GettyImages 157514189


De Sloveense freediver Alenka Artnik brak vele records. Dat was niet de enige mijlpaal die Alenka behaalde: om op één ademteug zo diep te kunnen duiken moest ze eerst haar problematische verleden en haar doodswens overwinnen.

Op een balkon op de derde verdieping zit een meisje met haar poppen te spelen. Midden jaren tachtig in Koper, een Joegoslavisch stadje aan de Adriatische Zee. Het is hoogzomer. Naast het meisje staat een grote teil water, waarop bloemblaadjes drijven die van haar moeders planten zijn gevallen. Het meisje gaat in de teil zitten. Ze houdt haar poppen een voor een onder water om ze te laten zwemmen – haar zeemeerminnen. Ze wil weten hoe het voelt als je je onder water beweegt. Nog even en ze zal het zelf ervaren. 

De vader van het meisje neemt haar mee naar het strand, waar ze een bassin met zeewater in loopt. Ze haalt adem, duikt onder en duwt zich met haar armen vooruit. Ze is zo betoverd door deze stille, andere wereld dat ze de betonnen muur vol schelpen niet ziet en er met haar voorhoofd hard tegenaan stoot. Haar bloed trekt een kringelend spoortje door het zoute water. 

Een eenzame vrouw staat op een smalle voetgangersbrug. Het is winter 2010 in Ljubljana, Slovenië. Het is nacht, en het water diep beneden is donker en koud. Meer dan twee decennia zijn verstreken sinds haar bloed in het zeewater terechtkwam, en sindsdien heeft ze heel veel meer verdriet, pijn en verlies geleden. De vrouw roept zachtjes naar het universum. Ik kan niet meer. Als ze over de leuning klimt en springt, is alles voorbij. 

Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld

Een duikster drijft op haar rug boven een diep gat in zee. Het is juli 2021, op de Bahama’s. Ze heeft een dun neopreen pak aan, een lampje op haar voorhoofd en een monovin van koolstofvezel, waardoor ze eruitziet als een zeemeermin. Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld. Slechts een paar mensen, allemaal mannen, zijn op één ademteug dieper de oceaan in gedoken dan zij. Op een dag zal ze hen misschien overtreffen. 

Geen beweging in haar gezicht, en ook haar hoofd is leeg. Met opzet: voor denken is kostbare zuurstof nodig, en de lucht in haar longen moet voldoende zijn om haar bijna 120 meter diep omlaag te brengen in Dean’s Blue Hole, waar het zo donker is dat geen hand voor ogen zou zien als haar lampje zou uitgaan. Dezelfde ademteug moet haar uit de duisternis ook weer terugbrengen naar de zonnestralen, die breken in het turquoise water.

210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven

210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven, waar het gewicht van het water haar stevig in zijn greep houdt en haar longen doet krimpen tot ze zo klein zijn als tennisballen. Waar haar hartslag vertraagt tot 30 slagen per minuut en haar bloedvaten zich vernauwen om te voorkomen dat er bloed naar haar armen en benen stroomt. Waar ze zal flauwvallen wanneer ze bij het naar boven komen te weinig zuurstof heeft en erop vertrouwt dat de veiligheidsduikers in hun witte vesten haar naar de oppervlakte zullen trekken, haar naam zullen roepen en op haar oogleden zullen blazen om haar adem-haling te stimuleren en haar ervoor te behoeden nog verder weg te drijven in de richting van de dood.

Negen maanden heeft de duikster voor dit moment getraind. En geleden. Haar adem zo lang ingehouden, zo vaak – onder water, tijdens het lopen, liggend op bed – dat toen haar mond eindelijk weer openging ze zich inbeeldde dat ze het hele uitspansel inademde. Nadat ze zo vaak zo diep had gedoken, voelde ze zich aan het einde van de dag te moe om zelfs maar de sleutel in het slot van de voordeur te steken. 

Maar wacht, dat tijdsbestek klopt niet. Ze heeft zich niet slechts negen maanden, maar haar hele leven voorbereid. Vlakbij, vanaf een drijvend platform, begint een scheidsrechter met een roze hoed met brede rand af te tellen: ‘Vijf, vier, drie, twee, één… Top time!’ De duikster haalt lang en diep adem en hapt dan luidruchtig naar lucht, als een vis op het droge. Acht korte ademteugen die haar longen tot barstens toe vullen. Dan draait ze zich zachtjes op haar buik en duikt als een eend, met het hoofd vooruit, langs het touw omlaag. Ze sluit haar ogen. Een paar slagen met haar staartvin en de zeemeermin is verdwenen. Er volgt nog een aankondiging: ‘Alenka Artnik, Slovenië, 118 meter, een nieuw wereldrecord!’ 

Landdieren

Bijna zesduizend mensen hebben de Mount Everest beklommen. Slechts enkele tientallen hebben een freedive van 100 meter in de oceaan gemaakt. Wij zijn landdieren, en als we niet op jonge leeftijd leren zwemmen wekt open water oerangsten in ons op. We raken in paniek als we onze adem inhouden. Gemiddeld kan een mens dat 60 seconden. 

Maar wanneer ons voedsel of veel geld of roem in het vooruitzicht wordt gesteld, kunnen we tegen ons instinct ingaan. Eeuwenoude bergen schelpen, gevonden in uiteenlopende gebieden als het Verre Oosten en de Oostzee, wijzen erop dat onze voorouders duizenden jaren geleden in ondiepe stukken van de zee naar parels en schelpdieren hebben gedoken. 

Niemand kan met zekerheid zeggen wie als eerste echt diep heeft gedoken, maar er is veel voor te zeggen dat het Haggi Statti was. Het sponsduiken had deze Griek reeds zijn trommelvliezen gekost, toen een Italiaans marineschip in 1913 in de buurt van Kreta zijn anker verloor. Statti zei dat hij het wel zou terugvinden. Hij bond het ene einde van een touw aan een vlot en het andere aan een steen, die hij bij het duiken stevig onder zijn arm klemde. Op de bodem, 76 meter diep, vond hij het anker, maakte het vast en trok zichzelf naar boven.

Freediven

Freediven is pas in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgegroeid tot een professionele sport. Twee rivaliserende organisaties kennen elk aparte wereldkampioenschappen en officiële records: de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS) en de Association Internationale pour le Développement de l’Apnée (AIDA), de veruit breedst erkende vereniging voor het wedstrijd- freediven.

Het freediven, of het diepteduiken, kent verschillende disciplines. In het zwembad bijvoorbeeld, waar je zo ver mogelijk onder water moet zwemmen, of je adem zo lang mogelijk moet inhouden terwijl je onbeweeglijk op je buik ligt met je gezicht in het water. In de zee zijn de meest ‘pure’ disciplines van het freediven die waarbij de duiker een klein gewicht draagt dat hem helpt om te dalen, maar dat hij moet vasthouden als hij naar boven komt.

En dan is er ook nog de variant waarbij je zo diep mogelijk langs een touw naar beneden duikt en met een ballon weer omhoog gehesen wordt. Het kan gevaarlijk zijn, daarom dalen duikers nooit alleen af, maar altijd met een buddy.

Decennialang leek wat Statti had gedaan verbazingwekkend, abnormaal. Midden jaren twintig waarschuwde een arts in dienst van de Franse marine dat 50 meter voor een mens de absolute limiet was bij het diepzeeduiken. Nog dieper en je zou worden platgedrukt. 

Maar toen, in 1962, dook Enzo Maiorca, een Italiaanse harpoenvisser die zijn grote angst voor de zee had overwonnen, zonder duikuitrusting 51 meter diep, waarbij hij een met gewichten volgepakte slee gebruikte om zijn afdaling te versnellen en een luchtballon om weer omhoog te komen. Hij kwam ongedeerd weer boven. Veertien jaar later haalde zijn Franse rivaal Jacques Mayol met dezelfde techniek 100 meter. Hun prestaties vormden in 1988 de inspiratie voor de film The Big Blue en daarmee voor een hele generatie freedivers.

Het meisje op het balkon in Koper hoort daar niet bij. Ze heet Alenka Artnik en eind jaren tachtig valt haar geboorteland Joegoslavië uiteen.

Op een ochtend in de zomer van 1991 komt haar moeder Vida de kamer in die Alenka deelt met haar oudere zus Tjasi en vertelt de meisjes dat de oorlog is begonnen. Tien dagen later is die voorbij, althans voor Slovenië, dat onafhankelijk wordt, terwijl de rest van Joegoslavië verzinkt in chaos.

Maar bij de Artniks thuis is het altijd chaos. Vida was pas achttien toen ze met Franc trouwde, een gescheiden man die de voogdij had over zijn zoontje Simon, wat in die tijd ongebruikelijk was. Simon, een knappe, atletische jongen, is tien als Alenka wordt geboren. Al voordat hij van school gaat, is Simon verslaafd aan heroïne. 

Franc en Vida sturen Simon naar een afkickkliniek in Italië en vervolgens drie jaar naar Thailand. Als hij weer thuiskomt, is hij clean. Zijn vader Franc, een alcoholist, is dat niet.

Franc is altijd een trotse, onafhankelijke man geweest, die zich aan de Communistische Partij nooit iets gelegen heeft laten liggen. Door de week heeft hij een succesvol loodgietersbedrijf. In de weekends verdwijnt hij urenlang in het bos om kruiden, wilde asperges en paddenstoelen te zoeken. De dennennaalden die uit zijn kleren vallen als hij weer thuiskomt, brengen de geur van het bos mee.

Maar kort nadat de problemen met Simon beginnen, verergert Francs drankzucht. De ene week is hij dronken, de andere nuchter. Er zijn dagen dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Wanneer Alenka, die nog op de basisschool zit, thuis drank vindt, giet ze die door de gootsteen. Franc koopt steeds meer drank. Zijn zaak gaat failliet, Vida werkt als kokkin in een fabriekskantine.

Het nu

Ze scheidt van Franc, maar ze blijven onder hetzelfde dak wonen. Hij slaapt in de woonkamer, en zodra Vida thuiskomt van haar werk vlucht ze naar haar slaapkamer.

’s Nachts hoort Alenka haar moeder huilen en ze is bezorgd dat die zichzelf iets zou kunnen aandoen. Ze omarmt haar deken alsof het haar moeder is. Als ze aan de ellende wil ontsnappen, stopt ze een gele cassette in haar cassettespeler en verliest ze zich in het verhaal van Heidi, het weeskind dat samen met haar opa in de Alpen woont. 

Simon heeft een terugval, de politie komt aan de deur. Vader en zoon, de alcoholist en de drugsverslaafde, hebben voortdurend ruzie.

Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water

Op het strand in Koper, waar Alenka destijds haar hoofd stootte, is een kajakclub. Alenka is negen als ze lid wordt. Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water. Het nu.

De club wordt haar tweede thuis, een toevluchtsoord. Ze traint elke dag, in het weekend twee keer per dag, en wordt geselecteerd voor het nationale juniorenteam. Steeds vaker spijbelt ze om in haar eentje het water op te gaan.

In 1998 stopt ze op haar zeventiende met school en vertelt haar ouders dat ze professioneel kajakster wil worden. Dat is weliswaar aannemelijk, maar complete onzin. In werkelijkheid wil ze gewoon weg.

Maar in plaats daarvan verlaat haar moeder, met wie Alenka zo’n nauwe band heeft, het gezin en gaat met een andere man samenwonen. Alenka’s zus is allang verhuisd naar Ljubljana, de grootste stad van Slovenië, en waar Simon uithangt, weet niemand. Alenka blijft alleen achter met haar vader. 

De woede en het psychische geweld die zich eerder tegen zijn vrouw en zoon richtten, treffen nu Alenka. Hij geeft haar de schuld van zijn ongeluk en falen en vernietigt zo het laatste beetje zelfvertrouwen dat ze nog heeft. Ze is radeloos en denkt aan zelfmoord. 

Ik spring van het balkon om je te straffen en je te laten zien hoeveel pijn je me doet.

Door haar nieuwe leven raakt Vida nog verder van Alenka verwijderd, en in 2001 trouwt ze voor de tweede keer. Het jaar daarop verhuist Alenka, die genoeg heeft van het emotionele misbruik door haar vader, naar Ljubljana, waar ze in een skatewinkel gaat werken om haar kamer in een woongroep te kunnen betalen. Ze drinkt en feest te veel, een uitlaatklep om de druk van haar trauma kwijt te raken. Ze voelt zich eenzaam en ook een reeks liefdesaffaires kan haar niet van haar depressies bevrijden. 

De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving.

Op een avond in 2004 belt Simon haar vanuit een afkickkliniek. Ze is te moe om naar zijn verhalen te kunnen luisteren, te moe van haar eigen leven en neemt de telefoon niet op. De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving. Vida heeft inmiddels kanker en na een vijf jaar durende strijd tegen de ziekte overlijdt ook zij. 

Afgesneden van haar familie voelt Alenka zich niet in staat om adequaat te rouwen over de dood van haar broer en haar moeder. Franc, die nog steeds in Koper woont, kwelt haar uit de verte met zijn manipulatieve gedrag. De last van de ellende van haar familie vergroot haar wanhoop. 

Ze is zich daar niet van bewust, en op die brug in de winternacht van 2010, gaat ze bijna aan haar verdriet ten onder. Bijna tien jaar zijn verstreken sinds Alenka voor het eerst fantaseerde dat ze van het balkon sprong om haar vader te straffen. Nu ze hier zo alleen naar het water in de diepte staart, is het beetje gevoel van eigenwaarde dat ze nog heeft bijna uitgeput. 

Maar haar wanhoopskreet naar het universum maakt diep binnen in haar iets los. Ze realiseert zich dat het de last van de ellende in haar familie is, die haar als een gewicht naar deze duistere plek, deze afgrond, heeft getrokken. Ik wil dat niet; het is niet van mij, denkt ze. Ik kan dit niet langer.

Nu laat ze de last als een zware rugzak van haar schouders glijden en laat hem los. Haar zorgen zijn nog lang niet voorbij, maar Alenka is niet langer verlamd door het verleden. Ze verlaat de brug en gaat naar huis.

De verlossing

Zoals zo vaak begint de verlossing met een vriendelijke daad. Een jaar na Alenka’s nacht op de brug wordt ze door een vriend van vroeger uitgenodigd om te gaan zwemmen in een openbaar zwembad. Hij is begonnen met harpoenvissen en zwemt met een paar mannen baantjes onder water om zijn uithoudingsvermogen te verbeteren.

Alenka haalt adem, glijdt onder water en trekt zich met haar armen vooruit. Ze is weer een kind, diep in de zee bij Koper. Al het lawaai van de wereld is verdwenen, denkt ze. Ik ben alleen en tegelijkertijd ben ik ergens onderdeel van. Voor het eerst in lange tijd voelt ze zich vredig. 

De volgende dag koopt Alenka een paar zwemvinnen en komt ze zonder adem te halen even ver als de beste mannen. Nieuwsgierig naar deze vreemde bezigheid schrijft ze zich in voor een korte introductiecursus bij Jure Daić, een van de beste freedivers van het land. Daić beschouwt iemand die na zijn tweedaagse cursus 75 meter onder water kan zwemmen – drie keer de lengte van een normaal bad – als een uitstekende zwemmer. Op de tweede dag van de cursus zwemt Alenka één baan, twee banen, dan drie en meer. Bij 92 meter verliest ze een van haar vinnen. In plaats van naar boven te komen, keert ze onder water om, pakt de vin, doet hem weer aan en maakt de baan af. Als ze uit het zwembad komt, is ze boos en zegt dat ze de 120 meter had willen halen.

De andere cursisten kijken met open mond toe. De meeste hebben de 50 meter niet eens gehaald. Wie is die vrouw? 

‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen’

Dat vraagt Daić zich ook af. Alenka lijkt heel leer-gierig en overstelpt hem met technische vragen. Bovendien heeft ze tussen de bedrijven door aan een van Daićs trainers dingen verteld die hem verbazen: ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen.’ 

GettyImages 157514189
© Samo Vidic / Getty Images

Daić vraagt Alenka naar haar verleden en langzaam begint hij het te begrijpen: de oorzaak van haar intense drive is dat ze zo ongelukkig is. Vergeleken met andere topatleten die hij heeft getraind, lijkt ze fysiek niet uitzonderlijk. Maar hij heeft de indruk dat de mentale kracht die Alenka door het overwinnen van haar problemen heeft ontwikkeld, haar sterke punt is. 

In veel sporten naderen dertigjarigen het einde van hun carrière. Bij freediving ligt dat anders. Duikers hebben niet alleen kracht, flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om hun adem te kunnen inhouden nodig, maar ook innerlijke rust, balans en zelfkennis. Als ze te snel te veel willen, is de kans op een burn-out – of erger – groot.

Net als de kajakclub in haar jeugd wordt het zwembad Alenka’s toevluchtsoord. Iedere ochtend voor ze naar haar werk gaat, glijdt ze soepel onder water, terwijl de zwemmers boven haar zich druk maken. Bij wedstrijden breekt ze al snel nationale records.

Ook al neemt Alenka’s zelfvertrouwen toe, haar innerlijke pijn blijft. Francs psychologische misbruik gaat gewoon door wanneer ze begint te freediven, maar uiteindelijk laat hij haar emotioneel los en zegt dat hij trots is op haar duiksuccessen. Niet lang daarna overlijdt ook hij aan kanker.

In 2013 wordt Alenka opgenomen in het Sloveense nationale team, en al snel wordt haar duidelijk dat het een groot verschil is of je de beste van het land bent of de beste van de wereld. Ze traint nu nog harder, te hard. Voor het wereldkampioenschap van 2015 traint ze zo intensief dat ze vijf kilo afvalt. Tegen de tijd dat het kampioenschap begint, is ze zo uitgeput dat ze de finale niet haalt. Maar in plaats van teleurgesteld te zijn – zoals toen ze een van haar vinnen verloor – ontdekt ze dat ook falen voldoening kan geven. 

En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken.

Door dit nieuwe zelfinzicht veranderen Alenka’s prioriteiten. Liever dan medailles wil ze haar verloren jaren inhalen, leven, uitzoeken wie ze werkelijk is. En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken. Als ze goed is in freediven in open water, cool. Zo niet, dan ziet ze in elk geval een ander deel van de wereld. 

In de zomer van 2015 gaat Alenka naar Vis, een eiland voor de kust van Kroatië, waar ze een paar weken wil ontspannen. Ze komt een paar Sloveense vrienden tegen die freediving-cursussen organiseren. Een van die cursussen begint net, vertellen ze Alenka, en wel met een heel bijzondere trainster: Natalja Moltsjanova. 

Natalja, een Russische atlete met de bijnaam ‘de machine’, was al van kinds af aan een goede zwemster. Toen ze op haar veertiende het freediven ontdekte, duurde het niet lang tot ze die tak van sport onder de knie had. Ze was de eerste vrouw die in een zwembad 200 meter onder water zwom en de eerste vrouw die acht minuten haar adem kon inhouden. Bovendien was ze de eerste vrouw die in de oceaan dieper dan 100 meter dook. Nu, op haar 53e, is Natalja de beste duikster aller tijden en nog steeds houder van de meeste wereldrecords bij de vrouwen, zowel in het zwembad als in de zee.

Is het het universum dat weer tot Alenka spreekt? Ze was Natalja al eerder tegengekomen bij wedstrijden, maar nu heeft ze de kans haar echt te leren kennen en les te nemen bij een echte kampioene. Alenka annuleert haar vakantieplannen en schrijft zich in voor de cursus. Hun liefde voor katten schept meteen een band tussen de twee vrouwen. Natalja vertelt dat ze net heeft leren surfen en hoeveel ze van de zee houdt. Duiken in een zwembad lijkt op joggen op een loopband, heeft Natalja ooit gezegd, in de zee daarentegen is het net als hardlopen in het bos. 

In de wateren rond het eiland leert Alenka nog meer over dat verschil. De dichtheid van ons lichaam is iets minder dan die van water, zodat we kunnen blijven drijven maar hard moeten trappen om naar beneden te komen. Maar hoe dieper we duiken, hoe meer water er van boven op ons drukt. Met de toe-nemende druk wordt ook onze dichtheid groter. Ten slotte wordt het te veel en zinken we als een baksteen. We hoeven niet meer te trappelen. De zwaartekracht neemt ons mee, we zijn in vrije val. 

Met alles verbonden

Alenka geeft toe aan de druk en dat is een geweldig gevoel. Bij het afdalen is ze alleen in het nu; voorbij het water bestaat niets meer, zelfs haar eigen identiteit niet. Ze is alleen, maar ze voelt zich met alles verbonden. 

Ik val in het centrum van het universum, denkt ze. Zo moet het voelen om te vliegen. 

Bij haar diepste duik met Natalja haalt ze 49 meter. Na het afronden van de cursus freediving is Natalja van plan op het eiland te blijven trainen, maar ze krijgt een telefoontje van een rijk echtpaar dat ergens in Spanje privéles wil nemen. Alenka brengt Natalja naar de veerboot en neemt afscheid. Een paar dagen later hoort de verbijsterde duikersgemeenschap op Vis – en op de hele wereld – dat Natalja wordt vermist. Na een les met haar klanten heeft ze een duik gemaakt waarvan ze niet is teruggekomen. Ondanks een uitgebreide zoektocht wordt Natalja’s lichaam nooit gevonden. Men neemt aan dat ze is meegevoerd door sterke onderwaterstromingen.

Twee maanden later arriveert Alenka met twee koffers, twee wetsuits en twee paar vinnen in de Egyptische stad Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee. Het is oktober 2015, ze is 34. Met een taxi rijdt ze langs de kust door de woestijn naar Dahab, een voormalig vissersdorp dat nu een populaire plaats is voor duiken en snorkelen. 

Alles daar is overweldigend: de woestijn, de hitte, de taal, het eten. Alenka kent er niemand. Maar het water is magisch. Ze zwemt naar het rif, waar het wemelt van de gele, oranje, paarse en blauwe vissen. Als ze achterom kijkt naar de kust en in de verte de berg Sinaï ziet, huilt ze tranen van vreugde.

Alenka huurt een vervallen bedoeïenenhuisje. Ze dicht de lekkende wastafels met siliconen, verft de muren en koopt lampen en tapijten in de bazar. Twee loslopende honden en een stel katten trekken bij haar in.

’s Morgens springt ze achter in een pick-uptruck om met andere duikers het stukje naar de Blue Hole bij Dahab te rijden, een meer dan 100 meter diep onderwatergat. Door het trainen in het zwembad is ze sterk en ze kan haar adem goed inhouden. De vraag is hoe ze met de extreme diepte zal omgaan.

Een reeks aangeboren reacties die bekendstaat als de duikreflex van zoogdieren, biedt ons onder water een natuurlijke bescherming. Als je je gezicht in koud water dompelt en je adem inhoudt, vertraagt je hartslag automatisch om zuurstof te besparen. Tegelijkertijd vernauwen de slagaderen zich om ervoor te zorgen dat het bloed uit de ledematen naar de vitale organen stroomt. Dat voorkomt dat je longen platgedrukt worden, want in diep water wordt een enorme druk op het lichaam uitgeoefend. Het probleem is dat ons lichaam ook lege ruimtes heeft. Op zeeniveau is de druk per definitie één atmosfeer. Tien meter onder water is dat het dubbele, enzovoort. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water of vaste stof die niet kan worden samengedrukt. Maar de lege ruimtes, zoals de longen en het binnenoor, bevatten gassen en kunnen onder druk bezwijken.

Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt

Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt. Om dat te voorkomen moet een duiker tijdens het afdalen voortdurend lucht in zijn binnenoor persen. Daardoor wordt het trommelvlies weer in zijn natuurlijke positie gebracht en wordt de druk in zijn hoofd weer gelijk aan de druk die er van buitenaf op inwerkt. 

De eenvoudigste methode om de druk gelijk te krijgen, is je neus en mond dicht te houden, je buikspieren te spannen en lucht uit je longen naar boven te persen. Op grotere diepte gebruiken duikers fysiek zuinigere, maar technisch moeilijkere methoden waarbij ook de tong, de wangen en de keel worden gebruikt.

Ervaren oceaanduikers doen er vaak jaren over om die drukbalans te realiseren. Maar Alenka, die vertrouwt op de aanwijzingen van haar trainingspartners, onlineduikfora en haar eigen intuïtie, heeft er nauwelijks problemen mee en duikt elke dag dieper. Op nieuwjaarsdag 2016, als het water al onaangenaam koud wordt, is haar beste duik met een monovin 77 meter. Ze weet nu dat ze de diepte aankan. 

Om bij het dalen lucht te besparen, moet Alenka eerst in een meditatieve, zen-achtige staat komen. Op een dag, als ze zich omdraait om weer naar boven te gaan, ziet ze voor zich opeens het beeld van haar halfbroer Simon, die haar onder water rustig en zelfverzekerd aankijkt. Hij heeft het gezicht van een man die nooit aan de drugs is geweest, de man die hij had kunnen zijn. Simons aanwezigheid geeft Alenka een gevoel van vrede, en ze gebruikt die vrede om zich zachtjes naar het wateroppervlak te bewegen.

Tranen 

’s Avonds, terug in haar huis, probeert ze de gebeurtenis te verwerken. Jarenlang is ze het Simon kwalijk blijven nemen dat hij hun gezin en vooral haar ouders zo veel leed heeft bezorgd. Terwijl de tranen haar over de wangen stromen, voelt ze nu een oneindig medelijden met hem, om alles wat hij heeft moeten doorstaan, om alles wat hij heeft moeten missen. 

Als Alenka negen maanden na haar aankomst Dahab verlaat, heeft ze tot een diepte van 92 meter gedoken, slechts 9 meter minder dan het monovinwereldrecord voor vrouwen. De wereldkampioenschappen 2016 in Turkije staan voor de deur, en zij is de enige Sloveense duikster die meedoet. 

Alenka, die in de wereld van het freediven op zee nog volslagen onbekend is, verbaast de concurrentie door de monovinwedstrijd te winnen met een duik van 86 meter. Ook in de discipline met twee vinnen wordt ze eerste en breekt ze bovendien het wereld-record. 

Aan freediven is een dodelijk risico verbonden. Als je op weg naar beneden te hard perst, kun je een zogeheten longcontusie krijgen, waarbij het longweefsel scheurt doordat het wordt platgedrukt, zodat je bloed opgeeft. Als je de benodigde tijd om weer boven te komen verkeerd inschat, kun je bewusteloos raken omdat de hersenen zichzelf uitschakelen om het beetje zuurstof dat nog in het lichaam aanwezig is te sparen. 

Door strengere regels en de aanwezigheid van veiligheidsduikers komen dodelijke ongelukken bij free-divewedstrijden weliswaar niet vaak voor, maar toch. In 2013 overleed de Amerikaan Nicholas Mevoli aan de gevolgen van een longblessure tijdens een duik zonder vinnen van 72 meter bij de Vertical Blue, een wedstrijd op de Bahama’s die voor professionele duikers het hoogtepunt van het seizoen is.

Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken

In 2018 krijgt Alenka haar eerste aanbod om bij de Vertical Blue te duiken, vlak nadat ze als vierde vrouw ooit 100 meter heeft gedoken, na Natalja Moltsjanova en twee atletes die ook zijn uitgenodigd voor de Vertical Blue. Dat zijn de Japanse Hanako Hirose en Alessia Zecchini, een 26-jarig Italiaans wonderkind dat op haar 13e met duiken begon.

Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken. De organisatoren passen voor iedere deelnemer de lengte van het touw aan. Aan het einde van dit touw zit een bodemplaat waaraan kaartjes zijn bevestigd. Voor een succesvolle poging moet de duiker als hij weer aan de oppervlakte is gekomen de scheidsrechter een kaartje overhandigen, met vinger en duim het Oké-signaal geven en gedurende 20 seconden met het hoofd boven water bij bewustzijn blijven. 

Voor haar eerste Vertical Blue-duik heeft Alenka een doel van 100 meter, dat ze met gemak haalt. Een paar dagen later: 103 meter. Dan een meter dieper. Als ze 105 meter bereikt, evenaart ze Zecchini’s wereldrecord. Ook Hirose en Zecchini halen de 105 meter. Elke duikster heeft nog twee pogingen om dieper te komen. Maar een stem in Alenka’s hoofd zegt dat ze het hierbij moet laten. 

Voor deze dieptes heb je meer tijd nodig, denkt ze. Je bent sterk genoeg om nu te stoppen. 

Hirose gaat door tot 106 meter en probeert dan 107 meter; bij het omhoogkomen raakt ze bewusteloos. Ook Zecchini duikt naar 107 meter en zegeviert. 

Alenka’s besluit om na zo’n succesvolle duik af te haken, verwart haar concurrenten. Waarom stoppen wanneer je de kans hebt om te winnen, een nieuw wereldrecord te vestigen en je internationaal te profileren? Alenka heeft niemand om naar terug te gaan, geen partner, geen kind en geen baan. Wat heeft ze te verliezen? 

Maar Alenka heeft iets geleerd van deze duik: als je aan de rand van de afgrond hebt gestaan en hebt gevonden wat je weer naar de oppervlakte doet terugkeren, namelijk het leven, dan heb je alles te verliezen. Ze voelt een te grote verantwoordelijkheid tegenover het leven om iets alleen maar voor haar ego te doen.

Daarom heeft Alenka ook nooit een longcontusie gehad, daarom is ze een van de zeer weinige wedstrijdduikers die nog nooit de adem van een veiligheidsduiker op haar oogleden heeft gevoeld om haar uit die zuurstofarme toestand terug te halen. Daarom is ze tot op de dag van vandaag nog nooit bewusteloos geraakt.

Ze weigert een gevaar voor zichzelf te zijn.

Alenka blijft nooit lang op dezelfde plek en leeft als een nomade. De eerste helft van het jaar traint ze in de tropen om zich voor te bereiden op de wedstrijden in de zomer. Het is een benijdenswaardig maar eenzaam leven, altijd onderweg, altijd op zoek naar nieuwe trainingspartners. Begin 2019 ontmoet ze op Panglao, een eiland in de Filippijnen, een Zwitserse freediver, Florian Burghardt, die zijn baan bij een bank tijdelijk heeft opgezegd om zich serieus aan zijn sport te wijden.

Verliefd

Hij raakt met Alenka aan de praat, ze drinken samen een kop koffie en worden verliefd. Burghardt brengt het hele seizoen met haar door en ziet hoe ze in Honduras 113 meter duikt, een wereldrecord dat Zecchini in dezelfde wedstrijd evenaart.

Een jaar later, tijdens de pandemie, is het stel terug op de Filippijnen en zitten ze vast in een resort. Omdat de stranden gesloten zijn, slaan Alenka en Burghardt een voorraad tomaten in blik, pasta en olijfolie in en passen ze hun trainingsmethoden aan. Alenka onderneemt wat ze noemt ‘apneu-wandelingen’, waarbij ze haar adem inhoudt terwijl ze tussen de koeien op de weg door loopt. In het steeds troe-beler wordende zwembad van het resort houdt ze 30 seconden haar adem in en zwemt dan tien baantjes, 200 meter, onder water. Onbeweeglijk in het water liggend, verbetert ze haar persoonlijke record adem inhouden tot 6 minuten en 40 seconden.

Zeemeermin

De mens is altijd gefascineerd geweest door het mythische beeld van de zeemeermin die soepel door het water glijdt, met zwembewegingen die doen denken aan dolfijnen en walvissen. Ooit is de droom ontstaan deze manier van zwemmen te imiteren. Eind twintigste eeuw probeerden de eerste sporters dat met de monovin, inmiddels een veel voorkomende vrijetijdsbesteding. In een monovin zitten je voeten echt vast, het is moeilijk je ermee voort te bewegen, en het vereist kracht en vaardigheid.

Maar als je de beweging eenmaal onder de knie hebt, kun je zelfs sneller en dieper duiken dan met gewone vinnen.

Door de pandemie valt het wedstrijdseizoen 2020 uit, wel worden er een paar kleine, eenmalige evenementen georganiseerd. In Kalamata, Griekenland, brengt Alenka het wereldrecord met twee vinnen op 94 meter, maar door de slechte omstandigheden wordt het niets met haar duik met één vin. Na een korte tussenstop in Zwitserland, waar ze zich met Burghardt verlooft, vliegt ze alleen terug naar Sharm-el-Sheikh en maakt haar doel bekend: 114 meter. Als ze omhoog komt, glijdt ze met een glimlach langs de haar toegewezen veiligheidsduiker, wat hem tot tranen toe roert. Haar ongedwongenheid en zelfbeheersing maken op iedereen diepe indruk. 

Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het dat je op je dertigste totaal geen zelfvertrouwen hebt en nog geen tien jaar later de meest zelfverzekerde duikster ter wereld bent, die zich aan de grootste diepten waagt? Hoe kan het dat een vrouw op het punt staat zelfmoord te plegen en vervolgens topatleten versteld doet staan van haar successen enerzijds en haar bescheidenheid anderzijds? Hoe kan het dat iemand het leven zo haat en het daarna zo innig liefheeft? 

Dat vragen mensen zich soms af en een deel van het antwoord is dat Alenka haar verleden niet alleen heeft overwonnen, maar er haar kracht aan ontleent. ‘Het komt door die pijn,’ zegt ze. ‘Ik heb me overgegeven aan de pijn, ik heb hem geaccepteerd. Daardoor groei je boven jezelf uit.’ Het andere deel van het antwoord is simpeler: ze traint als een gek. 

En wat zal de toekomst brengen? Alenka is 39, wordt nog steeds sterker en duikt elk jaar efficiënter. De volgende grote mijlpaal voor duiksters is 120 meter. ‘Makkelijk zal het niet zijn,’ zegt ze, ‘wel haalbaar.’ Misschien zelfs al in het wedstrijdseizoen van 2021, dat in juli begint met de Vertical Blue. Deze diepte zou verleidelijk dicht bij het mannenrecord komen, dat slechts 10 meter dieper ligt. In 2017 was de kloof tussen mannen en vrouwen nog 28 meter. 

Begin juni 2021, een maand voor de Vertical Blue, arriveert de wereldtop van de freedivers – 42 mannen en vrouwen uit 21 landen – op het strand om te acclimatiseren. Alenka en Burghardt komen uit Honduras, waar ze vier maanden hebben getraind, en huren een huisje met uitzicht op de Atlantische Oceaan. 

De dag voor de wedstrijd brengt Alenka door met zich haar duik voor te stellen en naar een oude, bekende tekenfilmserie te kijken die ze op YouTube heeft ontdekt. Ze zingt de titelsong mee: Heidi, Heidi… 

Bewusteloos

Op de openingsdag raakt de eerste atleet bij het naar boven komen bewusteloos. Na hem hebben een paar duikers meer succes, en andere, die de diepte niet aankunnen, komen terug zonder de bodemplaat te hebben bereikt.

Het is moeilijk de beoogde diepte geheim te houden wanneer iedereen aan hetzelfde touw traint, maar toch gaat er een geroezemoes door de menigte als op de openingsdag haar voornemen bekend wordt gemaakt. Alessia Zecchini gaat een poging van 115 meter doen, een meter dieper dan Alenka’s record met één vin. Direct na haar komt Alenka, die een poging zal doen van 118 meter. 

In een mum van tijd verandert het strand in een chaos van slippers, vinnen en pool noodles, die de deelnemers tijdens de countdown als hulpmiddel gebruiken.

Voor ze naar het drijvende platform zwemmen om hun beurt af te wachten, geven Zecchini en Alenka elkaar een stevige omhelzing. De Italiaanse is als eerste aan de beurt. Haar duik verloopt probleemloos. Daarna wordt het touw drie meter dieper afgesteld.

Alenka drijft op haar rug. De scheidsrechter met zijn roze hoed telt af. Alenka maakt zich klaar voor haar duik. De diepe inademing. De acht slokken lucht die haar longen vullen. De rol voorwaarts, de duik als een eend met het hoofd naar voren. Met een klap van haar vin verdwijnt de duikster in het blauwe gat, haar armen losjes langs het lichaam.

Een duikershorloge met vijf alarminstellingen, dat aan haar halsgewicht van 1,8 kilo is bevestigd, meldt tijdens de afdaling telkens hoe diep ze is. Als de voorlaatste piep haar vertelt dat ze op 68 meter zit, slaat ze nog een laatste paar keer met haar vin, voordat ze zich helemaal overgeeft aan een vrije val. Het water ruist langs haar gezicht, het gidstouw glijdt geruststellend langs haar rechterschouder. 

Bij de laatste pieptoon opent de duikster haar ogen, grijpt het kaartje en draait om, alles in één vloeiende beweging. Ze strekt haar armen omhoog, haar handen dicht bij elkaar, en slaat krachtig met haar vin. Boven beschrijft de omroeper, met een blik op het sonarscherm, hoe ze omhoog komt: 80 meter… 60 meter… De eerste veiligheidsduiker zwemt haar tegemoet, dan de tweede. 29 meter. Duiker in zicht!

Alenka komt boven, grijpt met haar rechterhand het touw en verwijdert met haar linkerhand haar neusklem. Ze geeft het Oké-signaal en glimlacht. Ze haalt het kaartje uit haar kap, waarin ze het had opgeborgen, en geeft het aan de scheidsrechter, die een witte kaart opsteekt als teken van een geslaagde duik. De sportduikers die zich rond de wedstrijdzone ophouden, kletsen juichend op het water. ‘Rock ’n roll,’ zegt ze. 

Record

Vier dagen later zal Alenka de eerste vrouw zijn die de 120 meter haalt. Bij haar laatste duik in deze wedstrijd gaat ze nog 2 meter dieper. Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht. 

Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht

Alenka en Burghardt vieren het in een café met omelet en koffie. Ze is gelukkig zonder triomfantelijk te zijn. De gedachte dat ze vanwege haar record beter zou zijn dan een ander slaat nergens op, zegt ze. Mensen begrijpen niet dat het voor haar maar een getal is, een logische consequentie van haar training. ‘De wereld daarbuiten wil ego’s en strijd en titels,’ zegt ze. ‘Het valt niet mee daar koud onder te blijven. Maar het kan wel.’ 


Deel dit artikel


Recent verschenen