waarin hij aan de hand van statistieken en grafieken dieper ingaat op het nieuws, variërend van de economie tot klimaatverandering, maatschappelijke vraagstukken en de gezondheidszorg.

  • De VN waarschuwen: zet je schrap voor de terugkeer van El Niño

    De VN waarschuwen: zet je schrap voor de terugkeer van El Niño

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU geeft groen licht voor buitenlandse opvangcentra voor afgewezen migranten

    » Denemarken: premier Mette Frederiksen vormt een centrumlinkse coalitie

    Het kan volgens wetenschappers de sterkste El Niño van de eeuw worden

    De wereld moet zich voorbereiden op de aanstaande terugkeer van El Niño en de extreme weersomstandigheden die het met zich meebrengt, waarschuwen de VN. Het krachtige natuurlijke weerpatroon, dat de wereldwijde temperaturen verhoogt en de regenval in sommige gebieden verergert, heeft een kans van 80 procent om zich vóór september te ontwikkelen en een kans van 90 procent om tot november aan te houden, aldus de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) dinsdag.

    De meeste modellen voorspellen dat het cyclische fenomeen in de oceaan en atmosfeer met een gematigde kracht zal terugkeren, en mogelijk zelfs heel krachtig zal zijn. Wetenschappers hebben eerder al gewaarschuwd dat het de sterkste El Niño van deze eeuw zou kunnen worden, schrijft The Guardian.

    ‘De omstandigheden van El Niño zullen de opwarming van de aarde alleen maar verergeren’, aldus António Guterres, de secretaris-generaal van de VN. ‘De gevolgen zullen nog heviger zijn, zich nog verder verspreiden en met verwoestende snelheid grenzen overschrijden.’

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De meest recente El Niño, die plaatsvond in 2023-2024, was een van de vijf sterkste ooit gemeten en droeg bij aan een extreem heet jaar in 2024, waarin wereldwijde temperatuurrecords werden gebroken.

    Hoewel elke El Niño uniek is, associëren wetenschappers het doorgaans met hevige regenval in delen van Zuid-Amerika, het zuiden van de VS, de Hoorn van Afrika en Centraal-Azië. Droger weer komt doorgaans voor in Midden-Amerika, het noorden van Zuid-Amerika, het Caribisch gebied, Australië, Indonesië en delen van Zuid-Azië.

    El Niño-omstandigheden doen zich om de paar jaar voor en duren ongeveer negen tot twaalf maanden. Tijdens dergelijke jaren veranderen de winden die warm water naar het westen duwen in kracht of van richting, waardoor het oppervlaktewater in dat deel van de Stille Oceaan kan opwarmen.

  • Portugal: minister waarschuwt de bevolking voor een ‘vreselijke zomer’

    Portugal: minister waarschuwt de bevolking voor een ‘vreselijke zomer’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije neemt wet aan die sociale media verbiedt voor jongeren onder de vijftien

    » Hongarije heft veto op, EU kan nu 90 miljard euro aan Oekraïne uitlenen

    Hij dringt aan op het vrijmaken van bosgebieden

    De minister van Binnenlandse Zaken van Portugal heeft een ‘zeer dringend’ beroep op de Portugese bevolking gedaan om zich voor te bereiden op een ‘vreselijke zomer’ en vanaf nu mee te werken aan het vrijmaken van land en bosgebieden om het risico op brand te minimaliseren. Dat meldt het Portugese nieuwsportaal SAPO.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De zomer wordt verschrikkelijk, het kan erg zwaar worden. Er zijn nieuwe, buitengewone, negatieve factoren, en daarom vraag ik in de naam van allen dat iedereen zijn bijdrage levert. Het is nu tijd voor voorbereiding, voor het vrijmaken van terrein en voor het identificeren van potentiële gevaren. Dit is hét moment,’ aldus Luís Neves.

    ‘Door de regenval moeten we meer struikgewas verwijderen, is er meer brandbaar materiaal met miljoenen omgevallen bomen en zijn er nog steeds wegen geblokkeerd. We zullen deze zomer veel problemen ondervinden,’ waarschuwde hij. De gouverneur verzocht daarom particulieren en landeigenaren om ‘hun steentje bij te dragen’.

  • Onderzoek: door opwarming klimaat duurt pollenseizoen twee weken langer

    Onderzoek: door opwarming klimaat duurt pollenseizoen twee weken langer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Magyar wil historische banden tussen Oostenrijk en Hongarije weer aanhalen

    » China dwarsboomt de reis naar Afrika van de president van Taiwan

    Hooikoorts kan in sommige gevallen levensbedreigend zijn

    Klimaatverandering heeft het pollenseizoen in het Verenigd Koninkrijk en continentaal Europa sinds de jaren negentig met één tot twee weken verlengd, zo blijkt uit een onderzoek. Dit voegt jeukende ogen en een loopneus toe aan de schade die wordt veroorzaakt door de vervuiling door fossiele brandstoffen, schrijft The Guardian.

    De bevinding is misschien minder dramatisch dan de overstromingen en bosbranden die doorgaans met een opwarmende planeet worden geassocieerd, maar betekent een ‘enorme’ toename van het gezamenlijke leed van tientallen miljoenen mensen, aldus de onderzoekers. ‘Het leed van mensen door deze veranderingen kan zeer groot zijn,’ aldus Joacim Rocklöv, milieu-epidemioloog aan de Universiteit van Heidelberg en codirecteur van het rapport.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Warm weer en hoge concentraties koolstofdioxide zorgen ervoor dat planten meer pollen produceren, wat allergische reacties veroorzaakt bij mensen met hooikoorts en leidt tot symptomen die variëren van licht irritant tot levensbedreigend.

    Uit de meest recente studie naar de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid in Europa, gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet, blijkt dat het pollenseizoen voor berken, elzen en olijfbomen in de periode 2015-2024 één tot twee weken eerder begon dan in de periode 1991-2000.

  • Dodelijke overstromingen in Zuid-Rusland eisen minstens vijf levens

    Dodelijke overstromingen in Zuid-Rusland eisen minstens vijf levens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Maanmissie Artemis 2 keert terug naar de aarde

    » Onderzoek: leerlingen hebben meer baat bij pen en papier dan bij technologie

    De bergachtige regio heeft te weinig infrastructuur

    Minstens vijf mensen zijn omgekomen na de hevige regenval die afgelopen weekend de Zuid-Russische republiek Dagestan trof, aldus de autoriteiten. Video’s die op sociale media circuleren, tonen ondergelopen dorpen en verdwenen wegen. Op een van de video’s is te zien hoe een deel van een flatgebouw instort in de stad Machatsjkala, aan de oevers van de Kaspische Zee.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De bergachtige regio met 3 miljoen inwoners ‘kampt met een ontoereikende infrastructuur en de toenemende gevolgen van klimaatverandering, die de impact van natuurrampen versterken’, aldus The Moscow Times. Dagestan werd vorige week ook al getroffen door overstromingen, die wijdverspreide stroomstoringen veroorzaakten en de autoriteiten ertoe aanzetten de noodtoestand uit te roepen.

  • De trainer die dertien landen coacht

    De trainer die dertien landen coacht

    360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer dertien verschillende jassen en de toekomst van de Spelen.

    Winterspelen onder druk door klimaatverandering

    Terwijl de Olympische Winterspelen in Italië aan de gang zijn, klinken alarmerende geluiden over de toekomst van het sportevenement. Want door klimaatverandering wordt het aantal potentiële speelsteden voor de Spelen steeds kleiner. CNN meldt dat de gemiddelde wintertemperaturen op locaties waar de Winterspelen eerder werden gehouden in de afgelopen vijftig jaar met bijna 3 graden Celsius zijn gestegen, terwijl het aantal vorstdagen flink is gedaald. ‘Zonder betrouwbaar koude temperaturen is de sneeuw natter en dunner en wordt het regenachtiger. Voor atleten kan dat gevaarlijk zijn.’ CNN wijst op het ‘hoge aantal crashes en blessures’ tijdens de Spelen in het Russische Sotsji in 2014, die onder lenteachtige omstandigheden werden gehouden.

    Werkt het klimaat niet mee, dan kan de organisatie ingrijpen. Zo werden de buitenlocaties tijdens de Spelen in Bejing in 2022 voor ruim 90 procent voorzien van kunstsneeuw. In Milaan en Cortina d’ Ampezzo was daar dit jaar 222 miljoen liter water mee gemoeid. La Presse citeert de Italiaanse sneeuwproducent Davide Cerato die met zijn bedrijf ‘efficiënte technologie heeft ontwikkeld om ook bij temperaturen boven nul sneeuw te fabriceren.’ Hij weet alleen niet ‘hoe dat in de toekomst zal zijn’.

    CNN plaatst daar alvast vraagtekens bij omdat het Italiaanse procedé ook zelf afhankelijk is van het weer: ‘Sneeuwmachines vereisen lage temperaturen en relatief droge lucht en door klimaatverandering worden die allebei schaarser.’

    SP ventilator hergecomprimeerd edited
    © ANP

    Volgens The Nation is kunstmatige sneeuwproductie voor grote sportwedstrijden in de toekomst sowieso geen optie meer. ‘Het is een intensief proces waar zo veel grondstoffen aan te pas komen dat het in strijd is met de wereldwijde klimaatdoelstellingen.’

    In Financial Times hekelt de Zwitserse geograaf en klimaatonderzoeker David Gogishvili de presentatie van de recente Spelen als ‘een terugkeer naar de traditionele Alpen. Het is een technologisch gefabriceerde realiteit. Bovendien draagt de infrastructuur die nodig was om de illusie van een betrouwbare winter in stand te houden bij aan de achteruitgang van het klimaat die traditionele bergomgevingen tot een schaarse hulpbron maakt.’

    Het Internationaal Olympisch Comité is volgens The Nation doordrongen van de ernst van de situatie en geeft aan dat er in 2040 nog maar tien potentiële gastlanden voor de Winterspelen overblijven. ‘Het IOC overweegt om de Winterspelen in het vervolg te laten rouleren tussen een beperkt aantal locaties. Experts stellen dat de organisatoren zich moeten richten op reeds aangelegde infrastructuur om CO2-uitstoot te verminderen en verdere aantasting van de natuur te voorkomen.’


    Benoît Richaud, de man die op de Winterspelen in dertien verschillende teamjassen verschijnt

    Langs de boarding van de Olympische ijsbaan staat coach Benoît Richaud eerst in een witte jas, even later in een blauwe, en dan ineens weer in een bordeauxrode. Van Amerikanen en Georgen tot Canadezen en Japanners, hij begeleidt ze allemaal. De Franse choreograaf en trainer coacht tijdens de Olympische Winterspelen in Milaan zestien kunstschaatsers uit maar liefst dertien verschillende landen.

    De populariteit van de achtendertigjarige Richaud zorgt voor een behoorlijk logistieke puzzel tijdens een toernooi waar trainingsuren schaars zijn en schema’s elkaar overlappen. Richaud staat dan ook bekend als ‘de drukste man van de Spelen’.

    ‘Terwijl de schaatsers gespannen wachten op hun scores, staat de man in kwestie – een lange, slanke, kale figuur – mee te kijken in telkens een andere jas, passend bij de nationaliteit die hij op dat moment vertegenwoordigt,’ schrijft Daily Mail. Het heeft hem inmiddels tot een klein internetfenomeen gemaakt.

    SP Richaud compressed
    © ANP

    Volgens Richaud hoort de kledingwissel inmiddels bij zijn Olympische routine. In gesprek met NBC News vertelt hij dat hij ‘ongeveer tien jassen’ om te dragen, afhankelijk van welke schaatser in actie komt. Tijdens een wedstrijddag neemt hij ze allemaal mee. ‘Ik kom gewoon met al die jassen en dan wissel ik snel. Mensen van de federatie of teamleiders helpen me daarbij.’

    ‘Het is een organisatie. Het moet snel,’ vertelt Richaud in de podcast More Than the Score van de BBC. Meestal legt hij zijn jassen in de kleedkamer van de schaatser klaar. ‘Normaal mag dat niet, maar ze (…) zijn heel vriendelijk.’ Als dat toch niet kan, bewaart een teamleider of manager van de nationale ploeg de jassen en reikt op het juiste moment de juiste aan.

    ‘Vervolgens deelt hij de vreugde of teleurstelling van de atleten’, schrijft Daily Mail. ‘Emotioneel is het ook zwaar’, vertelt Richaud in de podcast. ‘Als iedereen goed rijdt, is het gemakkelijk. Maar wanneer de een een slechte rit heeft en de ander juist geweldig presteert, wisselen ook de emoties elkaar in hoog tempo af.’

  • Onderzoek: één op drie aardbewoners belemmerd door opwarmend klimaat

    Onderzoek: één op drie aardbewoners belemmerd door opwarmend klimaat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uitreiking Ig Nobelprijs verhuist naar Europa wegens ‘onveilige’ VS

    » Onderzoek: AI-tool helpt bij het detecteren van borstkanker

    De grootste slachtoffers zijn de mensen in armere gebieden

    Klimaatverandering zorgt ervoor dat mensen steeds minder tijd hebben om veilig hun dagelijkse activiteiten uit te voeren, aldus een onderzoek waaruit blijkt dat een derde van de wereldbevolking nu in gebieden woont waar hitte hun activiteiten ernstig beperkt, schrijft The Guardian.

    De studie, die werd uitgevoerd door wetenschappers van milieuorganisatie Nature Conservancy en dinsdag werd gepubliceerd in het tijdschrift Environmental Research: Health, gaat verder dan eerder onderzoek naar de risico’s van wereldwijde hitte door het sociale en fysiologische aanpassingsvermogen aan hitte te onderzoeken.

    Stijgende temperaturen, veroorzaakt door de aanhoudende verbranding van fossiele brandstoffen, maken het zelfs voor veel jonge, gezonde volwassenen moeilijk om overdag, midden in de zomer, basale fysieke activiteiten uit te voeren, zoals huishoudelijk werk of traplopen, waarschuwt het rapport.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De beperkingen zijn nog groter voor ouderen, die minder goed kunnen zweten en daardoor hun lichaamstemperatuur minder goed kunnen reguleren, aldus het onderzoek. De studie combineert fysiologische studies naar hittebestendigheid met zeven decennia aan wereldwijde en regionale gegevens over bevolking, temperaturen en menselijke ontwikkeling.

    Gemiddeld ervaren mensen boven de 65 jaar nu ongeveer 900 uur per jaar waarin hitte veilige buitenactiviteiten ernstig beperkt, vergeleken met 600 uur in 1950. Dat komt overeen met meer dan een maand daglicht.

    De grootste slachtoffers zijn de mensen in armere landen of regio’s, hoewel zij veel minder verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering dan rijke consumenten, wier levensstijl leidt tot een hogere uitstoot van broeikasgassen door de verbranding van gas, olie en kolen. In sommige tropische en subtropische gebieden beperkt de hitte de buitenactiviteiten van ouderen gedurende een kwart tot een derde van het jaar, aldus The Guardian.

  • Brazilië: minstens 30 doden en ongeveer 40 vermisten na hevige regenval

    Brazilië: minstens 30 doden en ongeveer 40 vermisten na hevige regenval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump houdt speech voor Congres met economie en immigratie als speerpunten

    » Frankrijk: de president van het Louvre neemt ontslag

    Er ontstonden overstromingen en aardverschuivingen

    Het extreme weer dat het zuidoosten van het land teistert, heeft met name de stad Juiz de Fora, in de heuvelachtige regio van de staat Minas Gerais, hard getroffen. Volgens een dinsdag gepubliceerd rapport van de brandweer zijn daar vierentwintig mensen om het leven gekomen. Overstromingen en aardverschuivingen als gevolg van de stortvloed hebben ook zes levens geëist in de naburige stad Uba. Sommige inwoners filmden hoe gebouwen binnen enkele seconden instortten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Ik kreeg een melding van de civiele bescherming en ik begreep meteen dat het ernstig was, omdat de waarschuwingslichten rood knipperden’, vertelde Vander Bittencourt, een overlevende, aan Folha de São Paulo. ‘Mijn vrouw en ik hadden vijf minuten om met onze drie kinderen te schuilen’, vertelt hij. Even later werd zijn huis bedolven onder een massa modder.

    Brazilië heeft de afgelopen jaren verschillende tragedies meegemaakt als gevolg van extreme weersomstandigheden, waarvan experts grotendeels geloven dat ze verband houden met de gevolgen van klimaatverandering.

  • VS: Trump deelt ‘genadeslag’ uit aan de strijd tegen klimaatverandering

    VS: Trump deelt ‘genadeslag’ uit aan de strijd tegen klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: Delcy Rodríguez belooft ‘vrije en eerlijke’ verkiezingen

    » Parijs: tien mensen gearresteerd wegens kaartjesfraude Louvre

    Hij ziet Obama’s klimaatbeleid als ‘een gigantische oplichterij’

    Donald Trump heeft donderdag de zogenaamde Endangerment Finding ingetrokken, een wet die in 2009 onder president Barack Obama werd aangenomen en stelt dat ‘de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer de volksgezondheid en het welzijn in gevaar brengt’. Volgens hem hebben deze regels ‘niets te maken met de volksgezondheid’ en ‘is het allemaal oplichterij, een gigantische oplichterij’.

    Op basis van genoemde wet kon het Environmental Protection Agency (EPA) ‘de uitstoot van vervuilende stoffen die bijdragen aan de opwarming van de aarde, afkomstig van voertuigen, energiecentrales en andere industriële bronnen, beperken. Transport is namelijk de grootste veroorzaker van klimaatvervuiling in de Verenigde Staten’, legt The Guardian uit. ‘Het Witte Huis verwerpt de klimaatwetenschap en opent de deur naar meer vervuiling.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Onder leiding van een president die klimaatverandering een hoax noemt, beweert de regering in feite dat de overgrote meerderheid van de wetenschappers wereldwijd ongelijk heeft en dat een warmere planeet geen enkele bedreiging vormt’, aldus The New York Times.

    Daarmee worden ‘feiten verworpen die decennialang zijn geaccepteerd door presidenten van beide partijen, waaronder Richard Nixon, wiens belangrijkste adviseur waarschuwde voor de gevaren van klimaatverandering, en George Bush, de eerste president die een internationaal klimaatverdrag ondertekende’, benadrukt de New Yorkse krant.

    ‘Hoewel je het kon zien aankomen – Washington heeft zich immers opnieuw teruggetrokken uit het Klimaatakkoord van Parijs na Trumps terugkeer in het Witte Huis – is deze aankondiging toch een zware klap voor de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering te bestrijden’, concludeert El País.

  • Cycloon Gezani komt aan land in Madagaskar

    Cycloon Gezani komt aan land in Madagaskar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kenia uit kritiek op Rusland wegens de inzet van Kenianen in Oekraïne

    » Canada: tien mensen omgekomen bij een schietpartij

    De huizen van golfplaten zijn erg kwetsbaar voor de storm

    ‘Toamasina is verwoest’, meldt de lokale krant L’Express de Madagascar, verwijzend naar de op één na grootste stad van Madagaskar. Eerste berichten spreken van ‘ingestorte huizen, afgerukte daken, afbrokkelende muren en talloze omgevallen bomen. De schade verergerde in de vroege avond en ‘s nachts door de hevige wind en zware regenval veroorzaakt door deze intense tropische cycloon’, aldus L’Express.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De kustwijk Ampanalana is naar verluidt ‘bijna volledig verwoest’. De hulpdiensten zijn overbelast, terwijl veel huizen, gemaakt van golfplaten, ‘zeer kwetsbaar blijven voor cyclonen’, voegt de krant eraan toe. Een dodental is nog niet bekendgemaakt.

  • IJsberen op Spitsbergen doorstaan klimaatopwarming beter ​​dan verwacht

    IJsberen op Spitsbergen doorstaan klimaatopwarming beter ​​dan verwacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela hervormt de oliewetgeving, VS versoepelen sancties

    » Luchthaven van Niamey onder vuur genomen, Niger wijst naar Frankrijk

    Waarschijnlijk zal dat in de nabije toekomst veranderen

    Een studie die donderdag is gepubliceerd in het wettenschappelijke tijdschrift Scientific Reports, dat samen met Nature wordt uitgegeven door Nature Research, toont aan dat de ijsberen in omvang zijn toegenomen tijdens een periode van aanzienlijk verlies van zee-ijs. Wetenschappers analyseerden de fysieke conditie van honderden ijsberen tussen 1995 en 2019 in de Noorse archipel Spitsbergen, een regio waar de klimaatverandering zich wel vier keer sneller voltrekt dan het wereldwijde gemiddelde.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de onderzoekers kunnen deze resultaten worden verklaard door ‘veranderingen in het dieet van de ijsberen’, meldt Scientific American. Omdat er minder ijs is, ‘kunnen zeehonden zich verzamelen op het resterende ijs, waardoor ze gemakkelijker te bejagen zijn, of kunnen ijsberen zich vaker voeden met karkassen van walrussen of rendieren’. Wetenschappers geloven echter dat de beren in de nabije toekomst waarschijnlijk zwaardere gevolgen van klimaatverandering zullen ondervinden.

  • VS: dodental door sneeuwstorm loopt op tot minstens 22 doden

    VS: dodental door sneeuwstorm loopt op tot minstens 22 doden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wikipedia ziet daling in aantal bezoekers, mede als gevolg van AI

    » India en de EU sluiten een ‘historisch’ vrijhandelsakkoord

    De dreiging van de kou wordt verergerd door stroomuitval

    ‘Het ergste van de koudegolf is mogelijk nog niet achter de rug’, waarschuwt The New York Times. Meer dan 70 miljoen mensen bevonden zich maandag nog steeds in een gebied met een waarschuwing voor extreme kou. Bovendien worden deze week temperaturen onder het vriespunt verwacht in de noordelijke Great Plains en langs de Golf van Mexico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De dreiging van deze intense kou werd verergerd’ door stroomuitval waardoor maandag ongeveer 700.000 huizen en bedrijven zonder elektriciteit zaten, met name in het zuiden, voegt de krant eraan toe.

  • Helft van honderd grootste wereldsteden kampt met grote waterschaarste

    Helft van honderd grootste wereldsteden kampt met grote waterschaarste

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump matigt toon over Groenland en draait importheffingen terug

    » VK: Hogerhuis stemt voor verbod op sociale media voor jongeren onder de 16

    De oorzaak is slecht waterbeheer en klimaatverandering

    De helft van de honderd grootste steden ter wereld kampt met ernstige waterschaarste, waarvan 39 in regio’s met ‘extreem hoge waterschaarste’ liggen, zo blijkt uit nieuwe analyses en kaarten. Waterschaarste betekent dat de hoeveelheid water die gebruikt wordt voor de openbare watervoorziening en de industrie de beschikbare voorraden bijna overschrijdt. Dit wordt vaak veroorzaakt door slecht waterbeheer, verergerd door klimaatverandering, aldus The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Watershed Investigations en The Guardian brachten steden in kaart op basis van de gebieden met waterschaarste. Hieruit blijkt dat Beijing, New York, Los Angeles, Rio de Janeiro en Delhi tot de steden behoren die te maken hebben met extreme waterschaarste, terwijl Londen, Bangkok en Jakarta vallen onder de steden met hoge waterschaarste.

    Een aparte analyse van NASA-satellietgegevens, samengesteld door wetenschappers van University College London, laat zien welke van de honderd grootste steden de afgelopen twee decennia droger of natter zijn geworden. Plaatsen zoals Chennai, Teheran en Zhengzhou vertonen een sterke droogtetrend, terwijl Tokio, Lagos en Kampala duidelijk een tegenovergestelde trend laten zien. Alle honderd steden en hun trends zijn te bekijken op een nieuwe interactieve atlas over waterveiligheid.