Midden Oosten


Dat de Golfstaten digitale technologieën gebruiken om hun politieke tegenstanders te onderdrukken, is niet nieuw. Maar de opkomst van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, biedt autoritaire regimes extra mogelijkheden om het privédomein van burgers binnen te dringen – zonder enige vorm van rechtsgeldigheid.

In zijn boek Digital Authoritarianism in the Middle East schrijft Marc Owen Jones, universitair docent Midden-Oostenstudies aan de Hamad Bin Khalifa-universiteit in Doha (Qatar), dat regimes in het Midden-Oosten digitale technologieën – die in principe zijn bedoeld voor sociale interactie – misbruiken voor toezicht, propaganda en intimidatie. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) investeren op grote schaal in nieuwe technologieën voor AI (kunstmatige intelligentie), in navolging van drie andere landen die een slechte reputatie hebben wat betreft mensenrechten en het onderdrukken van de eigen burgers: China, Rusland en Israël. 

Digitale repressie door Arabische regeringen, en in het bijzonder door de autoriteiten in de Golfregio, is niet nieuw. Arabische burgers zijn eraan gewend dat er voortdurend informatie over hen wordt ingewonnen door het monitoren van onlineactiviteiten en de beperking van onlinevrijheden. Dat leidt bijvoorbeeld tot de arrestatie en veroordeling van activisten die ‘aanstootgevende tweets’ posten. 

Arabische burgers zijn eraan gewend dat er voortdurend informatie over hen wordt ingewonnen

In 2018 beschuldigde de Amerikaanse FBI drie mannen van het hacken van Twitter in opdracht van Saoedi-Arabië, met als doel vertrouwelijke informatie over duizenden gebruikers over te dragen aan de Saoedische autoriteiten. Als gevolg van die hacks werd Abdulrahman al-Sadhan in 2018 in Riyad gearresteerd en veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf, omdat hij een anoniem account zou hebben gebruikt om het economische beleid van de Saoedische regering te bekritiseren.

Maar de opkomst van technologieën als AI, en toepassingen daarvan die bijvoorbeeld kunnen infiltreren op mobiele telefoons, bieden autoritaire regimes de mogelijkheid van elektronische spionage, die kan variëren van gezichtsherkenning en het monitoren van berichten tot massasurveillance. Van enige vorm van rechtsgeldigheid of toezicht op het gebruik van dergelijke spyware is geen sprake. 

Nieuwe wetten

In juni 2022 publiceerde de European Council on Foreign Relations, een Europese denktank, het onderzoeksrapport Iron Net: Digital Repression in the Middle East and North Africa. Daarin wordt gesteld dat Arabische regeringen, na de schok van de Arabische Lente in 2011, nieuwe wetten en beleid hebben geïntroduceerd om onlinegedrag aan banden te leggen, vooral gericht tegen journalisten en oppositieleiders. Volgens het onderzoek spannen autoritaire regeringen zich tot het uiterste in om tegenstanders die anoniem opereren te identificeren, en om hun gebruik van (tele)communicatienetwerken en toegang tot informatie te blokkeren.

De investeringen roepen vragen op over de potentiële gevolgen voor de mensenrechten

Afaf Abrouki, een Tunesische onderzoeker en expert op het gebied van technologie en mensenrechten, zegt in een interview met Mowatin dat de Golflanden in de regio en daarbuiten grootschalig investeren in geavanceerde technologie. Op zichzelf is dat geen probleem, zolang ze het doen om hun economie te diversifiëren. Maar deze landen hebben een slechte staat van dienst op het gebied van de mensenrechten en zijn berucht vanwege de surveillance, desinformatie, manipulatie van sociale media, censuur et cetera waarmee ze hun burgers onderdrukken en hun het zwijgen opleggen. De investeringen roepen dan ook vragen op over de potentiële gevolgen voor de mensenrechten. 

Repressieve houding

Het hoofd van het Centrum voor Mensenrechten in de Golfregio, Khaled Ibrahim uit Bahrein, ziet de toename van de investeringen door de Golflanden als een uiting van een repressieve houding. ‘Het is een tirannieke mentaliteit die vijandig staat tegenover de vrijheid van meningsuiting, en die geen geloof hecht aan het gezegde dat diversiteit van meningen rijkdom betekent,’ zegt hij. ‘Het is vooral bedoeld om onlineactivisten en burgers te monitoren en gevangen te zetten vanwege hun mening over de zittende macht die ze op sociale media uiten.’ 

Volgens James Shears, een Brits onderzoeker en docent politiek, veiligheid en technologie, dragen de landen in de Golf wereldwijd bij ‘aan digitale repressie door een reeks gerichte surveillance-instrumenten te ontwikkelen die het hun mogelijk maakt de inhoud van sociale en andere digitale media te monitoren.’ Volgens hem bieden die instrumenten wetshandhavers en nationale veiligheidsdiensten meer inzicht en informatie over politieke opponenten, dissidenten, journalisten en mensenrechtenactivisten. Hij voegt eraan toe dat de Golfstaten dergelijke investeringen niet alleen als wenselijk beschouwen omdat ze het regime versterken tegen de interne onrust en ontevredenheid waarvan de Arabische Lente een uiting was, maar ook omdat ze in geopolitieke zin voordelen bieden. Zo delen de landen hun ervaringen met digitale repressie met exporteurs van deze technologieën, waarvan China de belangrijkste is. De Golfstaten zeggen weliswaar bereid te zijn om voorwaarden als databescherming en cloudwetgeving op te stellen voor de toepassing van digitale technologieën en AI, maar over het algemeen dienen dergelijke wetten eerder nationale veiligheidsdoeleinden dan dat ze meer bescherming bieden voor persoonlijke privacy.

Deze landen verdoezelen volgens hem ‘hun wijdverbreide schendingen op het gebied van de mensenrechten’

De stap van de Golfstaten om te investeren in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie past ook uitstekend in het streven hun economie minder afhankelijk te maken van olie. Volgens een rapport van adviesbureau PwC kunnen de landen in de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten in 2030 ongeveer 23,5 miljard dollar tegemoetzien als hun investeringen in AI blijven groeien. Saoedi-Arabië en de VAE hebben inmiddels strategieën en doelstellingen op het gebied van AI geformuleerd, maar er zijn nog veel tekortkomingen die moeten worden aangepakt.

Khaled Ibrahim zegt dat landen in de Golf – en dan vooral de VAE en Saoedi-Arabië – wereldwijd ‘het meest uitgeven aan investeringen in technologieën als AI en gezichtsherkenning, die gericht zijn op het identificeren van ongewenste berichten en oppositieactiviteiten’. Deze landen verdoezelen volgens hem ‘hun wijdverbreide schendingen op het gebied van de mensenrechten’. James Shears bevestigt dat het gebruik van AI door de Golflanden vooral de nationale veiligheid betreft. Technisch gezien hangt de doeltreffendheid ervan volgens hem grotendeels af van verdere verfijning van opsporingsmethodes, bijvoorbeeld door met behulp van machinelearning stukjes informatie te koppelen, zodat er voorspellingen kunnen worden gedaan over het gedrag van individuen.

Controle en repressie

Ook het Arab Center Washington D.C. bevestigt dat de autoritaire regimes gebruikmaken van innovatieve methoden en digitale instrumenten voor controle en repressie. Veel van die technieken zijn afkomstig uit landen die vooroplopen met ‘digitale tirannie’, zoals China en Rusland, en van landen die investeren op het gebied van surveillance en bevolkingscontrole, zoals Israël, aldus het centrum. De Arabische landen zien China als voorbeeld, dat werkt met projecten zoals SkyNET en Sharp Eyes. China is bezig verschillende technologieën en zeer geavanceerde AI-instrumenten te integreren om enorme hoeveelheden gegevens te verzamelen en te analyseren. Het gaat om data afkomstig van videosurveillance, registratie van fysieke bewegingen, verzamelingen van beelden, databases met gezichtsherkenning en vingerafdrukken, telefoonverkeer, medische en financiële gegevens, onlinegedrag en gegevens uit het socialekredietsysteem. 

Veel van die technieken zijn afkomstig uit landen die vooroplopen met ‘digitale tirannie’, zoals China en Rusland

Een onderzoeker van het Britse Royal Institute of International Affairs wijst ook op de gegevens die smart cities verzamelen over energieverbruik, verkeer en voetgangersverkeer via bewakingscamera’s en mobieletelefonienetwerken. Daarover zegt Shears: ‘Het combineren van deze gegevens biedt landen de mogelijkheid om individuen in de gaten te houden op een manier die voorheen onmogelijk was.’ 

Surveillance op zo’n grote schaal vereist ruime financiële middelen en een gecentraliseerd bestuur. In het Midden-Oosten zijn de VAE vooralsnog het meest enthousiast in de toepassing ervan. Het toch al alomtegenwoordige autoritaire bewind in de Emiraten maakt gebruik van smart city-technologie en van het zogenoemde Police without Policemen-programma, dat berust op geavanceerde digitale surveillancetechnieken.

Privécommunicatie

In het onderzoek van het Arab Center Washington D.C. wordt opgemerkt dat China zijn autoritaire technologische instrumenten al via de ‘Digitale Zijderoute’ heeft geëxporteerd naar zeker achttien landen, waaronder enkele in het Midden-Oosten: Egypte, Marokko, Qatar, Saoedi-Arabië en de VAE. Maar sinds het sluiten van de Abraham-akkoorden tussen de VAE en Israël is ook de spionage-industrie van Israël belangrijk voor de Golfstaten. Dat betreft vooral technologie die is gericht op het binnendringen van persoonlijke apparaten en het onderscheppen van privécommunicatie. 

In eigen land maakt Israël gebruik van geavanceerde surveillance van Palestijnen en verzamelt het informatie door in te breken op vaste lijnen en smartphones en sms-berichten te onderscheppen. Pegasus, het Israëlische programma dat is gespecialiseerd in monitoring, tracking en spionage, en ook andere Israëlische spywaretechnologie wordt voornamelijk aangeschaft om journalisten en mensenrechtenactivisten in de gaten te houden. Het opvallendste voorbeeld daarvan was het hacken door Saoedi-Arabië en de Emiraten van de communicatiekanalen die Jamal Khashoggi gebruikte, voordat hij in het Saoedische consulaat in Istanboel werd vermoord.

Wat betreft digitale onderdrukking staat het Midden-Oosten er slecht voor

Wat betreft digitale onderdrukking staat het Midden-Oosten er slecht voor. De Digital Repression Index rangschikt zo’n honderdtachtig landen naar gebruik van digitale technologie voor politieke repressie. Vijf van de twintig slechtst scorende landen bevinden zich in het Midden-Oosten: de VAE, Saoedi-Arabië, Iran, Syrië en Jemen. En volgens de Freedom of the Net-index 2021, gepubliceerd door de Amerikaanse ngo Freedom House, behoren zeven landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika tot de twintig slechtst presterende landen op het gebied van internetvrijheid: Saoedi-Arabië, Iran, de VAE, Egypte, Bahrein, Soedan en Turkije. 


Deel dit artikel


Recent verschenen