ai als emotionele steun en toeverlaat


Een robot die emoties herkent en empathisch op de bemanning reageert, zou ruimtemissies enorm kunnen verbeteren. Naast AI ontbreekt dus nog een emotionele en sociale variant.

 2001: A Space Odyssey (1968) van regisseur Stanley Kubrick met acteur Keir Dullea. In deze sciencefictionfilm bestuurt computer HAL 9000 het hele ruimteschip – hij praat en schaakt zelfs met de astronauten. © Movie Poster Image Art / Getty
2001: A Space Odyssey (1968) van regisseur Stanley Kubrick met acteur Keir Dullea. In deze sciencefictionfilm bestuurt computer HAL 9000 het hele ruimteschip – hij praat en schaakt zelfs met de astronauten. © Movie Poster Image Art / Getty

Een AI-assistent [AI staat voor artificial intelligence, oftewel kunstmatige intelligentie] die menselijke emoties kan aanvoelen en empathisch kan reageren zou weleens van pas kunnen komen om het intensieve werk van astronauten op ruimtereizen te ondersteunen, vooral op toekomstige reizen naar Mars en nog verder. Het idee is dat zo’n computer op de behoeften van de bemanning zou kunnen anticiperen en zou kunnen ingrijpen als de geestelijke gezondheid in gevaar dreigt te komen.

Door computer HAL 9000 uit de film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick heeft het idee van AI in de ruimte een slechte naam. Maar NASA werkt al lang met allerhande digitale assistenten. Zo verwelkomden astronauten van het International Space Station onlangs nog een nieuwe versie van de ‘emotioneel intelligente’ robot CIMON (wat staat voor ‘crew interactive mobile companion’) van IBM. CIMON, zo groot als een flinke watermeloen, assisteert hen drie jaar lang bij verschillende taken en experimenten. Tot dusver zijn de resultaten wisselend.

De huidige generatie robots kampt namelijk nog met een gebrek aan emotionele intelligentie, zegt Tom Soderstrom, technisch directeur van het Jet Propulsion Laboratory (JPL) van NASA. Daarom werkt JPL op dit moment samen met het Australische techbedrijf Akin om AI te ontwikkelen die ooit de gewenste |emotionele ondersteuning voor astronauten op verre ruimtemissies moet opleveren. ‘We willen een intelligente assistent die de temperatuur en de koers reguleert, technische problemen oplost en menselijk gedrag in de gaten houdt,’ zegt Soderstrom.

Directeur Liesl Yearsley van Akin zegt dat de AI niet alleen taken moeten vervullen en net als Alexa of Siri reminders moet kunnen sturen, maar ook voor empathische ondersteuning moet zorgen. ‘Stel je een robot voor die moet kunnen denken: “Mary zit er een beetje doorheen vandaag, want ze is kortaf tegen haar collega’s. Dan kan de computer besluiten Mary die dag een streepje voor te geven en haar wat meer in de watten te leggen en te ondersteunen. We willen dat het systeem dat soort diepere lagen aankan.’

Henry the Helper

Op dit moment is het voor NASA niet interessant om het mentale en emotionele welzijn van de bemanning in de gaten te houden. De astronauten van het ISS praten geregeld met psychiaters op de grond. NASA garandeert dat er bij ernstige problemen onmiddellijk artsen klaarstaan. Maar dat kan alleen doordat de astronauten in een baan dicht rond de aarde gaan, waar ze gemakkelijk contact met de vluchtleiding kunnen onderhouden. In de diepe ruimte kunnen de tijdsverschillen oplopen tot vele uren. Kleinere ruimtevaartorganisaties en privé-bedrijven kunnen waarschijnlijk geen professionele hulpverleners voor noodgevallen achter de hand houden. Emotioneel intelligente AI aan boord van het ruimtevaartuig zou beter geschikt zijn om problemen te herkennen en aan te pakken zodra ze zich voordoen.

Akin maakt voor de samenwerking gebruik van informatie over het ontwerp van verkenners die NASA naar Mars heeft gestuurd, zoals de Curiosity. JBL heeft die informatie via internet toegankelijk gemaakt. Geïnteresseerde studenten en jonge techneuten kunnen voor ongeveer 2500 dollar hun eigen zeswielige Marsvoertuigje bouwen. Het afgelopen jaar hebben Yearsley en Soderstrom dit project, Open Source Rover, gebruikt om Akins emotioneel intelligente AI te testen. Het heeft een voertuig opgeleverd dat Henry the Helper is gedoopt. Op dit moment hobbelt hij rond over het terrein van JPL en knoopt hij gesprekjes aan met werknemers en bezoekers. Hij demonstreert het vermogen van AI om de interactie met mensen aan te gaan en menselijke emoties te herkennen.

Henry maakt net als veel andere AI-systemen gebruik van zogeheten deep learning om emotionele patronen in menselijke spraak en gezichtsuitdrukkingen te herkennen. Hij is geprogrammeerd om daar op een gepaste, empathische manier op te reageren, bijvoorbeeld door een toerist die verdwaald of in de war lijkt de weg te wijzen of informatie te verstrekken.

Over een paar jaar hoopt Akin Fiona the Future tot leven te wekken. Fiona hoeft niet per se een fysieke robot te zijn, maar zou op meerdere platforms actief kunnen zijn op de Gateway, het ruimtevaartuig dat NASA in een baan rond de maan gaat brengen. Of misschien wordt het onderdeel van Artemis, het eerste station van NASA op de maan, of zelfs een station op Mars. NASA heeft zijn keuze nog niet gemaakt, maar werkt alvast intensief samen met andere partijen in de ruimtevaartindustrie. Als NASA wil dat Fiona deel uitmaakt van Gateway of Artemis, dan moet Akin volgens Yearsley in september betrouwbare prototypes opleveren. Lukt dat niet, dan bekijkt Akin of de AI kan worden getest in afgelegen gebieden, bijvoorbeeld Antarctica, of in specifieke omgevingen, bijvoorbeeld waar met ouderen of gehandicapten wordt gewerkt.

Emotionele intelligentie

Om in de afgelegenheid van de ruimte te kunnen functioneren, moet de AI gebruikmaken van zoge-heten edge computing, ‘computeren op de rand’. Dat wil zeggen dat de dataopslag en het systeem ter plekke functioneren, onafhankelijk van een centraal systeem en met minimale energie. ‘De ruimte is wel de verste rand waarop je kunt opereren,’ zegt Soderstrom.

De grootste obstakels waar Akin mee te maken heeft, zijn die waar het hele onderzoeksterrein van de emotioneel intelligente AI mee worstelt. Lisa Feldman Barrett, psycholoog aan de Northeastern University en gespecialiseerd in menselijke emoties, wijst erop dat de manier waarop de meeste tech-bedrijven AI menselijke emoties leren herkennen fundamenteel tekortschiet. ‘Systemen herkennen geen psychologische inhoud,’ zegt ze. ‘Ze herkennen fysieke bewegingen en veranderingen, en leiden daar psychologische inhoud uit af.’

Maar een ruimtevaartuig zou weleens de ideale omgeving kunnen zijn om een emotioneel intelligente AI te trainen en te gebruiken. Omdat de technologie uitsluitend in contact staat met de kleine groep ruimtevaarders aan boord, zou ze volgens Barrett het ‘vocabulaire en de gezichtsuitdrukkingen’ van iedere astronaut kunnen leren kennen en hoe die zich manifesteren in lichaam, stem en gezicht. Ze zou kunnen leren begrijpen hoe die in de context en de omgeving van een ruimtemissie veranderen, in een sociale setting met alleen astronauten. ‘Als je dat in een gesloten omgeving probeert, met maar een paar mensen, dan is dat beter behapbaar dan in een open omgeving,’ aldus Barrett.

Neel V. Patel

MIT Technology Review
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 177.500

Opgericht in 1899 als The Technology Review, voor MIT-alumni. Tegenwoordig is de doelgroep breder en is de aandacht verlegd van enkel technologie naar tevens de commerciële toepassing ervan.


Deel dit artikel


Recent verschenen