Op het internet moet je vooral niet alles voor zoete koek aannemen. In deze rubriek duikt 360 elke maand in een andere virale trend, bewering of internetfenomeen. Dit keer hoe #SkinTok zich op steeds jongere kinderen richt, met gevolgen voor hun huid én hun zelfbeeld.
🔥 Wat gaat er viraal?
Ze draagt een wit-roze gestreepte pyjama en een haarband met konijnenoren. De Italiaanse influencer Yousra verzekert haar 1,4 miljoen TikTok-volgers ervan dat er tal van huidverzorgingsproducten geschikt zijn voor jonge tieners. ‘Ben je een meisje jonger dan veertien jaar?’ vraagt ze. ‘Dan is deze video zeker iets voor jou.’ Een andere TikTok-gebruiker, met ruim tweeduizend volgers, reageert met een video op de aanbevelingen en beaamt hoe goed de producten zijn. Achter haar staat een grote kast gevuld met knuffels.
Deze content is onderdeel van een bredere trend. Er komen steeds meer merken en producten op de markt die zich richten op jonge tieners, en in extreme gevallen zelfs op kinderen en kleuters. Zo lanceerde actrice Shay Mitchell eind vorig jaar een Everyday Facial Sheet Mask voor peuters vanaf vier jaar. Het bedrijf Everdeen plaatste een TikTokfilmpje waarin een badkamerkastje wordt gevuld met producten van het merk: een haarbandje, lipolie, parfum, gezichtsmist. Daaroverheen verschijnt de tekst: ‘POV: je 3-jarige is geïnteresseerd in huidverzorging’. Het bedrijf heeft eerder een gezichtsreiniger en moisturizer in een knalroze verpakking gelanceerd, genaamd het Barbie Kids Happy Face Duo, dat wordt geleverd met stickers om de flesjes te versieren.
Huidverzorging lijkt een vast onderdeel te zijn geworden van het leven van jonge meiden. Megan Moore, een basisschoolleraar in de welvarende voorstad Oakwood in Ohio, vertelde The Atlantic dat de meeste meisjes in haar klas, allemaal rond de tien jaar, thuis al een minikoelkast speciaal bedoeld voor huidverzorgingsproducten hebben. In The Times geeft Maria Lally toe dat haar twaalfjarige dochter slaapt met een satijnen antirimpelkussensloop. Op slaapfeestjes zijn eyepatches en gezichtserums inmiddels even vanzelfsprekend als nagellak.
👀Wat zijn de gevolgen?
Sommige huidverzorgingsproducten kunnen fysieke schade aanrichten. Bij voorbeeld als crèmes ingrediënten zoals retinol of krachtige corticosteroïden bevatten, die vaak te agressief zijn voor een jonge huid.
Maar de gevolgen kunnen ook psychologisch van aard zijn. Kaitlynn Mendes is socioloog aan de Western University en doet onderzoek naar sociale media, genderongelijkheid en online misbruik. Ze legt aan The Globe and Mail uit dat algoritmen, filters en influencercultuur het beeld van wat normaal of haalbaar is, vertekenen. Dat creëert het idee dat ‘perfectie’ haalbaar is, zolang je maar genoeg tijd investeert en de juiste producten gebruikt. ‘Als dat niet lukt, blijven mensen achter met een slecht gevoel,’ zegt ze.
In het ergste geval mondt dit uit in ‘cosmeticorexia’. Dat is een relatief nieuw begrip dat volgens medische professionals verwijst naar ‘buitensporig, voor de leeftijd ongepast of dwangmatig gebruik van cosmetische producten en behandelingen’. Psycholoog Alberto Stefana maakt zich grote zorgen. ‘Er zijn jonge patiënten die niet met vrienden willen afspreken omdat hun huid niet perfect is’, vertelt hij aan Financial Times. ‘Dit zorgt voor veel problemen bij de ontwikkeling van een gezonde identiteit.’
💬 Meer regelgeving?
De roep om strengere regels rond de verkoop van skincare aan jonge kinderen klinkt steeds luider. Zo heeft de Italiaanse mededingingsautoriteit onlangs een onderzoek ingesteld naar de beautywinkelketen Sephora en het cosmeticamerk Benefit, vanwege bezorgdheid over verkapte kindermarketing bij gezichtsmaskers, serums en zelfs antiverouderingscrèmes.
In het Verenigd Koninkrijk pleit Save Face, een register van erkende schoonheidsspecialisten en cosmetisch chirurgen, voor wetgeving die de verkoop van huidverzorgingsproducten met krachtige ingrediënten zoals retinol en zuren aan jongeren onder de achttien jaar beperkt. De organisatie voerde eerder met succes campagne voor een verbod op botox en fillers bij minderjarigen. Stephanie Mallet, voorzitter van de Franse Vereniging voor Kinderdermatologie, wordt woedend van de ongebreidelde winstzucht van de cosmetica-industrie. ‘De huid van een kind heeft niets nodig. Die is niet te droog, niet te vettig, niet te rood en niet gerimpeld.’
Op het internet moet je vooral niet alles voor zoete koek aannemen. In deze rubriek duikt 360 elke maand in een andere virale trend, bewering of internetfenomeen. Wat gaat er allemaal schuil achter de ‘Chinese baddie’-trend?
🔥 Wat gaat er viraal?
Op TikTok waarschuwt een jonge vrouw dat je géén ijswater moet drinken – dat zou ‘not very Chinese of you’ zijn. Warm water daarentegen zou je spijsvertering stimuleren, je huid verbeteren en je een minder opgeblazen gevoel geven. Onder de hashtag #Chinamaxxing delen Gen Z’ers hun ‘Chinese grandma routines’: slippers aan in huis, gojibessenthee drinken en steevast vóór elf uur naar bed. Sommige makers delen oprechte tips, andere video’s zijn vooral grappig bedoeld. Het begon toen Sherry Zhu, een tweeëntwintigjarige Chinees-Amerikaanse vrouw, besloot dat ‘iedereen op internet Chinees kon zijn’. Dat sloeg aan. ‘Mensen van ogenschijnlijk niet-Chinese afkomst delen tips waar mijn Chinese oma trots op zou zijn’, schrijft Maggie Shui in Dazed.
De trend waarbij ‘iedereen nu Chinees is’, valt samen met een groeiende belangstelling voor traditionele Chinese geneeskunde (TCM). Deze eeuwenoude medische traditie vertrekt vanuit een holistische visie op het lichaam en richt zich niet alleen op fysieke klachten, maar ook op emotioneel en spiritueel welzijn. Kruidengeneeskunde, acupunctuur en therapeutische massages maken er deel van uit. Bij Google is de trend goed terug te zien: na jaren van stabiliteit verdubbelde afgelopen december het aantal zoekopdrachten naar TCM in de Verenigde Staten.
👀 Waarom nu?
Volgens GQ past de groeiende belangstelling voor TCM in een bredere trend waarbij er steeds vaker vraagtekens worden gezet bij westerse geneeskunde en mensen op zoek gaan naar holistischere gezondheidspraktijken. Veel adviezen, zoals warm water drinken of vroeger naar bed gaan, zijn eenvoudig toe te passen.
The Guardian schrijft dat de economische maatregelen van Donald Trump er ook aan hebben bijgedragen. Na een mislukte handelsoorlog en het dreigende TikTok-verbod leken de VS ineens niet meer eeuwig dominant. Tegelijkertijd winnen Chinese producten, zoals Labubu’s en de videogame Black Myth: Wukong, terrein, en vlogen verschillende influencers met miljoenen volgers, zoals IShowSpeed, naar China om daar content op te nemen.
Het promoten van TCM past in China’s bredere softpowerstrategie. In 2016 riep de regering van Xi Jinping op om de geneeskunde ‘actief te introduceren in de rest van de wereld’. Tijdens de coronapandemie adviseerde de Chinese Nationale Gezondheidscommissie het gebruik van TCM in behandelingsprotocollen en stelde de overheid een plan op om mensen te bestraffen die het geneeskundige systeem ‘belasterden’ – een voorstel dat later werd ingetrokken. In 2022 was de wereldwijde TCM-markt al zo’n 400 miljard dollar waard, en in 2025 eindigde China voor het eerst boven het Verenigd Koninkrijk in de Global Soft Power Index.
💬 Welke reacties roept het op?
Sommigen bekritiseren witte influencers die Chinese gebruiken toe-eigenen of vinden de grappen ongevoelig. ‘Wat een voorrecht om een dag lang de identiteit van iemand anders te kunnen aannemen zonder de gevolgen ervan te dragen’, schreef Faith Xue, hoofdredacteur van Coveteur. Medina Azaldin gaf in ELLE toe ‘zich als iemand van Zuidoost-Aziatische afkomst met familie in China ongemakkelijk te voelen telkens wanneer een niet-Chinees iemand een “Chinese baddie”-video plaatst.’ Ook Charlotte Yau, van het huidverzorgingsmerk Muihood, waarschuwt dat de culturele betekenis van TCM snel verloren kan gaan in het snelle algoritme: ‘Chinezen kunnen niet zomaar besluiten of ze wel of niet Chinees zijn die dag. Dit is onze cultuur en identiteit.’ Toch zijn er ook positieve effecten. Volgens TCM-voedingstherapeut Xinyi Gong, herontdekken sommige Chinese jongeren dankzij de trend de kennis van hun ouders en grootouders. Ze denkt dat er een nieuwe trots is ontstaan rond het Chinese erfgoed. Of de hype slechts een hype blijft, valt nog te bezien. Na het optreden van Bad Bunny in de rust van de Super Bowl, was iedereen ‘voor even Puerto Ricaans’. Een gebruiker op X grapte dat Amerikanen nu doen aan ‘globalismmaxxing’ – gretig op zoek naar interculturele verbindingen, al is het maar door middel van snelle tiktoks en algoritmes.
De Russische regering voert de druk op berichtendienst Telegram verder op, als onderdeel van een bredere poging om het internet strakker onder staatscontrole te brengen. Volgens The New York Timesworden verbindingen vertraagd, websites geblokkeerd en mobiele netwerken in sommige regio’s tijdelijk stilgelegd om de verspreiding van ongewenste informatie te beperken.
Telegram, opgericht door de Russische ondernemer Pavel Doerov, is uitgegroeid tot een van de laatste grote platforms waar relatief vrij informatie circuleert. Het speelt een belangrijke rol bij het delen van nieuws over de oorlog in Oekraïne en wordt zowel door burgers als door militaire en politieke actoren gebruikt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Tegelijkertijd probeert het Kremlin gebruikers richting staatsgecontroleerde platforms te sturen en het gebruik van VPN’s – waarmee censuur kan worden omzeild – verder aan banden te leggen. De maatregelen passen in een langer lopende strategie om een zogenoemd ‘soeverein internet’ op te bouwen, waarbij Rusland zijn digitale infrastructuur loskoppelt van het mondiale web.
Volgens experts verstevigt de overheid daarmee haar grip op informatie, maar groeit ook het risico op digitale isolatie en verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting.
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz sprak zich vorige week uit voor een zogeheten ‘Klarnamenpflicht’, ofwel een verplichting voor internetgebruikers om hun echte naam te gebruiken. Volgens hem zou dat de liberale samenleving beschermen. Maar is dat wel zo? In Frankfurter Allgemeine Zeitung lopen de meningen uiteen.
Ja: ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden’
‘Anonimiteit, neppe profielen en bots ondermijnen het vertrouwen van mensen. Wie zich in het openbaar uitspreekt, moet ook verantwoordelijkheid dragen’, schrijft Thomas Giesen, voormalig Saksisch functionaris voor gegevensbescherming, in Frankfurter Allgemeine Zeitung.
Volgens Giesen zijn de huidige zorgen rondom privacy overtrokken. Het zal echter niet makkelijk zijn om af te stappen van ‘overdreven veiligheidsregels’, stelt hij. Maar nog moeilijker is het om een valse ideologie uit de weg te ruimen. Het idee dat je vrij bent omdat je je anoniem op het internet kunt begeven, noemt hij een doctrine. ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden, omdat strenge regels de identificatie en autorisatie van internetgebruikers nagenoeg onmogelijk maken.’ Manieren om iemand te identificeren zijn bijvoorbeeld een permanent IP-adres, irisherkenning of vingerafdrukken.
‘Maskers en façades horen thuis in het theater’
Volgens Giesen heeft de vrijheid om alles te posten, zowel voor gewone gebruikers als voor autoritaire regimes, de communicatie fundamenteel veranderd en vergiftigd. ‘Maskers en façades horen thuis in het theater. Iedereen die deelneemt aan een menswaardig gesprek moet zich kunnen identificeren.’
Doordat mensen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen, slaat vrijheid volgens hem bovendien om in onvrijheid. Een vrije burger zou achter zijn eigen woorden moeten staan en opkomen voor zijn of haar eigen mening. ‘Iedereen die op sociale media, forums of websites zijn eigen identiteit bekendmaakt, kan vrijheid opeisen. Vermomming is noch bij demonstraties, noch op het internet te tolereren.’ De wetgever zou volgens Giesen het volgende moeten verplichten: ‘Iedereen die schrijft, post of actief reageert op internet moet betrouwbaar en direct identificeerbaar zijn.’
Dr. Thomas Giesen was van 1991 tot 2003 Saksisch functionaris voor gegevensbescherming.
Nee: ‘Een verbod op anonieme meningsuiting zou de grondwet schenden’
‘De verharde toon op sociale media is om te betreuren. Maar het opheffen van de anonimiteit op internet gaat te ver,’ stellen Michael Harraeus en Jonas von Zons inFrankfurter Allgemeine Zeitung. Volgens de auteurs lijkt het idee van verantwoordelijkheid nemen door resoluut op te treden tegen online haat een mooi voorstel. ‘Maar bij nader inzien lijkt het een autoritaire reflex te zijn. Het voorstel zou de grondwet schenden en leiden tot verdere maatschappelijke verdeeldheid.’
De vrijheid van meningsuiting behoort tot de belangrijkste grondrechten. Artikel 5 van de Duitse grondwet is herhaaldelijk aangemerkt als ‘absoluut constitutief’ voor de democratie. Het gaat dan niet alleen om het hebben van een mening, maar ook om het kunnen uiten daarvan, benadrukken de auteurs. Dit recht is nauw verbonden met het ontstaan van de liberale democratie. ‘Het recht op anonimiteit is – in de woorden van de Duitse rechtsprofessor Johannes Caspar – geen storende factor, maar “de sleutel tot vrijheid van meningsuiting”.’ Anonieme meningsuitingen zouden dezelfde bescherming moeten genieten als alle andere meningen. ‘Vooral als er grote machtsverschillen zijn, zoals tussen burger en staat, vormt anonimiteit een belangrijk beschermingsmechanisme.’
‘Een verbod maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts’
Volgens media-advocaat Joachim Steinhöfel zou het nut van artikel 5 van de grondwet na een verbod op anonimiteit beperkt zijn tot mensen ‘die niets te verliezen hebben of maatschappelijk onaantastbaar zijn’, zoals journalisten, politici en opiniemakers. Daar sluiten Harraeus en Von Zons zich bij aan. ‘Een verbod op anonieme meningsuiting maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts.’ De wet zou de kloof tussen politiek en burgers juist vergroten, en de politieke cultuur en uiteindelijk ook de liberale democratie beschadigen.
De auteurs trekken een vergelijking met een ander kernpunt van de democratie: de verkiezingen. ‘Om precies dezelfde redenen is je stem geheim. Bij openbare verkiezingen bestaat namelijk het gevaar dat een kiezer niet of anders stemt. Hetzelfde geldt voor het online uiten van meningen.’
Michael Harraeus is juridisch stagiair bij het Hoger Gerechtshof München en werkt momenteel bij het Federaal Constitutionele Hof.
Jonas von Zons is wetenschappelijk medewerker en promovendus bij de leerstoel Publiek Recht en Staatsfilosofie van prof.dr. Peter M. Huber aan de Ludwig Maximilian Universiteit München.
De digitale encyclopedie bestaat vijfentwintig jaar
De online, collaboratieve encyclopedie Wikipedia vierde op 15 januari haar 25-jarig jubileum. De naam zou afkomstig zijn van het Hawaïaanse woord wiki (‘snel’) en het Griekse woord paideia, wat ‘onderwijs’ betekent. Het doel van de oprichters was om ‘een complete encyclopedie van de grond af op te bouwen’. Wikipedia, dat meer dan 65 miljoen artikelen in meer dan 300 talen telt, wordt bijgehouden door zo’n 250.000 vrijwilligers, aldus Courrier International.
Volgens cijfers van de Wikimedia Foundation, de non-profitorganisatie die de collaboratieve encyclopedie host en ondersteunt, ‘besteedden internetgebruikers in 2025 in totaal meer dan vijf miljard uur aan het raadplegen van Wikipedia’. Desondanks was het een wisselvallig jaar voor Wikipedia, dat vorig jaar een daling van 8 procent zag in het aantal ‘menselijke’ bezoekers.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Marshall Miller, productmanager bij Wikimedia, is deze daling ‘gekoppeld aan de effecten van generatieve AI en sociale media op hoe mensen naar informatie zoeken, met name zoekmachines die gebruikers directe antwoorden geven, vaak gebaseerd op Wikipedia-inhoud’.
Een ander waargenomen fenomeen dat de reputatie van Wikipedia mogelijk kan schaden, is de aanwezigheid van AI-gegenereerde content waarvan de voetnoten leiden naar nepartikelen en nepexperts. Om nog maar te zwijgen van de felle kritiek van rechts in Amerika, dat het platform te woke vindt. Elon Musk heeft al een alternatief voorgesteld: Grokipedia, zijn eigen AI-gestuurde platform.
Alleen betalende abonnees kunnen de functie nog gebruiken
Grok, de AI-tool van Elon Musk, heeft de functie voor het maken van afbeeldingen voor het overgrote deel van de gebruikers uitgeschakeld. Aanleiding voor dit besluit is de wijdverspreide kritiek over het gebruik ervan voor het creëren van expliciete seksuele en gewelddadige beelden, schrijft The Guardian.
De tool werd gebruikt om afbeeldingen van vrouwen te manipuleren, waarbij hun kleding werd verwijderd en ze in geseksualiseerde posities werden geplaatst. Deze functie is nu uitgeschakeld, behalve voor betalende abonnees.
Dit betekent dat de overgrote meerderheid van de gebruikers van het platform geen afbeeldingen meer kan maken met Grok. Degenen die dat wel kunnen, hebben hun volledige gegevens en creditcardinformatie opgeslagen bij X, zodat ze kunnen worden geïdentificeerd als de functie wordt misbruikt.
Onderzoek van The Guardian toonde aan dat de tool werd gebruikt om pornografische video’s van vrouwen te maken zonder hun toestemming, evenals afbeeldingen van vrouwen die werden neergeschoten en gedood.
Duizenden geseksualiseerde afbeeldingen van vrouwen zijn de afgelopen twee weken zonder hun toestemming gemaakt, nadat de functie voor het maken van afbeeldingen van Grok eind december was bijgewerkt. Eigenaar Musk heeft herhaaldelijk te maken gehad met publieke oproepen om de functie te verwijderen of te beperken, maar tot nu toe heeft de sociale media-app hier geen actie tegen ondernomen.
Google hanteert een zerotolerancebeleid voor content waarin kinderen worden misbruikt. Maar bij het screeningproces kan weleens iets misgaan, waardoor een onschuldig persoon als misbruiker wordt bestempeld.
Toen Jennifer Watkins een bericht van YouTube kreeg waarin stond dat haar kanaal werd afgesloten, maakte ze zich in eerste instantie geen zorgen. Zelf gebruikte ze YouTube namelijk niet.
Haar zevenjarige tweelingzonen daarentegen wel: via een Samsung-tablet dat was ingelogd op haar Google-account, keken ze naar inhoud voor kinderen en plaatsten ze video’s van zichzelf waarop ze gekke dansjes deden. Enkele van de video’s waren meer dan vijf keer bekeken. Maar er was een ander soort video, van een van haar zoons, die Watkins in de problemen bracht.
‘Blijkbaar was het een video van zijn achterste,’ zegt Watkins, die de video zelf nooit heeft gezien. ‘Een klasgenoot had hem uitgedaagd om een naaktfilmpje te maken.’
YouTube, dat eigendom is van Google, heeft AI-systemen die de honderden uren aan video’s controleren die elke minuut worden geüpload. Maar bij dat screeningproces kan soms iets misgaan, waardoor onschuldige mensen als misbruiker worden bestempeld.
Grappig
TheNew York Times heeft ook andere voorvallen beschreven van ouders van wie het digitale leven overhoop lag nadat hun kinderen naaktfoto’s en -filmpjes hadden geüpload. De content werd door de AI-systemen van Google gemarkeerd, waarna menselijke beoordelaars aangaven dat het niet door de beugel kon. Sommige ouders werden als gevolg hiervan door de politie ondervraagd.
Het ‘naaktfilmpje’ van de zoon van Watkins werd in september geüpload en binnen enkele minuten gemarkeerd als mogelijke seksuele uitbuiting. Dat is een schending van de servicevoorwaarden van Google, met zeer ernstige gevolgen.
Watkins, een verpleegkundige uit New South Wales (Australië), ontdekte al snel dat ze niet alleen haar toegang tot YouTube, maar tot al haar Google-accounts kwijt was. Ze kon niet meer bij haar foto’s, documenten en e-mail, wat betekende dat ze geen berichten over haar werkschema kon inzien, geen bankafschriften meer kon bekijken en ‘zelfs geen thick shake kon bestellen’ via haar McDonald’s-app, waarop ze inlogde met haar Google-account.
De inlogpagina van Google liet haar weten dat haar account uiteindelijk zou worden verwijderd, tenzij ze tegen de beslissing in beroep ging. Ze klikte op een knop waardoor ze in beroep kon gaan en schreef dat haar zevenjarige zoontjes ‘billen grappig vonden’ en verantwoordelijk waren voor het uploaden van de video. ‘Ik lijd hier financieel onder’, voegde ze eraan toe.
Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok
Kinderrechtenactivisten en wetgevers over de hele wereld hebben er bij technologiebedrijven op aangedrongen om de onlineverspreiding van aanstootgevend beeldmateriaal te stoppen en hun platforms te controleren op dergelijk materiaal. Veel providers screenen nu door gebruikers opgeslagen en gedeelde foto’s en video’s op zoek naar beelden van misbruik die bij de autoriteiten zijn gemeld.
Google wil daarnaast ook content kunnen markeren die bij de autoriteiten nog niet bekend is. Een paar jaar geleden ontwikkelde het bedrijf op basis van bekende beelden een algoritme dat nieuwe misbruikcontent moet detecteren. Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok.
In het geval van Watkins stelde een medewerker dus vast dat de video problematisch was. Vervolgens heeft Google de video gemeld bij het National Center for Missing and Exploited Children, een non-profitorganisatie die fungeert als officieel meldpunt voor verdachte content. Het centrum kan de video dan toevoegen aan zijn database met bekende afbeeldingen en beslissen of deze al dan niet aan de lokale politie moet worden gerapporteerd.
Volgens statistieken van het National Center is Google een van de voornaamste melders van ‘ogenschijnlijke kinderpornografie’. Google deed vorig jaar meer dan 2 miljoen meldingen – veel meer dan de meeste digitale communicatiebedrijven. Maar minder dan Meta.
Volgens experts is het moeilijk om de omvang van kindermisbruik te beoordelen enkel op basis van de cijfers. In één onderzoek werd een kleine steekproef gedaan met gebruikers die ongepaste afbeeldingen van kinderen zouden hebben gedeeld. Datawetenschappers bij Facebook lieten weten dat meer dan 75 procent van hen ‘geen kwade bedoelingen had’. Onder de gebruikers bevonden zich tieners die intieme beelden van zichzelf stuurden naar hun partners en mensen die een ‘meme deelden van de genitaliën van een kind waar een dier in bijt, omdat ze dat grappig vonden’.
Draconische straf
Apple op zijn beurt heeft de druk weerstaan om iCloud te scannen op uitbuitingsmateriaal. Een woordvoerder wijst op een brief die het bedrijf dit jaar naar een belangengroep heeft gestuurd. Daarin staat dat Apple bezorgd is over de ‘veiligheid en privacy van onze gebruikers’ en ‘dat onschuldige partijen worden meegesleurd in dystopische sleepnetten’.
Afgelopen herfst schreef Susan Jasper, hoofd trust and safety van Google, op een blog dat het bedrijf van plan is om de procedure waarmee gebruikers in beroep kunnen gaan, aan te passen. Zo willen ze ‘de gebruikerservaring verbeteren’ voor mensen die ‘menen dat we verkeerde beslissingen hebben genomen’. Een belangrijke verandering is dat het bedrijf nu meer informatie geeft over waarom een account is geschorst, in plaats van een algemene melding over een ‘ernstige schending’. Watkins bijvoorbeeld kreeg te horen dat ze geschorst was wegens het uitbuiten van kinderen.
Hoe dan ook, de herhaalde verzoeken van Watkins werden afgewezen. Ze had een betaald Google-account, waardoor zij en haar man berichten konden uitwisselen met medewerkers van de klantenservice. Maar in die digitale correspondentie zeiden medewerkers dat de video hoe dan ook in strijd was met het bedrijfsbeleid, ook al ging het om de handeling van een onwetend kind.
Watkins vindt het oneerlijk dat zo’n draconische straf wordt opgelegd na één domme video. Ze snapt niet waarom ze van Google niet eerst een waarschuwing kon krijgen voordat haar de toegang tot al haar accounts en meer dan tien jaar aan digitale herinneringen werd ontzegd.
Na meer dan een maand van mislukte pogingen om het bedrijf op andere gedachten te brengen, nam Watkins contact op met The New York Times. Een dag nadat een verslaggever naar haar zaak had geïnformeerd, werd haar Google-account hersteld.
‘We willen niet dat onze platforms worden gebruikt om kinderen in gevaar te brengen of uit te buiten, en veel mensen willen dat internetplatforms de strengste maatregelen nemen om CSAM op te sporen en te voorkomen’, verklaarde het bedrijf. CSAM is een veelgebruikte afkorting die staat voor ‘child sex abuse material’ [content met seksueel misbruik van kinderen]. ‘In dit geval hebben we begrepen dat de aanstootgevende inhoud niet met kwade opzet is geüpload.’ Het bedrijf gaf geen antwoord op de vraag wat voor verdere stappen mensen – afgezien van The New York Times mailen – kunnen nemen als hun bezwaar wordt afgewezen.
De positie van Google is lastig als het aankomt op het beoordelen van dergelijke bezwaren, zegt Dave Willner, medewerker van het Stanford University’s Cyber Policy Center die bij verschillende grote technologiebedrijven heeft gewerkt op het gebied van vertrouwen en veiligheid. Zelfs als een foto of video van oorsprong onschuldig is, kan deze met kwade bedoelingen worden gedeeld.
‘Pedofielen delen of verzamelen foto’s die ouders met onschuldige intenties hebben genomen, gewoon omdat ze naakte kinderen willen zien,’ zegt Willner.
‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis’
‘Het is gewoon heel, heel moeilijk om op deze schaal waardeoordelen te reguleren,’ zegt Willner. ‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis.’
Hij zegt dat Watkins’ problemen met Google ‘een goed argument zijn om je digitale leven te spreiden’ en niet op één bedrijf te leunen voor zoveel diensten.
Watkins heeft uit haar ervaring een andere conclusie getrokken: ouders moeten niet hun eigen Google-account gebruiken voor de internetactiviteiten van hun kinderen, maar voor hen een eigen account instellen. Dat is ook iets wat Google aanmoedigt.
Maar ze heeft het account voor haar tweelingzoons nog niet aangemaakt. Voorlopig mogen ze nog even niet op internet.
Francis Fukuyama analyseert de oorzaak van de stijging van populisme en het wantrouwen in de politiek. Het ligt volgens hem niet zozeer aan economische onzekerheid of maatschappelijke verandering, maar aan de manier waarop we in de eenentwintigste eeuw aan informatie komen
Al sinds 2016, toen Groot-Brittannië voor de Brexit stemde en Trump tot president werd gekozen, zijn sociologen, journalisten, opiniemakers en verder ook bijna iedereen verwoed op zoek naar een verklaring voor de mondiale opkomst van het populisme. Daarvoor is er een standaardlijstje met oorzaken:
Economische ongelijkheid als gevolg van de globalisering en neoliberaal beleid
Racisme, chauvinimse en religieuze onverdraagzaamheid onder bevolkingsgroepen die kampen met statusverlies
Maatschappelijke verschuivingen waardoor de bevolking steeds meer opgedeeld is naar woonplaats en opleiding, en een brede afkeer van de dominantie van elites en experts
De bijzondere talenten van specifieke demagogen zoals Donald Trump
Het onvermogen van de grote politieke partijen om groei, banen, veiligheid en infrastructuur te leveren
Afkeer van of woede over de culturele agenda van progressief links
Falend leiderschap bij progressief links
De aard van de mens, onze aandrift tot geweld, haat en uitsluiting
Internet en sociale media
Ik heb zelf ook bijgedragen aan de literatuur over dit thema, en net als iedereen heb ik nummer 9, internet en de sociale media, telkens als een van de oorzaken opgesomd. Maar na bijna tien jaar prakkeseren over deze kwesties ben ik tot de conclusie gekomen dat technologie in het algemeen, en internet in het bijzonder, de beste verklaring biedt voor waarom het populisme juist in deze tijd wereldwijd zo sterk in opkomst is, en waarom het de specifieke gedaante kreeg die het nu heeft.
Tot die slotsom ben ik gekomen door de andere factoren als hoofdverklaring een voor een weg te strepen. Het is evident dat alle bovengenoemde factoren een rol spelen in de wereldwijde opkomst van het populisme. Maar populisme is een veelkantig verschijnsel, waarbij sommige factoren vooral verantwoordelijk zijn voor specifieke aspecten of een verklaring kunnen bieden voor waarom populisme in het ene land meer aanslaat dan in het andere. Zo is racisme duidelijk een belangrijke factor in de VS, maar niet in Polen, een van de etnisch meest homogene landen ter wereld, waar de populistische PiS-partij toch ook acht jaar aan de macht is geweest.
Ik neem de zwakke kanten van verklaring 1 tot en met 8 even door.
Oorzaak nummer 1, de groeiende economische ongelijkheid, heeft kiezers uit de arbeidersklasse ongetwijfeld in de armen gedreven van populistische partijen en figuren als Trump. Maar ongeveer de helft van alle Amerikanen stemde op Trump in een tijd van relatief hoge werkgelegenheid en algemene groei. We zaten niet midden in een depressie zoals die van 1933, toen Franklin Roosevelt werd gekozen en het werkloosheidspercentage bijna 25% bedroeg. Zorgen over de inflatie leverden Trump in 2024 weliswaar veel stemmen op, maar in de jaren zeventig was de inflatie veel hoger en hardnekkiger.
Trump slaagde erin iets te doen wat vroeger was voorbehouden aan de Democraten: een multiraciale achterban van arbeiders mobiliseren
Oorzaak nummer 2, de gedachte dat het populisme drijft op racistische sentimenten onder chauvinistische witte burgers, is niet uit de lucht gegrepen. Landen als Polen en Hongarije hebben misschien niet zo’n verleden van raciale spanningen als de Verenigde Staten, maar je zou kunnen stellen dat de vrees voor immigratie en voor machtsverlies bij de dominante bevolkingsgroepen in die landen een sterke aanjager van populisme is geweest. Maar zelfs in Amerika is racisme slechts een deel van het verhaal. Trump krijgt wel steun van openlijk racistische groeperingen en figuren als de Proud Boys en Nick Fuentes, maar in 2020 en 2024 kreeg hij ook veel stemmen van niet-witte Amerikanen, zoals Afro-Amerikanen, Latino’s en kiezers van Aziatische afkomst. Trump slaagde erin iets te doen wat vroeger was voorbehouden aan de Democraten: een multiraciale achterban van arbeiders mobiliseren.
Oorzaak nummer 3, dat uiteenvallen van de Amerikaanse samenleving in een groep hoogopgeleide kenniswerkers in de grote steden die vooral Democratisch stemmen en een groep lager geschoolde kiezers op het platteland die overwegend Republikeins stemmen, is een verschijnsel dat je in veel andere landen ook ziet. Maar die tweedeling is eerder een gevolg van een dieper liggende maatschappelijke verschuiving dan een oorzaak daarvan. Amerikanen zijn niet naar het platteland verhuisd omdat ze conservatief zijn, het is omgekeerd: er is een verschil in de levensomstandigheden tussen stad en platteland dat tot die de politieke verschillen heeft geleid.
Oorzaak nummer 4, de bijzondere begaafdheid van Donald Trump, die is onmiskenbaar. Hoeveel navolgers hij ook heeft, zelden beschikken ze over zijn demagogische gaven. Maar een van Amerika’s twee grote politieke partijen is nu bijna volledig overgenomen door zijn MAGA-beweging, en zoiets lukt niet louter op de wilskracht van één persoon. Om trouw aan Trump te blijven hebben veel Republikeinen moeten afstappen van lang gekoesterde en voor hun partij voorheen gezichtsbepalende standpunten over zaken als vrijhandel en internationalisme. Dat zij bereid waren om zo’n ommezwaai te maken, vraagt om een verklaring.
Oorzaak nummer 5, het onvermogen van Democratische politici om ook maar iets te doen aan de problemen op het gebied van openbare orde, dakloosheid, drugsgebruik, infrastructuur en huisvesting, heeft voor veel gematigde kiezers en burgers zonder partijvoorkeur zonder meer een grote rol gespeeld. Het was ook een belangrijke factor in verkiezingen bij lagere overheden in Democratische regio’s waar op staats- en gemeenteniveau sprake was van slecht bestuur. Maar wanbeleid van linkse politici is niet iets van vandaag of gisteren (denk maar aan New York onder Abe Beame en David Dinkins). Je kunt zeggen dat het bewustzijn hierover vergroot is door de maatschappelijk gevolgen van de coronapandemie, maar het trumpisme dateert van lang voor 2020.
Oorzaak nummer 6 en 7 – een sterke afkeer van links beleid op het vlak van diversiteit, positieve discriminatie, de positie van lhbtq’ers, politieke correctheid en immigratie, plus zwak Democratisch leiderschap – hebben duidelijk met elkaar te maken. Het is een inschattingsfout van Democratische politici geweest dat ze het profiel van hun partij meer door deze culturele strijdpunten lieten bepalen dan door heldere standpunten over meer aansprekende economische kwesties. Maar het probleem met de cultuurstrijd als verklaring voor de opkomst van het populisme is dat die al veel langer speelt. Het feminisme en maatschappelijke problemen zoals drugsverslaving en de afbrokkeling van het gezin als hoeksteen van de samenleving dateren al van eind jaren zestig, en identiteitspolitiek was al in de jaren zeventig en tachtig in opkomst. De tegenreactie op deze maatschappelijke ontwikkelingen speelde een rol bij de verkiezing van presidenten zoals Nixon en Reagan. Maar ze lokten destijds niet het soort furieuze reacties uit dat we in dit decennium zien.
Oorzaak nummer 8, de aard van de mens, werd onlangs door Bill Galston aangevoerd in zijn nieuwe boek Anger, Fear, Domination: Dark Passions and the Power of Political Speech, en enthousiast onderstreept in een bespreking van dat boek door Jonathan Rauch. Felle polarisatie en partijstrijd zijn volgens Galston nooit weg te denken geweest uit de politiek. De beschaafde politieke omgangsvormen van liberale democratieën in de afgelopen decennia zijn in de loop van de geschiedenis nooit de norm geweest, maar eerder een afwijking die om verklaring vraagt.
De beschaafde politieke omgangsvormen van liberale democratieën in de afgelopen decennia zijn in de loop van de geschiedenis nooit de norm geweest
Het probleem met de aard van de mens als verklaring voor een maatschappelijk verschijnsel is alleen de vraag: waarom nu? De menselijke aard is in de loop der eeuwen vermoedelijk niet sterk veranderd. Die kan dus niet verklaren waarom het gedrag van mensen halverwege het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw ineens wel ten kwade keerde. Die constante menselijke aard zou dan moeten reageren op een ander verschijnsel dat kortstondiger en meer tijdgebonden is. In ieder geval betoogt een deskundige als Steven Pinker juist dat de mens in de loop der tijd steeds minder gewelddadig is geworden, en hij levert daar een flinke hoeveelheid empirisch bewijs voor. Je kunt moeilijk stellen dat het politieke extremisme van de afgelopen jaren in de Verenigde Staten erger is dan eerdere gevallen van maatschappelijke ontwrichting. Herinnert u zich de nazi’s nog?
Een bevredigende verklaring voor de opkomst van het populisme moet ook de timing kunnen verklaren: waarom het populisme in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw in zoveel verschillende landen tegelijk opkwam. Wat mij vooral enorm verbaast, is dat de maatschappelijke en economische situatie in de Verenigde Staten en Europa de afgelopen tien jaar volgens alle objectieve maatstaven behoorlijk goed was. Het valt zelfs te betwijfelen of die ooit eerder in de geschiedenis zo goed is geweest. Ja, we kampten met grote financiële crises en uitzichtloze oorlogen, en ja, ook met inflatie en toenemende economische ongelijkheid, en ja, ook met outsourcing en het verlies van banen aan andere landen, en ja, ook met zwak leiderschap en snelle maatschappelijke veranderingen. Maar ook in de twintigste eeuw kampten ontwikkelde landen met al die problemen, in nog veel heviger vorm dan in de afgelopen jaren: hyperinflatie, torenhoge werkloosheid, massale migratie, maatschappelijke onrust, binnenlands en internationaal geweld. En toch zijn we er volgens de huidige populisten nooit zo slecht aan toe geweest als nu: het loopt helemaal uit de hand met de misdaad, migratie en inflatie, die onze samenleving onherkenbaar veranderen, tot je uiteindelijk het punt bereikt dat je, in de woorden van Trump, ‘geen land meer over hebt’. Hoe verklaar je een politieke beweging die zich baseert op beweringen die zo ver afstaan van de werkelijkheid?
Complotdenken
Zoals ik in een ander artikel onlangs schreef, verschilt de huidige populistische beweging van eerdere rechtse politieke stromingen doordat ze niet zozeer op een heldere economische of politieke ideologie berust, maar op complotdenken. De kern van het hedendaagse populisme is de overtuiging dat ons een valse voorstelling van de werkelijkheid wordt voorgespiegeld, gemanipuleerd door schimmige elites die achter de schermen aan de touwtjes trekken.
Complottheorieën hebben in de Verenigde Staten op rechts altijd een rol gespeeld in de politiek. Maar het complotdenken van tegenwoordig is te bizar voor woorden, zoals de QAnon-theorie dat de Democraten in Washington gebruikmaken van een geheim tunnelnetwerk en dat ze het bloed van jonge kinderen drinken. Hoger opgeleide burgers richten hun pijlen liever op Trumps handelsbeleid dan op zijn banden met Jeffrey Epstein, maar juist door die laatste wordt hij nu al maanden achtervolgd (waarbij er sprake was van een daadwerkelijk complot om die banden te verdoezelen).
Daardoor denk ik dat oorzaak nummer 9, de opkomst van internet en sociale media, boven alle andere factoren uitsteekt als de belangrijkste verklaring voor onze huidige problemen. Het internet heeft de plaats ingenomen van traditionele media, uitgevers, tv- en radiozenders, kranten, tijdschriften en alle andere kanalen die de burger voorheen van informatie voorzagen. Ten tijde van de privatisering van het internet in de jaren negentig werd die ontwikkeling nog toegejuicht: iedereen zou zijn eigen uitgever worden en online alles kunnen zeggen wat hij of zij wilde. En dat deden mensen dus ook, want alle oude filters op de kwaliteit van de doorgegeven informatie vielen weg. Dat was zowel een gevolg als een verdere aanjager van het in die tijd om zich heen grijpende verlies van vertrouwen in allerlei instanties.
De grote techplatforms hebben uit commerciële belangen een ecosysteem in het leven geroepen dat sensatiezucht en ophefmakende inhoud beloont
De verschuiving naar online informatievoorziening leverde een parallel universum op dat nog wel enig verband hield met de fysieke wereld, maar daar ook haaks op kon staan. Vroeger werd ‘de waarheid’ zo goed en zo kwaad als het ging gewaarborgd door instituties zoals wetenschappelijke tijdschriften, de traditionele media en hun journalistieke principes, de rechtspraak en juridische waarheidsvinding, en onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Maar nu ging het aantal likes en reposts op internet een steeds grotere rol spelen als maatstaf voor het waarheidsgehalte van beweringen. De grote techplatforms hebben uit commerciële belangen een ecosysteem in het leven geroepen dat sensatiezucht en ophefmakende inhoud beloont, met algoritmen die, ook weer in het kader van winstgevendheid, informatiebronnen aanbevelen die vroeger nooit serieus waren genomen. De snelheid waarmee memes en laagwaardige informatie rondgepompt kan worden is bovendien drastisch gestegen, evenals het aantal mensen dat zulke informatie nu kan bereiken. Vroeger bereikte een grote krant of ander tijdschrift misschien een miljoen lezers, meestal in een specifieke regio. Tegenwoordig kan één influencer honderden miljoenen volgers overal ter wereld bereiken.
Tot slot heeft het online berichtenverkeer, zoals Renee DiResta uitlegt in haar boek Invisible Rulers, een interne dynamiek die de opkomst van extremistische informatie en standpunten verklaart. Influencers worden door hun volgers gestimuleerd om voor sensationele content te gaan. Op internet wordt geld verdiend met aandacht, en aandacht trek je niet met nuchtere, bedachtzame, weloverwogen en informatieve bijdragen.
Niets illustreert de centrale rol van internet beter dan de groei van de antivax-beweging en de benoeming van Robert F. Kennedy Jr. als Trumps minister van Volksgezondheid. Wat Kennedy allemaal over de gevaren van vaccinatie zegt is niet alleen onwaar, het is regelrecht gevaarlijk, want het kan ouders ervan overtuigen om hun kinderen een levensreddende inenting te onthouden. Het verzet tegen vaccinatie past niet echt binnen een samenhangende conservatieve ideologie. In vroeger tijden zouden conservatieven de innovatie en de voordelen van vaccinaties juist hebben toegejuicht. Dankzij internet is er een enorm netwerk van vaccinsceptici ontstaan. Geen empirisch bewijs was opgewassen tegen het verlangen van veel mensen om te geloven dat ze schadelijke dingen krijgen opgedrongen door kwade machten in de Amerikaanse samenleving, en op internet konden ze volop bevestiging van die opvatting vinden.
DiResta geeft een voorbeeld van hoe het internet direct aan de verspreiding van zulke denkbeelden heeft bijgedragen. Er is geen enkele reden waarom yogamoeders zich specifiek aangetrokken zouden voelen tot QAnon en complottheorieën. Maar één prominente yogagoeroe spoorde zijn volgelingen wel aan om de waarheid bij Qanon te zoeken. Dat werd opgepikt door een algoritme van een internetplatform, dat concludeerde dat als deze yoga-influencer interesse had in QAnon, andere yogaliefhebbers dat ook wel zouden hebben. Dus begon het ook hun berichten met complottheorieën voor te schotelen. Zo werken algoritmen: zonder enig begrip van context of betekenis proberen ze simpelweg de aandachttrekkende kwaliteit van een platform te maximaliseren door mensen naar populaire content te loodsen.
Er is nog een ander internetverschijnsel dat het typische karakter van de hedendaagse politiek mede kan verklaren, en dat zijn videogames. Dit werd weer eens onderstreept door de zaak van Tyler Robinson, de jonge man die is aangehouden voor de moord op Charlie Kirk. Hij is blijkbaar geradicaliseerd op internet. Robinson was een actieve gamer die memes uit dat wereldje op zijn patroonhulzen had gegraveerd. Ook veel deelnemers aan de Capitoolbestorming van 6 januari waren gamers: ze hadden de ‘rode pil’ geslikt en zagen een complot van de mainstream om Donald Trump van zijn verkiezingszege te beroven. En de gamingwereld is enorm groot, met een geschatte wereldwijde omzet van 280 tot 300 miljard dollar.
De komst van het internet kan dus verklaren waarom het populisme juist nu zo sterk in opkomst is, en ook waarom complotdenken er zo’n grote rol in speelt. In de huidige Amerikaanse politiek voeren Republikeinen en Democraten niet meer alleen strijd om waarden en beleid, maar om de feiten, zoals de vraag wie in 2020 de verkiezingen heeft gewonnen, en of vaccins veilig zijn of niet. De twee kampen leven in volstrekt verschillende informatieruimtes. Beide kampen zijn ervan overtuigd dat ze vechten voor het voortbestaan van de Amerikaanse democratie, doordat ze zich allebei op heel andere feiten beroepen over wat voor die democratie de grootste bedreiging vormt.
Dat wil allemaal niet zeggen dat oorzaak nummer 1 tot en met 8 niet van belang zijn en ons geen inzicht kunnen verschaffen in onze huidige situatie. Maar in mijn ogen kan alleen de opkomst van internet verklaren hoe we verzeild zijn geraakt in een strijd om het voortbestaan van de liberale democratie, juist in een tijdperk waarin die democratie meer bereikt heeft dan ooit.
De pioniersrol van vrouwelijke bloggers, vooral moeders, wordt volledig onderschat, zegt de Amerikaanse auteur en journalist Taylor Lorenz. Der Spiegel interviewde haar over deze misvatting, de opkomst van de creator economy en hoe de scheiding van Hollywoodsterren en influencers steeds verder vervaagt.
Lorenz wordt beschouwd als chroniqueur van het socialmediatijdperk. De journalist, die vanuit Los Angeles over internetcultuur schrijft voor The Washington Post, begon haar carrière als blogger op Tumblr en werkte later voor magazine The Atlantic en voor The New York Times. Sinds de vroege jaren tien hield ze de opkomst van YouTube- en TikTok-sterren bij, alsook de veranderingen die deze nieuwe makers teweegbrengen in de entertainmentindustrie. In haar boek Extremely Online beschrijft ze hun geschiedenis sinds de beginjaren van het internet.
Der Spiegel: Mevrouw Lorenz, is het tegenwoordig makkelijker dan ooit om beroemd te worden?
Lorenz: Ja. We leven in een hyperverbonden wereld waarin veel mensen een soort van microberoemdheid worden, op zijn minst voor korte tijd en vaak in een kleine niche op sociale media. Er zijn veel meer mensen in het openbare leven actief dan vroeger.
Der Spiegel: Wat is er de laatste tijd veranderd?
Lorenz: Er is een nieuwe vorm van ondernemerschap ontstaan die we de Creator Economy noemen. Om beroemd te worden op Instagram of TikTok heb je niet veel meer nodig dan de camera op je mobiele telefoon. Daarnaast is de manier van geld verdienen compleet veranderd. In de beginjaren van het internet waren bedrijven op zoek naar de juiste influencers om hun producten aan de man te brengen. Maar tegenwoordig bouwt iemand als MrBeast met stuntvideo’s eerst een aanhang op van bijna 200 miljoen mensen op YouTube, om vervolgens zijn producten op de markt te brengen, zoals hamburgerrestaurants of chocoladerepen.
Der Spiegel: In uw boek zijn de pioniers van deze zogeheten Creator movement de ‘Mama Bloggers’ – vrouwen die begin jaren negentig schreven over hun dagelijks leven als moeder. Wat was er zo bijzonder aan hen?
Lorenz: Het waren vrouwen die thuis zaten met hun kinderen en dus uitgesloten waren van de arbeidsmarkt. Ze waren online op zoek naar een gemeenschap en een plek om hun dagelijks leven op een eerlijke, onverbloemde manier met de wereld te kunnen delen. Ze spraken over problemen met borstvoeding, postnatale depressie of wijn drinken terwijl de kinderen bij de buren aan het spelen waren.
‘De glossy vrouwenbladen uit die tijd waren extreem ouderwets en vrouwonvriendelijk’
Der Spiegel: Waarom werden deze onderwerpen niet behandeld in vrouwenbladen?
Lorenz: De glossy vrouwenbladen uit die tijd waren extreem ouderwets en vrouwonvriendelijk: ze idealiseerden het moederschap en verwezen elk probleem dat moeders hadden naar de privésfeer. Als reactie daarop begonnen deze moeders hun eigen blogs, en daarmee vonden ze een gigantisch publiek. Ze wilden hun eigen ervaringen delen en eerlijk advies krijgen. Veel Mama Bloggers werden een merk.
Der Spiegel: Bloggers zoals Rebecca Woolf of Heather Armstrong behoorden tot de eersten die geld verdienden met advertenties op hun blogs. Tegenwoordig kent bijna niemand hen meer, zelfs niet in de VS; de meeste bloggers uit die tijd hebben zich weer teruggetrokken in hun privéleven.
Lorenz: Ze zijn grotendeels uit de geschiedenis van de sociale media geschreven. Er bestaan talloze boeken over Mark Zuckerberg en de oprichting van Facebook. Alle verhalen over Silicon Valley zijn bedoeld om ons te laten geloven dat het internet is gemaakt door mannen. Toch waren het vooral vrouwen die deze Creators-industrie met een omzet van een half miljard dollar hebben opgebouwd. Iedereen in Silicon Valley weet dat je sociale netwerk een succes wordt als meisjes, jonge vrouwen en jonge moeders er gebruik van gaan maken. Zij hebben de meeste sociale contacten en de hoogste betrokkenheid. Het internet is gebouwd door vrouwen en voor vrouwen.
Der Spiegel: De dominante socialemediaplatforms zijn ooit opgericht door mannen, te beginnen met MySpace, Facebook, YouTube en TikTok. Wat zijn de gevolgen van deze tegenstelling?
Lorenz: Het is zeker geen toeval dat veel platforms lange tijd geworsteld hebben met hun sterren – met uitzondering van YouTube. MySpace verbood zijn makers om geld te verdienen met hun content. Het videonetwerk Vine weigerde überhaupt te communiceren met zijn grootste sterren. Het live audioplatform Clubhouse, dat kortstondig succes had tijdens de pandemie, promootte liever de talkshows van zijn investeerders dan zijn sterren. De meeste platforms moesten met veel pijn en moeite hun weg zien te vinden.
Der Spiegel: Maar waarom? Influencers zorgden toch voor hun relevantie?
Lorenz: Die platforms hebben vaak een probleem met gebruikers die macht hebben en eisen stellen. Eigenlijk zouden ze partnerschappen moeten ontwikkelen. In feite belemmeren ze het succes van hun eigen sterren, bijvoorbeeld door succesvolle video’s bewust niet grootschalig onder de aandacht te brengen. Waarschijnlijk ook omdat in veel gevallen het werk van vrouwen laag werd gewaardeerd.
Der Spiegel: Veel vrouwelijke pioniers van sociale media werden aangevallen toen ze geld wilden verdienen met hun blogs. Degenen die zichzelf als merk wilden vestigen werden uitgemaakt voor ‘aandachtshoeren’.
Lorenz: Er is altijd met twee maten gemeten, voor een deel tot op de dag van vandaag. Die domme vrouwen met hun opmaaktips die gewoon beroemd willen zijn! Content die vrouwen voor vrouwen maakten, werd belachelijk gemaakt.
Der Spiegel: Het internet is een ruige plek, niet alleen vrouwen ervaren dat. Is er echt een verschil?
Lorenz: Absoluut. Zelfs het woord aandachtshoer is een misogyne term.
‘Er is niets dat socialemediaplatforms ervan weerhoudt om hun vaak minderjarige talent uit te buiten’
Der Spiegel: Is Elon Musk een aandachtshoer?
Lorenz: Natuurlijk is hij dat. Maar niemand zou hem zo noemen. Zijn fans noemen hem een marketinggenie. Een goeroe die de aandacht van de wereld weet te trekken met één enkele tweet. Zelfs zijn tegenstanders zouden hem op zijn best een ster in zelfpromotie noemen. Maar het gaat verder dan woorden: een vrouw zou nooit wegkomen met het gedrag dat Elon Musk vertoont. Ze zou hysterisch en gestoord worden genoemd.
Der Spiegel: Musk kocht Twitter, doopte het om tot X en verdeelt het geld onder een aantal makers met grote aantallen volgers. Heeft hij begrepen hoe je een sociaal platform runt?
Lorenz: Integendeel. Geen enkel platform is ooit zo vijandig geweest tegenover zijn makers als Twitter onder Musk. Hij ontsloeg het team dat verantwoordelijk was voor partnerschappen met makers. Hij blokkeert Creator-accounts die het niet met hem eens zijn. Daarmee begaat hij de kardinale fout die bijna elke Silicon Valley-ondernemer in de geschiedenis van de sociale media heeft gemaakt: hij wil bepalen wie populair is op zijn platform. Daarom manipuleert hij het ‘aanbevolen’-algoritme en gebruikt hij zijn eigen volgers om extreemrechtse accounts te promoten. Maar de waarde van een platform wordt afgemeten aan de waarde die gebruikers creëren voor andere gebruikers. Daarom zoeken velen elders een nieuw onderkomen; ze hebben Twitter afgeschreven.
Der Spiegel: Wie doet het beter?
Lorenz: TikTok heeft de distributie van content geperfectioneerd. De app laat je precies zien wat je wilt zien, in tegenstelling tot Twitter, waar je content krijgt opgedrongen die de eigenaar wil verspreiden. YouTube creëerde al heel vroeg een stabiel bedrijfsmodel door advertentie-inkomsten te delen met makers.
Der Spiegel: Zelfs entertainmentgiganten als Disney wisten lange tijd niet wat ze aanmoesten met de nieuwe internetberoemdheden. Waarom?
Lorenz: Entertainmentbedrijven beschouwden het internet als van secundair belang. Pas als je het echt niet redde als manager of agent in Hollywood, stapte je over op de sterren van het internet. Later werd geprobeerd de nieuwe business in oude sjablonen te persen. Er werden films met YouTubers gemaakt die volledig flopten. Of bedrijven kochten zogenaamde multichannelnetwerken, waar talloze YouTubers werden gemanaged zonder dat individuele makers serieus werden ondersteund. Men zag niet onder ogen dat dit ecosysteem volgens heel andere regels werkt.
‘Zelfs als we het hebben over beroemde mensen, veranderen algoritmes hen in gig workers – vergelijk het met Uber-chauffeurs’
Der Spiegel: Bestaat het scherpe onderscheid tussen internetberoemdheden enerzijds en tv- of filmsterren anderzijds nog steeds?
Lorenz: Steeds minder. Socialemediasterren zoals Charli D’Amelio kunnen sinds twee jaar ook lid worden van de acteursvakbond, die momenteel staakt in Hollywood. Omgekeerd zijn auteurs, producenten of acteurs tegenwoordig meer digitaal onderlegd dan de generaties voor hen. Zendaya of Lukas Gage spelen de hoofdrol in HBO- en Netflix-series en zijn ook heel handig op sociale media. Olivia Rodrigo is een van de grootste popsterren ter wereld en zou dat niet zijn zonder TikTok.
Der Spiegel: Heeft Hollywood sociale netwerken tegenwoordig meer nodig dan andersom?
Lorenz: De films van vandaag hebben viraal succes nodig om een kassucces te kunnen worden. Daarom zien we fenomenen als ‘Barbenheimer’: Barbie en Oppenheimer kwamen in hetzelfde weekend uit en brachten veel mensen naar de bioscoop, juist vanwege deze competitieve situatie en de online grappen erover. Daarom worden ook indiefilms [Independent films, buiten de grote studio’s om geproduceerd] als Cocaine Bear, waarin TikTok-sterren voorkomen, kleine hits. Of de horrorfilm M3GAN, waarin de gelijknamige moordpop een dansje doet dat veel mensen op TikTok hebben gedaan. De staking in Hollywood zal deze trends versterken, aangezien steeds meer Hollywood-creatieven zich tot online platforms wenden.
Der Spiegel: Met deze staking vechten acteurs tegen de studio’s. De makers op internet daarentegen zijn ongeorganiseerd en lijken overgeleverd aan de algoritmes van de onlineplatforms.
Lorenz: De arbeidsomstandigheden van de makers worden de komende tien jaar een van de belangrijkste kwesties in de entertainmentindustrie. Er is niets dat socialemediaplatforms ervan weerhoudt om hun vaak minderjarige talent uit te buiten. Zelfs als we het hebben over beroemde mensen, veranderen algoritmes hen in gig workers – vergelijk het met Uber-chauffeurs. Een app dicteert het tempo van hun leven en straft diegenen genadeloos af die niet de juiste content in het gewenste tempo leveren. Dat begint al wanneer ze even op vakantie gaan.
Der Spiegel: Dus de techbedrijven – en niet de makers – hebben de macht?
Lorenz: Het einde van Twitter nadert – veel mensen realiseren zich dat ze daar geen controle hebben over hun publiek. Een platform hoeft maar de regels te veranderen en het kan al verloren zijn. Daarom bouwen veel makers hun eigen databases met e-mailadressen van fans. Ze schrijven nieuwsbrieven of gebruiken diensten waarmee fans hen direct kunnen betalen. Deze trend is het verst gevorderd onder extreemrechts.
Der Spiegel: Waarom?
Lorenz: Platforms zoals YouTube hebben rechtse makers eruit geschopt of ervoor gezorgd dat ze niet langer konden profiteren van reclame-inkomsten. Toch duiken velen weer op, bijvoorbeeld op Rumble, het rechtse YouTube-alternatief. De Nelk Boys, die nauw verbonden zijn met Donald Trump, kunnen geen geld meer verdienen op YouTube, maar ze promoten er wel hun eigen drankmerk. Alleen al in 2021 verdienden ze ongeveer 70 miljoen dollar met hun producten.
Der Spiegel: Wat kunnen andere makers leren van deze rechtse accounts?
Lorenz: Hoe ze onafhankelijker kunnen worden van platforms. Die accounts zijn ook heel goed in het trekken van aandacht en het domineren van het nieuws.
Der Spiegel: Hoe ziet het entertainmentbedrijf van de toekomst eruit? Zit de Walt Disney van de toekomst vandaag op TikTok?
Lorenz: Zeker. De komedie- en sport-YouTubers Dude Perfect hebben net hun eerste pretpark geopend. Ik denk dat je zelfs verder moet denken dan Disney. MrBeast begint restaurants, de Nelk Boys hebben hun eigen sportschoolketen. Ze hoeven alleen maar te bedenken wat bij hun merk past. Mode? Een politieke carrière? Als je genoeg aandacht hebt online, kun je alles doen wat je maar wilt.
Veel games, sites en apps waren lange tijd onbruikbaar
Een enorme storing aan de servers van Amazon Web Services (AWS), ’s werelds grootste cloudplatform, zorgde ervoor dat ‘online games, uitgevers, streamingplatforms en andere toonaangevende applicaties’ een groot deel van de maandag onbruikbaar waren, meldde NBCNews.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De storing, die maandagochtend vroeg optrad in een datacenter nabij Washington en tegen de avond werd verholpen, trof uren achtereen gebruikers ‘van Snapchat en de McDonald’s-app tot de Ring-deurbellen van Amazon en de gameplatforms Roblox en Fortnite’, evenals banken en luchtvaartmaatschappijen.
‘Het onderstreept de kwetsbaarheid van bedrijven, met name financiële bedrijven, die cloudservers gebruiken om hun data te hosten, en de plotselinge impact van een onverwachte storing op bedrijven wereldwijd’, aldus het Amerikaanse mediabedrijf.
Nudify- en undresswebsites, waarmee gebruikers met een paar klikken ‘naaktfoto’s’ kunnen genereren, zijn uitgegroeid tot een miljoenenindustrie. Een nieuwe analyse toont aan dat deze sites draaien op technologie van Amerikaanse bedrijven.
Al jaren schieten zogeheten nudify-apps en websites als paddenstoelen uit de grond.
Ze stellen gebruikers in staat om zonder toestemming schadelijke beelden van vrouwen en meisjes te creëren, waaronder materiaal dat onder kindermisbruik valt. Ondanks pogingen van wetgevers en technologiebedrijven om deze diensten in te perken, bezoeken miljoenen mensen nog altijd maandelijks de sites. Volgens nieuw onderzoek verdienen de beheerders van de sites mogelijk miljoenen dollars per jaar.
Een analyse van 85 nudify- en undress-websites, waarmee mensen foto’s kunnen uploaden en via AI in enkele klikken ‘naaktfoto’s’ kunnen genereren, wijst uit dat de meeste sites gebruikmaken van technologie van Google, Amazon en Cloudflare. Uit het onderzoek, gepubliceerd door Indicator, een platform dat digitale misleiding onderzoekt, blijkt dat de websites de afgelopen zes maanden samen gemiddeld zo’n 18,5 miljoen bezoekers per maand trokken, en mogelijk gezamenlijk tot 36 miljoen dollar per jaar opleveren.
‘Ze hadden per direct moeten stoppen toen duidelijk werd dat seksuele intimidatie het enige doel was’
Alexios Mantzarlis, medeoprichter van Indicator en onderzoeker op het gebied van online veiligheid, beaamt dat het ondoorzichtige nudify-ecosysteem is uitgegroeid tot een ‘winstgevende industrie’ die wordt ondersteund door ‘Silicon Valleys tolerante houding ten opzichte van generatieve AI’. ‘Ze hadden per direct moeten stoppen met het leveren van diensten aan AI-nudifiers toen duidelijk werd dat seksuele intimidatie het enige doel was.’ Het maken en verspreiden van expliciete deepfakes is bovendien in toenemende mate strafbaar.
Uit het onderzoek blijkt dat Amazon en Cloudflare webhosting en content delivery-diensten leveren aan 62 van de 85 onderzochte websites, terwijl Googles systemen op 54 van de websites worden gebruikt. Daarnaast maken de nudifysites gebruik van allerlei andere diensten, zoals betaalsystemen van reguliere bedrijven.
Ryan Walsh, woordvoerder van Amazon Web Services (AWS), zegt dat AWS duidelijke gebruiksvoorwaarden heeft die klanten verplichten om zich aan de ‘geldende’ wetgeving te houden. ‘Wanneer we meldingen ontvangen van mogelijke schendingen van onze voorwaarden, beoordelen we deze snel en nemen we maatregelen om verboden inhoud uit te schakelen,’ aldus Walsh. Hij voegt daaraan toe dat mensen incidenten kunnen melden bij hun veiligheidsteams.
In opmars
‘Sommige van deze sites overtreden onze voorwaarden, en onze teams nemen maatregelen om deze overtredingen aan te pakken en langetermijnoplossingen te ontwikkelen,’ zegt Google-woordvoerder Karl Ryan. Hij wijst erop dat ontwikkelaars akkoord moeten gaan met het beleid van Google, waarin illegale en intimiderende inhoud expliciet verboden wordt. Cloudflare had bij het ter perse gaan van dit artikel nog niet gereageerd op vragen van WIRED. WIRED noemt in dit artikel bewust geen specifieke nudifywebsites, om deze niet extra onder de aandacht te brengen.
Nudify- en undress-websites en -bots zijn sinds 2019 in opmars en komen voort uit de technieken die werden gebruikt om de eerste expliciete deepfakes te creëren. Netwerken van onderling verbonden bedrijven – eerder door Bellingcat in kaart gebracht – bieden deze technologie online aan en verdienen er geld mee.
In grote lijnen gebruiken deze diensten AI om foto’s om te zetten in niet-consensuele, expliciete beelden. Vaak verdienen ze geld door ‘credits’ of abonnementen te verkopen waarmee foto’s kunnen worden gegenereerd. De explosie van generatieve AI-beeldgeneratoren in de afgelopen jaren heeft hun impact aanzienlijk vergroot. Foto’s worden van sociale media gestolen en gebruikt om schadelijke beelden te maken: als nieuwe vorm van cyberpesten en -misbruik maken tienerjongens wereldwijd beelden van hun vrouwelijke klasgenoten. Dit is traumatiserend voor de slachtoffers en de beelden zijn vaak moeilijk van het internet te verwijderen.
Russische hackers hebben er valse, met malware geïnfecteerde versies van gemaakt
Op basis van berekeningen van abonnementskosten, conversieratio’s en webverkeer richting betaalproviders, schatten de onderzoekers van de 85 websites dat 18 daarvan in de afgelopen zes maanden tussen de $2,6 miljoen en $18,4 miljoen opleverden. Dat komt uit op zo’n $36 miljoen per jaar. (Ze merken op dat dit een voorzichtige schatting is, omdat hierbij geen rekening wordt gehouden met websites of transacties die buiten de platforms plaatsvinden, zoals Telegram.) Een rapportage van het Duitse blad Der Spiegel wijst erop dat één prominente site over een miljoenenbudget beschikt. Een andere website claimt al miljoenen te hebben verdiend.
Volgens het onderzoek komen de meeste bezoekers van de tien populairste sites uit de Verenigde Staten. India, Brazilië, Mexico en Duitsland vormen de rest van de top vijf. Hoewel zoekmachines bezoekers naar de nudifywebsites sturen, komt een groeiend deel van het webverkeer tegenwoordig via andere bronnen. Nudifywebsites zijn zó populair geworden dat Russische hackers valse, met malware geïnfecteerde versies ervan hebben gemaakt. In het afgelopen jaar rapporteerde 404 Media dat een van de sites gesponsorde video’s met pornoacteurs produceerde. De websites maken ook steeds meer gebruik van betaalde affiliate- en doorverwijzingsprogramma’s.
‘Uit onze analyse van het gedrag van nudifywebsites blijkt duidelijk dat ze zich willen nestelen in een niche van de adultindustrie,’ zegt Lakatos. ‘Ze zullen waarschijnlijk blijven proberen hun activiteiten daarmee te verweven – een ontwikkeling die zowel door techbedrijven als de sector zelf actief moet worden tegengegaan.’
‘Ze zijn geëvolueerd van enkele amateurprojecten tot een semiprofessionele industrie met miljoenen gebruikers’
Veel van de problemen rondom de techbedrijven die deze platforms draaiende houden, zijn al jaren bekend. Techjournalisten hebben herhaaldelijk aangetoond hoe de deepfake-economie gebruikmaakt van reguliere betaalmethodes, socialemedia-advertenties, zoekmachineverkeer en technologie van grote bedrijven. Toch is er nauwelijks structurele actie ondernomen.
‘Sinds 2019 zijn nudify-apps geëvolueerd van enkele amateurprojecten tot een semiprofessionele ondergrondse industrie met miljoenen gebruikers,’ zegt Henry Ajder, expert op het gebied van AI en deepfakes, die het nudify-ecosysteem in 2020 voor het eerst in kaart bracht. ‘Pas als de bedrijven die deze perverse klantreis faciliteren daadwerkelijk ingrijpen, zullen we enige vooruitgang boeken in het bemoeilijken van toegang tot deze apps en het terugbrengen van hun omzet.’
Er zijn bovendien signalen dat de nudifywebsites hun tactieken aanpassen om repressie of verbod te voorkomen. Vorig jaar meldde WIRED dat de sites gebruikmaakten van single sign-on-diensten van Google, Apple en Discord om gebruikers snel accounts te kunnen laten aanmaken. Veel van deze accounts zijn inmiddels gesloten. Volgens Indicator gebruiken 54 van de 85 onderzochte websites nog altijd het eenvoudige inlogsysteem van Google. Bovendien proberen de makers detectie te ontwijken door tijdens het registratieproces via tussenliggende websites andere URL’s voor te spiegelen.
Giftig
Hoewel techbedrijven en toezichthouders traag hebben gereageerd op misbruik van deepfakes sinds deze meer dan tien jaar geleden voor het eerst verschenen, is er recent enige beweging gekomen in de aanpak ervan. De stadsadvocaat van San Francisco heeft zestien diensten aangeklaagd die zonder toestemming afbeeldingen genereren. Microsoft heeft ontwikkelaars achter deepfakes van beroemdheden geïdentificeerd. Meta heeft een rechtszaak aangespannen tegen een bedrijf dat achter een nudify-app zou zitten dat herhaaldelijk advertenties op hun platform plaatste. Intussen heeft president Donald Trump in de VS de controversiële Take It Down Act ondertekend. Deze wet verplicht techbedrijven om schadelijk beeldmateriaal zo snel mogelijk te verwijderen. Ook de Britse overheid werkt aan wetgeving die het genereren van expliciete deepfakes illegaal maakt.
Deze stappen kunnen nudify- en undressdiensten raken. Maar er is een structurelere aanpak nodig om deze snel groeiende, schadelijke industrie af te remmen. Mantzarlis stelt dat als techbedrijven proactiever en strikter optreden, de ruimte voor nudifywebsites kleiner wordt. ‘Ja, dit soort zaken zullen verhuizen naar minder gereguleerde delen van het internet – niks aan te doen,’ zegt hij. ‘Als websites moeilijker te vinden, te openen en te gebruiken zijn, zullen hun publiek en hun inkomsten afnemen. Helaas is dit een giftig product uit het generatieve AI-tijdperk dat we niet meer kunnen uitwissen. Maar we kunnen het wel aanzienlijk inperken.’
Met parodie en persiflage analyseren zogeheten ‘anti-fans’ werken die volgens hen kwalitatief tekortkomen. Enkel spot is hierbij niet voldoende. Voor anti-fan art moet je het werk door en door begrijpen.
In januari ging er een korte film vol Franse stereotypen viraal. De hoofdpersoon, Johanne Sacreblu, is in de gelijknamige film een transgender erfgename van een stokbrodenfirma in Parijs. Haar minnaar komt uit een familie die een croissantenbedrijf runt. Iedereen draagt de hele tijd baretten en gestreepte shirts, en figuranten lopen opgemaakt als mimespelers over straat. Soms komen er plotseling mensen voorbij die verkleed zijn als karakters uit de Franse animatieserie Miraculous. De korte film is ook nog eens een musical.
Maar Johanne Sacreblu werd niet bedacht door een Frans productieteam. Het is de creatie van Camila Aurora, een Mexicaanse trans-regisseur. Ze steekt de draak met de film Emilia Pérez, de Spaanstalige Franse musical over de baas van een drugskartel in Mexico-Stad die de transitie maakt naar een vrouw. Aurora trad dus in de voetsporen van Jacques Audiard, de Franse scenarioschrijver die Emilia Pérez regisseerde: ze verzamelde een team om zich heen dat grotendeels niet overeenkwam met de culturele achtergrond van de personages die ze moesten spelen, liet Johanne plaatsvinden op een totaal andere locatie dan Parijs en deed – zoals Audiard had toegegeven over de voorbereiding van zijn film – bijster weinig onderzoek naar de setting van haar verhaal.
Anti-fans lijken op hate-watchers: mensen die gefixeerd raken op wat hen frustreert
Het resultaat is een erg originele kritiek op Emilia Pérez, de film die dit jaar de meeste Oscarnominaties kreeg. Die film kreeg op internet veel commentaar in de vorm van lange essays en berichten op sociale media, maar voor Johanne is dat niet het geval. Het is een grappige, ingenieuze film met originele muziek en een eigen choreografie. Sinds de korte film eind januari op YouTube verscheen, is hij al meer dan drie miljoen keer bekeken. Zoals Héctor Guillén, een scenarioschrijver uit Mexico-Stad die een campagne tegen Emilia Pérez begon op sociale media, het zegt: Johanne Sacreblu is ‘een soort fan art’.
Maak daar maar anti-fan art van. Anti-fans, zoals popcultuuronderzoekers ze hebben bestempeld, lijken op hate-watchers: mensen die gefixeerd raken op wat hen frustreert. Beide groepen richten zich op iets in de tijdgeest, maar in tegenstelling tot hate-watchers creëren anti-fans iets nieuws uit hetgeen ze haten en verachten. ‘Anti-fans zijn mensen die zich verdiepen in iets waar ze een hekel aan hebben omdat het ze zodanig bezighoudt en frustreert,’ zegt Melissa Click, hoofddocent aan de Gonzaga-universiteit in Spokane en auteur van Anti-Fandom: Dislike and Hate in the Digital Age. ‘Er is iets mee dat ze niet gewoon kunnen negeren. Op een bepaalde manier trekt het ze aan, net zoals fans worden aangetrokken door de dingen die zij leuk vinden.’ En wat ze produceren, aldus Click, varieert van onschuldige zaken (een meme op Reddit) tot actieve haatreacties (het online of persoonlijk intimideren van de mensen op wie hun woede is gericht).
Minachting
Minachting is een grote inspiratiebron voor de kunst. Kendrick Lamars Grammy-winnende nummer Not Like Us, over zijn ruzie met de Canadese rapper Drake, zou zonder minachting niet hebben bestaan. Hetzelfde geldt voor de liveactionfilm Sonic the Hedgehog, waarbij het uiterlijk van Sonic werd aangepast nadat fans zich hadden beklaagd over het aanvankelijke ontwerp. Maar het internet zorgt er ook voor dat antipathie wordt omgezet in creativiteit, en het maakt de verspreiding ervan mogelijk. Op platformen zoals TikTok en YouTube hebben gebruikers hele carrières opgebouwd met het nadoen van bekendheden en het creatief en doorwrocht neerhalen van wat mainstream is. Ze trekken een toegewijd publiek dat graag ziet hoe de popcultuur tot in detail ter discussie wordt gesteld. (Zo ging de vier uur durende uiteenzetting van video-essayist Jenny Nicholson over Disneys Galactic Starcruiser – beter bekend als ‘het Star Wars-hotel’ – vorige zomer nog viraal.)
Het traject van Johanne Sacreblu laat zien dat een onlinesucces ook offline impact kan hebben: in Mexico-Stad was de korte film hier en daar te zien in de bioscoop. Als producent van anti-fan art kun je goede zaken doen, zegt Suzanne Scott, auteur van Fake Geek Girls: Fandom, Gender, and the Convergence Culture Industry. Anti-fan art is, zegt ze, ‘absoluut een zichtbaarder fenomeen dan het vroeger was, en dat komt vooral doordat je digitaal materiaal nu kunt delen. Wat er volgens mij nieuw en onderscheidend aan is, is dat je ziet hoe fans en influencers er steeds professioneler mee bezig zijn.’
Iemand die zeker heeft geprofiteerd van de toename van ‘anti-fandom’, is Michael Pavano, een acteur die tijdens de coronapandemie zijn imitaties van bekendheden online zette. In januari werd hij razend populair met een parodie op Blake Lively’s acteerwerk in het romantische drama It Ends with Us. Hij was niet bekend met de roman van Colleen Hoover waarop de film was gebaseerd; op een avond had hij de film bekeken en hij wilde daarna wat ‘speelse kritiek’ leveren, vertelt hij in een Zoom-gesprek. Dus deed hij de volgende dag een lange kastanjebruine pruik op, zette zijn camera aan en imiteerde Lively’s uitdrukking in de film door zijn lippen nadrukkelijk te tuiten. Het filmpje werd inmiddels meer dan 46 miljoen keer bekeken op TikTok, en is daarmee zijn populairste video tot nu toe. Pavano postte vervolgens meerdere nieuwe imitaties van Lively, die, als hij haar speelt, telkens maar vast blijft zitten in haar chagrijnige gezichtsuitdrukking.
‘Als Blake contact met mij zou opnemen en iets zou zeggen als: ik vind dit niet oké, dit doet mij pijn, dan zou ik uiteraard luisteren’
Het duurde echter niet lang voordat hij reacties op zijn video’s kreeg waarin Lively zelf werd bekritiseerd. Die begonnen binnen te komen toen Lively verwikkeld raakte in een rechtszaak tegen de regisseur van de film, een slepend conflict dat fans van It Ends with Us heeft verdeeld. Pavano vond daarom dat hij voorzichtiger moest zijn met het Lively-gerelateerde materiaal dat hij plaatste. Het baarde hem zorgen dat zijn video’s tegemoet leken te komen aan critici van de actrice, iets wat nooit zijn bedoeling was geweest. ‘Voor mij gaat het helemaal niet over haat,’ zegt hij. Hij stopte met de imitaties en liet zijn volgers eind januari weten dat hij ‘misschien een aantal weken zou wachten voordat hij er weer een zou plaatsen’. Maar zijn publiek bleef om meer Lively vragen, en Pavano vertelt dat hij de andere rollen van de actrice, zoals die in de serie Gossip Girl, nog steeds de moeite waard vond om mee te experimenteren – gewoon ‘voor de lol’. ‘Als Blake contact met mij zou opnemen en iets zou zeggen als: ik vind dit niet oké, dit doet mij pijn, dan zou ik uiteraard luisteren,’ zegt hij. ‘Ik zou nooit willen profiteren van iemand anders’ problemen.’ Afgelopen zondag verwende Pavano zijn volgers met een twaalf uur durende livestream op TikTok, waarbij hij de hele tijd in zijn rol bleef als Lively’s verschillende personages – ook dat in It Ends with Us.
De relatie tussen fans en dat wat ze liefhebben ligt altijd lastig. Wat begint als support – van een bekende figuur, een popcultureel fenomeen of een merk – kan uitgroeien tot een obsessie. Hetzelfde gaat op voor anti-fans: hun afkeer kan giftig worden, en makers van anti-fan art die hun eigen volgers trekken riskeren die cyclus voort te zetten. Net zoals fans op een gevaarlijke manier hartstochtelijk kunnen worden, geldt dit ook voor anti-fans. ‘Mensen die dingen haten zijn er altijd geweest,’ zegt Click, ‘maar de mogelijkheid om zo makkelijk mensen te vinden die dezelfde dingen haten als jij is nieuw.’
Details
De sleutel tot het maken van anti-fan art die geen vijandigheid opwekt is dan ook zorgvuldigheid: een oprechte appreciatie van het materiaal dat je bekritiseert. Pavano steekt dan wel de draak met Lively’s acteerwerk, maar hij bestudeert het ook tot in detail. Wanneer hij iemand heeft gekozen om na te doen, vertelt hij, oefent hij zijn of haar mimiek zo lang voor de spiegel dat hij het gevoel krijgt dat ze een deel van hemzelf worden. ‘Het is een beetje alsof ik dan door hen bezeten word,’ zegt hij met een lachje. ‘Ik visualiseer mezelf als die persoon, en ik blijf doorgaan tot ik die persoon voel.’
Iemand zoals youtuber Jenny Nicholson verdiept zich duidelijk ook in de dingen die ze bekritiseert. Vaak draagt ze outfits die horen bij het thema dat ze bespreekt – dan draagt ze bijvoorbeeld een hoofdbandje met Na’vi-oren als ze het over Avatar heeft – en geeft ze een uitgebreide context bij de geschiedenis van het onderwerp. Kortom, ze maakt duidelijk dat ze begrijpt waar de aantrekkingskracht van het onderwerp vandaan komt. Het team achter Johanne Sacreblu heeft Emilia Pérez eveneens grondig bestudeerd; de korte film opent met een nummer in de straten van Frankrijk, net zoals Audiards film dat doet in de straten van Mexico. Zo’n analyse betekent niet dat deze filmmakers liefhebben wat ze bespotten; ze laten mogelijk sceptische kijkers zien hoe goed geïnformeerd ze zijn. ‘Ze laten eerst zien dat ze weten waar ze het over hebben,’ zegt Scott, ‘zodat je, wanneer ze dan kritisch zijn, niet het gevoel hebt dat ze het met kwade intenties doen.’
Het is rebels maar respectvol werk dat voorbijgaat aan het aanzwellende geroezemoes op internet
De beste anti-fan art wil dus niet puur de spot drijven, maar voor een verhelderend effect zorgen. Het is rebels maar respectvol werk dat voorbijgaat aan het aanzwellende geroezemoes op internet en dat ons, aldus Click, ‘zou kunnen motiveren om kritischere consumenten te worden’ die op een bedachtzame manier naar popcultuur kijken. In het geval van Emilia Pérez is de kritiek aangezwollen tot enorme proporties. Er zijn essays verschenen van Mexicaanse kijkers die de primitieve weergave van het drugsgerelateerde geweld in Mexico veroordelen, vernietigende verklaringen van lhbti-organisaties die de film bestempelen als ‘een zeer achterhaald portret van een trans-vrouw’ en berichten op sociale media die de beledigende tweets van de hoofdrolspeelster veroordelen.
Maar Johanne Sacreblu levert iets nieuws, naast de duidelijke afkeuring van de makers voor Emilia Pérez. Guillén zegt dat hij Aurora bewondert omdat ze ‘in plaats van simpelweg andermans werk te beledigen’ iets origineel heeft gecreëerd. Met haar film laat ze precies zien wat ze zo belachelijk vond aan Audiards aanpak, en dat doet ze met een gezonde dosis humor, en niet met agressie. ‘Het lijkt me veel beter om iets te creëren, toch?’, zegt Guillén. Zonder kunst zouden er tenslotte ook geen fans zijn – of anti-fans.
Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.
Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.
Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?
O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…
Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.
Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…
Shit, weer een mailtje. Moment.
Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.
Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.
Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.
Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.
Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.
Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor
Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.
Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.
Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.
Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?
In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.
Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.
Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.
Aanhaken
Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.
Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte.
Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.
Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.
Bijna drieënhalf miljoen Canadezen gebruiken datingapps. Nu het erop begint te lijken dat algoritmes, ghosting en catfishing bepalen wie in aanmerking komt, is volgens Treena Orchard tijd om terug te keren naar een ontmoeting in het echte leven.
In 2017, na een paar jaar single te zijn geweest, wilde ik me weer op de datingmarkt wagen. Ik was net gestopt met drinken, dus ik ontweek liever mijn vaste bars in London, Ontario. In plaats daarvan sprong ik via Bumble in de wereld van digitaal daten, waarbij vrouwen destijds het eerste bericht moesten sturen. Ik dacht: Dat is feministisch. Ik ben een feminist. Ik geef het een kans!
Mijn eerste paar maanden online vormden een emotioneel uitputtende opleiding. Ik leerde dat een man die zegt dat hij anderhalve meter lang is, ook anderhalve meter lang kan zijn; dat het heel gebruikelijk is dat mensen belachelijk oude foto’s plaatsen om zichzelf jonger te laten lijken en dat catfishing, het gebruik van nepfoto’s, de normaalste zaak van de wereld is. Ik ben ooit twee keer door dezelfde man gecatfisht. Toen we elkaar ontmoetten, leek hij in niets op zijn foto’s. Ik heb hem na onze date uit mijn matches verwijderd, omdat hij via de app om geld begon te vragen. Een paar jaar later hadden hij en ik opnieuw contact; hij had een nieuwe reeks nepfoto’s gebruikt. Toen hij bij mijn huis aankwam, ontkende hij dat hij me had gecatfisht en schonk hij zichzelf ongevraagd een drankje in. Ik vroeg hem om te vertrekken, waarop hij me nog voordat hij zelfs maar in zijn taxi was gestapt verwijderde – en voordat ik hem kon aangeven. (Maar ja, wat kan Tinder ook met een stel nepfoto’s?)
Door deze en andere bizarre datingavonturen begon ik me af te vragen of de apps gewoon slecht waren, of dat ik iets verkeerd deed. Waarom gaan ze er allemaal ineens vandoor? vroeg ik me af. Wat is er mis met mij? Maar ik ben niet de enige. Tegenwoordig gebruiken bijna drieënhalf miljoen Canadezen datingapps, en velen zijn het erover eens dat swipen dystopisch is geworden. We vertrouwen nu op algoritmen om ons potentiële partners aan te bevelen alsof het om een bezorgdienst of reisje gaat.
Gamificering
Apps moedigen ons via dwingende meldingen bovendien aan om vooral actief te blijven: ‘Het is tijd om te swipen!’ en ‘Laat je match niet hangen!’ Dit verslavende, orwelliaanse model heeft matchen gegamificeerd, en ik maak me zorgen over waar dit heen gaat. Onlangs had Bumble het zelfs over de toevoeging van persoonlijke, door AI aangedreven ‘datingconciërges’ die een match in opdracht van de menselijke gebruiker konden onderzoeken. Zou mijn AI-avatar beter zijn in het kiezen van een partner voor mij dan ikzelf? Het is een griezelige gedachte.
Als antropoloog bestaat een deel van mijn werk uit het bestuderen van de aard van moderne relaties – en ik heb ontdekt dat er veel bedrog bestaat onder online daters. Nieuw onderzoek suggereert dat veelvuldig gebruik van de apps de kans op bedrog doet toenemen. (Noem het het ‘gras is groener’-effect.) We weten niet hoe app-gebaseerd daten ons op de lange termijn zal beïnvloeden, maar uit een onderzoek van afgelopen januari is gebleken dat stellen die elkaar via een app ontmoeten minder snel een stabiel en bevredigend huwelijk zullen hebben. Bij jonge volwassenen kan overmatig swipen leiden tot een combinatie van te hoge eisen aan je partner en een minder goed gevoel over jezelf. Over het algemeen weerhoudt het swipen een groot aantal mensen ervan elkaar te behandelen met het respect dat ze wel zouden tonen aan iemand die voor hun neus stond.
Door alle keuze zijn we bovendien verdeelder dan ooit: voor heteroseksuele daters is er een politieke kloof ontstaan onder achttien- tot dertigjarigen: vrouwen zijn 30 procent liberaler dan mannen. En een kwart van alle volwassenen en twee derde van de jongeren rapporteert aanhoudende gevoelens van eenzaamheid. Dit alles heeft, zoals te verwachten, tot een terugslag geleid. Leden van Generatie Z gebruiken datingapps veel minder dan hun millennial-tegenhangers.
Interpersoonlijke vaardigheden kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen
Dit is wat ik voorstel om onze duistere, schijnbaar beschadigde datingcultuur te herstellen: een terugkeer naar échte, real life-ontmoetingen, ofwel, zoals sommigen zeggen; ‘rewilding’. Het ontmoeten van potentiële partners in de fysieke wereld vermindert niet alleen onze digitale afhankelijkheid, het kan ook de afstand wegnemen die door de apps wordt gecreëerd. Het dwingt ons om gebruik te maken van onze interpersoonlijke vaardigheden, die kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen.
Daten in 2D brengt onzekerheid met zich mee (over zaken als wie het eerste bericht gaat sturen), de angst te worden geghost en, in mijn geval, of de persoon met wie we praten wel of niet daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is. Mensen in levenden lijve leren kennen kan ingewikkeld zijn, en soms beangstigend, maar we kunnen al onze zintuiglijke input en persoonlijke feedback inzetten om de situatie binnen enkele seconden in te schatten: is deze persoon veilig? Is deze dynamiek sexy? Moet ik het gesprek voortzetten? Het mooiste is nog dat interacties in het echte leven onze empathie kunnen vergroten.
Een heropleving van IRL-dating [in real life] is al aan de gang. In de VS groeide het aantal bezoekers aan persoonlijke evenementen, zoals singlesmixers en trivia-avonden, tussen 2022 en 2023 met ruim 40 procent, volgens gegevens van Eventbrite. Speeddaten, ooit gezien als een overblijfsel uit eind jaren negentig en begin jaren 2000, beleeft ook een comeback. In Canada organiseren initiatieven als Single in the City en Speed Dating Canada bijeenkomsten, vaak in restaurants of bars, waar deelnemers steeds een aantal minuten met een tiental anderen kunnen daten, waarna ze de namen van de mensen die ze leuk vinden op een kaart schrijven. De organisatoren (en niet de AI-avatars) bepalen vervolgens de matches voor een meer officiële, persoonlijke date.
Zelfs persoonlijke contactadvertenties raken weer in zwang. Singles stellen zich voor op internetfora en, zo nu en dan, in de advertentieruimte op een billboard. Er zijn ook minder nicheachtige opties, zoals singles-sportclubs, maar met een nieuwe twist. Afgelopen juni lanceerde Tinder een samenwerking met trainingsapp Runna, een hardloopclub voor singles in Londen, Engeland. Elders, in Los Angeles, organiseerden drie stand-upcomedians onlangs een show waarin de single centraal stond, waarbij ze de leden van het publiek matchten ‘op basis van de vibe’.
Real life-verbinding
Ik pleit niet voor een volledige uitroeiing van datingapps. Daarvoor zijn ze sowieso veel te diep verankerd in de samenleving. En ze hebben hun goede kanten. Ze boden me de mogelijkheid om contact te leggen met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet, en moedigden me aan om op date te gaan met mannen die ik anders niet als ‘mijn type’ zou hebben beschouwd. Tijdens de pandemie datete ik anderhalf jaar met een man die zeventien jaar jonger was dan ik. Daarmee ontkrachtte ik het idee dat jongere mannen vrouwen in de veertig automatisch afschreven als ‘te oud’.
Toch is het misschien niet verstandig om alleen op Tinder en de andere op swipen gerichte apps te vertrouwen. Als digitaal hulpmiddel werken ze uitstekend, maar niet als doel op zichzelf.
Door IRL-daten kunnen we op verschillende plekken een partner ontmoeten: op de werkvloer, via vrienden of via een van onze hobby’s. Als we alleen op het algoritme vertrouwen lopen we mogelijk die willekeurige, prachtige, onverwachte vonk mis die kan overslaan tussen mensen, en die juist zo bepalend is voor ons mens-zijn. Ook al leidt het niet tot een langdurige relatie, voor het smeden van een wederzijdse connectie gaat niets boven een real life-verbinding. Daar zijn we sociale wezens voor.
Treena Orchard is universitair hoofddocent aan de School of Health Studies van Western University en auteur van Sticky, Sexy, Sad: Swipe Culture and the Darker Side of Dating Apps.
De Amerikaanse regering start een aantal mededingingsonderzoeken naar OpenAI, Nvidia en Microsoft vanwege mogelijk te vergaande dominantie van de markt van kunstmatige intelligentie (AI). Dat schrijft The New York Times. De onderzoeken zullen vast stellen of deze ‘drie grote spelers in de kunstmatige intelligentie-industrie’ zich schuldig maken aan concurrentiebeperkende praktijken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de krant zal het ministerie van Justitie het onderzoek leiden naar producent van halfgeleiders Nvidia, terwijl de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) zich zal richten op OpenAI en Microsoft. Begin januari kondigde de FTC aan dat zij een onderzoek was gestart naar de kolossale investeringen van Microsoft, Google en Amazon in OpenAI en Anthropic, de toonaangevende startups op het gebied van generatieve kunstmatige intelligentie.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.