Steeds meer landen tuigen peperdure ruimtevaartprogramma’s op. Puur wetenschappelijk is zijn de motieven al lang niet meer: het lijkt meer te gaan om een combinatie van prestige en landjepik. En dat roept de vraag op wie er überhaupt aanspraak mag maken op planeten en sterren.
De menselijke grootheidswaanzin kent geen grenzen. Een recent voorbeeld – dat in deze verzengende, neurotische zomer grotendeels onopgemerkt bleef – was een wonderlijke aanvaring tussen NASA-directeur Bill Nelson en de Chinese autoriteiten. ‘Het moet ons grote zorgen baren dat China op de maan landt en zegt: “Dit is nu van ons, dus blijf uit de buurt”’, zo zei Nelson in een interview met Bild. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken sloeg meteen terug: ‘Het is niet voor het eerst dat de chef van NASA liegt dat het gedrukt staat en China belastert.’
Nelsons aantijging was vreemd, aangezien het in december vijftig jaar geleden is dat iemand voor het laatst voet op onze natuurlijke satelliet zette. Sindsdien wordt het verkennen van de maan overgelaten aan nijvere rupsvoertuigjes die over rotsformaties karren. China heeft maar een zo’n robot ingezet: die reisde in 2019 naar de ‘donkere kant’ van de maan. Dus het idee dat het land de alleenheerschappij zou kunnen verwerven over een gebied dat zo groot is als Azië, dat bij temperaturen tussen 120 graden Celsius overdag tot min 130 graden ’s nachts in het luchtledige zweeft, dat blootstaat aan kosmische straling en zich meer dan 384.000 kilometer van de dichtstbijzijnde bevoorradingsbasis bevindt, is wellicht een tikje vergezocht.
Star Wars-programma
De beschuldiging was des te vreemder omdat de VS, en niet China, van plan waren om op 29 augustus een immense raket de ruimte in te schieten, een paar banen om de maan te laten beschrijven en weer naar de aarde te laten terugkeren, en dat alles voor de lieve som van 29 miljard dollar. Het zou de eerste fase zijn van de Artemis-missie – zo genoemd naar de Griekse godin van de maan en zuster van zonnegod Apollo – die rond 2025 moet leiden tot de vestiging van een maanbasis (kosten 93 miljard dollar) annex, op termijn, lanceerplatform voor een bemande expeditie naar Mars.
Vanwaar nog de interesse in reizen naar de maan? Tijdens hun succesvolle eerste bezoek in 1969 verzamelden Amerikaanse astronauten enkele merkwaardige stenen, maar dat was het wel zo’n beetje. Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt dus eigenlijk. Misschien is er een militair doel: eind 2019 richtten de VS namelijk een zesde legeronderdeel op, de Space Force, voor alle aan de ruimte gerelateerde militaire activiteiten. Maar dan nog: wat voor rol kan de maan hierin spelen? Als militaire basis om van daaruit een vijand op aarde te bedreigen? Daarvoor kun je beter de satellieten gebruiken die nu in een baan om de aarde zweven. Die zijn veel dichterbij, goedkoper en nauwkeuriger.
Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt eigenlijk
Financial Times en tijdschrift The Economist suggereren heel cynisch dat deze missies een slinkse manier zijn om de defensie-industrie te financieren en geld te verdelen onder strategische delen van de electorale achterban. The Economist meldde dat het in Artemis gebruikte Space Launch System (SLS) de bijnaam ‘Senate Launch System’ had gekregen, en dat de technologie, die is overgeërfd van het inmiddels ter ziele gegane Shuttle-programma, bedoeld was om banen veilig te stellen in Alabama, waar de meeste onderdelen van de Shuttle werden vervaardigd.
Een andere hypothese is dat de VS opnieuw het spel willen spelen dat de ondergang van de Sovjet-Unie inluidde. Het Strategic Defense Initiative, of ‘Star Wars’-programma, was een beoogd kosmisch verdedigingssysteem. Alleen al het nastreven ervan – het kwam nooit van de grond – bracht de Russen op de knieën. [Die konden de race om de militaire suprematie over de ruimte financieel niet meer bijbenen.] Als de Chinezen een Amerikaanse inlijving van de maan willen voorkomen, zullen ze, evenzeer als de Sovjet-Unie destijds, kosten moeten maken die hun economie in een crisis kan storten. Vandaar dat de VS hun vazallen – Canada, Japan, het VK en de EU – oproepen om deel te nemen aan de Artemis-missie.
Mochten deze Nieuwe-Koude-Oorlogsuitgaven de goegemeente als enigszins zinloos voorkomen, dan kan de regering nog altijd een konijn uit de hoge hoed toveren. De afgelopen jaren hebben tal van economiegoeroes hoog mogen opgeven van de grote mogelijkheden die mijnbouw op de maan maar ook op asteroïden zou bieden. Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren. In 2009 richtten Googles Larry Page en Eric Schmidt, samen met onder anderen regisseur James Cameron en de ruimtevaartondernemers Eric Anderson en Peter Diamandis Planetary Resources op, een bedrijf waarvan de uiteindelijke missie is om hoogwaardige mineralen uit asteroïden te ontginnen en te raffineren tot metaalschuim. Ondertussen beweerde iSpace, een soortgelijke onderneming die in 2010 in Japan werd gelanceerd, dat waterbronnen op de maan ons in staat zullen stellen een ruimtelijke infrastructuur te ontwikkelen die ons dagelijks leven op aarde zal verrijken en onze leefwereld in de ruimte zal doen uitgroeien. Door van de aarde en de maan één systeem te maken, zal een nieuwe economie met een centrale ruimte-infrastructuur het menselijk leven ten dienste zijn en duurzaamheid bewerkstelligen.
Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren
Er zijn sindsdien steeds meer van dergelijke fantastische ondernemingen bijgekomen. In 2013 kwam Deep Space Industries Inc. met een ambitieuze blauwdruk voor het opsporen van asteroïden die geschikt zijn voor mijnbouw (rond 2015), het terugbrengen van monsters naar de aarde (het jaar daarop) en grootschalige activiteiten vanaf 2023. Kort daarna kondigde het Californische bedrijf OffWorld aan dat het ‘een nieuwe generatie universele industriële robots wilde ontwikkelen voor het zware werk op de maan, asteroïden en Mars’. Het had miljoenen slimme robots in gedachten, ‘die onder menselijk toezicht “on- en offworld” werken en de binnenste schil van het zonnestelsel zullen veranderen in een betere, vriendelijkere, groenere plek voor het leven en de beschaving’.
Illusie
In een 98 pagina’s tellend rapport aan zijn klanten stelde Goldman Sachs in 2017 dat het delven van platina in de ruimte door ‘asteroïden grijpende ruimtevaartuigen’ steeds betaalbaarder beloofde te worden. De zakenbank voorspelde almaar grotere winsten in de sector. Morgan Stanley kwam met eensluidende beweringen. Wanneer dergelijke banken hun klanten aanmoedigen te investeren in ruimtemijnbouw, is het goed om terug te denken aan hoe Goldman Sachs de Griekse staatsschuld ooit beheerde, en deze praktisch verdubbelde. Met andere woorden: grote financiële instellingen zijn in staat hun klanten helemaal uit te persen. Uiteindelijk werd Deep Space, ondanks de voorspellingen van de banken, verkocht aan Bradford Space, een relatief bescheiden handelaar in ruimtelijke vluchtsystemen en vliegtuigcomponenten, werd Planetary Resources geliquideerd en kwamen de activa onder de hamer. Het wensdenken blijft echter hardnekkig: in januari 2022 verscheen AstroForge op het toneel, een ander Californisch bedrijf dat beweert nieuwe, in het laboratorium geteste technologie te hebben ontwikkeld voor de verwerking van asteroïdemateriaal.
Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen
Bloomberg heeft ondubbelzinnig gewaarschuwd tegen deze sci-fi-achtige ondernemingen:
‘Wat zou sciencefiction nog zijn zonder ruimtemijnbouw? Van Ellen Ripley in Alien en Dave Lister in Red Dwarf, tot Sam Bell in Moon en Naomi Nagata van The Expanse, zou interstellair drama van zijn standvastige heldendom zijn beroofd als de ingenieurs in ruimtepakken en hun mineraalverwerking er niet waren… Prachtig dat mensen de pijlen van hun ambitie op de sterren richten – maar degenen die de grootse plannen van de ontluikende ruimtemijnindustrie weigerden te financieren, hadden gelijk over de basisvoorwaarden. Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen. Je hoeft alleen maar naar de geschiedenis van de beschaving te kijken om te begrijpen waarom. Eén factor sluit de meeste ruimtemijnbouw meteen al uit: de zwaartekracht. Die biedt enerzijds de zekerheid dat de meest hoogwaardige ertsen van het zonnestelsel zich onder onze voeten bevinden: de aarde is de grootste rotsachtige planeet in het zonnestelsel. Hierdoor is de hoorn des overvloeds aan mineralen die onze planeet bij haar samensmelting verwierf zo rijk als aan deze kant van Alpha Centauri maar te vinden is. Zwaartekracht vormt anderzijds een technisch probleem. Buiten het zwaartekrachtveld van de aarde is het transporteren van de hoeveelheden materiaal die nodig zijn voor mijnbouw enorm duur.
Als we de illusie even voor de realiteit inruilen, beseffen we heel goed waarom de afgelopen vijftig jaar maar zeer weinig mensen zich buiten de veilige omgeving van onze planeet hebben gewaagd. Het internationale ruimtestation ISS (International Space Station) wentelt op een hoogte van slechts 400 kilometer om de aarde. Stel je de aarde voor als een bol met een diameter van een meter, dan zweeft dat station er maar drie centimeter boven. De maan is bijna duizend keer verder van de aarde verwijderd, en de kortste afstand tussen de aarde en Mars is 55 miljoen kilometer. Dit wil niet zeggen dat mensen het zonnestelsel nooit zullen verlaten, maar daarvoor is wel een wetenschappelijke revolutie nodig die verder gaat dan de einsteiniaanse fysica, net als een duizelingwekkende technologische vooruitgang met veranderingen in het transportwezen die net zo ondenkbaar zijn als de reactiemotor in de tijd van de paardenkoets zou zijn geweest.
Krankzinnige hoogmoed
De luchtspiegeling van ruimteverkenning gehoorzaamt aan dezelfde ijzeren wet die Horkheimer en Adorno ontwaarden in de cultuurindustrie. Het gaat om de permanent uitgestelde behoeftebevrediging: ‘De cultuurindustrie bedriegt haar consumenten voortdurend met wat ze maar blijft beloven. Het beloofde wordt enkel geënsceneerd. Het komt er nooit van, en juist daaruit wordt men geacht zijn voldoening te putten.’ We krijgen voortdurend te horen dat er over twee, vijf, tien jaar een nieuwe missie op de maan zal landen – of beter nog, dat er een basis komt. Evenzo zullen we altijd twintig, dertig of veertig jaar verwijderd zijn van het stichten van een kolonie op Mars. Deadlines voor ruimtevluchten worden eindeloos verschoven, zoals ook in het geval van Artemis, waarvan de lancering eerst gepland was voor 2020, daarna voor eind 2021, toen voor 29 augustus 2022, toen 3 september en nu, ‘waarschijnlijk’, voor later deze maand, of anders…
Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld
Er is echter een in het oog springend verschil tussen de ‘normale’ cultuurindustrie en de ruimteluchtspiegeling; de eerste is er ten behoeve van de massa, de tweede om een klasse van kapitalisten te behagen. Het zijn de Larry Pages, de Elon Musks en de Jeff Bezoses die zichzelf sprookjes vertellen – in hun krankzinnige hoogmoed zijn ze ervan overtuigd dat ze fictie in wetenschap kunnen omzetten. Zo bezien is de verkenning (of exploitatie) van de ruimte eerder religieus dogma dan volksgeloof. Want het blote feit dat de aarde rond is – en dus eindig, beperkt – blijft de kapitalisten dwars zitten. Het kapitalisme is noodzakelijkerwijs expansionistisch; zonder ongelimiteerde groei loopt het winstmechanisme vast. Dit fenomeen kennen we maar al te goed: voor kapitalisten bestaat de dwang nieuwe grenzen te openen voor industrialisatie en accumulatie; na Groot-Brittannië en de VS was het Frankrijk, toen Duitsland, toen Japan en Italië; nu zijn het China en Vietnam, en op een dag zal het Afrika zijn. Toch blijft de aarde volharden in haar bolvormigheid – een onoverkomelijk probleem, tenzij de markt zich buiten haar grenzen kan uitbreiden; of misschien nog verder, voorbij het zonnestelsel. De kapitalist droomt van een oneindige, universele markt, waar je aandelen van het Andromeda-Sterrenstelsel en futures kunt kopen op de grondstoffen die worden gedolven op de drie planeten rond de pulsar PSR B1257+1 in het sterrenbeeld Maagd, 980 lichtjaren verwijderd van ons zonnestelsel. Stel je voor: een hele kosmos om te exploiteren!
Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld. Denk aan de lofzangen die vorig jaar werden aangeheven naar aanleiding van de machtige vlooiensprongen buiten de aardatmosfeer die drie miljardairs (Branson, Bezos, Musk) maakten. De particuliere verovering van de ruimte werd hiermee aangekondigd – en uiteraard ging dat er veel efficiënter aan toe dan bij welk equivalent uit de publieke sector dan ook. Het idee van het geprivatiseerde universum is iets waarmee we rekening moeten houden: hele sterrenstelsels herschikt als privé-eigendom. Onze miljardairs denken altijd in het groot, en zullen ook het belachelijke zonder voorbehoud omarmen.
De geschiedenis van de verovering van de ruimte begon halverwege de vorige eeuw. Het was toen dat de mensheid een glimp van buiten de atmosfeer opving (de hond Laika in 1957; Yuri Gagarin in 1961), waarop regeringen onmiddellijk op internationale fora hun aanspraken op de kosmos maakten. Om toekomstige galactische invasies en imperialistisch optreden te voorkomen, ondertekenden ze in 1967 plechtig het Ruimteverdrag, waarin zij propageerden dat de ‘exploratie en het gebruik van de kosmos een zaak van de gehele mensheid is en dient te geschieden ten behoeve en in het belang van alle landen’.
Deze vredesexercitie was enkel voor de bühne. In 1979, toen in het Maanverdrag de maan en haar natuurlijke hulpbronnen tot ’CHM‘ (Common Heritage of Mankind) werden benoemd en ’een billijke verdeling door alle landen van de voordelen die uit deze hulpbronnen voortspruiten’ werd gestipuleerd, weigerden veel staten, waaronder de VS, het te ondertekenen. Negen jaar later richtte het ministerie van Handel van de Amerikaanse regering het Office of Space Commerce op, met als missie ‘het bevorderen van de voorwaarden voor economische groei en technologische vooruitgang van de Amerikaanse commerciële ruimtevaartindustrie’.
Het afgelopen decennium heeft Washington zijn inspanningen verdubbeld om een wettelijk kader te creëren dat de exploitatie van hulpbronnen in de ruimte mogelijk maakt:
‘De regering-Obama ondertekende de US Commercial Space Launch Competitiveness Act van 2015, op basis waarvan Amerikaanse burgers “zich kunnen bezighouden met de commerciële verkenning en exploitatie van ruimtebronnen”. In april 2020 vaardigde de regering-Trump een decreet uit ter ondersteuning van Amerikaanse mijnbouw op de maan en asteroïden. In mei 2020 maakte de NASA de Artemis-akkoorden bekend, die de ontwikkeling van veiligheidszones rond maanmijnen behelzen.’
Zo zal het niet lang meer duren voordat advocatenkantoren aan de ruimte gerelateerde geschillen moeten beslechten en er juristen komen die de fijne kneepjes kennen van de interplanetaire handel. Dit alles voordat nog iemand naar de maan is teruggekeerd! En terwijl we zulke extravagante plannen koesteren, helpen we deze kleine, bijzondere, fantastische planeet naar de verdommenis.
Lees ook:

