ANP 489260786


Een stijgend bbp, politieke stabiliteit, explosieve toename van het toerisme – alle seinen staan op groen in Albanië, waar de economie een hoge vlucht neemt. Het Italiaanse dagblad Il Sole 24 Ore bezocht hoofdstad Tirana om de redenen voor dit succes te onderzoeken.

Nog maar een paar jaar geleden was het een gigantische ruïne in het centrum van Tirana. Een gebouw met gebroken ruiten, vol met graffiti, een overblijfsel uit een verleden van armoede, ellende en chaos dat mensen het liefst zo gauw mogelijk vergeten. Maar sinds een paar weken is het voormalige piramidevormige mausoleum dat gewijd is aan Enver Hoxha, de communistische dictator die Albanië in de twintigste eeuw [tussen 1941 en 1985] met ijzeren vuist regeerde, het grootste technologiecentrum op de Westelijke Balkan geworden dat zich bezighoudt met start-ups en innovatie. Zodoende is men erin geslaagd de geschiedenis en een pijnlijk verleden te recyclen op een manier die consistent is met het nieuwe nationale verhaal van Albanië: de overgang van callcenters naar digitale centra, op weg om een soort Tel Aviv van de Balkan te worden.

In de afgelopen dertig jaar, die werden gekenmerkt door turbulente politieke perioden – van postcommunistische anarchie tot maffiademocratie en tien jaar ‘ramistische’ regering (genoemd naar de premier, Edi Rama) – was Albanië vooral een land van economische activiteit gebaseerd op een grote, goedkope beroepsbevolking. Maar er is iets aan het veranderen in een staat die de herinnering aan een van de meest gesloten en paranoïde dictaturen van de twintigste eeuw lijkt te hebben verdrongen.

Albanië heeft ook de bladzijde omgeslagen van de jaren negentig, de tijd van massale emigraties, gewapende bendes en de ‘virtuele burgeroorlog’ die werd uitgelokt door de ineenstorting van de ‘financiële piramides’ die door de staatstelevisie werden aangemoedigd en die het spaargeld van bijna 70 procent van de bevolking hadden opgeslokt. Dat was in 1997.

Strategisch

‘Vandaag de dag is er nog steeds het grote voordeel van arbeidskrachten, met basissalarissen tussen de 410 en 420 euro per maand,’ merkt Antonio Nidoli op, voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel in Albanië. Maar dat is niet het enige wat het land te bieden heeft. ‘De regering heeft een wet aangenomen die gunstig is voor startende bedrijven en heeft voordelige belastingmaatregelen ingevoerd die nieuwe bedrijven aantrekken, met name in de digitale sector.’ 

Op deze manier hoopt Tirana een land met minder dan 3 miljoen inwoners om te vormen tot een soort ‘nieuw Singapore of Dubai’, door zich te richten op informatietechnologieën, de digitale transitie en megadata. ‘Het is een klein land, maar wel een strategisch land,’ stelt Sergio Fontana, voorzitter van de Puglia-Albania-tak van de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria. 

Dus naast de traditionele uitbesteding van IT-contracten aan jonge Albanese software-ingenieurs, is er nu een markt gebaseerd op hightechbedrijven die hier flexibele arbeidskrachten vinden met een gedegen opleiding en een uitstekende beheersing van het Engels.

‘Tegenwoordig ligt de toekomst voor veel jonge mensen thuis en niet meer in de diaspora, vooral in de technologiesector,’ legt Nidoli uit. Maar in tegenstelling tot de vorige generatie, die twintig jaar geleden naar Italiaanse televisiezenders keek, spreken de jongeren van nu vaker Engels dan de taal van Dante.

Ook op het gebied van onderwijs heeft het land schoon schip gemaakt met het oerwoud aan privéuniversiteiten die in het nieuwe Albanië floreerden en waarvan de neonreclames veel gebouwen in het centrum van de hoofdstad verlichtten.

Tirana telde er zo’n dertig, waarvan de meeste diplomafabrieken waren. Nu zijn het er veel minder en de serieuzere, zoals de katholieke universiteit Notre-Dame-du-Bon-Conseil, leiden de middenklasse op door dubbele studieprogramma’s aan te bieden in samenwerking met bepaalde Italiaanse universiteiten. De kinderen van de nieuwe oligarchie studeren daarentegen rechtstreeks in Londen, Duitsland of de Verenigde Staten. 

Tirana, de hoofdstad van Albanië, die zich nu uitstrekt langs de hellingen van de omringende bergen, is een weerspiegeling van al deze invloeden.

‘Als je de stad bekijkt vanaf een van de gebouwen die de afgelopen jaren zijn verrezen, zie je drie stedelijke lagen,’ legt Daniele Rielli uit, een schrijver die een paar jaar geleden een prachtige reportage over Albanië schreef. ‘De oude laagbouw uit het communistische tijdperk, die heeft plaatsgemaakt voor de bouwwerken uit het eerste democratische tijdperk; de flatgebouwen van tien tot twaalf verdiepingen, en tot slot het hedendaagse Tirana, met zijn wolkenkrabbers die voortdurend in aanbouw zijn.’

Deze esthetische evolutie is vooral duidelijk rond het Skanderbergplein, dat omgeven is door departementen die tijdens het fascistische tijdperk werden gebouwd, toen Albanië in feite nog een kolonie van Mussolini was.

‘Tegenwoordig ligt de toekomst voor veel jonge mensen thuis’

‘Twintig jaar geleden telde Tirana 250 000 inwoners, nu zijn het er bijna een miljoen. Er staan kranen zover het oog reikt en de vastgoedprijzen rijzen de pan uit. Het is ook een erg veilige stad geworden, waar de politie zeer sterk aanwezig is. Kleine criminaliteit bestaat niet en zware criminaliteit is nauwelijks merkbaar,’ vat Francesco Milella samen, voormalig directeur van het bedrijf Publikompass in Bari, die in de Albanese hoofdstad een nieuwe roeping heeft gevonden sinds hij de kliniek voor cosmetische chirurgie Medicalba opgericht heeft.

‘Gezondheidstoerisme, van esthetiek tot orthodontie, is een andere snelgroeiende sector in Albanië,’ vervolgt Milella. ‘Onze patiënten komen voornamelijk uit Italië en Ticino, in Zwitserland.’ 

In zijn postcommunistische geschiedenis heeft Albanië twee zeepbellen gekend: de financiële zeepbel van de financiële piramides en de vastgoedzeepbel. ‘Deze laatste bestaat vandaag de dag nog steeds, deels omdat veel Albanezen in de diaspora om emotionele redenen huizen in Albanië terugkopen, met de bedoeling om er later weer te gaan wonen, of gewoon om te bewijzen dat ze hun zaken goed op orde hebben,’ merkt Nidoli op.

Naast de bouw-, technologie- en digitale sectoren zet het nieuwe Albanië nu ook zwaar in op de agrarische business. ‘Gezien de uitstekende waterbronnen en vruchtbare grond van het land is dit een sector die hoge groeipercentages belooft,’ aldus Fontana.

Tot slot speelt ook het toerisme een belangrijke rol in deze lange economische transitie. Het bewijs: deze zomer ontving Albanië een recordaantal toeristen als gevolg van een stijging van 32 procent. De kustlijn die zich uitstrekt van Durrës en Vlorë tot aan de gouden stranden van Ksamil en Sarandë, tegenover Corfu, staat vol met prachtige locaties die sterk doen denken aan het Griekenland van begin jaren negentig. Landschappen op een ansichtkaart die de grote internationale ketens aantrekken die de nieuwe luxe hotels en vakantiedorpen moeten beheren die de nieuwe lokale bouwbaronnen blijven bouwen.

‘Begin oktober 2023 hadden we al 8,3 miljoen toeristen verwelkomd,’ vertelt de minister van Infrastructuur en Energie, Belinda Balluku. Het doel is om de grens van 10 miljoen te passeren en daarmee de cijfers van 2022 te verdubbelen. Daarmee zou het kleine Balkanland officieel op de radar komen van Europa’s populairste bestemmingen aan zee.

Alle gemakken

Naast toeristen zijn gepensioneerden een andere groep die graag voet aan de grond wil krijgen in Albanië, vooral sinds Portugal, dat een paar maanden geleden nog een gouden toevluchtsoord was, een einde heeft gemaakt aan de belastingvrijstelling voor buitenlandse gepensioneerden. Sinds 23 januari 2020 belast Albanië alleen nog inkomsten die in het land zelf zijn gegenereerd. In gewone taal betekent dit dat gepensioneerden die naar Albanië verhuizen met een geldige verblijfsvergunning het pensioen blijven ontvangen dat ze in Italië hebben verdiend, dat belast is door de Italiaanse belastingdienst maar niet door de Albanese belastingdienst, zodat dubbele belastingheffing wordt vermeden.

Carmine Iampietro werkte zijn hele leven in Novara, vlak bij Milaan. Ongeveer tien jaar geleden verhuisde hij naar Durrës, waar hij de Vereniging van Italiaanse Gepensioneerden in Albanië oprichtte. Hij legt uit: ‘We hebben een overeenkomst met zorginstellingen, makelaars en advocatenkantoren.’ Net als de meeste van de bijna duizend Italiaanse gepensioneerden die in Albanië wonen, woont hij in Durrës, in een woonwijk aan de zee.

‘We zitten op minder dan een half uur rijden van Tirana, waar je artsen in alle specialismen hebt. Je bent hier van alle gemakken voorzien: de kosten van levensonderhoud zijn aanzienlijk lager dan in Italië, het hele jaar door een aangenaam klimaat, de zee, lekker eten en, niet in de laatste plaats, het feit dat iedereen boven de veertig Italiaans spreekt.

Ondanks deze troeven neemt de levendigheid van het nieuwe Albanië zeker niet de enorme problemen weg van een land dat nog steeds in clantermen denkt, een erfenis van een plattelandswereld die standhoudt buiten Tirana en de grote steden. En dan is er nog de diaspora, die het gevolg is van het isolement en de langdurige dictatuur (1,25 miljoen Albanezen wonen nu in het buitenland, dat is 40 procent van de totale bevolking van het land).

De diaspora ziet er echter niet meer zo hopeloos uit als aan het begin van de jaren negentig, toen het koopvaardijschip Vlora, overvol met wanhopige mensen, aanmeerde in de haven van Bari (op 8 augustus 1991) en de foto’s ervan de hele wereld over gingen.

Arjan Vasjari, een Albanees die jurisprudentie studeerde in Bari, is een gecultiveerde en briljante man met een academische achtergrond die vandaag de dag consul-generaal van Albanië is in de hoofdstad van de Italiaanse regio Apulië. ‘Albanië is een tumultueuze democratie,’ geeft hij toe. ‘Onze geschiedenis na de dictatuur hangt ook van valpartijen aan elkaar, maar we zijn altijd weer opgestaan. We proberen onze problemen niet onder het tapijt te vegen, maar ze bij de horens te pakken.’

‘De huidige politieke en institutionele overgang in Albanië is zeker een goede zaak, vooral in vergelijking met andere Balkanlanden,’ aldus Fabrizio Bucci, de Italiaanse ambassadeur in Albanië. ‘Edi Rama is bezig aan zijn derde termijn, hij garandeert stabiliteit en blijft regeren met een grote meerderheid.’ Kredietbeoordelaar Moody’s geeft het land ‘een stabiele aanblik, met een groei van het bbp van naar schatting 3,5 procent in 2023, tegenover 5 procent in 2022’, aldus Vasjari.

Edi Rama richt zich resoluut op Europa, maar blijft tegelijk Turkije en de Golfstaten in de gaten houden

De afgelopen jaren heeft de regering grote hervormingen doorgevoerd, te beginnen bij de justitie. Er lopen nog steeds onderzoeken om zo’n achthonderd Albanese magistraten [verdacht van vriendjespolitiek en corruptie] te berechten en er zijn nog zo’n honderd zaken die onderzocht moeten worden. Tot nu toe heeft de procedure geleid tot het ontslag van 60 procent van de magistraten, terwijl anderen er de voorkeur aan hebben gegeven ontslag te nemen om aan de publieke veroordeling te ontkomen.

‘Albanië boekt ook vooruitgang op het internationale toneel en heeft officieel onderhandelingen geopend over het EU-lidmaatschap tijdens de eerste intergouvernementele conferentie in juli 2022,’ vervolgt Bucci.

Meer in het algemeen rekent de internationale gemeenschap op Albanië om een turbulente Balkanregio te helpen stabiliseren. ‘Als ambassadeur herinner ik onze grote bedrijven er voortdurend aan dat Tirana binnenkort lid zal zijn van Europa en dat het de poort is naar de Balkan’ – een markt van 22 miljoen mensen die al geconcentreerd zijn in een vrijhandelszone, de ‘Open Balkan’ tussen Servië, Albanië en Noord-Macedonië.

Toch zal Albanië nog minstens zeven of acht jaar moeten wachten voordat het officieel tot Europa kan toetreden. Het hangt er helemaal van af hoe snel Tirana voldaan heeft aan het stappenplan van Brussel. ‘Het belangrijkste is dat het proces al in volle gang is: de vraag is niet meer of, maar wanneer,’ concludeert Bucci.

Edi Rama richt zich resoluut op Europa, maar blijft tegelijk Turkije en de Golfstaten in de gaten houden. ‘Vergeet niet dat het hart van deze regering en van Albanië weliswaar naar het Westen leunt, maar dat de portefeuille ondertussen aan de kant van het Oosten staat,’ waarschuwt Carlo Bollino, een Italiaanse journalist die al jaren in Albanië woont.

Albanië is per slot van rekening nog altijd een overwegend islamitisch land.


Deel dit artikel


Recent verschenen