Ook in Myanmar zwelt de discussie over institutionele discriminatie aan. Het gebruik van het woord kalar bijvoorbeeld, waarmee moslims of mensen met een Zuid-Aziatische afkomst worden gestigmatiseerd, is allang niet ‘grappig’ of ‘schattig’ meer.
Een vriend van mij noemde me altijd kalar ma of Amina, een gewone Arabische naam.
Hoewel ik hem herhaaldelijk duidelijk maakte dat ik die ‘grap’ niet echt kon waarderen, ging het jennen gewoon door en hij legde me zelfs uit dat de bijnaam ‘Amina’ goed bij me paste omdat ik een kleine ‘kalar ma’ was. Terwijl hij dacht grappig of aardig te zijn, vond ik het van weinig respect getuigen om te zeggen dat je een spotnaam gebaseerd op je religie gewoon moet accepteren. Hij zou me niet zo hebben genoemd als ik geen moslim was en geen zware wenkbrauwen had, of andere uiterlijke kenmerken die worden geassocieerd met mensen van Zuid-Aziatische [onder andere India, Pakistan, Nepal en Bangladesh] afkomst.
Helaas laat deze woordenwisseling zien hoe mensen in Myanmar vaak met elkaar omgaan. We groeien op met het idee dat het prima is om elkaar bijnamen te geven die gebaseerd zijn op religie of etniciteit, of op hoe we eruitzien. Daarom heb ik veel bewondering voor de activisten die in juni op Facebook de campagne ‘Noem me geen kalar’ begonnen, om de sociale normen te veranderen die velen van ons zo kwetsend vinden.
De campagne heeft het debat over het woord ‘kalar’ nieuw leven ingeblazen – een racistische term die veel wordt gebruikt om mensen van Zuid-Aziatische afkomst te onderscheiden van de zogenaamde nationale rassen van Myanmar. Voor mensen die zijn geboren en getogen in Myanmar en geen ander land kennen is het kwetsend, omdat het hen eigenlijk brandmerkt als buitenstaanders.
Op de Myanmarese sociale media reageerde een groot deel van de gebruikers spottend en defensief op de campagne. Ze betoogden dat het een onschuldige term is – en zoals altijd als we het bezigen van bepaalde woorden aan de kaak stellen, maken meubels en peulvruchten al gauw deel uit van het gesprek. Het aanhalen van de Birmese woorden voor ‘stoel’ (kalar taing) en ‘kikkererwt’ (kalar be) is een vrijbrief geworden voor mensen die een racistische term proberen te vergoelijken. De campagne dringt erop aan om anderen geen ‘kalar’ te noemen als die dat niet prettig vinden; dat betekent niet dat we nu opeens nieuwe woorden moeten bedenken voor stoel en kikkererwt. De Birmese namen voor
die zaken zijn irrelevant voor het debat.
Respect
Door als verdediging op te voeren dat ‘kalar’ een vriendelijk woord is, luisteren degenen die protesteren tegen de campagne niet naar mensen zoals ik, die alleen maar vragen om met enig respect te worden behandeld. Het is teleurstellend om te zien dat mensen zich verzetten tegen verandering.
Op 10 juni mengde de prominente politicus U Ko Ko Gyi zich in het debat met posts op Facebook waarin hij beweerde dat woordkeus onbelangrijk is en dat een andere woordkeus niet de wortel van discriminatie aanpakt. Ook wees hij het idee af dat het woord ‘kalar’ ooit op een racistische manier wordt gebruikt: Ik heb enorm veel respect voor Ko Ko Gyi, en niet alleen omdat hij vanwege zijn activisme bijna twintig jaar in de gevangenis heeft gezeten. Als een goede vriend van mijn vader, U Mya Aye (medelid van de 88 Generation [een Birmese prodemocratiebeweging]), is hij ook altijd een soort oom voor mij geweest en hij heeft me jarenlang van goede adviezen voorzien. Maar zijn mening over de term ‘kalar’ vind ik teleurstellend.
Ten eerste is woordkeus belangrijk bij het al of niet tonen van respect, vooral in de Myanmarese maatschappij, waarin we bepaalde termen gebruiken om eerbied te betonen of beleefd te zijn. Ten tweede is de bewering dat ‘kalar’ niet discriminerend wordt gebruikt gewoon niet juist. Er zijn bewijzen te over dat het woord is gebruikt om nationalisme aan te wakkeren en voor het rechtvaardigen van de moord op mensen die door racisten als gevaarlijke buitenstaanders werden gezien.
Ontkenning duidt op het onvermogen om te luisteren en te leren
Ten slotte, als de woorden die mensen gebruiken – en de houding die ze uitstralen – niet het probleem vormen, impliceert dat dan dat we zelf het probleem zijn, omdat we als moslim of met een donkere huid zijn geboren? Veel mensen in Myanmar zien de moslims in het land als illegale immigranten of onruststokers – kortom, als mensen die hun verdiende loon krijgen voor het veroorzaken van problemen.
Hebben mensen de term ‘kalar’ dan nooit gebruikt als onschuldig plagerijtje? Jawel. Zelfs ik heb het weleens gebruikt om naar mezelf te verwijzen als ik met mijn moeder sprak. Dan maakte ik bijvoorbeeld de grap dat ik zo van Bollywoodmuziek hou, en van biryani [klassiek Indiaas rijstgerecht], omdat ik een ‘kalar ma’ ben.
Context
Maar de context is wel belangrijk. Als je opgroeit in een samenleving waarin die term voortdurend tegen je wordt gebruikt om je te kleineren of uit te sluiten, zul je hem naar mijn mening niet makkelijk als een ‘schattige’ bijnaam accepteren.
De Myanmarese samenleving herinnert ons er doorlopend aan dat wij geen zuivere Myanmarezen zijn, ook al zijn we in het land geboren en houden we er net zo veel van als ieder ander. Bij de aanvraag van een identiteitsbewijs moeten we drie generaties terugkijken, en waar onze voorouders vandaan komen bepaalt grotendeels of we wel of niet zo’n bewijs krijgen. Ik heb mijn overgrootouders nooit ontmoet en ik ben nooit in de landen geweest waar zij zijn geboren, maar op mijn nationale identiteitsbewijs – waarop altijd het ‘ras’ en de religie van de houder vermeld staan – werd ik omschreven als ‘Pakistaans, Indiaas, Memon, Soenniet, Moslim en Bamar’.
Toen ik als tienjarige zo veel nationaliteiten op mijn nieuwe identiteitsbewijs zag staan, vond ik dat verwarrend, maar ik besefte ook dat ik in een andere groep werd ingedeeld dan mijn vrienden. Bovendien moeten we in een andere, veel langzamere rij staan bij het paspoortloket en worden we door het personeel aan een veel strengere controle onderworpen.
Het is onzin om de campagne ‘Noem me geen kalar’ te omschrijven als een flauwe imitatie van de Amerikaanse beweging voor rassengelijkheid. Het is misschien niet helemaal juist om het woord ‘kalar’ te vergelijken met het n-woord in de VS, maar ontkennen dat het woord wordt gebruikt om een groep mensen te stigmatiseren duidt op het onvermogen om te luisteren en te leren. Als mensen die de term voortdurend hebben gebruikt om anderen apart te zetten plotseling beweren dat het woord geen enkele pejoratieve betekenis heeft, is dat alleen maar nog kwetsender.
Als het woord ‘kalar’ niet meer wordt gebruikt, betekent dat niet dat het probleem van institutionele discriminatie in Myanmar is opgelost, maar het zou wel een belangrijke eerste stap kunnen zijn. Maar als mensen niet eens willen afzien van hun gewoonte om beledigende scheldwoorden te gebruiken, kunnen we dan überhaupt nog de hoop koesteren dat we ooit een land zullen worden waar etnische en religieuze minderheden met respect en waardigheid worden behandeld?
Wai Hnin Pwint Thon
Frontier Myanmar
Myanmar | weekblad | oplage onbekend
Frontier Myanmar is een actualiteiten- en zakenblad dat werd opgericht in 2015. Het wekelijkse tijdschrift wordt uitgegeven in het Engels, maar op de website verschijnen ook artikelen in het Birmaans.

