Op verzoek van de Verenigde Staten neemt Kenia het voortouw in een internationale politiemissie om de geweldscrisis in Haïti te stoppen. Het maatschappelijk middenveld in Haïti verzet zich echter tegen deze buitenlandse interventie. Onterecht, stelt journalist Jean Pharès Jérôme, het land kan alle mogelijke hulp gebruiken.
Ja: ‘We kunnen geen nee zeggen tegen een helpende hand’
‘Haïti, dat aan de rand van de afgrond staat, kan moeilijk een helpende hand weigeren in de strijd tegen de bendes die grenzeloos zijn in hun wreedheid’, schrijft de Haïtiaanse journalist Jean Pharès Jérôme in Le Nouvelliste. Vorig jaar vroeg de interim-regering van Haïti officieel om internationale ingrijpen om het bendegeweld in het land te stoppen, hierbij gesteund door secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten. Maar hoewel verschillende landen al eerder hun steun hadden uitgesproken voor het sturen van wat de VN een ‘gespecialiseerde ondersteuningsmacht’ heeft genoemd naar Haïti, had vóór de aankondiging van Kenia eind juli nog geen enkel land zich gemeld om de interventie te leiden.
Groepen uit het Haïtiaanse maatschappelijk middenveld hebben zich echter sterk verzet tegen een dergelijke stap. Zij wijzen op de problemen die in het verleden zijn veroorzaakt door buitenlandse interventies en vrezen dat de internationale gemeenschap Haïtiaanse functionarissen zou steunen die deels verantwoordelijk worden geacht voor de crises in het land, schrijft Al Jazeera.
‘Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti’
‘Geconfronteerd met het lijden van de familieleden van de ontvoerde, vermoorde en verkrachte mensen, is het moeilijk om het Keniaanse aanbod te weigeren’, werpt Jérôme tegen. ‘De Verenigde Staten en Canada hebben het Keniaanse voorstel verwelkomd. De Dominicaanse Republiek, die zeer actief heeft gelobbyd om de internationale gemeenschap de Haïtiaanse crisis te laten aanpakken, is opgetogen. De premier van Haïti, Ariel Henry, en de minister van Buitenlandse Zaken, Jean Généus, hebben Kenia al publiekelijk verwelkomd. Nu moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties alleen nog stemmen om het voorstel goed te keuren.‘
De Haïtiaanse journalist wijst erop dat Haïti niet veel keus heeft: ‘landen staan niet te springen om een internationale gewapende macht te leiden in Haïti’. Hij vindt het daarom begrijpelijk dat het Keniaanse voorstel wordt verwelkomd door de buurlanden van Haïti. ‘Hoewel sommigen dit Oost-Afrikaanse land zien als een eenoog die een blinde wil leiden, zien anderen het juist als een goede keuze, aangezien Kenia kampt met problemen die vergelijkbaar zijn met die van Haïti. Het land opereert als het ware op bekend terrein’, stelt Jérôme.
‘Haïti zit gevangen in de vicieuze cirkel van ontvoeringen, corruptie, voedselonzekerheid, werkloosheid en braindrain’, vervolgt hij in zijn commentaar. ‘De Haïtiaanse instellingen – politie, justitie, maatschappelijke organisaties, politieke partijen – zijn niet in staat om hierop te reageren. In deze omstandigheden is het moeilijk om nee te zeggen tegen een helpende hand om de onherstelbare schade van een crisis die te lang heeft voortgeduurd te stoppen. Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti, vooral omdat de nationale politie haar beperkingen al heeft laten zien in de strijd tegen bendes. Ook de regering heeft laten zien dat de inzet van een internationale gewapende macht in het land de enige oplossing is‘, concludeert hij.
Nee: ‘Kenia zal Haïti geen stabiliteit op langere termijn brengen‘
In oktober 2022 vroeg de Haïtiaanse premier Ariel Henry om een ‘gewapende buitenlandse interventie‘ om een einde te maken aan de chaos die wordt veroorzaakt door de gewapende bendes die het land onder hun controle hebben. Maar de politiek geëngageerde schrijver Lyonel Trouillot waarschuwt op de website AyiboPost: ‘Het zijn niet de bendes die dit land in deze staat van verval en ellende hebben gebracht.‘ Trouillot geeft de schuld aan ‘decennia van sociaal onrecht [en] het falende beleid van het Westen en internationale instellingen.’
De oproep van Ariel Henry werd onmiddellijk herhaald door zogenaamde ‘bevriende’ en ‘naburige’ landen zoals de Verenigde Staten, Canada en de Dominicaanse Republiek, die het eiland Hispaniola deelt met Haïti. Deze drie landen hebben echter geweigerd om het voortouw te nemen in deze hypothetische interventie, uit angst voor de afwijzing die het zou kunnen uitlokken bij de Haïtiaanse bevolking.
Ariel Henry, het feitelijke staatshoofd sinds de moord op president Jovenel Moïse in juli 2021, is nu erg impopulair en slaagt er niet in om een politieke consensus te bereiken om algemene verkiezingen uit te schrijven in een land dat geen president, afgevaardigden of senatoren meer heeft. Lyonel Trouillot geeft hem daarom evenveel schuld als het Westen: ‘De bendes zijn de kinderen die jullie hebben gemaakt voor de Republiek Haïti. (…) Oplossing voor het geweldsprobleem hangt af van de politieke situatie en elke strijd tegen onveiligheid moet deel uitmaken van een politieke oplossing.’
‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen’
Buitenlandse interventie is dus uitgesloten voor Trouillot. Hij spreekt schande van Kenia en Jamaica, de landen die het initiatief steunen en troepen hebben aangeboden: ‘Hun bereidheid om met hun laarzen op Haïtiaanse grond te betreden heeft niets te maken met de zorg om Haïti te helpen, maar ongetwijfeld met de subsidies waarop ze hopen‘. En hij vervolgt: ’Het is belachelijk dat landen die gespecialiseerd zijn in vervalste en betwiste verkiezingen, dreigen militair in te grijpen in andere landen om de democratie te herstellen.’
Deze mening wordt gedeeld door veel Haïtianen, die na de oproep van Ariel Henry in oktober 2022 het land in vuur en vlam zetten door te demonstreren tegen een mogelijke Amerikaanse interventie. Op 21 augustus publiceerden Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties gezamenlijk een open brief tegen de geplande interventie, die werd opgepikt door de website Rezo Nodwes: ‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen.’ Ze voegden eraan toe dat buitenlandse militaire interventie ‘pervers is en waarschijnlijk ernstige schade zal aanrichten. Het zal Haïti zeker geen stabiliteit op lange termijn brengen’.
In de naburige Dominicaanse Republiek schreef mensenrechtenadvocaat Ramón Antonio Negro Veras op de website Acento: ‘Interventie in Haïti, of dat nu door de Verenigde Staten is of op een heimelijke manier met Kenia, is afschuwelijk en is niet legitiem als je gelooft in de onafhankelijkheid van volkeren.‘
Lees ook:

