het moet anders en wel nu


Hoeveel sociale verandering voetballers teweeg kunnen brengen, mag nooit onderschat worden. Volgens journalist Simon Kuper snakt het Europese voetbal naar maatregelen, zoals het aanstellen van zwarte managers en bestuurders.

Keuze uit het archief

Waar de voetbalwereld zich eerst politiek afzijdig hield, is er de laatste jaren in het voetbal steeds meer aandacht gekomen voor maatschappelijke ontwikkelingen; voetballers steken hun ontevredenheid daarover soms niet langer onder stoelen of banken. Onder andere worden grote toernooien aangegrepen om politieke statements te maken. Zo heeft de Franse sterspeler Kylian Mbappé tijdens het EK, dat momenteel in volle gang is, herhaaldelijk opgeroepen om tegen extreemrechts te stemmen en benadrukte hij het belang van de stembusgang.
In dit artikel uit het Italiaanse sportmagazine Undici laat journalist Simon Kuper zien hoe topvoetballers geholpen hebben de ondergeschikte positie van zwarte voetballers en zwarte mensen in het algemeen op de agenda te zetten. Ook anno 2024 is dit onderwerp nog altijd zeer relevant en actueel.

Ik schrijf al dertig jaar over voetbal en politiek, maar tot afgelopen mei heb ik spelers vrijwel nooit op activisme kunnen betrappen. Ze reden in dikke auto’s, gingen naar nachtclubs en onderwierpen zichzelf in interviews en op sociale media aan zo’n grondige zelfcensuur dat hun clubs zich amper zorgen hoefden te maken.



Eén smartphonefilmpje uit het verre Minneapolis in de VS bracht daar verandering in. Het toonde een witte politieman die zijn knie acht minuten lang in de nek van de zwarte George Floyd drukte tot die bezweek. De historische witte minachting voor zwarte levens kon niet beter worden geïllustreerd, en overal in de VS en Europa gingen betogers de straat op. Ook voetballers spraken zich uit. Tot aan Liverpool toe maakten teams selfies waarop ze op één knie zaten, het symbool van de Black Lives Matter-beweging. Arsenal speelde zijn eerste wedstrijd na de covid-19-pauze met ‘Black Lives Matter’ op hun shirt. De Engelse international Raheem Sterling, een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen discriminatie verzetten, ronselde Jadon Sancho, Kevin De Bruyne, Jordan Henderson en andere topvoetballers voor een 75 seconden durend filmpje dat eindigt met de woorden: ‘Het moet anders. En wel nu.’

Apengeluiden

Dit is allemaal belangrijk. Voetballers kunnen een klein beetje doen om de maatschappij anders te maken. En ze kunnen een heleboel doen om het voetbal anders te maken.

Zwarte voetballers worden pas sinds kort als gelijkwaardige burgers erkend op het veld. Toen hun aantal in de jaren zeventig aanzienlijk groeide in Engeland, werden ze vanaf de tribunes onthaald op apengeluiden en bananen, een gewoonte die in sommige andere Europese landen nog doorwoekert.

Tot rond 1990 werd er gediscrimineerd op salarisgebied: zwarte spelers in Engeland verdienden minder dan witte van hetzelfde niveau, zoals econoom Stefan Szymanski en ik hebben aangetoond in ons boek Soccernomics. Zelfs toen de salarissen gelijk waren getrokken, kwamen zwarte spelers van jongs af aan alleen in aanmerking voor stereotiepe spelposities: ze werden betrouwbaar geacht als snelle vleugelspelers, maar minder als controlerende middenvelders of centrale verdedigers, laat staan als keepers. Als ze veel succes hadden, werden ze bespot om hun levensstijl. Sterling heeft erop gewezen dat toen zijn witte teamgenoot Phil Foden een huis kocht, een krant kopte: ‘Jeugdige sterspeler Phil Foden van Manchester City koopt huis van 2 miljoen pond voor zijn moeder.’ Boven een artikel over de zwarte speler Tosin Adarabioyo stond: ‘Jonge Manchester City-speler (20) verdient 25.000 pond per week en koopt villa van 2,25 miljoen pond hoewel hij nog nooit in de basis heeft gestaan in de Premier League.’

Ook in het voetbal is de Black Lives Matter-beweging doorgedrongen. De Engelse international Raheem Sterling is een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen racisme verzet. – © Justin Tallis / Getty
Ook in het voetbal is de Black Lives Matter-beweging doorgedrongen. De Engelse international Raheem Sterling is een van de weinige voetballers die zich sinds jaar en dag tegen racisme verzet. – © Justin Tallis / Getty

Achteraf bezien begon de verandering aan de andere kant van de oceaan, in het American football, in 2016. Toen liet de zwarte quarterback Colin Kaepernick van de San Francisco 49ers zich voor het eerst op één knie zakken terwijl het Amerikaanse volkslied klonk, als protest tegen het geweld jegens zwarte Amerikanen. Donald Trump, nooit te beroerd voor wat wit racisme, beschuldigde hem van minachting voor de Amerikaanse vlag. De nationale footballbond NFL koos de kant van Trump. Toen Kaepernick zijn contract bij de 49ers opzegde, wilde geen enkel ander team hem mysterieus genoeg hebben.

Toch was het veelzeggend dat nadat hij op een zijspoor was gezet, zijn sponsor Nike hem bleef steunen. In 2018 betaalde het bedrijf hem voor een optreden in een commercial waarin hij zei: ‘Geloof ergens in, ook al moet je er alles voor opofferen.’ Enkele rechtse fans verbrandden uit protest Nike-producten. Donald Trump twitterde: ‘Net als de NFL, waarvan de populariteit RAZENDSNEL DAALT, gaat Nike totaal kapot aan woede en boycots.’ Het tegendeel gebeurde. De beurskoers van Nike steeg in het kielzog van de commercial tot recordhoogte. De jongere generatie bleek klaar voor activistische zwarte sporters.

Covid-19

De volgende aanleiding voor voetballers om in actie te komen was de covid-19-pandemie. De Britse regering, niet in staat om het virus te beteugelen en naarstig op zoek naar een alternatief doelwit voor de volkswoede, trok er een uit de oude doos: de overbetaalde voetballer. Minister van Volksgezondheid Matt Hancock opperde een salarisverlaging voor spelers. Ook de clubs waren daarvoor te vinden. Maar door de drie maanden durende onderbreking van de competitie hadden de voetballers alle tijd om over grotere kwesties na te denken. Spelers uit de Premier League, onder leiding van Liverpool-aanvoerder Jordan Henderson, wezen erop dat de salarisverlaging grotendeels in de zakken van de schatrijke clubeigenaars zou verdwijnen en dat de NHS, het Britse nationale gezondheidsstelsel, een flink deel van hun belastingbijdrage zou mislopen. Ze besloten in plaats daarvan grote donaties aan de NHS te doen.

Het was een doorbraak: spelers ontdekten dat ze buiten hun clubs een stem hadden. Eigenaars konden hen niet makkelijk straffen: bij voetbal draait het om talent, en als clubs getalenteerde spelers die zich activistisch opstellen vervangen door minder getalenteerde spelers die zich gedeisd houden, zullen ze meer wedstrijden verliezen.

Wat ook meespeelt, is dat dit de best opgeleide generatie Britse voetballers aller tijden is, deels omdat het onderwijsniveau in het land sinds de jaren negentig is verbeterd, deels omdat veel clubs jonge spelers tegenwoordig betalen om naar dure privéscholen te gaan. Huidige spelers zijn vaak goed op de hoogte van sociale kwesties. Ook onderkennen ze de speciale verantwoordelijkheid van het voetbal: het is bijna de enige maatschappelijke sector met een groot aantal invloedrijke zwarte stemmen.

Eén 22-jarige zwarte voetballer heeft er bijna in zijn eentje al een opmerkelijke sociale verandering doorheen gedrukt. Aanvaller Marcus Rashford van Manchester United groeide op in een arbeiderswijk in Zuid-Manchester en was voor zijn (gratis) ontbijt en lunch afhankelijk van school. Afgelopen juni drong hij er bij de Britse regering op aan 120 miljoen pond te spenderen aan gratis maaltijden voor arme leerlingen tijdens de zomervakantie. FareShare, het voedselprogramma waarvoor Rashford twintig miljoen pond bijeen heeft helpen brengen, beschikt inmiddels over voldoende middelen om drie miljoen maaltijden te verstrekken. Schoolmaaltijden zijn een sociale kwestie, maar ook een specifiek zwarte: voor zwarte kinderen in Groot-Brittannië ligt honger veel eerder op de loer dan voor witte. ‘Als arme zwarte jongen heb ik me omhoog weten te worstelen,’ zegt Rashford. ‘Nu gaat het erom de gezinnen te helpen die me het meeste nodig hebben. Het is belangrijk om een stem te hebben.’

Black Lives Matter

Toen Black Lives Matter wereldwijd bekend werd, kon steun uit de voetbalwereld niet uitblijven. De meeste Europeanen steunen de beweging sowieso. Zwarte spelers staan nu op gelijke voet met witte en hebben hun teams er warm voor weten te maken. Toen de Bundesliga in mei weer opstartte, droegen diverse spelers van Borussia Dortmund en Bayern München tijdens de warming-up shirts met protestslogans als ‘No Justice, No Peace’. Marcus Thuram, een aanvaller van Borussia Mönchengladbach, liet zich op één knie zakken na het scoren tegen Union Berlin. Marcus’ vader Lilian Thuram, de Franse recordinternational, was de prominentste zwarte activist van de vorige generatie voetballers.



In Engeland twitterde DeAndre Yedlin van Newcastle United: ‘Een paar dagen na de dood van Floyd sms’te mijn opa me dat hij blij is dat ik op dit moment niet in de VS woon omdat hij zou vrezen voor mijn leven als jonge zwarte man.’ Toen de Premier League weer begon, lieten spelers en officials zich voor de aftrap op één knie zakken. De FIFA, die iedere ‘politieke’ actie van spelers normaliter bestraft, begreep uit welke hoek de wind waaide en verklaarde niet te zullen ingrijpen.



Het belang van voetbal als sociale factor blijkt ook uit de zogeheten Democratic Football Lads Alliance, een van de krachtigste protestgroepen tégen Black Lives Matter. Deze groepering van echte en pseudohooligans zakte op 13 juni af naar Londen om dronken, wildplassend en onder het brengen van de Hitlergroet een standbeeld van Winston Churchill te ‘verdedigen’.



Bij de vraag hoeveel verandering voetballers teweeg kunnen brengen mag de ‘soft power’ van ’s werelds grootste idolen nooit onderschat worden. Ook het voetbal zelf kan veel veranderen, met name de kwestie die Sterling herhaaldelijk aan de orde heeft gesteld: het vrijwel ontbreken van zwarte managers en bestuurders. Aan het eind van het vorige seizoen telde het Engelse proefvoetbal maar 92 zwarte managers. Overal in Europa betrekken bijna alle clubs hun managers en trainers nog altijd uit een netwerk van witte ex-spelers. Maar Andrea Agnelli, voorzitter van Juventus, hoofd van de European Club Association en daarom aantoonbaar de machtigste man in het clubvoetbal, ziet het probleem niet zo. Toen ik hem een paar jaar geleden vroeg waarom er zo weinig zwarte trainers waren, antwoordde hij: ‘Ik heb geen idee. Volgens mij heeft het niets met discriminatie te maken. Ik heb er nooit echt bij stilgestaan.’



Daar komt hij niet meer mee weg. Al op 24 mei, de dag voordat Floyd werd vermoord, kondigde de NFL aan zijn weinig effectieve ‘Rooney-regel’, bedoeld om teams meer zwarte trainers te laten aannemen, te zullen aanscherpen. Nu zullen teams voor trainersvacatures minstens twee minderheidskandidaten voor een gesprek moeten uitnodigen. Het Europese voetbal snakt naar dit soort maatregelen. Nu is de tijd rijp dat Sterling, Rashford en anderen die afdwingen.


Deel dit artikel


Recent verschenen