depot boijmans zet internationale trend


Normaal gesproken is slechts een fractie van de collectie van een museum te zien. Eén Nederlands museum wil de gehele collectie toegankelijk maken en wordt op de voet gevolgd door de internationale museumwereld.

Sjarel Ex stond in de kelder van het Museum Boijmans van Beuningen, tot zijn enkels in het stijgende water. Hij werd geconfronteerd met een duivels dilemma. De Rotterdamse brandweercommandant had hem verteld dat de schilderijencollectie binnen 30 minuten verloren zou gaan, tenzij Ex, co-directeur van het museum, toestemming gaf om de bibliotheek te barricaderen door middel van zandzakken, waarbij de boeken zouden worden opgeofferd. Uiteindelijk werden de kunstwerken gered en gingen er slechts een paar honderd boeken verloren. Maar deze gebeurtenis in 2013 was voor Ex de druppel die de emmer deed overlopen. De collectie van het museum moest worden verplaatst. ‘Vanaf dat moment waren we niet meer zo beleefd wanneer het ging over de noodzaak van een nieuwe opslagruimte,’ vertelt hij.

Hij streed voor zo’n ruimte in het kader van plannen voor een renovatie van het pand uit 1935, die ook al ter discussie stonden. Maar in plaats van het bouwen van een versterkte ‘black box’ ergens in de buitenwijken van Rotterdam, zag Ex zijn kans schoon. Hij wilde iets ‘radicaals’ ondernemen en de opslagruimte van het museum openstellen voor bezoekers gedurende de sluiting van het hoofdgebouw. ‘In de eerste plannen zou 20 tot40 procent van de collectie toegankelijk worden gemaakt voor bezoekers,’ zegt Ex. ‘Op een gegeven moment dachten we, “Waarom niet gewoon de hele collectie?”’

Zes jaar later heeft het museum al bijna 85 miljoen euro aan het Depot Boijmans van Beuningen besteed, een glinsterend, spiegelend gebouw dat door Ex ‘de Ark van Noach’ wordt genoemd. Het opslagcentrum is ontworpen door architecten van het MVRDV en bevindt zich in het centrum van de stad, vlak naast het museum. Het hoofdgebouw is gesloten wegens een renovatie van 234 miljoen euro, en zal eind 2025 weer open gaan; het Depot zal ook dan blijven bestaan. Wanneer het Depot in 2021 klaar is, zal het de volledige collectie van zo’n 151.000 kunstwerken bevatten, evenals de kantoren van de curatoren, de restauratieateliers, een filmzaal, een restaurant en een dakterras. Bezoekers kunnen onder begeleiding van gidsen en bewakers tussen de opslagrekken lopen en werken tevoorschijn halen. Ex hoopt dat het 150.000 tot 250.000 bezoekers per jaar zal trekken.

In het Depot kunnen bezoekers de kunstwerken bekijken die op dat moment niet worden tentoongesteld. © Ossip van Duivenbode
In het Depot kunnen bezoekers de kunstwerken bekijken die op dat moment niet worden tentoongesteld. © Ossip van Duivenbode

Verschuiving

Het Depot is een sprong voorwaarts voor Rotterdam, bovendien betekent het een verschuiving in het denkbeeld over de toegankelijkheid van collecties. Ex schat dat er slechts 6 tot 7 procent van de meeste grote museumcollecties permanent toegankelijk zijn voor bezoekers.

‘Het is niet alleen een architectonisch model, of een logistieke beslissing. Het is een culturele verandering.’

Aangezien museumcollecties de laatste decennia steeds omvangrijker worden, zoeken instellingen wereldwijdnaar een evenwicht tussen de twee essentiële taken van een museum: het beschermen en conserveren van collecties en het delen van deze collecties met zo veel mogelijk mensen. De plannen voor het Depot hebben de interesse gewekt van musea in Finland, Noorwegen, Zuid-Korea en Zweden. Ina Klaassen, de andere mede-directeur van het Boijmans, vertelt dat er vertegenwoordigers naar Rotterdam zijn afgereisd, nieuwsgierig naar hoe zoiets in zijn werk gaat.

In Parijs zijn het vooral de musea langs de Seine die kwetsbaar zijn voor overstromingen, waaronder het Louvre, het Musée d’Orsay en het Musée du Quai Branly, die opslagoplos- singen overwegen die deels toegankelijk zijn voor bezoekers. Tot op heden zijn er nog geen plannen goedgekeurd. (Vertegenwoordigers uit Parijs zijn wel langsgekomen in Rotterdam om de plannen van het Boijmans eens goed onder de loep te nemen).

Het Victoria and Albert Museum in Londen treedt in de voetsporen van het Boijmans. Er komt een V&A East- opslag die naar verwachting in 2023 in gebruik zal worden genomen. In de nieuwe ruimte zullen zo’n 250.000 objecten en 1.000 afzonderlijke archieven worden ondergebracht, bezoekers kunnen deze ruimtes verkennen in een tour van 60 of 90 minuten.

Tim Reeve, de strategische leider van het project, vertelt dat V&A East ‘een rariteitenkabinet’ zal worden ‘dat voortdurend aan verandering onderhevig is’ met een grote verzameling meubels, mode, textiel en kunst. Hij vertelt ook dat bezoekers van curatoren kunnen leren hoe tentoonstellingen worden samengesteld en dat zij restaurateurs aan het werk kunnen zien.

Andere musea zetten kleine stappen in de richting van een meer toegankelijke collectie door middel van de zogenaamde ‘zichtbare opslag’. De Henry Luce Foundation subsidieert ‘open studiecentra’ in het Metropolitan Museum of Art, het Smithsonian American Art Museum in Washington en in het Brooklyn Museum, waar bezoekers werken in opslag kunnen zien, meestal in gecureerde vitrines die alleen door glazen wanden bekeken kunnen worden.

In oktober gaf het Centre Pompidou in Parijs aan dat het een nieuw depot zou bouwen in de buitenwijken van de stad. Dit centrum zal ‘gedeeltelijk open worden gesteld voor bezoekers, zodat zij kunnen genieten van een nieuw soort contact met de kunstwerken’, zo stelt het museum in een verklaring. Het Louvre-Lens in Noord-Frankrijk, een dependance van het nationale museum, heeft ook een zichtbare opslag. Door het glas kan men wisselende collecties bekijken. Bezoekers kunnen op afspraak de opslagruimte betreden.

Reeve, adjunct-directeur van het V&A, zegt dat het museum met deze nieuwe voorziening ‘een grote stap vooruit’ wilde zetten. ‘Het idee is om het glas en de barrières waar mogelijk te verwijderen, en de bezoekers zelf te laten bepalen in welke mate zij toegang hebben tot de collectie,’ zegt hij. ‘Het is niet alleen een architectonisch model, of een logistieke beslissing,’ voegt hij daaraan toe. ‘Het is een culturele verandering.’

Tijdens een rondleiding op de bouwplaats van het Boijmans Depot wijst Ex op de trappen die bezoekers naar de tentoonstellingszalen en de restauratieateliers zullen leiden, en op de constructies waar de glazen vitrines zullen komen. Trots vertelt hij dat de opslagruimtes gebouwd zijn op ongeveer 6 meter boven de zeespiegel – een belangrijk detail, aangezien we in Nederland erg kwetsbaar zijn voor overstromingen. (Hij hoopt dat dit ontwerp kan voorkomen dat er op het allerlaatste moment moeilijke beslissingen moeten worden gemaakt.)

Kranen zweven boven het gebouw terwijl werklui spiegelende glasplaten op de gevel plaatsen. Het hoofdgebouw van het museum en het Rotterdamse stadsbeeld worden erin weerspiegeld. ‘Het gaat om het publiek,’ legt Ex uit, alsof de symboliek nog niet duidelijk genoeg is. ‘De buitenkant naar binnen halen.’

Nina Siegal

New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 571.500
De krant der kranten, met als motto All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.


Deel dit artikel


Recent verschenen