markus spiske FSpOrEqFND4 unsplash 1 scaled


Als het tij niet snel gekeerd wordt, dreigt de Europese Unie haar positie als wereldleider in klimaatgerelateerde technologieën te verliezen. Dat is niet alleen een aderlating voor de leefbaarheid op deze planeet, maar ook voor de concurrentiepositie van de EU.

Begin dit jaar werd de financiering van het EU-platform STEP (Strategic Technologies for Europe Platform), dat opkomende cleantech-oplossingen [technologieën die bijdragen aan een schoner milieu of zorgen voor energiebesparing] moet gaan ondersteunen, teruggebracht van 10 miljard naar slechts 1,5 miljard euro. Bovendien werd een aanzienlijk deel van de resterende middelen geoormerkt voor defensieprojecten, in plaats van voor groene technologieën en klimaatgerelateerde infrastructuurinvesteringen.

Sinds de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni hebben Europese beleidsmakers tegenstrijdige signalen afgegeven over de kans op nieuwe overheidsfinanciering voor de commercialisering en opschaling van schone technologieën. Het ‘Europese concurrentiefonds’ dat voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie heeft toegezegd te zullen bevorderen als onderdeel van haar tweede mandaat, zou investeringen financieren in schone technologie, maar ook in kunstmatige intelligentie, ruimtevaart en andere ‘strategische technologieën’. Hoe de financiering zou worden verdeeld, blijft onbekend.

Er is meer duidelijkheid nodig. Europa is verwikkeld in een mondiale wedloop om het leiderschap op het gebied van groene innovatie, en de concurrenten, met name de Verenigde Staten en China, hebben duidelijk laten zien dat ze willen winnen. Met de Inflation Reduction Act hebben de VS bijvoorbeeld 240 miljard dollar gestoken in de groene technologiesector, waarbij tegenover elke dollar overheidsinvestering 5,50 dollar aan particuliere uitgaven staat.

Bedrijven verhuizen nu al naar de VS en nemen privékapitaal, talent en toekomstige toonaangevende technologie met zich mee

Wanneer snelgroeiende start-ups in eigen land geen toegang hebben tot door de overheid gewaarborgd kapitaal, vertrekken ze. Bedrijven verhuizen nu al van Europa naar de VS en nemen privékapitaal, talent en toekomstige toonaangevende technologie met zich mee. Om deze trend te keren moet de Europese Unie grote hoeveelheden kapitaal vrijmaken om onderzoek en ontwikkeling in de groene technologieën van de toekomst te ondersteunen.

Maar nu de wereld op de rand van een recessie balanceert en de EU-lidstaten onder enorme financiële druk staan, moet dit kapitaal worden verkregen zonder de huidige inkomsten- of financieringsstromen aan te boren. Gelukkig kan één enkele creatieve beleidswijziging een aanzienlijke hoeveelheid kapitaal vrijmaken zonder de overheidsuitgaven te hoeven verhogen. De sleutel is te vinden in het emissiehandelssysteem (ETS) van de EU.

Het ETS, dat in 2005 werd gelanceerd, werkt als een cap and trade-systeem dat het totale doelvolume aan broeikasgasemissies verdeelt in rechten, die vervolgens worden toegewezen aan bedrijven binnen het ETS-gebied. Een bedrijf dat de toegewezen emissierechten overschrijdt, moet extra emissierechten kopen, ofwel van een bedrijf dat nog emissierechten over heeft, ofwel op openbare veilingen.

Broodnodig

In 2022 genereerde het ETS 38,8 miljard euro aan veilingopbrengsten. De meeste van deze inkomsten vloeien terug naar de lidstaten, die dit geld vooral dienen te besteden aan klimaat- en energiegerelateerde zaken. Maar zelfs als de veilingopbrengsten naar broodnodige cleantech- en groene-infrastructuurprojecten gaan (wat niet altijd het geval is), blijven ze ontoereikend om het investeringsniveau te financieren dat vandaag nodig is.

Maar dit gaat veranderen: naarmate de koolstofprijs stijgt, zullen ook de ETS-inkomsten de komende tien jaar aanzienlijk stijgen. De financiering van cleantech kan evenwel niet wachten; daarom hebben sommige investeerders en beleidsmakers, onder wie Europees Parlementslid Thomas Pellerin-Carlin, de EU opgeroepen om leningen aan te gaan met toekomstige ETS-inkomsten als onderpand, en zo meer kapitaal te genereren voor de groene investeringen van vandaag.

Een soortgelijke aanpak wordt elders al toegepast. Japan kondigde afgelopen februari aan dat het van plan is de komende tien jaar twintig biljoen yen (137 miljard dollar) aan klimaattransitieobligaties uit te geven om groene investeringen te ondersteunen; daarbij gebruikt het de toekomstige inkomsten uit het eigen ETS en de heffing op fossiele brandstoffen om de schuld af te lossen. De aankondiging werd verwelkomd door de markten, de industrie en klimaatinnovatoren.

Lenen tegen toekomstige ETS-inkomsten zou de EU in staat stellen de uitstoot op de middellange termijn te verminderen

Natuurlijk zou het implementeren van een dergelijke regeling in Europa ingewikkelder zijn, omdat de EU dan namens de lidstaten een collectieve schuld op zich zou moeten nemen. Maar dit zou lang niet zo’n groot politiek obstakel zijn als je zou denken, omdat het ETS al een regeling op EU-niveau is. Het moet dus haalbaar zijn om de Europese leiders zover te krijgen dat ze akkoord gaan met collectief lenen tegen toekomstige ETS-inkomsten, vooral gezien de duidelijke, verstrekkende voordelen van een betere toegang tot kapitaal voor startende cleantech-bedrijven.

Lenen tegen toekomstige ETS-inkomsten zou de EU in staat stellen de uitstoot op de middellange termijn te verminderen, en te investeren in de vitale infrastructuur en transformatieve technologieën die nodig zijn om haar klimaatdoelstellingen te halen. Europese beleidsmakers zijn het aan innovatoren op het gebied van cleantech – en aan de Europese burgers – verplicht om dit beleid een kans te geven.


Deel dit artikel


Recent verschenen