De missie staat gepland voor de tweede helft van 2027
NASA onthulde dinsdag de namen van de vier bemanningsleden van de aanstaande Artemis III-maanmissie, waaronder de Italiaan Luca Parmitano, ‘de eerste astronaut van de European Space Agency (ESA) die is toegewezen aan een Artemis-missie’, meldt La Repubblica.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De missie, gepland voor de tweede helft van 2027, zal niet naar de maan gaan, maar in een lage baan om de aarde de mogelijkheden testen om de Orion-capsule te koppelen aan de commerciële bemande maanlandingssystemen die NASA heeft besteld bij de ruimtevaartbedrijven Blue Origin (eigendom van Jeff Bezos) en SpaceX (opgericht door Elon Musk).
Dit is een ‘cruciale stap’ in aanloop naar de Artemis IV-missie, die naar verwachting op zijn vroegst in 2028 astronauten op de maan zal laten landen. Naast Parmitano zullen drie Amerikaanse astronauten deelnemen aan Artemis III: Randy Bresnik, die de missie zal leiden, André Douglas en Frank Rubio.
Astronauten krijgen bij het bekijken van de aarde vaak een gevoel van inzicht en sereniteit. Zo ook de ruimtevaarders die deelnamen aan de Artemis II-missie.
De aarde zien vanuit de ruimte verandert je zo ingrijpend dat er een term voor bestaat: het overview effect. De kleine minderheid die dit voorrecht heeft gehad, beschrijft het op vergelijkbare wijze. Je ziet iets wat je eigenlijk nooit had moeten zien: de aarde, daar zomaar zwevend, omringd door het universum. Het kijken naar die blauwe bol, omgeven door een flinterdunne groene laag atmosfeer en poollichten die aan de randen flikkeren, is niet alleen indrukwekkend – het voelt als een soort reset van je zelfbeeld. Bijna iedereen krijgt tranen in de ogen.
‘Je ziet geen grenzen, geen religieuze of politieke scheidslijnen. Je ziet alleen de aarde en beseft dat we veel meer op elkaar lijken dan we verschillen,’ zei Christina Koch, een van de vier astronauten van de Artemis II-missie, onlangs tegen NASA. Jim Lovell beschreef het uitzicht tijdens Apollo 8 eind jaren zestig als volgt: hij kon zijn duim tegen het raam houden en daarmee ‘alles wat ik ooit heb gekend’ bedekken. ‘Miljarden mensen. Oceanen. Bergen. Woestijnen. En ik begon me af te vragen: Wat is mijn plaats in dit alles?’
Waar sommigen overweldigende schoonheid zien, zien anderen juist kwetsbaarheid. Journalist Marina Koren schreef eerder dat een astronaut na het zien van de aarde ‘ervan overtuigd raakte dat we onszelf binnen 500 tot 1000 jaar zullen uitroeien’. Acteur William Shatner beschreef zijn korte ervaring als diep bedroevend: ‘Wat ik voelde was rouw – rouw om de aarde.’
‘Wat ik voelde was rouw – rouw om de aarde’
Ik ben zelf nooit in de ruimte geweest, maar de afgelopen dagen schommel ik tussen diezelfde gevoelens – ontzag en wanhoop – wanneer NASA foto’s blijft delen van de aarde en de maan vanuit Artemis II. Gisteren naderde ruimtevaartuig Integrity de maan tot op 6545 kilometer. Veertig minuten lang was er geen contact met de aarde. Op het verste punt bevonden de astronauten zich 406.770 kilometer van onze planeet – verder dan ooit iemand is geweest. Ze konden zeven uur lang een deel van het maanoppervlak bekijken dat nog nooit door mensenogen was gezien. Volgens NASA maakten ze zo’n 10.000 foto’s – een passend aantal voor zo’n gelegenheid.
Sommige van die foto’s – deels genomen vóór de passage langs de maan – hebben me behoorlijk geraakt. Een foto waarop de aarde lijkt onder te gaan achter de maan. Op een ander, genomen door het raam van het Orion-ruimtevaartuig, wordt een smalle sikkel aarde steeds kleiner doordat de capsule richting de maan beweegt. Zoals het bijschrift bij een van de foto’s vermeldt: ‘De aarde wordt verlicht door de duisternis van de ruimte.’
Ik bekijk deze beelden zoals ik de meeste media bekijk: op het kleine scherm van mijn telefoon, weggedrukt tussen updates over een golftoernooi en olieprijzen, een nieuw automatisch scheidsrechtersysteem in de MLB en berichten over de Amerikaanse president die dreigt Iran te vernietigen.
‘De aarde wordt verlicht door de duisternis van de ruimte’
Zelfs op een goede, rustige dag is het moeilijk te bevatten wat foto’s betekenen die zo duidelijk laten zien dat alles wat je ooit zult kennen op kosmische schaal volkomen onbeduidend is – en tegelijk onbeschrijfelijk mooi en kostbaar. Op 7 april hield de wereld de adem in, in afwachting van de deadline die Donald Trump stelde voor Iran om akkoord te gaan met een deal om de Straat van Hormuz te heropenen. Gebeurde dat niet, zo postte hij die ochtend, dan ‘zal vannacht een hele beschaving sterven, om nooit terug te keren’.
De dreiging leidde tot veroordelingen door Democratische politici en commentatoren als Tucker Carlson en Alex Jones, en tot paniek bij mensen die deze interpreteerden als een hint naar nucleaire oorlog. Later die avond, een uur voor de deadline, kondigde Trump een staakt-het-vuren van twee weken aan, na bemiddeling door Pakistan.
Trumps grootspraak is, hoe serieus die ook klinkt, altijd moeilijk te duiden. (Hij staat erom bekend terug te krabbelen, op zijn woorden terug te komen of te doen alsof hij nooit heeft gezegd wat hij zei.) Toch kan deze tijd worden gezien als een opeenstapeling van existentiële dreigingen: kernwapens, klimaatverandering of pandemieën. In Silicon Valley is het idee van menselijke uitsterving door technologie in korte tijd verschoven van sciencefiction naar marketingstrategie – en inmiddels zelfs een serieuze zorg voor een kleine groep overtuigden. De mens wil misschien niet uitsterven, maar lijkt wel voortdurend nieuwe manieren te bedenken om zijn bestaan te bedreigen.
De mens wil misschien niet uitsterven, maar lijkt wel voortdurend nieuwe manieren te bedenken om zijn bestaan te bedreigen
Maar op hetzelfde moment bevinden zich op honderdduizenden kilometers afstand vier mensen van vlees en bloed, die foto’s maken van onze kwetsbare kleine wereld. Hun missie en hun foto’s herinneren ons aan iets heel anders – aan het verlangen om te leren, te ontdekken en samen iets te worden dat groter is dan de som der delen. Waar Trumps dreigementen met massavernietiging de mens tonen op zijn kleinst, zwakst en lafst, laten degenen die onze planeet nu van een afstand bekijken juist het beste zien waartoe we in staat zijn. Hoe moeten we deze woorden van Koch anders begrijpen:
‘We zullen verkennen. We zullen bouwen. We zullen schepen bouwen. We zullen terugkeren. We zullen wetenschappelijke bases opzetten. We zullen rovers besturen. We zullen radiotelescopie bedrijven. We zullen bedrijven oprichten. We zullen industrie versterken. We zullen inspireren. Maar uiteindelijk zullen we altijd voor de aarde kiezen. Voor elkaar.’
Toen Lovell in 1968 naar de aarde keek, dacht hij aan een oud gezegde: Ik hoop naar de hemel te gaan als ik sterf. Maar toen besefte hij: Ik ben al in de hemel geweest – toen ik werd geboren.
Er is iets ontwrichtends, angstaanjagends en tegelijk passend aan de timing van dit alles: dat één man met de vernietiging van een deel van onze planeet dreigt precies op het moment dat haar schoonheid en kwetsbaarheid zo zichtbaar zijn. In deze gespannen tijd ervaren we een soort collectief overview effect. Vier mensen kijken van veraf. Maar de rest van ons kijkt mee – en wordt geconfronteerd met onze plek op die bleke blauwe stip, herinnerd aan alle manieren waarop we kunnen sterven, en alle redenen om te leven.
De astronauten willen twee maankraters een naam geven
Het ruimtevaartuig Artemis 2 begon maandag aan de terugreis na een flyby vol gedenkwaardige momenten. De astronauten konden voorheen onbekende maankraters, een zonsopgang en zonsondergang en een zonsverduistering observeren. ‘De belichting was ideaal om de kleuren’ op het maanoppervlak te observeren, aldus de Houston Chronicle. Astronaut Jeremy Hansen beschreef groenachtige tinten rond het Aristarchus-plateau, meldt de Texaanse krant. De Canadees zag ook bruine schaduwen in andere gebieden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De kleuren die de Artemis 2-astronauten beschreven, kunnen wetenschappers helpen de samenstelling of ouderdom van maanstructuren en -regio’s te bepalen’, legt de Houston Chronicle uit. Tijdens hun flyby langs de maan op maandag maakte de bemanning ook van de gelegenheid gebruik om een speciaal verzoek in te dienen: ze wilden twee maankraters vernoemen, één naar hun ruimtevaartuig genaamd Integrity en de andere naar Carroll Taylor Wiseman, de vrouw van de commandant, die in 2020 aan kanker overleed. Dit verzoek roerde de astronauten tot tranen.
‘Voor het eerst in meer dan vijftig jaar zijn astronauten vanaf de aarde naar de maan gelanceerd‘, jubelt Space.com. De SLS-raket (Space Launch System), NASA‘s krachtigste raket, ‘verlichtte de nachtelijke hemel boven Florida‘ toen hij om 18:35 uur lokale tijd zonder incidenten opsteeg vanaf het Kennedy Space Center. Aan boord bevinden zich vier astronauten voor een tien dagen durende reis rond de maan. Dit is de ‘eerste bemande reis naar de maan sinds de Apollo 17-missie in 1972,‘ meldt de website enthousiast.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Orion-capsule, met de astronauten aan boord, scheidde zich acht minuten na de lancering af van de eerste trap van de raket en kwam in een baan om de aarde. De capsule zal 25 uur rond de aarde cirkelen voordat hij zijn reis naar de maan voortzet, waar hij naar verwachting maandag zal aankomen. De leden van de Artemis 2-missie – waaronder een vrouw, een zwarte man en een Canadees, drie primeurs voor een maanvlucht – zullen alleen ‘langs‘ de satelliet vliegen, aldus Space.com.
Maar ‘hoewel ze niet in een baan om de maan zullen komen of erop zullen landen, is deze missie niettemin een cruciale stap in NASA‘s hernieuwde inspanningen om de menselijke aanwezigheid buiten de lage aardbaan uit te breiden,‘ voegt de site eraan toe. De terugkeer van aardbewoners naar het maanoppervlak staat gepland voor 2028, mits de maanlanders, die nog in ontwikkeling zijn bij SpaceX en Blue Origin, op tijd klaar zijn.
De bouw van de basis zal naar schatting in 2029 beginnen
Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap kondigde dinsdag aan dat het project voor de bouw van een ruimtestation in een baan rond het maanoppervlak, genaamd Gateway, wordt opgeschort om zich te concentreren op ‘het opzetten van een infrastructuur om een duurzame aanwezigheid’ op het maanoppervlak te garanderen.
‘Hoewel NASA’s ambitie om weer mensen naar de maan te sturen en daar een operationele bemande basis te vestigen al langer bekend is, betekent de aankondiging van dinsdag een aanzienlijke versnelling van het tijdschema voor het bereiken van deze doelen’, aldus ABC News.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De ruimtevaartorganisatie heeft aangegeven dat de bouw van de maanbasis naar verwachting in 2029 van start gaat en dat de basis vanaf 2032 semipermanent in gebruik zal worden genomen.
Het is de bedoeling om in 2028 de eerste astronauten naar het maanoppervlak te sturen, een mijlpaal die sterk afhankelijk is van het succes van de Artemis 2-missie, die naar verwachting niet eerder dan 1 april vanuit Florida zal worden gelanceerd.
Dit is nooit eerder gebeurd in de geschiedenis van het ISS
De vier astronauten van de Crew 11-missie verlieten woensdag het internationale ruimtestation ISS ‘enkele weken eerder dan gepland, vanwege een medisch probleem’. Deze evacuatie is ‘ongekend’ in de geschiedenis van het station, meldt NBC News. NASA heeft de aard van het medische probleem of de identiteit van het betreffende bemanningslid niet bekendgemaakt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hun landing in zee, voor de kust van Californië, vond plaats in de nacht van woensdag op donderdag. De Crew 11-bemanning bestaat uit commandant Zena Cardman, astronaut Mike Fincke, de Japanse astronaut Kimiya Yui en de Russische kosmonaut Oleg Platonov. Hun terugkeer stond oorspronkelijk gepland voor 20 februari.
Hij wil kunnen concurreren met het SpaceX van Musk
Blue Origin, het ruimtevaartbedrijf van Amazon-oprichter Jeff Bezos, boekte donderdag een groot succes met de succesvolle lancering van de New Glenn. De raket, met twee satellieten aan boord die een lange reis naar Mars moesten maken als onderdeel van de NASA-missie Escapade, werd kort voor 16.00 uur (lokale tijd) gelanceerd vanaf Cape Canaveral Air Force Station in Florida, aldus CNN.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ongeveer tien minuten later wist Blue Origin voor het eerst met succes de eerste trap van de raket te laten landen op een zeeplatform. De succesvolle lancering is een belangrijke stap voorwaarts in de pogingen om de New Glenn herbruikbaar, goedkoper en competitiever te maken ten opzichte van Elon Musks SpaceX, merkt de Amerikaanse zender op.
SpaceX spreekt van een ‘snelle, onvoorziene demontage’
SpaceX heeft op sociale media bekendgemaakt dat haar nieuwe raket Starship bij een testlancering is kapotgegaan. Hoewel de raket verder vloog dan bij andere soortgelijke tests, faalde een systeem dat een testsatelliet had moeten lanceren. De post spreekt van een ‘snelle, onvoorziene demontage’, wat volgens The Guardian ‘een bekend eufemisme voor mislukking’ is.
Elon Musk, CEO van SpaceX, heeft op zijn sociale netwerk X toegezegd dat er meer testvluchten zullen plaatsvinden: ‘Het lanceringstempo zal sneller zijn voor de volgende drie vluchten – eens in de drie, vier weken.’ Een eerder geplande livestream over de planeet Mars is inmiddels afgelast.
De lancering van Starship was vanwege eerdere ongelukken met SpaceX-raketten uitgesteld. Bij de vorige twee lanceringen is SpaceX ook de controle over haar raketten verloren. Er vielen brokstukken van de ruimteschepen in de Caribische zee, waardoor meerdere commerciële vluchten moesten worden vertraagd. De luchtvaartadministratie in de VS heeft de recente lancering pas kort geleden goedgekeurd, en heeft bij deze test de gevaarzones voor ongelukken vergroot.
Butch Wilmore en Suni Williams zitten al sinds juni 2024 vast
De terugkeer van Wilmore en Williams zal deze maand nog plaatsvinden. NASA probeert al maanden de twee astronauten terug te brengen aan boord van de missie SpaceX Crew-9. Hun verblijf in het International Space Station (ISS) werd echter verder verlengd omdat de nieuwe SpaceX-capsule niet op tijd klaar was, meldt Australian Broadcasting Corporation (ABC).
Vorige maand heeft NASA aangekondigd dat ze een oude capsule zullen hergebruiken, waardoor de lancering nu doorgaat op 12 maart. De gestrande astronauten zullen nog een week doorbrengen met astronauten Nick Hague van NASA en Alexander Gorbunov van het Russische Ruimteagentschap (ROSCOSMOS). Daarna zullen ze alle vier terugkeren, bericht de Australische omroep.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De twee NASA-astronauten zouden aanvankelijk een missie van acht dagen uitvoeren, maar nadat hun shuttle voor de terugreis als onveilig werd bestempeld, moesten ze in het internationaal ruimtestation (ISS) verblijven. Het lastigste aan het verlengde verblijf was het missen van haar familie en haar labradors, zei Williams. ‘Het was waarschijnlijk een grotere emotionele achtbaan voor hen [hun families] dan voor ons,’ voegde ze er aan toe.
Nooit eerder kwam een ruimtevaartuig zo dicht bij de zon
‘Dit is een van de moeilijkste en meest historische missies die de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie ooit heeft ondernomen,’ aldus astronoom Thomas Zurbuchen in een artikel op de website van The Washington Post. De sonde Parker is bezig aan haar reis en zal als alles goed gaat dinsdag, op kerstavond, binnen 6,2 miljoen kilometer van het oppervlak van de zon komen om de atmosfeer van de zon te bestuderen. Nooit eerder kwam een ruimtesonde zo dicht in de buurt van de zon.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ruimtevaartuig Parker werd in augustus 2018 gelanceerd voor een missie van zeven jaar en heeft als doelstelling om de wetenschappelijke kennis van onze ster te verdiepen, in het bijzonder om het geheim van zonnestormen te ontrafelen, die een impact kunnen hebben op communicatielijnen op aarde. Het hitteschild van de sonde is bestand tegen extreme temperaturen van ongeveer 870 tot 930 graden Celsius.
Ze kunnen pas op zijn vroegst eind maart terugkeren
De twee Amerikaanse astronauten die al zes maanden vastzitten in het internationale ruimtestation (ISS) zullen pas ‘op zijn vroegst eind maart’ naar de aarde kunnen terugkeren, kondigde NASA dinsdag aan. Suni Williams en Butch Wilmore sloten zich begin juni aan bij het ISS, toen ze aan boord stapten van de Boeing Starliner tijdens zijn eerste vlucht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Technische problemen met de capsule dwongen NASA er echter toe SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk, te vragen de twee astronauten te repatriëren tijdens de overdracht tussen de missies SpaceX Crew-9 en SpaceX Crew-10 in februari volgend jaar.
Maar SpaceX heeft de geplande lancering in februari uitgesteld met de uitleg dat het ‘meer tijd nodig had om een nieuwe capsule voor te bereiden’, meldt New York Post. ‘Door de vertraging zal het duo pas eind maart of begin april terugkeren, bijna tien maanden na hun vertrek,’ merkt de tabloid op.
De Verenigde Staten moeten de terugkeer van astronauten naar de maan voorlopig nog uitstellen. NASA’s Artemis-programma, het ‘vlaggenschip van de Amerikaanse ruimteverkenning’, kampt met verdere vertragingen, meldt The Wall Street Journal.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Terwijl het ruimteteam van Donald Trump vorm begint te krijgen’, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie aangekondigd dat de volgende maanmissie, Artemis 2, wordt uitgesteld tot april 2026, en de daaropvolgende missie, die astronauten voor het eerst sinds de laatste Apollo-missie in 1972 weer naar de maan moet sturen, tot medio 2027. NASA loopt dus enkele maanden achter op schema.
Draaiend in de hemel op 3,2 miljoen km afstand van de aarde bevindt zich momenteel een asteroïde, ook wel bekend als 2024 PT5. ‘De asteroïde kwam niet dichtbij genoeg om door de zwaartekracht de baan van de aarde in getrokken te worden,’ schrijft The Guardian.
Toen de Universiteit van Hawaï de minimaan in augustus had waargenomen met behulp van een Zuid-Afrikaanse telescoop, is NASA de asteroïde gaan volgen. Omdat de afstand tussen de aarde en de minimaanzo groot is – maar liefst negen keer de afstand tussen de maan en de aarde – en de asteroïde zo klein is, is deze enkel met sterke telescopen te volgen. ‘Sindsdien is het een verre metgezel van de aarde,’ aldus NASA.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Astronomen vermoeden dat de minimaan eeuwen geleden is afgestoten van de maan door een ruimtesteen: ‘Gezien de gelijkenis tussen de beweging van asteroïde 2024 PT5 en die van onze planeet, vermoeden wetenschappers dat het object een grote brok steen zou kunnen zijn die van het maanoppervlak werd geworpen na een inslag van een asteroïde lang geleden,’ aldus Josh Handal, programma-analist voor het PDCO [Planetary Defense Coordination Office] bij NASA.
Sinds september hangt de kleine maan aan de hemel, maar maandag zal ze beginnen aan haar vertrek richting de zon. Verwacht is dat het rotsblok bijna 1,8 miljoen km van de aarde verreisd zal zijn in januari, vanwege de gravitatiekracht die de zon uitoefent op de asteroïde, meldt The Guardian.
De sonde Europa Clipper steeg maandag op aan boord van SpaceX’s krachtige Falcon Heavy-raket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De sonde zal een lange reis maken en pas in april 2030 in Europa aankomen. Het ruimtevaartuig werd ontwikkeld om de maan Europa te bestuderen door middel van een reeks flyby’s terwijl het in een baan om Jupiter draait.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De missie gaat niet direct op zoek naar tekenen van leven op deze ijzige maan van Jupiter, maar moet antwoord geven op de vraag naar bewoonbaarheid: bevat de maan Europa, die ongeveer net zo groot is als onze maan maar mogelijk twee keer zoveel water bevat als de aarde, de ingrediënten waardoor er leven zou kunnen bestaan? Als dat zo is, zal een andere missie erheen moeten om het te detecteren.
‘Europa Clipper is een van de spannendste en meest ambitieuze missies die NASA ooit heeft ondernomen’, zegt de gespecialiseerde nieuwswebsite Space.com. ‘Dit is een kans voor ons om niet een wereld te verkennen die miljarden jaren geleden bewoonbaar was’, zoals Mars, ‘maar een wereld die vandaag de dag bewoonbaar zou kunnen zijn’, vertelt Curt Niebur, het hoofd van de missie, enthousiast.
Tot voor kort werd de zoektocht naar buitenaards leven afgedaan als pure onzin. Vandaag de dag is het een serieuze, wetenschappelijke zaak.
Plotseling heeft iedereen het over aliens. Na decennia krijgt de vraag naar buitenaards leven eindelijk de aandacht die het daadwerkelijk verdient. Zo heeft NASA inmiddels een goed gefinancierd astrobiologieprogramma en zal de opvolger van de peperdure James Webb-ruimtetelescoop worden afgesteld om tekenen van buitenaards leven op te sporen. Ufo’s en andere uaps (‘unidentified aerial phenomena’ in het Engels) duiken daarnaast ook steeds vaker op in sensationele krantenartikelen.
Wat is de betekenis van deze twee bewegingen, de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven aan de ene kant, en de eindeloze stortvloed aan onverklaarbare waarnemingen aan de andere? Een terugblik op de geschiedenis van discussie over buitenaards leven toont aan dat deze tegenstrijdige benaderingen eigenlijk nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet op een goede manier.
Jarenlang werden wetenschappers die serieus nadachten over leven in het universum geconfronteerd met wat nu bekendstaat als de ‘giechelfactor’. Meerdere keren dreigde deze factor de zogeheten ‘search for extraterrestrial intelligence’ ofwel SETI vervroegd te beëindigen. Hoewel nieuwe ontdekkingen en technologie de zoektocht nieuw leven hebben ingeblazen, blijft de giechelfactor nog altijd een obstakel.
Als hoofdonderzoeker van NASA’s allereerste subsidie om tekenen van buitenaards leven op exoplaneten te bestuderen, zoeken mijn collega’s en ik onder andere naar sporen van buitenaardse technologie. Mijn aanname van deze rol is de bekroning van een levenslange fascinatie voor de vraag naar leven in het universum. Deze fascinatie ontstond toen ik als kind in de zeventiger jaren mijn vrije tijd doorbracht met sciencefictionromans, ufo-documentaires en herhalingen van Star Trek. Als tiener die zowel Carl Sagan als Erich Däniken (auteur van het controversiële, pseudowetenschappelijke Waren de Goden Kosmonauten) las, moest ik al vroeg leren hoe ik het kaf van het koren kon scheiden.
Achteraf bleek deze periode in mijn jeugd een trainingsgrond voor het werk dat ik nu verricht. Zo moet ik, als wetenschapper en wetenschapsambassadeur, kunnen begrijpen hoe mensen zonder wetenschappelijke opleiding of kennis vragen over ufo’s en buitenaardse wezens benaderen. Tijdens het schrijven van een recent en populair boek getiteld The Little Book of Aliens keek ik daarom ook zorgvuldig naar de verstrengelde geschiedenis van ufo’s, de wetenschappelijke zoektocht naar leven in het heelal en de allesbepalende vraag naar normen van bewijsvoering.
Wat geldt als bewijs voor het bestaan van buitenaards leven? Deze vraag dook voor het eerst op in het allereerste virale ufo-verhaal. Op 24 juni 1947 was de lucht boven het stadje Mineral in de noordwestelijke staat Washington helder en zonnig. Kortom: een perfecte dag voor amateurpiloot Kenneth Arnold. Fladderend langs de imposante piek van Mount Rainier op weg naar een vliegshow in Oregon hield Arnold een oogje in het zeil voor een sportvliegtuig van de Amerikaanse marine die onlangs vermist was geraakt. Wie het wrak als eerste vond, zou een beloning ontvangen. Denkend aan het prijsgeld draaide Arnold een extra rondje om de berg, niet wetende dat hij op dat moment regelrecht de ufo-geschiedenis invloog.
Terwijl Arnold de berghelling inspecteerde, zag hij plotseling een blauwe lichtflits. In de verte vloog een DC-4, een verkeersvliegtuig, maar daar kwam de flits niet vanaf. Toen verscheen het licht opnieuw, ditmaal van dichterbij. Arnold keek vol verbazing toe hoe negen objecten ‘als de staart van een Chinese vlieger’ in diagonale formatie langs hem vlogen. Voor de amateurpiloot het wist, waren deze objecten echter weer verdwenen. Met een ‘angstaanjagend gevoel’ in zijn onderbuik bracht Arnold zijn vliegtuig vervolgens aan de grond.
‘Schotelachtige vliegtuigen’
Arnolds verhaal, dat hij na het landen met vrienden deelde, verspreidde zich haast net zo snel als de mysterieuze objecten de horizon benaderen. Verslaggevers van een lokale krant, de East Oregonian, nodigden de piloot uit op de redactie en zagen hem als een geloofwaardige getuige en zorgvuldige waarnemer. Zo beschreef hij niet alleen het uiterlijk van de objecten, maar ook hun geavanceerde bewegingen. Zijn historische woordkeuze zou de samenleving voor altijd bijblijven: ‘als schotels die je over het water laat scheren.’
De East Oregonian citeerde Arnolds beschrijving als ‘schotelachtige vliegtuigen’. Toen de Associated Press het verhaal oppakte, werd de krantenkop verder verdraaid: ‘Supersonische vliegende schotels gezien door piloot uit Idaho.’ De sensationele titel veroorzaakte een culturele lawine. In minder dan zes maanden tijd verscheen het artikel in meer dan 140 Amerikaanse kranten en in de jaren daarna werden steeds vaker vliegende schotels waargenomen.
Een van de belangrijkste lessen die ik van het Arnold-incident opstak, was de kracht van een meeslepend verhaal. Arnold was de eerste persoon die vliegende schotels zag en zijn kleurrijke waarneming verklaart waarom zo veel lezers zonder enig verifieerbaar bewijs meegingen in het speculeren over buitenaards leven en ufo’s. Zijn verhaal markeerde het punt waarop het idee van technologisch geavanceerd, interstellair leven het publieke bewustzijn definitief binnendrong. Met de verschijning van de eerste ufo’s verscheen ook de huidige ufo-cultuur: een cultuur die neigt naar ongeloofwaardigheid en paranoia. Natuurlijk waren er ook veel mensen die interesse toonden in ufo’s zonder hun scepticisme op te offeren. Als sociaal fenomeen zouden discussies over ufo’s echter gestuurd worden door twijfelachtig bewijs, samenzweringstheorieën en regelrecht bedrog.
Neem bijvoorbeeld de zogeheten Roswell-affaire. Deze affaire betreft een boer die, slechts een paar weken na de waarnemingen van Arnold en de daaropvolgende mediahype, een stel uit stokken, draad en folie bestaande wrakstukken op zijn landgoed tegenkwam en deze vervolgens als de restanten van een gecrashte ufo aan een lokale krant liet overleveren.
Ruim 30 jaar later werd de affaire nieuw leven ingeblazen door een reeks bestsellers en ‘documentaires’ die wederom beweren dat het vuilnis van deze boer daadwerkelijk uit de hemel was komen vallen. Met ieder boek en iedere film werd het verhaal alsmaar complexer en verwarrender. Zo werden er steeds meer getuigenissen aan het licht gebracht, waaronder begrafenisondernemer Glenn Dennis, die meende dat de boer hem persoonlijk de lijken van aliens heeft laten zien. Sommige bronnen beweren dat er meer schotels en meer buitenaardse passagiers waren dan de oorspronkelijke rapportage had vermeld. Enkele beweren zelfs dat de inmiddels opgeruimde lijken werden bezichtigd door niemand minder dan toenmalig president Dwight Eisenhower.
Bewijsmateriaal
Afwezig in de Roswell-affaire is het belang van bewijsmateriaal. Iedereen die in de verste verte gerelateerd was aan de boer, mocht zijn of haar verhaal vertellen. Nieuwe boeken stapelen zich op oude boeken en de theorieën vermenigvuldigen tot zelfs de hardnekkigste ufo-onderzoekers er geen touw meer aan vast weten te knopen. Ontwikkelingen zoals de Roswell-affaire creëerden zo een ‘alles kan’-mentaliteit wat betreft discussies rondom ufo’s en buitenaards leven in het algemeen.
Deze mentaliteit had ook zeker een invloed op mij als tiener. In mijn puberjaren las ik zowel boeken over ware wetenschap (Sagan) als speculatieve werken over ufo-gerelateerde onderwerpen. Zo was ik een tijdlang gecharmeerd door Von Dänikens Waren de Goden Kosmonauten (1968) en zijn beweringen dat veelal archeologische mysteries verklaard konden worden door buitenaardse wezens die millennia geleden de aarde bezochten. Mijn fascinatie eindigde toen ik op een avond een PBS-documentaire genaamd The Case of the Ancient Astronauts (1977) tegenkwam. De documentaire bestond uit interviews met echte wetenschappers die hun leven hadden gewijd aan onderwerpen waar Von Dänikens enkel over speculeerde. De eenvoud en logica waarmee ze Von Dänikens boeken met de grond gelijk maakten, maakte mij zowel kwaad (ik voelde me door de auteur bedrogen) als opgetogen. Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen.
Als ik niet zo kwaad was geweest, had ik er haast om kunnen lachen. Dit is dan ook precies die giechelfactor die het werk van professionele astrobiologen zoals mijzelf zo moeilijk maakt. Arnold, de Rosswell-affaire en Von Dänikens maakten SETI een kwetsbaar doelwit voor spot.
Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen
Het eerste SETI-project vond plaats in 1960 onder leiding van een jonge astronoom genaamd Frank Drake. Drake gebruikte een radiotelescoop om ‘niet-natuurlijke’ signalen van twee zonachtige sterren op te sporen. Erkenning voor Drakes inspanningen als startpunt van de moderne astrobiologie is een zelden besproken maar cruciaal punt, mede omdat de astronoom de normen voor bewijsmateriaal uiterst serieus nam. Om foutmarge te verminderen, schonken Drake en zijn collega’s tijdens het ontwerp van hun experiment dan ook aandacht aan vragen over signalen, ruis en fout-positieven. Drakes SETI-project en de daaropvolgende projecten trokken enorme publieke aandacht. Toch werd het opbouwen van een samenhangend, blijvend wetenschappelijk onderzoeksteam almaar verhinderd door de ufo-gekte.
Kort na Drakes project hadden verschillende wetenschappelijke instanties nog een gezonde belangstelling voor de zoektocht naar buitenaards leven, intelligent of anderszins. Het was per slot van rekening de Amerikaanse National Academy of Sciences die in 1961 de Interstellar Communications-bijeenkomst organiseerde waar Frank Drake zijn befaamde Drake-vergelijking formuleerde. NASA was eveneens enthousiast in haar onderzoek naar microben op planeten in ons zonnestelsel, mits deze bereikt konden worden. In de zeventiger jaren werken SETI-wetenschappers met NASA aan nieuwe telescooptechnologie, waaronder Project Cyclops: een gigantische opstelling van wel duizend radiotelescopen die ongekend zwakke signalen uit de uithoeken van het heelal kon oppikken.
Al deze projecten confronteerden wetenschappers met de vraag hoe ze het beste bewijs konden verzamelen en evalueren. Op deze vraag was geen duidelijk antwoord. Onderzoekers waren zich er terdege van bewust dat het leven op andere planeten een compleet andere vorm kon aannemen dan hier op aarde. Mensen buiten wetenschappelijke kringen keken daar echter anders naar.
Giechelfactor
William Proxmire was een senator uit Wisconsin die zichzelf graag zag als een strikte bewaker van de staatskas. Te allen tijde stond hij op de loer voor wat hij beschouwde als verspilling van belastinggeld. In 1978 stuitte de senator op NASA’s financiering van een handvol SETI-projecten waar hij de zin niet van kon inzien en daarom besloot hij de geldkraan dicht te draaien. Proxmire trok zich pas terug toen Sagan, op dat moment al een gerespecteerd schrijver, wetenschapper en wetenschapsambassadeur, hem persoonlijk benaderde. Hoewel de overheidsfinanciering van SETI-projecten in 1983 weer doorging, was de reputatie van de onderzoekers permanent aangetast. De doorsnee burger zag SETI als geldverspilling en onzin, impliciet verbonden met de ufo-gekte.
Financiële steun voor SETI bleef miniem in de periode na Proxime. Toen NASA in 1990 haar bijdrage aan onderzoek naar het microgolfgebied van het elektromagnetische spectrum van 4 miljoen naar 12 miljoen dollar probeerde te verhogen, kwamen volgelingen van de senator opnieuw in actie. ‘We hoeven dit jaar geen 6 miljoen dollar uit te geven om bewijs van deze schurkachtige wezens te vinden,’ spotte congreslid Silvio Conte uit Massachusetts. ‘Een roddelblad in de supermarkt kost slechts 75 cent.’
Toen die 12 miljoen dollar drie jaar later alsnog werd toegewezen, zette het debat zich voort. Zo zag senator Richard Bryan uit Nevada een kans om wat krantenkoppen te genereren en sponsorde hij daarom een campagne om het microgolfproject de das om te doen. ‘Beëindig het jachtseizoen op Mars op kosten van de belastingbetaler,’ luidde zijn slogan. Dat NASA helemaal niet bezig was met Mars, deed er niet toe. Bryans met humor aangedikte campagne vond een groot publiek en legde wederom een verband tussen SETI en de culturele randgebieden waar het ufo-enthousiasme rondzweefde. De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld.
Tussen deze zeer openbare afstraffingen door leerde NASA dat SETI politiek vergif was. Hoewel SETI-onderzoekers zoals Drake en de onvermoeibare Jill Tarter hun best deden om aan te tonen dat hun veld wel degelijk een vorm van wetenschap was, dacht de rest van de maatschappij daar anders over. Toch lieten de onderzoekers zich niet klein maken. Als ze niet meer in aanmerking konden komen voor overheidssubsidies, zouden zij een sponsor vinden in de privésector.
De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld
De afknelling van overheidssubsidies had echter wel degelijk grote gevolgen voor de zoektocht naar leven in het universum. Het bouwen, onderhouden en gebruiken van ruimtetelescopen kost veel geld en zonder stabiele financiering kwam de zoektocht uiteindelijk tot een stilstand. Dankzij aardse politiek bleef de hemel in andere woorden jarenlang onontdekt.
De rol die ufo’s in dit tragische verhaal hebben gespeeld, valt niet te ontkennen. Historicus Stephen Garber schreef in een artikel over SETI en NASA dat de astrobiologie ‘slachtoffer werd van een “giechelfactor” die voortkwam uit een door de pers gelegde associatie met de speurtocht naar “kleine groene mannetjes” en ongeïdentificeerde vliegende objecten’. Door deze associatie kregen astronomen lange tijd geen kans om hun echte zoektocht uit te voeren.
In het begin van de negentiger jaren leek het inderdaad alsof niemand geïnteresseerd was in de wetenschappelijke mogelijkheden van buitenaards leven. De Viking-missies van NASA uit 1975-1976 voerden biologische experimenten uit op Mars die de deur leken te sluiten voor de rode planeet als een thuis voor zelfs microbieel leven. Het spoor naar leven van welke aard dan ook leek te zijn gekoeld.
Exoplaneten
Een verrassende wending arriveerde in 1995 toen wetenschappers verkondigen dat ze zojuist de allereerste exoplaneet, een planeet die om een andere ster draaide dan de zon, hadden gevonden. Het bleek een historisch moment. Na 2500 jaar discussiëren over het bestaan van andere werelden hadden we eindelijk bewezen dat de planeten in ons zonnestelsel niet uniek waren. Binnen de kortste keren werden overal in het heelal nieuwe exoplaneten ontdekt. Nu weten we dat vrijwel elke ster die je ’s nachts ziet, vergezeld wordt door een familiekring van werelden.
Een tweede omwending arriveerde toen wetenschappers een stukje van Mars tegenkwamen in Antarctica. De meteoriet, die ooit van de rode planeet was afgebroken door een asteroïde-inslag, leek tekenen van fossiel leven te tonen. Hoewel deze conclusie nu niet langer wordt geaccepteerd, gaf toenmalig president Bill Clinton aan NASA een opdracht om terug te keren naar Mars om daar de zoektocht naar leven te hervatten. De geldkraan ging weer open, waardoor onderzoekers nieuwe experimenten konden voorstellen en uitvoeren.
Vandaag de dag kunnen we precies zien welke exoplaneten zich bevinden in de bewoonbare zone van hun ster, een regio waar vloeibaar water (de sleutel voor leven, aldus wetenschappers) kan bestaan. Dit betekent dat we ook precies weten waar de grootste kans is om buitenaards leven tegen te komen, iets waar Drake alleen maar van kon dromen.
Nog opmerkelijker is dat astronomen inmiddels weten hoe ze naar buitenaards leven op exoplaneten kunnen zoeken zonder ze met een raket te bezoeken. Dit doen ze door middel van het analyseren van sterrenlicht dat door de atmosfeer van deze planeten is afgereisd en door verschillende chemicaliën in de atmosfeer is geabsorbeerd. Onder wetenschappers staan dit soort sporen bekend als biosignaturen: tekenen van stoffen die alleen in de atmosfeer kunnen zitten als ze daar door een vorm van leven zijn geplaatst.
Spectaculaire vooruitgang in de jacht op biosignaturen leidde tot een diepgaande verfijning van onderzoekscriteria. Een vroege vorm van signaturen was de aanwezigheid van zuurstof in een buitenaardse atmosfeer. Op aarde maakt zuurstof onderdeel uit van de atmosfeer enkel omdat fotosynthetische organismen het produceren. Echter hebben astronomen in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren. Dit was een grote sprong in de ontwikkeling van methoden voor het evalueren van fout-positieven: de manieren waarop we denken dat we ergens bewijs voor buitenaards leven hebben gevonden terwijl dat leven er in werkelijkheid helemaal niet is.
Astronomen hebben in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren
Deze nieuwe ontdekkingen herstelden de reputatie van SETI. Zo is er tegenwoordig een nieuw onderzoeksveld voor de zoektocht naar wat wetenschappers als ik ‘technosignaturen’ noemen, waarbij klassieke SETI-methoden worden omarmd en de zoektocht naar buitenaards leven nieuwe richtingen inslaat. In plaats van een baken opzetten en onze aanwezigheid aan het universum verkondigen, zoals de eerste generatie SETI-wetenschappers dat deed, proberen we nu zelf contact te leggen met buitenaards leven. Door te zoeken naar sporen van de dagelijkse activiteiten van buitenaardse samenlevingen (oftewel technosignaturen) stellen we een nieuwe gereedschapskist samen om intelligent, beschavingsvormend leven te vinden.
Het was in 2019 dat NASA mijn collega’s de eerste subsidie toekende om atmosferische technosignaturen te bestuderen. Hoewel er nog steeds maar een handvol technosignatuur-subsidies zijn in vergelijking met onderzoek naar biosignaturen, was dit een duidelijk teken dat de giechelfactor eindelijk afnam. Sindsdien is onze groep hard aan het werk om voorbeelden van mogelijke technosignaturen op te pikken, onder andere met behulp van de James Webb Space Telescope. Bovendien hebben we aangetoond dat er geen goede reden is om aan te nemen dat biosignaturen vaker voorkomen dan technosignaturen. Juist omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken, is het logisch om beide zoekopdrachten tegelijk uit te voeren.
De criteria voor zoekopdrachten naar biosignaturen zijn bovendien relevant voor zoekopdrachten naar technosignaturen. Ons team, onder leiding van de astrofysicus Manasvi Lingam van het Florida Institute of Technology, publiceerde onlangs een van de allereerste studies waarin wordt geprobeerd een basismethode op te stellen voor het evalueren van fout-positieven in technosignaturen. Projecten als deze stellen ons in staat om volledig te begrijpen hoeveel vertrouwen we kunnen hechten aan ieder spoor van intelligent leven.
Maar wat betekent de afname van de giechelfactor dan eigenlijk voor ufo’s en uaps? Daar blijven de wateren ietwat troebel. Natuurlijk is het fijn dat piloten het gevoel hebben dat ze hun waarnemingen kunnen melden aan de autoriteiten zonder angst voor represailles of vernedering, helemaal met betrekking tot luchtveiligheid en defensie. Een transparant en agnostisch onderzoek naar uaps fungeert bovendien als een masterclass voor hoe wetenschappers kennis van geloof onderscheiden.
Als mijn collega’s en ik beweren leven op een andere wereld te hebben gevonden, dan zouden we ons verplicht voelen om bewijs te leveren dat aan de hoogste wetenschappelijke standaarden voldoet. Op dit moment is er simpelweg geen overtuigend bewijs rondom ufo’s en uaps. Een recente hoorzitting van het NASA-uap-panel onthulde dan ook dat een groot percentage van de gemelde waarnemingen niets met aliens te maken kon hebben.
Wat telt, is dat na duizenden jaren aan speculeren over leven in het universum, onze collectieve wetenschappelijke inspanningen ons eindelijk op een punt hebben gebracht waar rigoureuze wetenschappelijke studie van het onderwerp van start kan gaan. De volgende grote ruimtetelescoop van NASA zal het Habitable Worlds Observatory gaan heten. Die naam vertelt je alles wat je over het apparaat moet weten. We gaan ons binnenkort volledig inzetten voor de zoektocht naar buitenaards leven omdat we eindelijk over de middelen beschikken die zo’n zoektocht mogelijk maken. Kortom, de giechelfactor is officieel geschiedenis.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.