het digitale hiernamaals scaled


Er komt een dag dat we in staat zijn om ons hele bewustzijn in een computer te scannen en een digitale replica van onszelf te creëren die eeuwig kan blijven leven. Maar wat betekent dat voor onze sterfelijke biologische zelf die achterblijft?

Stel je een toekomst voor waarin een machine je brein kan scannen om daarvan de essentiële kenmerken over te zetten naar een computer. Mind uploading wordt dat genoemd: dan krijgt je bewustzijn een digitaal leven na de dood. Als neurowetenschapper ben ik ervan overtuigd dat het ooit zover gaat komen. Het is niet in strijd met de natuurwetten. Maar het vereist technologie die nog niet is uitgevonden, dus niemand weet wanneer het mogelijk wordt.

De werking van ons brein berust op een elegant principe: één simpel werkzaam onderdeel, de zenuwcel, wordt talloze malen vermenigvuldigd, resulterend in de complexiteit van onze hersenen. Die bevatten zo’n 86 miljard van deze zenuwcellen of neuronen, die via honderd biljoen synapsen met elkaar in verbinding staan. De informatie die in complexe en onvoorspelbare patronen door dat enorme stelsel van verbonden netwerken stroomt en verwerkt wordt, vormt wat wij ons brein of onze geest noemen.

Om iemands brein te kunnen uploaden, moeten eerst twee technische problemen worden opgelost. Ten eerste moeten we een kunstmatig brein met gesimuleerde neuronen bouwen. Ten tweede moeten we in staat zijn om iemands fysieke biologische brein en alle verbindingen tussen de neuronen nauwkeurig in kaart te brengen, willen we dat patroon ook in het kunstmatige brein kunnen nabootsen. En we weten niet of deze twee stappen genoeg zijn om iemands volledige bewustzijn echt naar een computer over te hevelen, of dat je daarvoor ook nog andere ongrijpbare aspecten van onze biologische opmaak mee moet kopiëren. Maar het is een goed startpunt.

Connectoom

Het eerste technische probleem is praktisch opgelost. We kunnen al kunstmatige, gesimuleerde neuronen maken en via synapsen met elkaar verbinden. Zo kunnen we netwerken van duizenden of zelfs miljoenen neuronen simuleren. Onze huidige wonderen van artificiële intelligentie, zoals Siri of zelfrijdende auto’s, draaien op grote kunstmatige neurale netwerken. Het nabootsen van een mensenbrein met zijn 86 miljard neuronen is nu nog wat te hoog gegrepen, maar dat duurt vast niet lang meer. De computertechnologie wordt steeds beter.

De tweede technische horde is een stuk moeilijker te nemen. Met behulp van een elektronenmicroscoop heeft een team onderzoekers aan het Albert Einstein College of Medicine onlangs een beschrijving voltooid van het volledige ‘connectoom’ – de kaart van alle neurale verbindingen – van een rondworm. Dat is een piepklein beestje met pakweg driehonderd neuronen, en daar hebben ze bijna tien jaar over gedaan. Het is een mijlpaal. Maar om een mensenbrein te kunnen uploaden, wil je mensen scannen als ze nog leven en moet je honderd miljoen keer zoveel data verwerken. Daarvoor ontbreekt ons nu nog de technologie. Volgens de meest optimistische ramingen ontwikkelen we die binnen enkele decennia, maar het zou mij niet verbazen als het nog eeuwen duurt.

Maar hoe lang het ook duurt, het lijkt er toch op dat het ooit zover kan komen, en dan loont het ook de moeite om eens na te denken over wat het voor ons zou betekenen. Wat zijn de ethische en filosofische implicaties van het uploaden van ons brein?

De hele idee van het individu moet op de schop, moet misschien wel helemaal worden afgeschaft

Stel dat ik besluit om mijn brein te laten scannen en uploaden. Niemand weet natuurlijk nog precies hoe dat zal zijn, maar het zou als volgt kunnen gaan: een bewustzijn komt bij kennis. Het beschikt over mijn persoonlijkheid, mijn herinneringen, mijn kennis en emoties. Het denkt dat het mij is. Het kan blijven leren en nieuwe kennis opdoen, want aanpassingsvermogen is de essentie van een kunstmatig neuraal netwerk. Op grond van die nieuwe ervaringen blijven de synaptische verbindingen veranderen.

Mijn sim (mijn gesimuleerde ik) kijkt om zich heen en merkt dat hij zich in een gesimuleerde, videogame-achtige omgeving bevindt. Met goede rendering-software kan die omgeving sterk lijken op de echte wereld en is het lichaam van mijn sim net een echt lichaam. Misschien krijgt mijn sim wel een woning in een gesimuleerde versie van Manhattan, waar hij deel uitmaakt van een hele bevolking van andere geüploade mensen in digitale lichamen. Mijn sim kan er rondwandelen in een digitaal gegenereerde stad waar het altijd mooi weer is. Geur-, smaak- en tastzin zullen weinig voorstellen, want dat soort informatie vergt een krankzinnige bandbreedte. Maar al met al kan mijn sim toch denken: ‘Die upload is zijn geld dubbel en dwars waard geweest. Ik ben hier in het digitale hiernamaals, en dat is een fijne en veilige plek om te wonen. Laat die cloud maar eeuwig duren!’

Maar hoe zou het zijn voor mijn biologische ik? Zodra de scan achter de rug is, lijkt het ineens weggegooid geld. Ik ben nog steeds even sterfelijk. Oké, ergens in de cloud bestaat nu een kopie van mij. Ik kan die kloon zelfs opbellen en met hem ruziën over wie van ons de echte ik is. Maar per saldo komt mijn biologische ik er bekaaid vanaf.

Hoe moet je de verhouding tussen mijn sim-ik en mijn bio-ik in filosofisch opzicht zien? Stel je mijn levensloop voor als een meetkundige figuur, als de letter Y. Mijn leven begint onderaan en mijn brein wordt gevormd door wat ik onderweg naar boven meemaak als ik ouder word. Op een dag laat ik mijn brein uploaden: het punt waarop de Y zich vertakt. Nu zijn er twee levenslopen, van twee ikken die zich allebei mijn echte ik wanen. Stel dat de linkertak mijn sim is en de rechtertak mijn biologische ik. Vanaf dan volgen ze ieder hun eigen levenspad en doen verschillende ervaringen op. De rechtertak zal uiteindelijk overlijden. De linker kan oneindig lang doorleven, en ook de herinneringen en ervaringen van de poot van de Y leven daarin voort.

Heb ik dan echt de digitale onsterfelijkheid bereikt? De kern van het probleem is dat woordje ‘echt’. Geen van ons beiden is de ‘echte’ ik. We vormen samen één groter, vertakt geheel. Dat hoeft zich zelfs niet tot één vertakking te beperken. Je kunt je een boom voorstellen met veel meer vertakkingen, die nog steeds allemaal samen mijn ‘ik’ vormen. De hele idee van het individu moet op de schop, moet misschien wel helemaal worden afgeschaft.


Het is natuurlijk moeilijk om zo’n toekomstbeeld meteen enthousiast te omarmen, want we hebben hier geen ervaring mee. We zijn het wel gewend om ’s avonds in slaap te vallen, een soort kleine dood te ondergaan en ’s ochtends te herrijzen als iemand die voor 99,9 procent – maar niet helemaal – dezelfde is als de vorige dag. Maar we gaan niet piekeren of ons ik van gisteren nu overleden is en we vandaag met een heel nieuwe persoon zitten opgescheept. We zijn zo gewend aan dat hele proces dat we er niet meer bij stilstaan. Maar als we eenmaal ons brein kunnen uploaden, zullen we moeten wennen aan een heel nieuwe manier van denken over de continuïteit van het leven.

In sciencefiction wordt het filosofische probleem van die opgesplitste levensloop meestal handig omzeild. Neem Tron (1982), een van de eerste populaire films over dit thema: zodra iemand daarin wordt geüpload naar de digitale wereld, verdwijnt zijn fysieke verschijningsvorm uit beeld, om als bij toverslag pas weer op te duiken zodra hij de digitale wereld verlaat. Zo hoef je niet na te denken over hun gelijktijdige bestaan. En in The Matrix (1999) heeft iedereen maar één bewustzijn, dat zich steeds alleen in ofwel de fysieke wereld, ofwel de virtuele wereld van de Matrix kan bevinden. Slimme verhaaltechnische trucs om het idee behapbaar te maken voor een hedendaags publiek. Maar als we ons brein ooit echt kunnen uploaden, zullen we de individuele persoonlijkheid meer moeten beschouwen als een databestand dat we kunnen kopiëren en waarvan verschillende versies kunnen bestaan.

Technologisch gezien is er geen reden waarom mijn sim-ik geen verbinding kan leggen met de echte wereld: hij kan bellen of skypen, het nieuws volgen, in aandelen handelen of videovergaderingen bijwonen. Mijn sim woont dan misschien in een sim-Manhattan met andere sims, maar als hij mijn persoonlijkheid en mijn herinneringen bezit, zal hij net als ikzelf van mijn familie houden en daarmee contact willen hebben. Mijn sim zal mijn politieke overtuigingen hebben en zijn stem willen uitbrengen; hij zal dezelfde interesses hebben en het werk willen doen dat hij kent en waar hij van houdt. Hij zal in de wereld willen staan.

En wie houdt hem tegen? Hij leeft dan misschien in de cloud, zonder fysiek lichaam, maar hij zou net zoveel greep hebben op de echte wereld als ieder ander. We leven nu al in een wereld waarin bijna alles wat we doen via internet loopt. Contact met vrienden en familie onderhouden we met appjes en Twitter, Facebook en Skype. Het nieuws volgen we op sociale media en nieuwssites. In sommige beroepen vinden bijna alle werkzaamheden elektronisch plaats. Neem mijn werk aan de universiteit: college geven, artikelen schrijven en jonge onderzoekers begeleiden, ik zou het allemaal kunnen doen via internet, zonder fysiek aanwezig te zijn.

En dat geldt voor veel meer functies: bibliothecaris, directeur, romanschrijver, beeldend kunstenaar, architect, parlementariër, president. Een digitaal hiernamaals zou volgens mij dus niet zozeer een (al dan niet utopische) plek zijn die naast de wereld bestaat. Het zou een integraal nieuw onderdeel van onze eigen wereld worden, bevolkt door een groeiend aantal burgers die in professioneel, economisch en maatschappelijk opzicht net zo’n grote rol spelen op sociale media als ieder ander.

‘Biologische mensen zouden het larvestadium van de mensheid vertegenwoordigen, strevend naar een plekje onder de happy few die mogen toetreden tot de onsterfelijke digitale elite die de wereld regeert.’ – © Getty
‘Biologische mensen zouden het larvestadium van de mensheid vertegenwoordigen, strevend naar een plekje onder de happy few die mogen toetreden tot de onsterfelijke digitale elite die de wereld regeert.’ – © Getty

Bij wie zou zich in die potentiële toekomst de meeste macht ophopen? Het is niet ondenkbaar dat dat bij de mensen in de gesimuleerde wereld is. Zij beschikken over alle politieke en economische contacten die ze in de loop van een heel leven hebben opgebouwd. En eenmaal geüpload hebben ze eeuwen de tijd om hun middelen en invloed steeds verder uit te breiden. Bij hen vergeleken zouden fysieke mensen volstrekte nieuwkomers zijn. Biologische mensen zouden het larvestadium van de mensheid vertegenwoordigen, strevend naar een plekje onder de happy few die mogen toetreden tot de onsterfelijke digitale elite die de wereld regeert.

Een tweede mogelijkheid is dat de macht vooral in handen komt van hen die bepalen wie er tot deze virtuele wereld toegang krijgt. Ga maar na hoe dat bij religies gaat: een geestelijk leider belooft je de hemel voor goed gedrag en eeuwige verdoemenis voor wangedrag. Op grond van die motivatie zijn al veel oorlogen gevoerd. Zelfmoordterroristen schijnt een beloning in het hiernamaals te zijn voorgespiegeld. Terwijl de religieuze volksmenners hun volgelingen in feite iets beloven waarvoor geen objectief bewijs bestaat. Ze zwaaien met een denkbeeldige wortel en stok.

Stel je eens voor wat dus de overtuigingskracht zal zijn van een hiernamaals dat objectief aantoonbaar is. Als je kunt skypen met de mensen die zich in de digitale hemel bevinden, en zelfs (als het met de technologie de verkeerde kant op gaat) met hen die zich in een digitale hel bevinden. Reclamemakers weten allang dat niets zo overtuigend is als een persoonlijke aanbeveling. Stel dat we de aanbevelingen konden lezen van mensen die zich al in het hiernamaals bevinden. En stel je dan eens een politicus voor die mensen deze objectief aantoonbare hemel in het vooruitzicht stelt als ze hem volgen, en de hel als ze zich tegen hem keren. De macht waarover de poortwachters van dit digitale hiernamaals dan beschikken, daar kunnen we ons nog geen voorstelling van maken.

Maar een toekomst waarin we ons brein kunnen uploaden, hoeft niet gitzwart te zijn. Een ander mogelijk resultaat is de accumulatie van wijsheid. Kennis accumuleren kunnen we nu al. De uitvinding van het schrift verschafte ons vijfduizend jaar geleden het essentiële hulpmiddel om kennis over te dragen op volgende generaties en maakte zo de ontwikkeling van onze moderne wereld mogelijk. Maar het denkproces van een wijze, verstandige geest kan nooit langer dan een mensenleven duren. Als we ons brein kunnen uploaden, zou dat een prachtige nieuwe manier zijn om ook dat denken zelf voor het nageslacht te bewaren. Dat zou onze beschaving net zo ingrijpend kunnen veranderen als het schrift ooit heeft gedaan.

En het uploaden van ons brein kan nog een ander groot voordeel bieden. Aan ruimtereizen doen wij eigenlijk nog niet, en het is ook moeilijk voorstelbaar dat we het ooit gaan doen. Ons lichaam is kwetsbaar, niet bestand tegen de kosmische straling waarvan de ruimte vergeven is, en onze levensduur is te kort om een bestemming te bereiken die de moeite waard is. Met de snelste raket die we nu hebben, zouden we nog steeds 50.000 jaar onderweg zijn naar Alpha Centauri, de dichtstbijzijnde ster.

Maar als we ons brein uploaden, vallen al die bezwaren weg. Hele kolonies van geüploade breinen, die elkaar in een virtuele omgeving gezelschap houden, kunnen dan naar de sterren worden gestuurd, op een verkenningstocht die onbegrensd is in ruimte en tijd. De enige manier waarop wij een ras van ruimtereizigers kunnen worden is misschien niet door een ruimteschip te bouwen die het menselijk lichaam kan huisvesten, maar door een platform te bouwen dat de menselijke geest kan vervoeren. Het uploaden van ons brein kan weleens de beste kans bieden op een verre toekomst waarin we bevrijd zijn van onze sterfelijkheid en van het fysieke lot van deze aardbol.

Auteur: Michael S.A. Graziano
Vertaler: Frank Lekens

Opneingsbeeld: © Getty

The Wall Street Journal
Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.000.000

De bijbel voor zakenmensen. Lezerspubliek bestaat voor 60 procent uit topmanagement, met een gemiddeld inkomen van 191.000 dollar en een leeftijd van 55 jaar.


Deel dit artikel


Recent verschenen