europees werd gezien als synoniem voor wit


De term ‘Afropeaan’ was voor schrijver en fotograaf Johny Pitts (Sheffield, Groot-Brittannië) een openbaring. Voor het eerst had hij het gevoel misschien wel één geheel te zijn in plaats van ‘een mix’ of ‘half-dit, half-dat’. Met een beperkt budget reisde hij langs grote Europese steden om deze identiteit te onderzoeken. In Afropean brengt hij in woord en beeld verslag uit van zijn reis. Een fragment.

‘Als lid van de zwarte gemeenschap maakt dit Europa ook deel uit van mijn eigen erfenis, en het was tijd om rond te dwalen en het continent te vieren zoals ik het ken. (…) Een Europa dat, zoals ik zou zien, werd bevolkt door Egyptische nomaden, Soedanese restauranthouders, Zweedse moslims, zwarte Franse militanten en Belgisch-Congolese schilders. Een continent met Kaapverdische favela’s, Algerijnse vlooienmarkten, Surinaams sjamanisme, Duitse reggae en Moorse kastelen. Ja, dit maakte ook allemaal deel uit van Europa, en om samenlevingen op het continent volledig te laten functioneren moesten ook deze gebieden begrepen worden en omarmd. (…)

h

H&M, Bern. ‘Mijn huid had mijn Europees-zijn verhuld; “Europees” werd nog altijd gezien als synoniem voor “wit”. Ik moest uitzoeken wat er achter dat merk lag, zwartgesponnen en breed gelanceerd, maar vooralsnog niet meer dan dat: een leuk idee dat me werd aangesmeerd door pr-bedrijven, stylisten, modefotografen en art directors. (…) Stond Afropeaans voor louter mooie, economisch geslaagde (en vaak lichte) zwarte mensen?’

african development trust london

African Development Trust, Londen. ‘Als zwarte noorderling ben ik soms gefrustreerd door wat ik de brixtonisatie van zwart Groot-Brittannië noem – dat wil zeggen, het terugbrengen van de zwart-Britse ervaring tot één enkel, helder verhaal met Londen in de hoofdrol. (…) Grote steden zijn dynamische ontmoetingsplekken voor mensen met allerlei achtergronden, en je vindt er vaak de oudste, meest ingeburgerde zwarte gemeenschappen.’

cours julien marseille

Cours Julien, Marseille. ‘Toen in 2005 landelijke rellen Frankrijk opschudden, was Marseille een van de weinige grote Franse steden die aan het geweld en de vernieling ontkwamen. Dit ondersteunde de gedachte (…) dat de Parijse rellen eigenlijk helemaal geen rellen waren, maar opstanden. Voor de zoons en dochters van de immigranten van Marseille zou het in brand steken van de stad geweld betekenen tegen de plek waar hun eigen families, gemeenschappen en zaken al jaren relatief succesvol konden bestaan.

Men kan zich afvragen: “En waar is het Europeaanse gedeelte van dit ‘Afropeaans’?” zoals mensen ook vragen waarom er in Groot-Brittannië een maand van de zwarte geschiedenis bestaat en geen maand van de witte geschiedenis. Dat is net zoiets als vragen waarom Londen een Chinatown heeft, en geen Englandtown. Engeland en wit- heid zijn zo alomtegenwoordig dat je ze niet ziet. Witte geschiedenis wordt niet als witte geschiedenis benoemd omdat het simpelweg “geschiedenis” is – het domineert tv-programma’s en curricula en is overal om ons heen. Ik schreef in een Europese taal, reisde door Europese straten en worstelde constant met Europese geschiedenis, al ben ik geen antropoloog en historicus; ik ben schrijver en fotograaf. En ik ben een zwarte burger die nu in Europa woont. Deze reis was een poging daar vat op te krijgen. Met mijn bruine huid en mijn Britse paspoort – die op het moment van schrijven nog steeds vrij toegang verschaft tot het vasteland van Europa – ging ik op een koude ochtend in oktober op zoek naar Afropeanen.’

Johny Pitts, Afropean, Penguin 2020. Lees meer over Johny Pitts’ Afropean in Gerecenseerd, pagina 52. Pitts wordt op 18 september om 20:00 geïnterviewd in De Balie.


Deel dit artikel


Recent verschenen