Steeds meer landen begrenzen de toegang tot het vrije en open internet voor hun burgers. Ook Rusland verschanst zich, in navolging van China, achter de eigen digitale grenzen.
Het internet is van oudsher een vrijplaats – met alle voor- en nadelen van dien: zo zijn er naast de mogelijkheid van vrije meningsuiting ook delen waarop het recht geen grip heeft en drugshandel en terroristische netwerken zich vrijelijk bewegen. Omdat het internet niet alleen een reusachtige economische factor, maar ook een politiek slagveld is geworden, willen steeds meer landen zich ervan afkoppelen en hun eigen netwerk opbouwen. Zo ook Rusland. Met de ondertekening van een nieuwe wet door president Poetin zijn op 1 november 2019 de voorbereidingen hiervoor van start gegaan.
De Russen spreken van een ‘soeverein internet’. Het ‘RuNet’ moet het Moskou mogelijk maken om het internet via servers in eigen land te loodsen en daarmee af te koppelen van de rest van de wereld. Officieel heet het dat de Russen zich technisch onafhankelijk willen maken van de tot nog toe door de VS gedomineerde structuren van het internet. Zo zouden ze zich beter kunnen wapenen tegen mogelijke cyberaanvallen en algemene uitval.
‘Grote firewall’
Een ander doel zou zijn om het binnen-landse dataverkeer – met inbegrip van e-mails – te beschermen, waarschijnlijk vooral tegen westerse veiligheidsdiensten. Het bestaan van dit gevaar is heel waarschijnlijk, maar slechts een deel van de waarheid. Critici zoals de organisatie Reporters Without Borders (RWB) hekelen de wet als een aanval op de vrije pers en de vrijheid van meningsuiting. Het zou vooral gaan om controle en filtering, die in de toekomst de verantwoordelijkheid moeten worden van het Russische mediatoezicht en de veiligheidsdiensten. Volgens RWB is het nu al gebruikelijk om gevoelige sites te blokkeren voor Russische gebruikers, zoals die van Kremlincriticus Michail Chodorkovski, sites van media die kritisch staan tegenover het politieke systeem, maar ook het sociale netwerk LinkedIn. Dergelijke verwijten laten president Poetin koud. De wereldmacht moet bij cyberaanvallen vanuit het buitenland immers over een autonoom internet beschikken. Het gaat om de ‘nationale veiligheid’.
Rusland streeft hiermee na wat in China al jarenlang staande praktijk is. Daar weet de regering meer dan achthonderd miljoen internetgebruikers onder controle te houden. Deskundigen spreken van het vooruitstrevendste internetfilter ter wereld, ook wel de ‘grote firewall’ genoemd. In China heeft het internet van begin af aan onder controle van de overheid gestaan: in 1996 stak de regering met de ‘bepalingen over de controle van
het internet’ een stokje voor de vrije toegang. De gedachte dat iedere Chinees een potentiële aanbieder van informatie zou worden en onbeperkt toegang zou hebben tot buitenlandse, westerse informatie was een nachtmerrie voor de Partij. De blokkades van de ‘grote firewall’ voorkomen dat de burgers van de Volksrepubliek vrijelijk op het internet kunnen surfen; ook netwerken als Facebook en zoekmachine Google zijn taboe. Sinds afgelopen jaar moeten gebruikers zich bovendien bij vrijwel alle diensten aanmelden met hun echte naam en mobiele telefoonnummer, want anonimiteit op het net is van overheidswege niet gewenst.
‘We mogen het internet niet een platform laten worden waarop kwetsende informatie wordt verspreid en met geruchten onrust wordt aangewakkerd,’ verklaarde president Xi Jinping.
Hermetisch afsluiten
Of ook Rusland het internet zo grondig weet af te schermen, is de vraag. Anders dan in China heeft het zich in Rusland immers lange tijd vrij kunnen ontwikkelen. Om het doel te bereiken draait de regering alle providers van telecommunicatie de duimschroeven aan. Deze worden verplicht om nieuwe hard- en software te gaan gebruiken, waarlangs in de toekomst al het dataverkeer gaat lopen. Zo is nauwkeurig te analyseren welke sites een gebruiker bezoekt en welke diensten of apps hij op zijn smartphone gebruikt. ‘Deep packet inspection’ is de vakterm voor deze techniek. Gaat het om ‘verboden’ inhoud, dan wordt de verbinding afgesneden en een mededeling weergegeven dat de informatie geblokkeerd is. Bovendien moet al het dataverkeer gecentraliseerd via Russische servers lopen. Een herculeswerk, dat veel geld gaat kosten; deskundigen gaan uit van een bedrag ter hoogte van vijfhonderd miljoen euro. Al in januari 2021 moet de overgang naar de nieuwe infrastructuur zijn voltooid.
Russen die zich willen verzetten tegen het toezicht zullen zich moeten in-stellen op een kat-en-muisspel met de autoriteiten. Met VPN-diensten kunnen ze proberen om anoniem over het internet te surfen, maar men wacht nog af welke VPN-diensten dan nog werken.
Vier vragen aan de Duitse regering
Is een soeverein internet ook denkbaar voor Duitsland?
‘Nee. Het doel van de Bondsregering is duidelijk: we willen het internet als mondiale infrastructuur behouden, het moet open, vrij en veilig zijn – voor iedereen en overal.’
Is onze digitale infrastructuur dan voldoende beschermd?
‘Gelet op het centrale belang van digitalisering voor onze economie, onze maatschappij en ieder individu stelt de wetgever hoge eisen aan de bescherming van de digitale infrastructuur. Om cruciale infrastructuren te waarborgen hebben we de IT-veiligheidswet en de Europese NIS-richtlijn opgesteld.’
Staat het internet zoals we dat vandaag de dag kennen naar uw mening op de tocht?
‘We ervaren momenteel dat de decentrale, vrije en open architectuur van het net onder druk staat. Daarom leggen we met het project GAIA-X de basis voor de opbouw van een gekoppelde, open en veilige data-infrastructuur voor Europa.’
Kan het internet uiteenvallen?
‘Onder de dekmantel van betere controle en meer veiligheid grijpen steeds meer landen diep in de technische infrastructuur van internet in. Rusland wil zelfs eigen DNS-servers gaan gebruiken. Die servers regelen wat er verschijnt als we een adres in de browser intikken. Zo hoort bij www.computerbild.de het IP-adres 195.50.176.69. Wie de controle over dit proces heeft, kan ongewenste internetadressen simpelweg blokkeren. Critici zijn bang dat door dergelijke ingrepen het world wide web in de toekomst in verschillende machtssferen uiteen zou kunnen vallen. Speciale werkgroepen van de Verenigde Naties willen juist dat voorkomen. Ze werken aan richtlijnen die het landen verbieden om het internet voor militaire doeleinden te gebruiken. Als dat soort regels geen ingang vinden en het wantrouwen tussen de supermachten verder toeneemt, dreigt het internet inderdaad uiteen te vallen, met verschillende structuren tot gevolg; de toegang vanuit andere landen zou dan alleen nog maar mogelijk zijn met een vergunning.’

