000 97Q2RX


Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

Rotte appels

Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

Gezakt

In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

Onder toezicht

We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

We wachten nog steeds.

Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

Overheidsagentschap

Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

Klokkenluiders

En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen