De Hongaars-Indiase schilder Amrita Sher-Gil maakte al op jonge leeftijd furore in de Europese kunstwereld. Terug in India vond ze een nieuwe artistieke richting, waarin Europese schildertechnieken en Indiase invloeden samenkwamen.
De Hongaars-Indiase schilder Amrita Sher-Gil (1913-1941) wordt gezien als grondlegger van de moderne Indiase kunst. Haar werk is buiten India nauwelijks bekend, en was voor het laatst bijna twintig jaar geleden in Europa te zien. Sher-Gil groeide op tussen twee culturen en studeerde in Parijs, waar ze al op jonge leeftijd grote roem verwierf met haar zelfportretten en scènes uit het Parijse leven. In 1934 keerde ze terug naar India, overtuigd dat daar haar lot lag. Haar werk veranderde radicaal.
Felle roden, aardse bruintinten en warme okers, die het Indiase licht en landschap weerspiegelen
Ze verruilde haar Europese outfit voor sari’s, reisde door het land en liet zich inspireren door de grottenschilderingen van Ajanta, Mughal-miniaturen en het dagelijks leven op straat. Haar kleurgebruik werd intenser: felle roden, aardse bruintinten en warme okers, die het Indiase licht en landschap weerspiegelen. In deze periode ontwikkelde ze ook een nieuw beeld van vrouwelijkheid en gaf een stem aan India’s arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. In haar korte leven vond ze een combinatie van Europese schildertradities met een eigen, Indiase beeldtaal.
Drents Museum, tot 28/9

