Tienduizenden Malinezen hebben op 19 juni gedemonstreerd om het ontslag van hun president te eisen, onder aanvoering van de salafistische Imam Mahmoud Dicko. Het land wordt ontregeld door jihadistisch geweld en een politieke crisis.
In Mali is een nieuw front ontstaan van betogers die het aftreden eisen van president Ibrahim Boubacar Keïta, bijgenaamd IBK, die sinds 2013 aan de macht is. In de hoofdstad Bamako hebben zich op 19 juni opnieuw tienduizenden Malinezen verzameld om ‘Weg met IBK’ te scanderen. Het immense Sahelland, dat toch al ontregeld wordt door geweld van jihadisten en milities, zat niet ook nog op een politieke crisis te wachten.
De 5 juni-beweging – genoemd naar de datum van een eerdere betoging – verenigt oppositiepartijen, maatschappelijke organisaties en anticorruptieactivisten, maar ook aanhangers van Mahmoud Dicko, een salafistische imam die het symbool van de protesten is geworden. Na afloop van dit nieuwe machtsvertoon heeft de protestbeweging de toenadering van president IBK afgewezen, die zich bereid verklaarde een regering van nationale eenheid te vormen.
De zestiger Dicko, afkomstig uit Timboektoe in het noorden van het land, getrouwd met twee vrouwen en vader van een tiental kinderen, is een goede bekende van de Malinezen. Hij heeft lange tijd leiding gegeven aan de Islamitische Hoge Raad, de instantie die moskeeën en moslimverenigingen vertegenwoordigt bij de Malinese overheid.
In 2009 had de imam zich voor het eerst op politiek terrein begeven door zich met succes te verzetten tegen een wetshervorming die vrouwen meer rechten wilde geven. Het jaar daarop verklaarde hij ‘zich als moslim niet tegen de invoering van de sharia te kunnen verzetten’, al voegde hij eraan toe ‘heel goed in een seculier land te kunnen leven’.
Dat Mahmoud Dicko tot de belangrijkste opponent is verheven is tekenend voor de opkomst van de politieke islam in Mali, dat voor 95 procent uit moslims bestaat. De imam vertegenwoordigt een salafistische islam die zich inspireert op Saoedi-Arabië – waar hij koranscholen heeft bezocht – maar die in Mali een minderheidsstroming is.
Dicko verklaarde “niet tegen de invoering van de sharia” te zijn
Sindsdien is de invloed van de religieuze leider alleen maar toegenomen. Hij steunde IBK tijdens diens succesvolle verkiezingscampagne in 2013, vlak na de interventie van het Franse leger om rebellengroepen en jihadisten tegen te houden die dreigden op te rukken naar de hoofdstad. Mahmoud Dicko heeft zich altijd voorstander betoond van het onderhandelen met gewapende groeperingen, ook met jihadisten. Vorig jaar heeft de imam het ontslag bewerkstelligd van de Malinese premier, die streng wilde optreden tegen de jihadisten.
Deze invloed is kennelijk niet meer voldoende. Mahmoud Dicko heeft zich inmiddels tegen de president gekeerd, al ontkent hij stellig zelf enige presidentiële ambitie te koesteren. De in 2018 herkozen IBK stuit op steeds meer verzet. De parlementsverkiezingen van de afgelopen lente, midden tijdens de covid-19-pandemie, hebben het klimaat van wantrouwen alleen maar versterkt, te meer omdat de leider van de grootste oppositiepartij, Soumaïla Cissé, tijdens de verkiezingscampagne door jihadisten is ontvoerd.
Jihadisme
President IBK is er nooit in geslaagd zijn gezag over het hele grondgebied te herstellen. Ondanks steun van het Franse leger en de blauwhelmen van de Verenigde Naties heeft het Malinese leger ernstig te lijden onder jihadistische aanvallen.
‘Er moet een eind komen aan die afschuwelijke straffeloosheidscyclus,’ zegt Alioune Tine uit Senegal, die de situatie in het land volgt als onafhankelijk expert van de Mensenrechtenraad van de VN. Maar hij houdt het leger en de milities evenzeer verantwoordelijk voor de gewelddadigheden als de jihadisten. ‘Je kunt makkelijk zeggen dat de rechtsstaat hersteld moet worden, maar het wemelt van de regio’s in het land waar de procureurs geen onderzoek meer kunnen instellen,’ zegt Tine, die afgelopen februari het binnenland van Mali heeft bezocht.
‘Mali is een dijk,’ vervolgt hij. ‘Als die het begeeft, zal de hele regio getroffen worden door gewelddadigheden.’ Begin juni is er in het noorden van Ivoorkust een tiental Ivoriaanse soldaten omgekomen bij de eerste jihadistische aanslag in vier jaar.
Tekenend voor de ongerustheid in de buurlanden van Mali is dat afgezanten van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) in allerijl naar Bamako zijn gestuurd. Zij hebben niet alleen gepleit voor een regering van nationale eenheid, maar ook voor nieuwe parlementsverkiezingen op plaatsen waar de uitslag van de vorige het meest omstreden was.
‘De democratie maakt in de hele regio een crisis door,’ zegt Tine. ‘Guinee gaat komende herfst onder uiterst ongunstige omstandigheden naar de stembus, evenals Ivoorkust [in beide landen moet een nieuwe president worden gekozen]. De Malinezen zijn wanhopig, zodat het niet verwonderlijk is dat ze op zoek zijn naar een politieke omslag, of die nu uit de moskeeën komt of niet.’
Simon Petite
Abonneer!
Maak gebruik van onze tijdelijke aanbieding

