Afrika beschikt over ongeveer 65 procent van ’s werelds beste onbenutte landbouwgrond en importeert jaarlijks voor meer dan 35 miljard dollar aan voedsel. De Ghanese overheid probeert nu met een ambitieus project de landbouwcapaciteit te vergroten en jongeren, die massaal op zoek zijn naar werk in de steden, weer terug naar de boerderij te lokken.
Na het behalen van zijn universitaire graad durfde Vozbeth Kofi Azumah zelfs aan zijn moeder niet goed te vertellen hoe hij voortaan de kost wilde verdienen. ‘Ik ben boer,’ zegt hij tijdens een middag waarop hij met een motorfiets tussen zijn pas geploegde akkers heen en weer tuft. ‘Dat vinden ze hier een afgang.’
In sommige delen van de wereld genieten boeren genoeg aanzien en is de verbouw van gewassen een eerzaam beroep. Maar in een regio waar de meeste boeren hooguit genoeg verbouwen om hun eigen gezin te voeden – met een machete, een schoffel en veel bidden om regen – is landbouw nog synoniem aan armoede. Azumah behoort echter tot een groeiend aantal jonge hoogopgeleide Afrikanen die in hun poging de landbouw te professionaliseren dat stigma bestrijden. Met een wetenschappelijke aanpak en apps voor data-analyse willen ze niet alleen hun opbrengst verhogen, maar aantonen dat er in de landbouw ook geld te verdienen valt. Ze noemen zichzelf ‘agripreneurs’.
Dat is nog een hele uitdaging. Gebrekkige distributienetwerken, slechte wegen en een wisselvallige watervoorziening zijn ook voor de beste boer al een flinke hindernis, en deze agrariërs in spe zijn niet opgeleid als boer en hebben nauwelijks ervaring in het vak. Toch hopen ze er de kost mee te verdienen en zo eindelijk iets te veranderen aan een beschamende rekensom: dat dit continent enerzijds over circa 65 procent van ’s werelds beste onbenutte landbouwgrond beschikt, maar volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank jaarlijks voor meer dan 35 miljard dollar aan voedsel importeert.
Toekomst op het spel
In Ghana vinden deze agrarische ondernemers steun bij de overheid, die bezig is met een ambitieus project om de landbouwcapaciteit van het land te vergroten en jongeren terug naar de boerderij te lokken. Net als elders in Afrika is de boerenstand hier aan het vergrijzen: jongeren op zoek naar een baan trekken massaal naar de steden, waar de jeugdwerkloosheid de pan uitrijst. Maar sommige jongeren gaan dus tegen de trend in, stropen de mouwen op en zeggen een goede baan vaarwel om boer te worden. Het zijn meestal mensen die de middelen hebben om een flinke hoeveelheid grond te kopen of pachten en die financieel tegen een stootje kunnen. Hoe je kippen moet houden of gewassen verbouwen weten ze vaak alleen van YouTube-filmpjes. Maar ze worden gedreven door het gevoel dat de economische toekomst van Afrika op het spel staat.
‘We moeten landbouw sexy maken,’ zegt Emmanuel Ansah-Amprofi op zijn boerderij in Gomoa Mpota (in de regio Central), waar loonarbeiders keurige rijtjes cassave poten. Een paar jaar geleden werkte Ansah-Amprofi (39) als advocaat gespecialiseerd in immigratiewetgeving. Op een dag merkte hij dat de ui die hij op een lokale markt kocht, uit Nederland geïmporteerd was. ‘Ik was echt boos op ons land,’ zegt hij. ‘Hoe kunnen we zo veel groente importeren, terwijl hier zo veel jongeren werkloos zijn? Hoe is het mogelijk dat wij in ons land, met zo veel akkergrond, goed weer en genoeg water toch nog uien importeren? Ik ben meteen naar huis gegaan om “Hoe moeilijk is het verbouwen van gewassen?” te googelen.’
Twee jaar later, in 2016, begon hij een landbouwbedrijf waar hij verschillende soorten groente en fruit verbouwt. Ook heeft hij meegewerkt aan de oprichting van Trotro Tractor, een app waarmee deeltractors kunnen worden gehuurd door boeren die hun akker voorheen met de hand ploegden.
Azumah (27) ziet toekomst in reuzenratten. En reuzenslakken. Twee delicatessen in dit land, die meestal in het wild worden gevonden
Azumah (27) ziet toekomst in reuzenratten. En reuzenslakken. Twee delicatessen in dit land, die meestal in het wild worden gevonden. Azumah, met zijn bachelor in sociale wetenschappen, zag een gemiste kans: je kunt ze ook fokken. Zijn moeder Martha Amuzu barstte in tranen uit toen hij haar zijn plan vertelde. ‘O, ik moest huilen,’ zegt ze in de boerenwoning van het gezin in Volta, zo’n vier uur rijden van de hoofdstad Accra. ‘Ik had gehoopt dat hij door zou studeren en op een kantoor zou werken, in stropdas.’
Nu heeft haar zoon het lapje grond voor haar deur omgetoverd tot slakkenkwekerij West African Snail Masters. Hij begon simpelweg met het verzamelen van vijfhonderd vuistgrote slakken, die je hier in het regenseizoen in het bos voor het oprapen hebt. We zien hem tussen de pas gebouwde hokken lopen om de vochtigheid en alkaliteit van de grond te controleren. In een ander gebouw voert hij bladeren aan grote rietratten, in de volksmond grasscutters genoemd. Toen Azumahs moeder zijn moderne aanpak zag, was ze om. ‘Je hebt ook mensen met een kantoorbaan die een hongerloontje krijgen,’ zegt ze.
Azumah organiseert nu onlineworkshops om ook anderen voor de slakkenkweek te interesseren. ‘Een universitaire graad betekent voor mij dat je hebt geleerd om buiten de gebaande paden te denken en oplossingen te verzinnen’ voor problemen als armoede en voedselzekerheid, zegt hij.
Politieke wil
Zo’n 60 procent van de Afrikaanse bevolking is jonger dan 24, maar volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties is de gemiddelde leeftijd van boeren 60. Als dat niet verandert, loopt Afrika volgens deskundigen het gevaar dat er straks onvoldoende opvolgers klaarstaan om overleden boeren te vervangen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de oogsten slechts 20 tot 30 procent bedragen van wat de grond zou kunnen opbrengen, doordat er weinig kunstmest wordt gebruikt en de irrigatie vaak afhankelijk is van regen. Afrika telt wel grote en succes-volle landbouwbedrijven, maar de meeste landbouwers in de sub-Sahara zijn keuterboeren met nog geen halve hectare grond. Veel boeren zijn nauwelijks in staat hun eigen gezin daarvan te voeden, laat staan er een bedrijf van te maken.
Met het aantreden van president Nana Akufo-Addo in 2017 werd verhoging van de landbouwproductiviteit een prioriteit voor de Ghanese regering.
Augustine Collins Ntim, de onderminister voor Lokaal Bestuur en Plattelandsontwikkeling, zegt dat hem in de Verenigde Staten en Europa was opgevallen dat landbouwers daar soms heel welvarend zijn. ‘En dan kom je terug in Ghana en zie je onze boeren in diepe armoe leven,’ zegt hij. ‘Dat is een kwestie van politieke wil en leiderschap.’
De overheid heeft meer dan 2700 landbouwvoorlichters aangenomen en met een motorfiets uitgerust om in het hele land boeren te gaan inlichten over betere landbouwmethoden, zoals welke gewassen het best bestand zijn tegen de klimaatverandering. Vorig jaar heeft de overheid in 106 gemeenten 9,3 miljoen gratis zaailingen uitgedeeld in een poging meer diversiteit in de gewassen te stimuleren. En met het ambitieuze project ‘One Village, One Dam’ wilde de regering in 2018 in het hele land binnen een jaar 570 irrigatiedammen realiseren. De uitvoering stuit echter op problemen en critici betwijfelen of de regering zo’n grootschalig project tot een goed einde kan brengen.
Minister Ntim wijst erop dat het beleid al resultaat lijkt te hebben: volgens de overheid werd er in 2018 voor het eerst in jaren geen mais ingevoerd.
Maar in de media werd dat alom betwist. En ondanks het overheidsbeleid blijft het imago van de landbouw zo slecht dat leerlingen van hun leraren nog steeds te horen krijgen: als je niet hard studeert, eindig je als cassaveboer.
Bekende Ghanezen proberen daar nu wat aan te doen. Er is een popsong met zangers die op een tractor rijden en de jeugd aansporen om de landbouw in te gaan, en er zijn een aantal realityprogramma’s over boeren op tv. ‘We moeten laten zien dat de landbouw ook bling is,’ zegt Emmanuella Pi-Bansah, die een bachelor heeft gehaald en nu slakken ontschelpt bij West African Snail Masters.
In zijn chique huis in Accra wil Richard Nunekpeku (34) met zijn manchetknopen en stropdas uitstralen wat het nieuwe type landbouwondernemer kan bereiken. Vijf jaar geleden heeft hij een goedbetaalde baan als internationaal marketingmanager bij Samsung opgezegd om pluimvee, graan en groente te kweken via de coöperatie Anyako Farms. Makkelijk was dat niet. Het eerste jaar stak hij bijna 80.000 dollar in de aanplant van mais.
Maar bij gebrek aan irrigatie werd één droge periode bijna de hele oogst fataal, zodat die uiteindelijk nog maar 8000 dollar opbracht. Hij begon opnieuw, maar ditmaal benutte Nunekpeku zijn zakelijke ervaring om te investeren in bodemonderzoek, kunstmest en een geavanceerd irrigatiesysteem. Inmiddels is hij zover dat zijn boerderij dit jaar voor het eerst uit de kosten lijkt te komen.
De hausse aan nieuwe technologische hulpmiddelen om opbrengsten te verhogen kan de landbouw moderner en rendabeler maken. Volgens de technologiesite Disrupt Africa is het aantal technologische start-ups voor de landbouw in Afrika tussen 2016 en 2018 sterk gegroeid.
Sommige jonge boeren willen hun leeftijdgenoten niet alleen verleiden om agrariër te worden. Nana Adjoa A. Sifa (31) heeft psychologie gestudeerd en vindt dat de hele manier van werken in de landbouw op de schop moet. Na zich jarenlang te hebben ingezet om meer jongeren en vrouwen voor de landbouw te interesseren is ze ook zelf boerin geworden. Op haar landbouwbedrijf Guzakuza worden geen pesticiden gebruikt, maar worden verschillende gewassen die elkaar ondersteunen naast elkaar geplant. ‘Ik wil het hele denken veranderen, en heel Afrika,’ zegt ze, terwijl ze een biologisch geteelde wortelzaailing ophoudt. ‘Als wij falen, faalt de hele sector. En dan benadelen we veel jonge mensen.’
Auteut: Sarah Maslin Nir

