In de oorspronkelijk Duitstalige roman De Gym van schrijver Verena Kessler raakt een jonge vrouw geobsedeerd met lichamelijke perfectie. ‘Soms is het wreed en onsmakelijk, maar – vooral omdat we het vanuit een vrouwelijk perspectief lezen – tegelijkertijd troostend en verfrissend.’
Het is ‘zowel voor de hand liggend als geniaal’ dat De Gym, de derde roman van de Duitse schrijfster Verena Kessler, zich afspeelt in de sportschool, vindt Thore Rausch in de Süddeutsche Zeitung. ‘Want aan de “leg press” is iedereen gelijk. Terwijl traditionele ontmoetingsplaatsen als kerken en verenigingen kleiner worden, brengt men hier steeds meer vrije tijd door. (…) Het boek is net zo boeiend als een goede techno-spinningles: snel, zweterig en geen seconde te lang.’
In Hamburger Abendblatt vermoedt Thomas Andre dat het boek niet is bedoeld als ‘satire op de sportschool, maar als onderhoudend portret van een ambitieuze vrouw die de realiteit ontvlucht, om uiteindelijk ten onder te gaan aan de prestatiemaatschappij’. Volgens Andre gaat het de auteur om ‘kritiek op bizarre vrouwelijke zelftuchtiging. Vrouwen gebruiken ook steroïden en kunnen giftig en agressief zijn’.
‘Geen boek voor lezers met zwakke zenuwen’
‘Geen boek voor lezers met zwakke zenuwen’, schrijft Lena Kleinen voor Literaturkritik. ‘Toch zit de aantrekkingskracht van de roman in die fysieke radicaliteit.’ Daarbij maakt ze net als NDR-criticus Alexandra Friedrich de vergelijking met de Amerikaanse speelfilm The Substance van Coralie Fargeat uit 2024, waarin actrice Demi Moore in haar verbeten strijd tegen de ouderdom transformeert tot een wanstaltig monster. Na ‘een meeslepende (lees)ervaring’ spreekt Friedrich van ‘feministische body horror’: ‘Een feest voor alle zintuigen: we horen spiervezels scheuren, voelen pijnlijke ledematen, ruiken het zweet en proeven rauw vlees. Soms is het wreed en onsmakelijk, maar – vooral omdat we het vanuit een vrouwelijk perspectief lezen – tegelijkertijd troostend en verfrissend.’
In Frankfurter Allgemeine is Susanne Romanowski enthousiast over ‘Kesslers humor, die verrassend goed samengaat met de horror’. Ook ‘de originele manier waarop de hoofdpersoon de wereld bekijkt en de vlotte tekst die vol zit met grappen en neologismen en daarnaast woede en egoïsme’ spreken haar aan. Maar het subjectieve vertelperspectief vormt ‘de zwakte van het boek. Achter de bordkartonnen bijfiguren zouden echte persoonlijkheden met dromen en ambivalenties schuil moeten gaan, maar daar is de protagonist niet in geïnteresseerd.’
