de macht van het verzonnen verhaal


De mens kent meer waarheden dan enig andere diersoort op aarde. Maar we hebben ook als geen ander de neiging om leugens voor zoete koek aan te nemen. De Israëlische historicus en denker Yuval Noah Harari legt uit waarom.

Veel mensen zijn van mening dat de waarheid macht met zich meebrengt. Als bepaalde leiders, religies of ideologieën een vertekend beeld van de werkelijkheid geven, zullen ze het uiteindelijk afleggen tegen rivalen met een scherpere kijk op de zaak. Je aan de waarheid houden zou dan ook de beste strategie zijn om aan de macht te komen.

Helaas is dit niet meer dan een mythe. In werkelijkheid bestaat er een veel gecompliceerdere relatie tussen waarheid en macht, doordat macht in de menselijke samenleving voor twee heel verschillende dingen staat.

Aan de ene kant betekent macht dat je in staat bent objectieve werkelijkheden te manipuleren: op dieren jagen, bruggen bouwen, ziekten genezen, atoombommen maken. Deze vorm van macht is nauw verwant aan de waarheid. Wie gelooft in een natuurwet die niet klopt, is niet in staat een atoombom te maken.

Manipuleren

Aan de andere kant betekent macht dat je in staat bent menselijke overtuigingen te manipuleren, dat je grote massa’s ertoe kunt aanzetten effectief samen te werken. Het maken van atoombommen vereist niet alleen een goed begrip van natuurwetten, maar ook een gecoördineerde inspanning van miljoenen mensen.

Dat de aarde is veroverd door de homo sapiens en niet door bijvoorbeeld de chimpansee of de olifant, komt doordat wij het enige zoogdier zijn dat in staat is in zeer grote verbanden samen te werken. En grootschalige samenwerking is alleen mogelijk als iedereen in hetzelfde verhaal gelooft. Maar die verhalen hoeven niet per se waar te zijn. Je kunt miljoenen mensen verenigen door hen te laten geloven in vol-komen verzonnen verhalen over God, ras of economie.

Het tweeledige karakter van macht en waarheid resulteert in het opmerkelijke feit dat wij mensen meer waarheden kennen dan welk dier ook, maar dat we tegelijkertijd veel meer onzin geloven. We zijn zowel de slimste als de goedgelovigste bewoners van onze planeet. Konijnen weten niet dat E=MC², dat het heelal zo’n 13,8 miljard jaar oud is en dat DNA bestaat uit cytosine, guanine, adenine en thymine. Aan de andere kant geloven konijnen niet in de mythologische fantasieën en de ideologische absurditeiten die al duizenden jaren ontelbare mensen in hun ban houden. Geen konijn zou bereid zijn een vliegtuig in het World Trade Center te boren in de hoop daarvoor in het hiernamaals te worden beloond met 72 maagdelijke konijnen.

We zijn zowel de slimste als de goedgelovigste bewoners van onze planeet

Als het erom gaat mensen te verenigen rond een gezamenlijk verhaal, heeft fictie drie inherente voordelen boven de waarheid. Ten eerste zijn verhalen vaak plaatsgebonden, terwijl de waarheid universeel is. Om onze eigen stam te onderscheiden van buitenstaanders, willen we onze eigenheid typeren, en dat gaat beter met een fictief verhaal dan met een waargebeurd verhaal. Stel dat we de leden van onze stam leren dat ‘de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen’. Dat is niet bepaald een sterk tribaal verhaal.

Want als ik in de jungle iemand tegen het lijf loop die tegen me zegt dat de zon opkomt in het oosten, kan dat betekenen dat ze een loyaal lid is van onze stam, maar voor hetzelfde geld gaat het gewoon om een intelligente vreemdeling die onafhankelijk van onze stam tot dezelfde conclusie is gekomen. Daarom is het beter om de leden van onze eigen stam te leren dat ‘de zon het oog is van een reusachtige kikker die elke dag langs de hemelboog springt’. Want er zullen maar weinig vreemdelingen zijn – hoe intelligent ook – die op precies datzelfde beeld komen.

Het tweede grote voordeel van fictie ten opzichte van de waarheid heeft te maken met het zogeheten handicapprincipe: betrouwbare signalen moeten degene die ze uitzendt enige moeite kosten. Anders wordt het bedriegers te makkelijk gemaakt. Neem bijvoorbeeld de mannetjespauw, die vrouwtjes laat zien hoe gezond hij is door zijn enorme, kleurrijke staart te spreiden. Dit signaal is betrouwbaar, omdat die staart niet alleen zwaar en onhandig is maar ook de aandacht trekt van roofdieren. Alleen een werkelijk gezonde pauw kan ondanks een dergelijke handicap in leven blijven.

Bij verhalen speelt iets soortgelijks. Als politieke loyaliteit zou blijken uit het geloof in een waar verhaal, kan iedereen zich voordoen als loyaal. Maar om te geloven in het absurde en buitenissige moet een bepaalde prijs worden betaald, als blijk van loyaliteit. Als je een leider gelooft wanneer hij of zij de waarheid vertelt, wat bewijst dat dan? Maar geloven in een leider die luchtkastelen bouwt, dat is ware loyaliteit! Doortrapte leiders zeggen soms zelfs met opzet onzinnige dingen om de betrouwbare aanhang te scheiden van de mooiweersupporters.

Pijnlijk en verontrustend

Ten derde, en dat is het belangrijkste element, is de waarheid vaak pijnlijk en verontrustend. Dus wie vasthoudt aan de onversneden realiteit, zal maar weinig volgelingen hebben. Een Amerikaans presidentskandidaat die de mensen de waarheid vertelt over de Amerikaanse geschiedenis – de volledige waarheid en niets dan de waarheid – zal honderd procent zeker de verkiezingen verliezen. Datzelfde geldt voor kandidaten in andere landen.

Hoeveel Israëli’s, Italianen of Indiërs kunnen de onverbloemde waarheid over hun land aan? Onveranderlijk vasthouden aan de waarheid is een bewonderenswaardige manier om in het leven te staan, maar het is geen levensvatbare politieke strategie.

Men zou kunnen aanvoeren dat de prijs die op de lange termijn wordt betaald voor het geloof in verzonnen verhalen zwaarder weegt dan de kortetermijnvoordelen op het gebied van sociale cohesie. Zodra mensen er eenmaal toe overgaan om krankzinnige verzinsels en pragmatische onwaar-heden voor zoete koek te slikken, kan dat steeds meer om zich heen grijpen, waardoor uiteindelijk slechte economische beslissingen worden genomen, contraproductieve militaire strategieën worden ingezet en er geen effectieve technologieën meer worden ontwikkeld.

Geleerden verkozen vaak eenheid boven de waarheid

We zien dat soms gebeuren, maar het is allesbehalve een universele regel. Zelfs de extreemste gelovigen of fanatici zijn meestal nog wel in staat hun irrationaliteit te compartimenteren, zodat ze op bepaalde terreinen allerlei onzin geloven, terwijl ze zich op een ander vlak heel weldenkend tonen.

Denk bijvoorbeeld aan de nazi’s. De rassentheorie van de nazi’s was volslagen pseudowetenschappelijk. Hoewel de nazi’s pogingen deden hun theorie te schragen met wetenschappelijke bewijzen, moesten ze toch hun rationele vermogens uitschakelen om een overtuiging te kunnen ontwikkelen die sterk genoeg was om de moord op miljoenen mensen te rechtvaardigen. Maar toen het moment daar was dat er gaskamers moesten worden gebouwd en dienstregelingen moesten worden gemaakt voor de treinen naar Auschwitz, kwam de rationaliteit van de nazi’s weer ongeschonden uit zijn schuilplaats tevoorschijn.

Wetenschappelijke revolutie

Wat geldt voor de nazi’s, geldt ook voor vele andere groepen fanatici door de geschiedenis heen. Het is ontnuchterend om te bedenken dat de wortels van de wetenschappelijke revolutie liggen in de fanatiekste cultuur ter wereld. In de tijd van Columbus, Copernicus en Newton kende Europa een van de grootste concentraties religieuze extremisten uit de geschiedenis, terwijl de tolerantie in die tijd een dieptepunt beleefde.

Newton zou naar verluidt meer bezig zijn geweest met het zoeken naar verborgen boodschappen in de Bijbel dan met het ontcijferen van natuurkundige wetten. De grote denkers van de wetenschappelijke revolutie leefden in een maatschappij waarin joden en moslims werden geweerd, ketters massaal op de brandstapel belandden, elke oudere vrouw die van katten hield tot heks werd bestempeld en waar met elke volle maan een nieuwe religieuze oorlog werd ontketend.

Wie zo’n vierhonderd jaar geleden daarentegen naar Caïro of Istanboel reisde, trof daar een multiculturele, verdraagzame metropool aan waar soennieten, sjiieten, orthodoxe christenen, Armeniërs, kopten, joden en zelfs een enkele hindoe betrekkelijk vreedzaam naast elkaar leefden. Hoewel er de nodige conflicten en opstanden waren – en er in het Ottomaanse Rijk sprake was van stelselmatige discriminatie op grond van geloof – was het een liberaal paradijs in vergelijking met West-Europa.

In de tijd van Columbus, Copernicus en Newton kende Europa een van de grootste concentraties religieuze extremisten uit de geschiedenis, terwijl de tolerantie in die tijd een dieptepunt beleefde.  – © Andrew Milligan / Getty Images
In de tijd van Columbus, Copernicus en Newton kende Europa een van de grootste concentraties religieuze extremisten uit de geschiedenis, terwijl de tolerantie in die tijd een dieptepunt beleefde.  – © Andrew Milligan / Getty Images

Wie vervolgens doorreisde naar het Parijs of Londen van die tijd, trof steden aan waar religieus fanatisme hoogtij vierde en waar alleen die mensen die deel uitmaakten van de dominante gezindte zich staande konden houden. In Londen werden katholieken vermoord, in Parijs werden protestanten vermoord, de joden waren al langer verdreven en het toelaten van moslims was überhaupt niet aan de orde. Toch begon de wetenschappelijke revolutie in Londen en Parijs, en niet in Caïro of Istanboel.

Dat we in staat zijn rationaliteit voor te behouden aan bepaalde onderwerpen, heeft veel te maken met de structuur van onze hersenen. Verschillende delen van onze hersenen zijn verantwoordelijk voor verschillende manieren van denken. Mensen zijn onbewust in staat om dat deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor het kritisch denken uit te schakelen en op een ander moment weer te activeren.

Zo zal Adolf Eichmann in staat zijn geweest zijn prefrontale cortex uit te schakelen wanneer hij naar een gloedvolle toespraak van Hitler luisterde, en hem vervolgens weer te activeren wanneer hij zich boog over de dienstregeling van de treinen naar Auschwitz.

Zelfs als we een bepaalde prijs moeten betalen om onze rationele vermogens uit te schakelen, dan nog wegen de voordelen van een grotere sociale cohesie in de regel zo zwaar dat fictie de waarheid geregeld het nakijken heeft gegeven in de geschiedenis van de mens. Geleerden zijn zich hier al duizenden jaren van bewust en zagen zich dan ook vaak voor de keuze geplaatst tussen het dienen van de waarheid of het dienen van de sociale harmonie.

Moesten ze proberen de mensen te verenigen door iedereen in hetzelfde verhaal te laten geloven, of moesten ze de mensen de waarheid tonen, ook al zou dat verdeeldheid in de hand werken? Socrates koos voor de waarheid, en werd ter dood gebracht. De machtigste instellingen van geleerden – of het nu gaat om christelijke priesters, confuciaanse mandarijnen of communistische ideologen – verkozen eenheid boven de waarheid. En daarom waren ze zo machtig.

Auteur: Yuval Noah Harari

Yuval Noah Harari is een Israëlische historicus die twee bestsellers op zijn naam heeft staan, Homo Sapiens en Homo Deus. Hij is de eerste denker in de serie The Big Ideas van The New York Times over macht: ‘What is power?’ 

In de hoop dat inzicht tot verandering kan leiden, selecteerden wij zes afleveringen die laten zien dat macht meer is dan politieke manoeuvres of geweld. Macht is overal en bepaalt in grote mate hoe wij, de mensheid, met elkaar om gaan.

The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.


Deel dit artikel


Recent verschenen